Leukste Uittips
Aan tafel!
Oproepjes
Neurofeedback brengt het brein in balans
Door Elke van Riel, januari 2009
Teun (14) heeft adhd. Omdat hij graag van de medicatie af wil, volgt hij hersengolftherapie. Een snel in populariteit toenemende remedie voor uiteenlopende leer- en gedragsstoornissen, waarbij het brein wordt getraind met behulp van een computer. De reacties zijn enthousiast, maar de effectiviteit is nog niet wetenschappelijk aangetoond. In Nijmegen doen ze daarom nu een pilotstudie bij kinderen met adhd.
'Plong’ klinkt het met korte tussenpozen uit de pc in een rustige kamer op het bedrijvengedeelte van de Nijmeegse campus. Bij iedere ‘plong’ verschijnt er een nieuw puzzelstukje in beeld. Teun (14) kijkt geconcentreerd naar het scherm. Hij zit in een gemakkelijke stoel, met drie elektroden op zijn hoofd. Die heeft Rien Breteler, behandelaar van EEGResource Institute en universitair docent klinische psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, net met gel opgeplakt. Eerst heeft hij met een meetlint de precieze plek daarvoor bepaald.
De elektrodes meten de elektrische stroompjes op Teuns schedel en maken een EEG (elektro-encefalogram) van zijn hersengolven. Als het brein in balans is, zijn de verschillende hersengolven goed op elkaar afgestemd. Vergelijk het met de instrumenten in een orkest. Als één soort hersengolven te sterk of juist te zwak is, leidt dat tot klachten als aandachtsproblemen, druk gedrag of slecht slapen. Met neurofeedback kan iemand leren om de hersengolven met behulp van oefeningen of spelletjes op de computer zelf te beïnvloeden. Jonge kinderen besturen bijvoorbeeld met hun hersenen een autootje op het beeldscherm. Als hun aandacht verslapt, stopt de auto. Spelletjes met Pacman (het ‘happertje’) of videofilmpjes zijn andere opties.
‘Belonen’ voor gewenst gedrag
Neurofeedback is mogelijk vanaf een jaar of 5. ‘Dat is ook de grens voor diagnostiek,’ zegt Breteler, die tevens voorzitter is van de sectie Neurofeedback van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP). ‘Er moet enig begrip zijn van wat de bedoeling is, al hoef je het principe niet precies te begrijpen, want het brein verwerkt de terugkoppeling rechtstreeks.’
Deze terugkoppeling verloopt volgens het principe van conditionering: de hersenen leren gewenst gedrag te vertonen door ze daarvoor te ‘belonen’. In Teuns geval dus met een puzzelstuk. Dat verschijnt pas als zijn hersengolven in een groene balk links op het scherm omhoog gaan, terwijl de hersengolven die horen bij de paarse en gele balken rechts omlaag gaan. Hoe je ze in de gewenste staat kunt brengen, valt niet uit te leggen. Je kunt het alleen ervaren door het te proberen. ‘Mijn moeder vroeg hoe ik het precies doe, maar dat weet ik zelf niet,’ glimlacht Teun. Breteler vergelijkt het met fietsen. ‘Dat leer je ook door het te oefenen. Je verleert het daarna niet meer.’
Behandeling is voor iedereen anders
Het effect van een neurofeedbackbehandeling is in principe blijvend en moet na afloop ook blijken uit een veranderd EEG. Gemiddeld duurt een traject twintig tot veertig sessies. Bij autisme is dat vaak langer. Na meerdere sessies onder begeleiding is het bij sommige klachten ook mogelijk om de software thuis te installeren en daar extra te trainen. De therapeut bedient de software dan via internet. (telefeedback)
Uitgangspunt is een uitgebreid EEG om na te gaan waarin dat verschilt van leeftijdgenoten. Hiervoor krijgt iemand een soort badmuts vol elektroden op het hoofd. Uit het EEG blijkt welke hersengolven gestimuleerd moeten worden en welke juist afgeremd. Dat hangt vooral af van de concrete klachten. ‘Het plaatje ziet er bij iedereen anders uit: er is dus geen standaardbehandeling bij een bepaalde diagnose,’ benadrukt Breteler.
