Leukste Uittips
Aan tafel!
Oproepjes
Mijn kind aan de drugs? Onmogelijk!
Tekst: Eva Schuurmans
J/M Pubers juli/augustus 2007
Kok raakte in zijn puberteit verslaafd aan cocaïne. Gary besloot drie jaar geleden om haar strijd tegen de drugs niet langer binnenskamers te voeren, maar naar buiten te treden. Ze richtte de stichting Moedige Moeders op.
Het verslavingsgen heeft haar zoon kennelijk niet van een vreemde, zegt ze lachend. Sinds vandaag probeert Gary Kok (57) te stoppen met roken. Nu het beter gaat met zoon Ruud en ze het vertrouwen in hem weer terug heeft, is er de rust om een poging te wagen. Niet dat Ruud niet meer verslaafd is aan cocaïne: dat blijft hij zijn hele leven. Maar hij gebruikt al geruime tijd niet meer. Hij is net 26 geworden en woont in een leuke flat. Zijn baan in de bouw heeft hij opgezegd en zijn vrienden uit Volendam spreekt hij niet meer. Want alleen door het roer drastisch om te gooien heeft hij kans op een ander leven. Gary heeft hem geholpen met de inrichting van zijn nieuwe huis. En twee keer per week komt hij bij haar eten. Hij kan altijd komen praten als hem iets dwarszit, maar verder houdt ze het contact een beetje af. Hij moet het zelf doen, zonder haar. Te lang heeft ze hem de hand boven het hoofd gehouden. Te lang kon zijn drugsverslaving vrijelijk bestaan. Dankzij de Moedige Moeders heeft Gary geleerd hem los te laten. Ze was ‘medeverslaafd’.
Groepsdruk
De kern van het drugsprobleem onder jongeren in Volendam zijn de ‘moeders die geen nee durven zeggen en hun kind te veel pamperen. Veel Volendamse kinderen groeien op als prinsen en prinsessen. Raakt zo’n kind verslaafd, dan vergt het veel van de moeder om ertegenin te gaan. Want stel dat je kind zich tegen je keert en je het kwijtraakt!’ En zo worden de verslavingen ontkend of goedgepraat, en het liefst weggemoffeld om de lieve vrede te bewaren. Ze weet van moeders die hun kind geld geven om te kunnen snuiven. Er zijn er zelfs die de drugs halen voor hun kroost. Want als je ze maar geeft wat ze willen, blijft het gezellig in huis. Maar ondertussen wordt de verslaving van het kind alleen maar groter.
Wat volgens Gary niet bevorderlijk is, is het gesloten karakter van een dorp als Volendam. ‘Iedereen kent elkaar, let op elkaar, weet alles van elkaar. In zo’n hechte gemeenschap ontbreekt het gevoel dat je anders mag zijn. Er heerst een hoog “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”-gehalte. Kinderen wordt hier onvoldoende geleerd een eigen identiteit, een eigen mening te ontwikkelen. En zeker in de puberteit willen ze geen uitzondering zijn. Als jouw vrienden een lijntje coke snuiven, ben je wel gek als je niet meedoet, anders lig je er uit. De groepsdruk onder Volendamse jongeren is enorm.’ En dat is niet per se Volendams, weet ze ondertussen. ‘Vooral kinderen met een verlegen, meegaand karakter lopen het risico om te bezwijken onder de groepsdruk en drugverslaafd te raken. Zij moeten moeite doen om erbij te horen, en met wat drugs voelen ze zich king of the road. Branieschoppers redden zich wel, die hebben geen drugs nodig.’
Tot slot komt er nog eens bij dat er hard en veel gewerkt wordt in Volendam. Geld is meestal geen probleem, en de grote groep jongens die na school op hun zestiende meteen de bouw in gaan, lust na een week werken wel een jointje of biertje om een beetje te ontspannen. En wil je echt stevig door kunnen drinken en niet bezopen raken, dan pept een lijntje coke je zo weer op.
