‘Kinderen praten meer over seks dan ouders denken’

De meeste ouders lichten hun kind niet meer op één bepaald moment voor, maar doen dit al van jongs af aan tussen de soep en de aardappels door. Vaak aan de hand van vragen van hun kind of dagelijkse voorvallen. Toch kan het goed zijn, zeker vlak vóór de puberteit, om er eens echt voor te gaan zitten en de dingen recht voor z’n raap te benoemen. Vooral jongens blijken hier behoefte aan te hebben.

De meeste kinderen zijn uit zichzelf nieuwsgierig - en dat geldt zeker voor de kleintjes. Ze willen weten hoe de wereld om hen heen in elkaar zit en kunnen hun ouders het hemd van het lijf vragen. Daarbij zijn ze net zo geïnteresseerd in hoe de dinosauriërs leefden en waarom er blaadjes aan de boom zitten als waar de kinderen vandaan komen of hoe de piemel van papa eruit ziet. Veel ouders grijpen die vragen aan om hun kind de meest elementaire dingen te vertellen over zwangerschap, geboorte en het verschil tussen jongens en meisjes. Zo raken kinderen beetje bij beetje voorgelicht.

Dat is ook het beste wat je als ouder kunt doen, aldus seksuloge en psychologe Sanderijn van der Doef. De nieuwsgierigheid van het kind en alledaagse momenten benutten om over seksualiteit te vertellen. ‘Je bent daar eigenlijk nooit te vroeg mee, want al vanaf de peuterleeftijd zijn kinderen intensief bezig met het ontdekken en bekijken van hun lichaam en dat van anderen. Ze stellen terloops vragen, bijvoorbeeld waar de eitjes vandaan komen, hoe een vrouw of man gebouwd is of waarom hun moeder een touwtje uit haar vagina heeft hangen. Als ouder kun je daar het beste zo gewoon mogelijk antwoord op geven, al moet je natuurlijk wel rekening houden met het ontwikkelingsniveau van het kind. Maak het niet te ingewikkeld. Tegen een kind van 4, 5 jaar houd je geen hele verhandeling over voortplanting. Maar denk ook niet te snel dat ze er nog te jong voor zijn. Ze pikken vaak alleen dát op wat bij hun ontwikkeling past. De rest vergeten ze. Daardoor kan het voorkomen dat jonge kinderen die bijvoorbeeld gehoord hebben over zaadjes en eitjes die bij elkaar komen, denken dat die zijn ingeslikt. Of ze stellen zich een kippeneitje voor. Maar dat geeft niet. Er komt wel een moment dat je dat kunt corrigeren.’

Tot een jaar of 6, 7 zou je juist van de nieuwsgierigheid en interesse van ?kinderen gebruik moeten maken, vindt Van Der Doef. Want in de periode daarna - van 8 tot 11 jaar - zijn ze er minder in geïnteresseerd. ‘Ze stellen minder vragen en raken bijvoorbeeld minder openlijk hun geslachtsdelen aan. Wel zijn de rijmpjes en moppen met vieze woorden erg in trek. Ook beginnen gevoelens van verliefheid een grotere rol te spelen.’ Maar al zijn ze er minder mee bezig, het is toch goed om erover te blijven praten, aldus Van der Doef. ‘Ze zijn dan nog in een leeftijdsfase dat ze heel veel van hun ouders aannemen. Dat is straks in de puberteit wel anders. Ook al heb je het idee dat het ’t ene oor ingaat en het andere uit: wat ze begrijpen of hen interesseert blijft wel hangen.’

Dat erover blijven praten is des te belangrijker omdat deze leeftijdsgroep veel informatie over seksualiteit opdoet: op het schoolplein, bij hun vriendjes en vriendinnetjes die soms oudere broers en zussen hebben, van tv of uit jongerenbladen als Fancy of Break-Out. Vooral die bladen moeten niet onderschat worden. Ze zien er onschuldig uit - er staat een leuke popgroep op het omslag - maar in de seksbrievenrubriek wordt alles met naam en toenaam genoemd. Zelfs SM of anale seks - met een foto erbij - is geen uitzondering. Dus komen ze soms met de meest vreemde of banale woorden aan. Hoe ga je daar als ouder mee om?