Langzame en snelle hersengolven
Vaak hebben kinderen met druk gedrag bijvoorbeeld te veel activiteit bij de langzame hersengolven en te weinig bij de snelle, die nodig zijn bij concentratie. Maar er zijn ook kinderen bij wie de snelle golven juist verhoogd zijn. Bij hen werkt Ritalin daarom juist averechts. Een enkele keer heeft een kind een bepaalde diagnose, maar blijkt het EEG toch volkomen normaal. Dan ligt het probleem dus op een ander vlak en heeft neurofeedback geen zin. Datzelfde geldt voor de (kleine) groep kinderen die de techniek na een aantal sessies nog steeds niet onder de knie heeft.
Helpt bij veel stoornissen
Steeds meer kinderen volgen de therapie. Vooral vanwege adhd, maar ook als remedie tegen autistische stoornissen, epilepsie en slaapproblemen. De lijst met kwalen waar neurofeedback tegen ingezet wordt is veel langer: dyslexie, dyscalculie (rekenproblemen), migraine, dwangstoornissen, faalangst en PDD-NOS. ‘Bij epilepsie en adhd is de therapie verreweg het best onderzocht. Dan komt er een tijd niets en volgen slaap- en angststoornissen. En pas daarna andere klachten. Een neurofeedbackbehandeling tegen bijvoorbeeld autisme is daarom nog in hoge mate experimenteel. Dat neemt niet weg dat er spectaculaire verbeteringen beschreven zijn in gevalsstudies,’ zegt Breteler. Hij benadrukt dat bij sommige klachten neurofeedback alleen niet volstaat. ‘Bij dwangstoornissen bijvoorbeeld is het altijd slechts een aanvulling op psychotherapie. Blootstelling aan datgene wat angst opwekt, is dan ook heel belangrijk.’
Bij ongeveer 90 procent van de kinderen die Breteler behandelt, is er een aandachtsstoornis gediagnosticeerd door een psychiater. ‘De meesten gebruiken medicijnen. Veel ouders willen daar graag mee stoppen, of er niet mee beginnen.’ Als de behandeling aanslaat, is de dosering na enige tijd te hoog. Die kan dan worden afgebouwd - altijd in overleg met de behandelend arts.
Dat geldt ook voor Teun. Hij gebruikt al sinds zijn zesde medicijnen: eerst Ritalin, de laatste tijd Strattera. Zijn moeder Willeke: ‘We hebben voor neurofeedback gekozen, omdat we heel graag van de medicijnen afwillen. Niemand weet wat de effecten daarvan zijn op de lange termijn. Teun moet wel Teun blijven.’ Ze hoorde toevallig over de behandeling via een bevriende kinderarts.
Sinds twee jaar populair
Hoewel neurofeedback nog relatief onbekend is, ontstond de methode al in de jaren zeventig in de VS. In Nederland wordt die sinds 1996 toegepast. Pas sinds een jaar of twee neemt de belangstelling hier snel toe. Wie even googelt op internet, merkt dat de lijst van bedrijven en individuen die de therapie aanbieden lang is. Veel behandelaars hebben positieve verhalen van ouders op hun site opgenomen.
