Het puberbrein ontraadseld: de laatste groeistuipen

Tekst: Marilse Eerkens

J/M Pubers januari 2007

Kinderen van 16 kiesgerechtigd? Nee, vindt de Maastrichtse hoogleraar neuropsychologie en psychobiologie Jelle Jolles. Hun brein is op die leeftijd namelijk nog niet in staat om de consequenties van hun keuze te overzien.

Tot voor enkele jaren geleden ging de wetenschap ervan uit dat het brein volgroeid was op twaalfjarige leeftijd. Inmiddels is onder meer met behulp van MRI-scans aangetoond dat de ontwikkeling van de hersenen doorloopt tot na het 20ste levensjaar. In de vroege en late puberteit vinden de grootste veranderingen plaats, vooral in de voorste hersendelen, de zogenoemde prefrontale cortex. Dit gebied heeft alles te maken met de plannings- en controlefuncties. Iemand met een volledig ontwikkelde prefrontale cortex is in staat om:

- prioriteiten te stellen

- bepaalde doelen te halen door zelf initiatieven te nemen

- de gevolgen te overzien van het eigen handelen en daarmee dus ook de mogelijkheid om zich voor te unnen stellen wat zijn gedrag voor gevolgen heeft voor een ander of voor de maatschappij

- impulsieve neigingen te onderdrukken

- emoties in bedwang te houden

- keuzes te kunnen maken op grond van rationele, sociale en emotionele criteria

- te anticiperen op acties van anderen, zowel op korte als op lange termijn.

Vroege adolescentie

Om in dit ideale stadium aan te komen, doorloopt het puberbrein drie fasen.

De eerste fase, de zogeheten vroege adolescentie, loopt van ongeveer 10 tot 15 jaar - het begin en de eindtijd verschilt per kind. In deze fase worden kinderen beïnvloed door hormonen én door het proces van de hersenrijping. Ze zijn door dit hele proces verhoogd emotioneel en reageren gevoeliger op allerlei zaken. Tegelijkertijd zijn ze erg gericht op het bevredigen van hun directe behoefte. Ze zoeken een smaaksensatie, een emotionele sensatie, een lichamelijk sensatie en ze willen alles het liefst hier en nu beleven. Zin in chocola betekent: nu een Mars kopen!

Middel-adolescentie

In de tweede fase, de middel-adolescentie die loopt van ongeveer 14 tot 16 jaar, zijn pubers geneigd om veel risico’s te nemen: ze willen graag dingen doen die hen een gevoel van sensatie geven en letten daarbij niet op de consequenties van hun gedrag. Jelle Jolles geeft het voorbeeld van een onervaren vijftienjarige jongen die met zijn snowboard langs de rand van een zwarte piste glijdt. Hij ziet in tegenstelling tot zijn moeder die onder aan de helling staat, geen enkel gevaar. De hele situatie roept geen angstbeelden bij hem op, gewoon omdat hij de consequenties van een mogelijk ongeluk niet kan overzien. Sterker nog, hij bedenkt niet eens dat de kans groot is dat er een ongeluk gebeurt. En als hij zich dat toevallig toch realiseert, dan blijft dat een ‘plat’ beeld. Het voorgestelde ongeluk roept helemaal geen emoties bij hem op.

Late adolescentie

In de derde fase, de zogenoemde late adolescentie die loopt van 16 tot ongeveer 22 jaar, vindt het integratieproces plaats. Dat zorgt er uiteindelijk voor dat mensen complexer gedrag kunnen gaan vertonen. De adolescenten leren geleidelijk aan meer rekening te houden met de sociale en emotionele gevolgen van hun gedrag, maar ook met de lange-termijn-effecten. Deze hele ontwikkeling gaat gepaard met een verfijning van de organisatie in het brein. Dat heeft uiteindelijk tot gevolg dat de jong volwassene steeds meer grip krijgt op zijn eigen doen en laten en in staat is weloverwogen keuzes te maken, zichzelf te evalueren en zonodig zijn gedrag aan te passen aan de geldende sociale norm. Zo zal een jong-volwassene wiens prefrontale cortex al tamelijk ver ontwikkeld is, beter weerstand kunnen bieden aan de sociale druk om iets te doen waar hij eigenlijk niet helemaal achter staat, dan een puber.


Lees verder

Pag. 1 | 2



WPT Footer

Opzij | Vrij Nederland | JM Ouders | Hollands Diep | Yoga Special | Yoga TV | Psychologie Magazine | Happinez | Runner's World | Men's Health | Hoe overleef ik