Marjan Seeters, moeder van Johannes (13) en Saar (11), werd twee jaar geleden door haar dochter met een dergelijke opmerking geconfronteerd. ‘We zaten gezellig met z’n vieren te eten, toen Saar opeens plompverloren aan me vroeg: “Lik jij ook wel eens aan papa’s piemel?” Voor ’t eerst stond ik met m’n mond vol tanden. Want normaal gesproken ga ik heel gemakkelijk om met alles wat met seks of hun lichaam te maken heeft. Ik ben daar heel open in en verberg niets. Maar dit viel me tamelijk rauw op het dak. Ik voelde ook een zekere gêne. Toch antwoordde ik, ook omdat ik weet dat zij het niet gaat rondbazuinen: “Soms vind ik dat wel eens lekker, ja.” Waarop zij meteen reageerde met “Gádver!”. Ze had het bij een vriendinnetje in de Hitkrant gelezen. Dat ze het openlijk aan mij durfde te vragen, vind ik wel iets zeggen over hoe vrij ze hierin is.’

Niet meer stiekem en besmuikt

Openheid op het gebied van seksualiteit staat bij veel ouders hoog in het vaandel. Ze herinneren zich het besmuikte en stiekeme van vroeger en willen dat níet voor hun kinderen. Ouders en kinderen lopen gemakkelijk bloot rond, ze gaan samen in bad of onder de douche. Als het zo uitkomt worden hierbij geslachtsdelen bekeken of zien kinderen dat hun moeder een maandverband of tampon verwisselt. Ook komen ze soms binnenlopen als hun ouders aan het vrijen zijn.

Willy Engelaar, moeder van twee zoons: ‘Dat is dan maar zo. Knuffelen en vrijen houden we niet verborgen. Soms zeggen we het ook: we gaan even naar boven om te knuffelen. Dat hoort er gewoon bij.’

Toch zijn er ook ouders die hier een grens trekken en hun persoonlijke seksleven als privé zien. Zoals Inge Hulsebos, moeder van Sanne (11) en Jorn (9). ‘Toen Jorn mij onlangs vroeg of ik ook wel eens met mezelf vree, was mijn antwoord: “Dat gaat jou niks aan, dat is iets van mij. Dat hoef ik van jou ook niet te weten!” Voor mij ligt daar duidelijk een grens, terwijl ik op andere dingen wel makkelijk antwoord geef. Zo vroeg hij me laatst: “Als ik in de bieb naar een boek over kinky seks vraag, zou ik dat dan krijgen?” “Dat denk ik niet,” zei ik. Nee, daar schrik ik niet van. Ook maak ik me er niet druk om waar hij het vandaan heeft. Hij is nu eenmaal hevig in seks geïnteresseerd - in tegenstelling tot z’n zus, die veel gereserveerder is. Hij is dat altijd geweest. Ook in de ontdekkingsspelletjes met andere kinderen ging hij vrij ver. Ik heb wel altijd benadrukt dat hij in de gaten moet houden dat hij niet té ver gaat. Niet bij een ander kind en niet bij zichzelf.’

Van der Doef: ‘Kinderen van een jaar of 10 zijn bezig om te begrijpen dat mensen het leuk vinden om seks met elkaar te hebben. Op welke manieren dat allemaal kan, vinden ze vaak shockerend. Toch worden ze hier in toenemende mate mee geconfronteerd. Er zijn kinderen die een eigen tv op hun kamer hebben en de programma’s van Menno Büch zien. Daar praten ze dan op het schoolplein over. Kinderen praten meer over seks dan ouders denken.’

Wel of geen tv op de eigen kamer, seks ligt in onze maatschappij voor het oprapen. Kinderen krijgen er dus onherroepelijk mee te maken, ook met de meer ranzige soort.