Zijn de claims van de behandelaars wetenschappelijk eigenlijk al goed onderbouwd? Of zou er sprake kunnen zijn van een placebo-effect? Wie veel aandacht krijgt en een dure behandeling met interessant ogende apparatuur ondergaat, kan alleen al daardoor vooruitgaan, menen sceptici. Ook zou het feit dat de kinderen zich tijdens de sessies ergens op moeten concentreren als zodanig al een positief effect kunnen hebben. Breteler wijst die suggesties af. ‘Er zijn allerlei soorten onderzoeken gedaan en die wijzen er steeds op dat het werkt. Zo komt neurofeedback positief uit studies die de methode vergelijken met Ritalin.’ De bestaande onderzoeken zijn echter klein, of deugen methodologisch niet helemaal. Grote dubbelblinde studies (met een controlegroep die een placebobehandeling krijgt), ontbreken nog. Daarin komt nu verandering (zie kader pag. 64).
Minder medicatie nodig
Op Teun, die vandaag zijn achtste behandeling krijgt, heeft neurofeedback duidelijk een positief effect, vindt zijn moeder. Op school en thuis zit hij lekkerder in zijn vel. ‘Hij is aanhankelijker en komt opeens op tijd thuis. Laatst pakte hij uit zichzelf zijn tas in: ik wist niet wat ik meemaakte! Hij gaat vaker uit zichzelf douchen en het naar bed gaan is niet meer zo’n strijd iedere avond.’ Teun vult aan: ‘Meestal kon ik pas om twaalf uur slapen. Nu val ik gewoon in slaap.’ Omdat het zo goed met hem gaat, heeft hij de Strattera net verminderd van 40 naar 25 mg. Een forse stap, waardoor hij nu wat prikkelbaarder is.
Teun vindt wel dat hij erg moe wordt van de sessies. Dat blijkt ook, want hij moet veel en diep gapen en valt soms bijna in slaap. Het is een (normale) reactie van zijn hersenen op de training. Omdat hij de eerste keren de oefenplaatjes ‘best wel saai’ vond, heeft hij vandaag eigen foto’s bij zich, genomen tijdens het vissen. En eigen muziek. Even later klinkt Highway to Hell van AC/DC door de kamer. Als Teun - ditmaal met zijn ogen dicht - zijn hersengolven in het juiste evenwicht weet te brengen, blijft de muziek hoorbaar. Die valt slechts af en toe kort weg. ‘Dit gaat hartstikke goed,’ zegt hij trots na afloop. Breteler: ‘Hij hoort deze muziek graag, dus dat motiveert.’
Onderzoek naar effectiviteit
Bij Karakter Universitair Centrum Nijmegen loopt sinds eind augustus een eerste pilotstudie naar de effectiviteit van neurofeedback bij kinderen met adhd, in samenwerking met het Neurofeedback Instituut Nederland. Hieraan doen 16 kinderen mee tussen 8 en 12 jaar. Zij hebben de diagnose gekregen van een deskundige en hebben - ondanks eventuele medicijnen - nog steeds klachten. Hun medicijngebruik moet tijdens het onderzoek stabiel blijven, anders wordt het lastig veranderingen in klachten te beoordelen.
De kinderen worden verdeeld over twee groepen: de ene groep krijgt een echte neurofeedbackbehandeling en de andere iets wat daarop lijkt, maar nep is (een placebobehandeling). Niemand weet in welke groep hij of zij zit. Na 30 sessies vergelijken de onderzoekers de resultaten van beide groepen. Die zullen dit voorjaar bekend zijn. In 2009 hopen de onderzoekers deze pilotstudie te kunnen uitbreiden naar een grootschalig onderzoek.
Twee keer per week langskomen
‘Deelname is wel belastend, want de kinderen en hun ouders moeten twee keer in de week komen,’ zegt Martine Boomsma, promovenda en psychiater in opleiding bij Karakter. Is dat niet erg veel gevraagd van de groep die de nepbehandeling ondergaat? Dorine Slaats, Gz-psycholoog/neuropsycholoog en Boomsma’s co-promotor, denkt dat deelname voor deze groep toch aantrekkelijk is, omdat ook zij een uitgebreide voor- en nameting ondergaan en na het onderzoek testuitslagen en een persoonlijk adviesgesprek krijgen.
