Internettherapie: Chatten tegen een dip

Tekst: Roosmarijn Pel

J/M Pubers juli/augustus 2006

Down of depri voelen alle pubers zich wel eens. Maar bij minstens vijftigduizend jongeren lijkt dit gevoel niet over te gaan: zij zijn depressief. De stap naar een therapeut is vaak te groot. Internettherapie durven ze wel.

‘Voel me zo eenzaam en verlaten, ik weet het echt niet meer. Van de week alweer mijn wimpers eruit getrokken. Ik schaam me zo! Maar die drang. Dan lijkt het een tijdje goed te gaan en dan ineens doe ik het weer. Was ik maar nooit geboren.’

Dit citaat is te lezen op Dump en Deel, het forum van de website van Pratenonline, een site waar depressieve jongeren kunnen chatten met een psycholoog. Dagelijks worden er tientallen van dit soort berichten op de site gepost. ‘Naar de reguliere hulp weten jongeren de weg niet te vinden,’ vertelt Pien Oijevaar, jeugdpsycholoog, pedagoog en oprichtster van Pratenonline. ‘Ze schamen zich.’

Volgens Oijevaar zijn minstens vijftigduizend jongeren depresssief. Maar geen van hen stapt naar een therapeut, dus ging ze op zoek naar een manier om deze groep toch te bereiken. Met in het achterhoofd de wetenschap dat ze als geen ander thuis zijn in computers, 95 procent van de tieners beschikt immers over toegang tot het net, bleek het voor de hand te liggen om hen via internet te benaderen. November 2004 ging www.pratenonline.nl de lucht in, een samenwerkingsverband tussen de Stichting Tieners onLine en de JeugdRiagg Noord Holland Zuid. De site, waaraan ongeveer twintig therapeuten verbonden zijn, biedt een-op-een-therapie aan jongeren tussen de 12 en 20 met depressieve klachten. In december 2004 trok de site achttienhonderd bezoekers per maand, inmiddels zijn dat er zeventienduizend. ‘Niet alle jongeren die zich melden, gaan chatten,’ vertelt Oijevaar. ‘Ze kunnen ook voor informatie terecht op de site. Van de zeventienduizend bezoekers blijven er ongeveer vijftig per maand over die willen chatten.’

Maximaal vijf sessies

Chatter en hulpverlener bepalen vervolgens samen de dagen en tijden die hen beiden uitkomen voor een chatsessie. Dat kan op donderdagavond om elf uur zijn, maar ook op zondagmorgen om kwart over negen.

Een chatsessie bij pratenonline duurt een uur en is altijd oplossingsgericht. Oplossingsgerichte therapie houdt in dat er gekeken wordt naar de hulpbronnen die de jongere zelf al heeft. ‘Je loopt met zelfmoordplannen rond, maar hebt het niet gedaan. Hoe heb je het voor elkaar gekregen om het vol te houden?’ De therapeut geeft suggesties, maar vertelt de jongere nooit wat te doen. Er wordt bijvoorbeeld niet gezegd: ‘Waarom houd je geen dagboek bij?’ Maar wel wordt geconstateerd: ‘Het helpt jou om een dagboek bij te houden of om met een leraar te praten of om naar muziek te luisteren.’ Na iedere chatsessie is er overleg, de jongere bepaalt of er nog een vervolggesprek komt. Oijevaar: ‘We proberen de therapie niet langer dan vijf chatsessies te laten duren. Voor meer is helaas nog geen geld. Als er na vijf chats geen vooruitgang is geboekt, volgen er soms nog een paar of we leggen uit dat reguliere therapie misschien kan helpen. Doordat de eerste stap gezet is, durft het merendeel die stap ook wel te nemen.’

Grip op je dip

Grip op je Dip online (www.gripopjedip.nl) is een initiatief van de preventie-afdelingen van De Jutters, Altrecht en Riagg IJsselland, samen met het Landelijk Steunpunt Preventie van het Trimbos Instituut. De site biedt groepscursussen aan jongeren met depressieve gevoelens en heeft in anderhalf jaar tijd 26 cursussen verzorgd. Waar de een-op-een-therapie bij Pratenonline een vervanging is van de spreekkamer, is Grip op je Dip een vervanging van de groepstherapie. Al mag het geen therapie genoemd worden, het is een preventieve cursus in een gesloten chatbox. De cursus richt zich op jongeren die nog niet depressief zijn, maar wel depressieve klachten hebben. Een op de vijf jongeren schijnt hiermee te kampen.

In een chatbox praten zes tot zeven jongeren onder begeleiding van een psycholoog wekelijks met elkaar over hun gedachten en gevoelens. Wie meedoet aan de cursus, dient ook alle acht sessies in te loggen en verplicht zich tot het maken van huiswerk. De cursus is gebaseerd op de cognitieve gedragstherapie, cursisten leren ups and downs in hun stemming te herkennen en meer zicht te krijgen op de gedachten en gebeurtenissen die daaraan voorafgaan. Door daarmee te oefenen worden cursisten zich bewust van wat hen belemmert, maar ook wat hen helpt om meer grip te krijgen op hun stemming.