Puberteit
Bij Ruud begon het ook met drinken. Maar daaraan voorafgaand scheidde zijn ouders toen hij 11 was. ‘We verhuisden naar de woning boven mijn winkel, waar ik zes dagen per week werkte om het hoofd boven water te houden. Of die situatie ermee te maken heeft, kan ik niet met zekerheid zeggen, maar feit is wel dat Ruud kort daarna veranderde van een vreselijk lief joch in een draak van een puber. Help, wat gebeurt hier!? dacht ik eerst. Maar ik ging ervan uit dat het wel zou overwaaien. Ruud en ik waren na de scheiding erg close; hij moest zich vast van mij losmaken.’
Dat hij ook af en toe blowde, wist Gary. ‘Daar zag ik niet zo veel onheil in, ik heb vroeger ook stickies gerookt. In mijn tijd deed je dat een periode, en dan ebde de hype vanzelf weg. Ik dacht dus dat het met Ruud ook wel weer over zou gaan. Bovendien konden we er samen goed over praten en vertrouwde ik hem volledig.’
Wel ging Ruud er steeds slechter uitzien. ‘Hij was broodmager, zag vreselijk wit, had grote, holle ogen en voelde zich vaak niet lekker. Hij at alleen maar zoetigheid - vooral vla en chocolade - iets anders kreeg hij niet weg. Voor alles had ik een verklaring, en veel weet ik aan busziekte die hij vast overhield aan de dagelijkse busritten van en naar school. Achteraf bleek dat er dicht bij zijn school een coffeeshop was. Voor het eerste lesuur begon, had Ruud al een joint gerookt. En voor hij ’s middags weer huiswaarts keerde, had hij al ik-weet-niet-wat gesnoven en gebruikt.’
Vluchtgedrag
Ruud trok zich steeds verder terug, ging vluchtgedrag vertonen. Als Gary beneden was, zat hij boven. En andersom. Een normaal gesprek voeren was onmogelijk, er kwam niets fatsoenlijks uit. ‘Maar ja, dat is natuurlijk typisch voor pubers, dacht ik.’
Ook toen er steeds vaker geld verdween uit haar portemonnee, gingen er bij Gary nog geen alarmbellen rinkelen. ‘Natuurlijk schoot het af en toe wel door mijn hoofd dat hij misschien aan de drugs zou kunnen zijn. Maar hij ontkende het stellig. “Nee mam, natuurlijk gebruik ik geen drugs, ik ben toch niet dom?” Zelfs toen Ruud eens drie dagen zijn bed niet uit kon komen, er apathisch en als een dweil bij lag, vond ik het aannemelijk dat hij naar eigen zeggen de ziekte van Pfeiffer had.’ Maar de dokter constateerde een overdosis: Ruud had in een keer 13 gram coke gesnoven. ‘Weer was ik erin getrapt.’
Van drugs wist Gary niets, ze had zich er nooit in verdiept. Waarom zou ze ook? ‘Mijn kind aan de drugs? Onmogelijk, dat zou die van mij nooit doen.’
Geraffineerd
Het werd Gary duidelijk dat er iets moest veranderen. Samenleven met Ruud ging niet meer. Hoe ze haar zoon ook probeerde te bereiken en welke sancties ze hem ook oplegde - geen zakgeld, huisarrest, boze gesprekken, aardige gesprekken - niets hielp. Ze kon hem niet meer vertrouwen. ‘Oh God, dacht ik vaak als ik even weg was, Ruud is alleen thuis en mijn portemonnee ligt nog op tafel! Die onzekerheid was slopend, ik was helemaal op. Ruud moest mijn ogen uit, ik kon niet aanzien wat hij zichzelf en mij aandeed.’
Ruud was 16 toen Gary hem het huis uitzette. ‘Een vreselijk besluit, maar ik moest mezelf en daarmee hem in bescherming nemen.’ Ruud ging bij een vriend wonen - een dealer, bleek achteraf. Gary zou zijn was blijven doen en eens in de week zou hij komen eten. ‘Ik moest hem loslaten, maar wilde wel minimaal contact houden.’ Maar Ruud was erg onberekenbaar en zo nu en dan hoorde Gary weken achtereen niets van hem. ‘Ik stond doodsangsten uit.’ En kwam hij wel thuis, dan was Gary dolblij, maar speelde hij het zo geraffineerd dat aan het eind van de avond toch haar portemonnee opnieuw leeg was.