Marjan: ‘Je kunt dat niet buitensluiten. Het komt toch hun leefwereld binnen. Beter is het om er openlijk over te praten. Wij hebben het over alles wat voorbijkomt, van de plaatjes van de Bescheurkalender van Peter van Straaten op de wc tot incest. Dat laatste niet zwaar of moeilijk, maar zó dat ze zich niet hoeven af te vragen wat het nu eigenlijk is. Juist omdat ze met zoveel geconfronteerd worden, vind ik het belangrijk dat ze van wanten weten.’

Inge: ‘Ranzige seks, daar ga ik ze niet tegen beschermen. Ik wil liever dat ze nu die afbeeldingen zien en zich daar een mening over kunnen vormen, dan dat ze er opeens op hun 18e mee geconfronteerd worden. Het enige tegenwicht dat ik bied is dat ik ze wijs op de eenzijdigheid en vrouwonvriendelijkheid van de afbeeldingen. Vooral voor mijn dochter vind ik dat belangrijk. Mochten ze op internet pornosites gaan opzoeken, dan zou ik er een netnanny op zetten. Maar tot nu toe heb ik hier nog niets van gemerkt.’

‘Ik weet alles al’

Toch zou dit binnenkort weleens kunnen gebeuren, want aan het begin van de puberteit neemt de belangstelling voor volwassen seksualiteit toe. Het is de periode waarin kinderen erotische video’s gaan bekijken of 06-lijnen bellen. Maar tegelijkertijd kunnen ze ook heel preuts zijn over seksualiteit en hun eigen lijf. Opeens gaat de douchedeur op slot of lopen ze met een handdoekje over de gang, terwijl ze dat daarvoor nooit deden. Schaamtegevoelens over alle veranderingen die in hun lichaam gaande zijn, beginnen een rol te spelen. Waardoor seks opeens niet meer bespreekbaar is en al helemaal niet met hun ouders.

Van der Doef: ‘Dat pubers onwillig zijn en nauwelijks nog naar hun ouders willen luisteren als het over seks gaat, is meer regel dan uitzondering. Veel ouders schrikken daarvan, omdat ze daarvoor een open communicatie hebben gehad. Maar het hoort er gewoon bij en is geen reden om dan maar je mond te houden.’

Dat bedacht Willy Engelaar blijkbaar ook. ‘Toen Joram 12 was en naar het voortgezet onderwijs ging, wilde ik er eens echt voor gaan zitten om te checken of hij de nodige dingen wist. Maar dat kwam er niet van. Hij zei steeds: “Daar ben ik te oud voor” of “Ik weet alles al”. Dus schoof ik het voor me uit, ook omdat ik het in die tijd erg druk had. Maar eigenlijk vond ik dat niet kloppen. Ik wilde hem in ieder geval expliciet vertellen dat er de komende jaren veel gaat veranderen, in z’n lijf én in z’n gevoelswereld. Dus heb ik ’m onlangs naast me op de bank gezet en er een boek bijgepakt. Dat was een behoorlijk fiasco. Hij zat stijf op de bank, was niet nieuwsgierig en reageerde nauwelijks. Alleen toen we het over tongzoenen hadden, voelde ik iets van een prettige nieuwsgierigheid.’

Hoewel zij haar zoon daarna tegen een buurjongen hoorde zeggen: ‘Kijk maar uit, je moeder gaat je voorlichten, dat is zó saai’, is ze toch blij dat ze het gedaan heeft. ‘Ik heb in ieder geval de belangrijkste dingen die ik wou zeggen verteld. ?Dat hij grote veranderingen gaat doormaken, dat dat niet niks is en hij daar misschien onzeker over zal worden, maar dat dat erbij hoort. En ?dat hij niet moet schromen om daar met een volwassene over te praten. Ook heb ik ’m verteld dat hij natte dromen zal krijgen en met zichzelf zal gaan spelen. Dat dat er ook allemaal bijhoort. Bij dat laatste voelde ik wel een bepaalde gêne. Omdat het opeens een naam krijgt en hij hiermee ?echt uit de mythische kinderwereld wordt gehaald.’