‘Voorzover wij weten is een dergelijk dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek niet eerder gedaan. Er zijn wel diverse studies verricht met bijvoorbeeld een kleinere groep, of studies waarbij ouders en kinderen zelf konden kiezen of ze een behandeling kregen,’ zegt Slaats.
Medicatie soms prettiger
Volgens de Nijmeegse onderzoekers zit neurofeedback nu nog een beetje in het verdomhoekje. Dat kan veranderen als de werkzaamheid wetenschappelijk wordt aangetoond. Toch verwachten ze niet dat de behandeling voor iedereen een alternatief voor medicatie zal zijn. Slaats: ‘Voor sommige ouders is het gebruik van medicatie niet zo’n probleem. Twee keer per week een behandeling kan wel een hele belasting zijn.’
Behandeling is duur
Neurofeedback wordt niet (meer) vergoed binnen de basisverzekering, zo heeft het College van Ziektekostenverzekeraars (CVZ) in het voorjaar van 2008 besloten. Dit omdat de effectiviteit nog onvoldoende wetenschappelijk is aangetoond. De behandeling is duur: een traject van 20 behandelingen kost rond de 1800 euro. Het eerste EEG- onderzoek is al honderden euro’s.
Als een therapeut psycholoog is (NIP-geregistreerd) kan de behandeling wel (gedeeltelijk) vallen onder de aanvullende verzekering. Zo krijgen de ouders van Teun per sessie € 70,- van de € 95,- vergoed via de aanvullende verzekering (tot maximaal € 450,-). Is de behandelaar geen psycholoog, dan valt het onder ‘alternatieve geneeswijzen’ en hangt het bedrag dat vergoed wordt, af van het aanvullende pakket.
Wildgroei aan behandelaars
Er blijkt een wildgroei te zijn van neurofeedbackaanbieders. In Nederland zijn er ongeveer 200 academisch geschoolde therapeuten, verenigd in de werkgroep Neurofeedback van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) of de Biofeedback Foundation Europe. Om de kwaliteit te bewaken is het NIP bezig met het opzetten van een register van in neurofeedback gespecialiseerde GZ-psychologen.
Meer info: www.psynip.nl
Om privacyredenen is de achternaam van Teun en zijn moeder niet vermeld. Teun volgt neurofeedbacktherapie voor adhd. Na 8 sessies heeft hij zijn medicatie al kunnen halveren.
Artikelen
Omgeving heeft invloed op ADHD Het puberbrein ontraadseld: de laatste groeistuipen - pag.2 Hersenen in verbouwing Neurofeedback brengt het brein in balans Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf Puberbrein. Wat gebeurt er toch allemaal in dat koppie? Cannabis. Blowen en het brein Adhd: ‘Alles moet zeker zijn’ Het puberbrein ontraadseld: de laatste groeistuipen Interview: Arga Paternotte van Stichting BalansArtikelen
Omgeving heeft invloed op ADHD Losgeslagen na vakantie (17 jaar) Manipuleren afleren (8 jaar) Gedrag dochter (4 jaar) Kinderen slikken meer pillen Hartige taart met prei en banaan Opname moeder Nieuwe relatie met kinderen Voorlichting homoseksuele zoon (14 jaar) Tips en trucs voor het avondeten Opvoedstress: óók bij lageropgeleiden Opvoeden in 2010: een stressklus Wagenziek (6 jaar) Ziekte van Pfeiffer (15 jaar) Straffen ongewenst gedrag (7 jaar) Van slag (9 jaar) Passieloze puber (15 jaar) Witte pukkeltjes (9 jaar) Niet luisteren (4 en 6 jaar) 'De schuld van het gras' door Pieter VerbeekRubrieken
Babyaccessoires
Boeken
Kinderkleding
Meubilair
Speelgoed
Vakantie Nederland
Vakantie buitenland
Vakantie algemeen
Contact
Diversen