Onzichtbaar en anoniem

Het grote voordeel van E-therapie is de anonimiteit. Bovendien kost het niets en jongeren kunnen meteen aan de slag. In tegenstelling tot het Riagg of een andere instelling, waar ze op een wachtlijst komen te staan. Orthopedagoge en projectcoördinator Saskia de Gijsel: ‘Jongeren blijken het prettig te vinden vanuit hun eigen kamer deel te kunnen nemen aan de cursus. Onzichtbaar en anoniem. Aan de andere kant is het wat raar, spannend ook wel. Je ziet elkaar niet, maar juist daardoor wordt er snel veel gezegd en gespuid en binnen no-time komt er een gesprek op gang. Ze zijn zo blij dat ze eindelijk herkenning vinden.’

Toen in 2002 het idee ontstond om online groepscursussen aan te bieden, zijn de initiatiefnemers van Grip op je Dip gaan speuren of er iets soortgelijks bestond, maar dat bleek niet het geval. Zelfs in het buitenland niet. Inmiddels gaat er iedere maand ergens in het land een cursus van start en zijn er vijfentwintig tot dertig aanmeldingen per cursus. De Gijsel: ‘Iedereen die Nederlandstalig is, kan zich inschrijven. Zo hebben we jongeren uit Nederland, maar ook uit Vlaanderen. En laatst kregen we zelfs een mailtje van een Nederlander die in Australië woont.’

Toestemming ouders

Er kleeft wel één klein probleem aan online therapie: kinderen jonger dan 16 hebben bijna altijd toestemming van de ouders nodig om een therapeut te bezoeken en dat geldt ook voor een online therapeut. Onder de 12 heeft een kind in alle gevallen toestemming van ouders nodig, Pratenonline is om die reden vanaf 12 jaar. Tussen 12 en 16 mag het alleen zonder toestemming als het in het belang van het kind is. En dat is, zo bepaalde de inspectie, hier het geval. ‘Jongeren kiezen juist voor online therapie omdat ze het fijn vinden dat ouders niet weten dat ze met iemand praten,’ vertelt Pien Oijevaar van Pratenonline. Ze zeggen: “Ik kan alleen op dinsdagmiddag chatten, want dan is mijn moeder niet thuis.” Of ze sluiten de sessie abrupt af, omdat een van de ouders binnenkomt.’

Grip op je Dip is voor jongeren vanaf 16. Ouders hoeven dus niet ingelicht te worden, maar er wordt wel geadviseerd ten minste één persoon te vertellen over deelname aan de cursus. De Gijsel: ‘Het kan gebeuren dat de jongere in eerste instantie wat depressiever wordt en dan is het prettig om met iemand te kunnen praten. Zijn kinderen bijna 16 en willen ze per se deelnemen, dan vertellen we dat dat niet mag zonder medeweten van de ouders. En vervolgens moeten we op de jongeren vertrouwen. We kunnen nooit controleren of ouders echt op de hoogte worden gebracht, wij hebben geen contact met ze.’

Volgens De Gijsel worden jongeren regelmatig door hun ouders geattendeerd op Grip op je Dip. Oijevaar van Pratenonline: ‘Je kunt als ouder niet alles alleen. Voor pianoles ga je op zoek naar een pianoleraar, met een gekneusde vinger stap je naar de dokter en met een depressie naar een therapeut.’

Depressief of puberhormonen?

Toch denkt Oijevaar dat ouders zich soms bedreigd voelen. ‘Ik heb bij de Kindertelefoon gewerkt en daar merkte ik dat. Maar ik wil nog maar eens duidelijk maken dat het zeker niet hoeft. Dit is niet bedoeld om ouders te passeren, maar juist om jongeren op een bij hun leeftijd passende manier kennis te laten maken met jeugdhulpverlening, ze te laten zien dat het oké is.’ Dan is het nog lastig om te bepalen wanneer het nodig is om een kind naar een therapeut of online therapeut te sturen. Immers, alle pubers zijn wel eens hangerig, prikkelbaar of ongelukkig met zichzelf. Wat wordt veroorzaakt door de puberhormonen en wat is depressief gedrag? ‘Als je depressief bent, ben je het overal,’ zegt Oijevaar. ‘Dus niet alleen thuis, maar ook op school, op de sportclub en bij vriendjes. Als het concentratieverlies, slechte slapen en slechte eten weken aanhoudt, zijn het niet meer enkel de puberhormonen die door het lijf gieren. Dan is er meer aan de hand.’

Resultaten

Grip op je Dip trok in twee jaar 170.000 bezoekers en gemiddeld waarderen de jongeren de cursus met een 7,5. De Gijsel: ‘Alle jongeren vullen aan het begin en het einde van de cursus een vragenlijst in waarop hun depressiescore valt af te lezen. De resultaten over de eerste twee jaar worden op dit moment ingevoerd en geanalyseerd. Globaal kunnen we wel al zeggen dat de scores op de depressieschaal afnemen met 50 tot 60 procent.’