Meisjes lopen voor

Prima om bij jongens met een wrevelige trek op het gezicht door te zetten en het beestje bij z’n naam te noemen, aldus Annet van den Akker, psychologe bij de jeugdgezondheidszorg van de GGD. Want op de leeftijd tussen circa 11 en 14, lopen de meisjes voor. Ze zijn eerder rijp, praten meer over gevoelens en seksualiteit, nemen eerder ’t initiatief. ‘Jongens doen net alsof ze het allemaal al weten, maar dat is vaak niet zo. Alleen vinden ze het moeilijk om dit toe te geven. Het is goed om vlak voor de puberteit op een aantal dingen dieper in te gaan en bijvoorbeeld te checken of ze de juiste woorden weten. Daarbij kun je beter geen hele verhalen houden, maar recht op de man afgaan. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: je gaat nu op schoolkamp, ik wil dat je alle grapjes snapt en de belangrijkste woorden kent, dus we gaan het er eens over hebben. Jongens van die leeftijd hebben er behoefte aan dat je man en paard noemt. Omdat het nog steeds voornamelijk de moeders zijn die hun zoons voorlichten, gebeurt dit soms te weinig. Het kan te wollig en zacht worden. Terwijl ze vooral de technische kant willen weten. Het zou natuurlijk goed zijn als vaders het hier met hun zoons over hebben. Zeker over dingen als masturberen en klaarkomen. Maar zij vinden het over ’t algemeen nog moeilijker dan de moeders en moeten er vaak met de haren worden bijgesleept.’

Meisjes zouden, aldus Van den Akker, ruim vóór de eerste menstruatie de belangrijkste feiten moeten weten, jongens vóór de groeispurt zich inzet en ze hun eerste pukkel hebben. Omdat het bij jongens wat diffuser is en niet altijd goed in te schatten, kun je hiervoor het beste ’t eind van de basisschool aanhouden, is haar advies.

Leren omgaan met emoties

Een vader die wel de seksuele voorlichting van z’n zoons ter hand neemt, is Jeroen Hennekamp. En daarbij is hij zich er van bewust dat het niet alleen om de feiten gaat. ‘Je kunt ze wel allerlei biologische kennis meegeven, maar als je ze niet leert om “Nee” te zeggen en respect te hebben voor het lijf van de ander, heb je daar niets aan. Want zogauw als de hormonen gaan opspelen, gaan ze experimenteren, daar kun je donder op zeggen. En dan zul je van tevoren al het nodige over de belevingskant gezegd moeten hebben, zodat ze weten dat seks meer is dan scoren. Het ontdekken van hun eigen lijf gebeurt toch wel. Belangrijker is het om hen te leren hoe ze om moeten gaan met de emoties die hierbij horen. Als jongens gaan masturberen weten ze bijvoorbeeld niet waar ze hun sperma moeten laten of ze schamen zich voor een ochtenderectie. Daar moet je het ook over hebben.’

Met het meegeven van waarden, waaronder het respecteren van de eigen grenzen en die van een ander, kun je beter zo vroeg mogelijk beginnen, vindt ook Marjan Seeters. ‘Daarnaast benadruk ik dat het er bij het vrijen vooral om gaat lief te zijn voor de ander.’ In haar gezin is zij degene die meestal over seks en lijfelijke aangelegenheden praat, ook met haar zoon. ‘Het gaat me heel makkelijk af, het is bijna een tweede natuur. Johannes heeft nu bijvoorbeeld wat donshaar op z’n bovenlip en dat vindt hij helemaal niet zo leuk. Ik heb hem toen gevraagd of hij het prettig zou vinden als zijn vader hem voor de eerste keer zou scheren. Dat vond hij wel een goed idee. Daar hebben we toen een heel ritueel van gemaakt, met foto’s en al. Die zitten nu in het album.’

Sommige namen zijn gefingeerd vanwege de privacy van de kinderen.

Tekst: Mirre Bots

J/M februari 2001



WPT Footer

Opzij | Vrij Nederland | JM Ouders | Hollands Diep | Yoga Special | Yoga TV | Psychologie Magazine | Happinez | Runner's World | Men's Health | Hoe overleef ik