Australië
Na een aantal maanden wilde Ruud weer thuis komen wonen. ‘Ik greep het met beide handen aan, want ik had maandenlang slecht geslapen en gegeten van de stress.’ Maar het bleef fout gaan. ‘Ruud was 18 toen ik hem met kerst een ticket naar Australië gaf. Ik dacht: het is vast goed als hij zichzelf gaat ontdekken en weg is uit dit wereldje. Hij vond het een fantastisch cadeau en toen hij na een jaar terugkwam, zag hij er gezond en stralend uit. Hoera, dacht ik, we hebben het overwonnen!’
Toch zag ze de oude patronen al gauw weer terugkeren. ‘Ruud ontkende natuurlijk alles, maar mijn moedergevoel zei me dat het weer mis was. Ik kreeg gelijk: in Australië was er dan geen coke voorhanden geweest, maar met xtc, speed, paddo’s en wiet had hij zijn verslaving mooi in stand weten te houden.’
Na Australië kreeg Ruud een woning toegewezen in Volendam en ging hij werken in de bouw. Hij verdiende er veel geld, dat hij met name aan coke spendeerde. ‘Weer was hij periodes onbereikbaar en weer dacht ik: nu is het gebeurd, nu ligt hij daar met een overdosis.’
Moedige Moeders
Gary besloot te gaan praten met een bevriend psychologe. ‘Door de angst en machteloosheid wist ik niet meer hoe ik het aan moest pakken. “Stilzitten is niets voor jou, ga iets dóen,” raadde ze me aan. En dat zetje had ik juist nodig. Ik was het zat; de stress, de angst, het verdriet en het geheimzinnige gedoe. Ik wilde van de daken schreeuwen dat mijn zoon drugsverslaafd was, opdat er maar iets zou gaan gebeuren.’ Gary wist ondertussen dat er nogal wat andere ouders in Volendam met hetzelfde probleem te kampen hadden, en bedacht zich dat het goed zou zijn om met elkaar samen te komen. ‘Ik heb een aantal moeders gebeld en gevraagd of ze er iets voor voelden. De gemeente steunde mijn initiatief door subsidie en een pand ter beschikking te stellen. Bij de eerste bijeenkomst waren er twaalf moeders aanwezig, twaalf Moedige Moeders die het stilzwijgen rond het drugsprobleem in Volendam wilden doorbreken.’
Inmiddels telt Moedige Moeders in Volendam ongeveer honderd moeders en enkele vaders. In onder meer Urk, Spakenburg, Den Haag, Dedemsvaart, Baarn en Uithoorn zijn ook Moedige Moeders actief. Het hoofddoel is ervaringen delen en leren van elkaar. ‘De meeste moeders die voor het eerst een bijeenkomst van ons bijwonen, komen doodzenuwachtig binnen: een kind aan de drugs is toch niet iets waar je trots op bent. Maar eenmaal in gesprek zie je de opluchting. Ze vinden herkenning en kunnen hun hart luchten.’ Hoewel ze meestal verslaafde zoons hebben, zijn de verslaafde dochters ook in opmars. ‘Bijvoorbeeld als ze een ouder vriendje hebben dat gebruikt. Of als ze in het loverboycircuit terechtkomen.’