Of Pratenonline succesvol is, kan Oijevaar nog niet beantwoorden. ‘Om de effectiviteit te meten is wetenschappelijk onderzoek nodig, maar tevredenheid blijkt een goede voorspeller. Jongeren geven de geschiktheid van het medium een 8,5. Na iedere sessie vragen we in hoeverre het nuttig is geweest en dan geven de deelnemers gemiddeld een 8. Op de vraag of het doel bereikt is, antwoordt 70 procent ja. Dat is meer dan bij een JeugdRiagg. 10 Procent zegt het doel niet bereikt te hebben en 20 procent geeft aan in elk geval vooruitgang geboekt te hebben.’

‘Vooralsnog chatten we alleen met jongeren die depressief zijn of zich down voelen,’ gaat Oijevaar verder. ‘De pilot duurde van november 2004 tot november 2005 en liep zo goed dat JeugdRiagg Haarlem het project geadopteerd heeft. Nu hopen we dat dit soort hulpverlening regulier wordt en uitgebreid wordt naar andere problemen waarmee jongeren kampen. Dat als je jong bent en je wat hebt, je kunt kiezen: je gaat naar internet of naar een JeugdRiagg. Dat is het idee.’

‘Je kunt je ervaringen delen’

Fleurtjuh (16): ‘Als ik me rot voel, probeer ik zo veel mogelijk leuke dingen te doen. Ik ga sporten of onderneem iets met vrienden. Ik weet dat ik me daardoor beter kan gaan voelen. Maar als ik heel diep in de negatieve spiraal zit, lukt me dat niet. Voordat ik aan de cursus begon, kon iedereen aan me zien dat ik me rot voelde, maar toch vond ik het moeilijk naar iemand toe te stappen. Uiteindelijk heb ik een vertrouwenspersoon erover verteld. Die tipte me over Grip op je Dip. Het is prettig dat de groep niet al te groot is, dat zou met chatten te verwarrend worden. Soms is chatten wel lastig. Je ziet geen gezichten, waardoor je soms iets verkeerd begrijpt. Ik vind het fijner om in een groep te praten dan één op één, je kunt ervaringen delen. Inmiddels heb ik een aantal van de groepsleden aan mijn msn-lijst toegevoegd: af en toe spreken we elkaar ook buiten de cursus om. Maar ik heb niemand ooit live gezien.’

‘Mijn sombere stemmingen zijn nu zeldzaam’

Dobby (17): ‘Toen mijn moeder mij een krantenartikel gaf over Grip op je Dip, heb ik me aangemeld. Ik heb het wel aan mijn beste vriendinnen en aan mijn mentor verteld, maar wat we tijdens de sessies doen, weet alleen mijn moeder. Ik heb haar een keer een sessie laten lezen. Ze zei dat ze het zelf nooit op deze manier opgelost zou hebben, maar vond het fijn dat het voor mij werkte. Ik heb een goede band met haar, heb heel erg veel met haar gepraat, maar dat hielp niet.

Het is behoorlijk veel wat je in acht weken leert, je moet ook huiswerk maken zodat je de stof beter begrijpt en leert toepassen. Elke dag moet je de dag een cijfer geven. Een stemmingsmeter heet dat. Na drie weken werd dat cijfer hoger. Ik voelde me toen ongeveer vier keer per week somber in plaats van dagelijks. Nu zijn mijn sombere stemmingen zeldzaam. Het motiveert dat het chatten groepsgewijs plaatsvindt, je kunt onderling ervaringen uitwisselen en oplossingen voor elkaar bedenken. Zolang de groep niet te groot is, gaat dat prima en heb je genoeg persoonlijke aandacht. Door de anonimiteit kun je bovendien alles zeggen. Buiten de cursus om hebben we geen contact met elkaar, dat was ook haast onmogelijk omdat we tot de laatste sessie geen e-mailadressen mochten uitwisselen. Ik heb ook niet zo’n behoefte aan onderling contact.’

‘De eerste stap is genomen’

Noor (18): ‘Mijn moeder liet mij in een tijdschrift een artikel over Grip op je Dip zien. Ik wilde graag iets doen aan mijn sombere, lusteloze gevoel. Inmiddels kan ik er beter mee omgaan. De negatieve stemmingen zijn niet weg, maar ik kijk minder negatief naar mezelf. Ik heb geleerd positief te denken en dat pas ik iedere dag toe. Dat probeer ik in ieder geval. Het is een stuk makkelijker om via internet over je gevoel te praten, omdat het anoniem is. Af en toe was ik liever wat dieper ingegaan op persoonlijke problemen, maar dat gaat niet in een groep en dat weet je als je eraan begint. Voor mij was deze cursus een eerste stap, het heeft me op weg geholpen. Nu ik ervaren heb dat ik me ook anders kan voelen, minder angstig, wil ik er meer aan doen. Volgende week heb ik de eerste afspraak bij een psycholoog.’