Het gezin
De invloed die een verslaafd kind op een gezin heeft, is niet gering, ontdekte Gary. ‘Het is een drama voor de andere kinderen; het draait thuis toch 24 uur per dag om je broer of zus. Ook de relatie tussen de ouders lijdt er doorgaans verschrikkelijk onder. Vaders en moeders staan er zo verschillend in: als moeders in de gaten hebben wat er speelt, houden ze het vaak nog een hele tijd geheim. Uit schaamte, omdat ze denken dat zíj iets fout gedaan hebben.’ Vaders reageren vaak veel rationeler. Soms te rationeel. ‘Ze roepen: “Ik breek zijn benen” of “We sluiten hem op”, maar ze willen in elk geval meteen het probleem oplossen. Dat is allemaal nog een flinke stap te ver voor de moeders. En dus houden zij hun mond, en daarmee de verslaving in stand.’ Als vaders meer betrokken zouden zijn bij de opvoeding, zou het drugsgebruik onder jongeren een minder groot probleem zijn, durft Gary te stellen. ‘Vaders signaleren het drugsgebruik vaak eerder dan moeders, die wíllen het niet zien. Vader zijn ook duidelijker en daadkrachtiger. Ze stellen gemakkelijker grenzen omdat ze zich niet snel persoonlijk voelen aangevallen, en ze zijn daardoor nauwelijks te manipuleren.’
Spuiten en Slikken
De meeste kans op een clean kind heeft een ouder als hij/zij de verslaving op tijd erkent, zoveel mogelijk familie en vrienden inlicht en er samen tegenaan gaat. De Moedige Moeders hechten er dan ook groot belang aan om de voorlichting over drugs voor ouders te verbeteren. ‘Er is een groot gebrek aan praktische kennis over drugs. Bovendien zou elke ouder moeten weten hoe makkelijk het is om eraan te komen. Een pilletje kost maar een paar euro en ook speed is niet zo duur. Denk niet dat het een Volendams probleem is,’ benadrukt Gary, ‘drugs zijn overal.’ Het liefst ziet ze daarom dat ouders van kinderen op de basisschool al op de hoogte worden gebracht van welke drugs er op de markt zijn, wat die met iemand doen en wat de symptomen zijn van een drugsverslaafde. ‘Drugs gaan de wereld niet uit, dus ouders moeten er mee leren omgaan.’
Maar ook jongeren zouden adequate voorlichting moeten krijgen. ‘Op internet struikel je over de websites waar je leert hoe je moet blowen of snuiven, en op tv heb je Spuiten en Slikken. Maar een behoorlijke campagne die jongeren waarschuwt voor de gevaren, is er niet. Scholen hebben vaak een bord voor hun kop. Ze willen niet weten dat er drugs worden gebruikt op hun school, want dat bezorgt ze een slechte naam. En leerlingen van school sturen wegens drugsgebruik doen ze ook liever niet, want dan moeten zij een andere school voor hen zoeken.
Er is een omslag nodig, ook in de verslavingszorg. Als een kind 18 is, is het volgens de wet volwassen en betrekken hulpverleners de ouders niet meer bij het afkickproces. Maar de hulp is dan gedoemd te mislukken, want niemand kan alleen van de drugs afkomen. En zeker niet als je pas 18 bent.’ Toch vestigt ze haar hoop vooral op de moeders; zíj moeten het doen. ‘Moeders zijn het begin en het einde, bij hen kun je vruchten plukken.’
Complete artikelen uit het tijdschrift J/M voor Ouders
De 7 posities op de apenrots Leider, helper, meeloper 33 tips om de zeven financiële valkuilen te vermijden Verbeter de relatie met je kind. Doe de betontest In 5 stappen je gezin in balans Tischa Neve: J/M opvoedcoach Minder druk door een dieet Zó krijg je briljante opa's en oma's Als de een je beter ligt dan de ander Alles wat ouders moeten weten over gamen Mindmapping. Onthouden in één oogopslag De magie van de eerste vriendschap Voorkom een taakstraf Goed verwennen: het kan! Seksuele voorlichting. Wat leren ze op de middelbare school? Internettherapie: Chatten tegen een dip Slecht eten, slecht slapen... Depressie? Verliefd: tot over hun oren Als er zomaar spullen verdwijnen Opvoedcursussen. De kunst van het loslaten en begrenzenRubrieken
Babyaccessoires
Boeken
Kinderkleding
Meubilair
Speelgoed
Vakantie Nederland
Vakantie buitenland
Vakantie algemeen
Contact
Diversen







