Thuiscursus Financieel Opvoeden

Les 1: Laat ze ervaring opdoen
Het Nibud propageert al jaren om kinderen te laten oefenen met geld. 'Zak- en kleedgeld is leergeld. Thuis kunnen ze nog fouten maken; als ouders die aangrijpen leren ze daar alleen maar van,' zegt Gabriëlla Bettonville. Het gaat erom, aldus Jeroen Winkels, dat ze de grenzen in de praktijk tegenkomen en tegen beperkingen oplopen.

Nog altijd een kwart van de ouders geeft hun kind geen zakgeld. Vooral 6- tot 8-jarigen moeten het vaker zonder dan met stellen. Ook kleedgeld is lang niet altijd gebruikelijk: ongeveer tweederde van de ouders doet daar niet aan. 'We horen vaak dat ouders hun kind nog te jong vinden. Ze betalen liever zelf alles. Maar daarmee ontneem je je kind de kans om ervaring op te doen.' Ouders nemen vaak ook de kosten van de mobiele telefoon op zich. Oók als het kroost opgroeit: 36 procent van de ouders van 12- tot 14-jarigen en 22 procent van die van 15 tot 18 jaar financiert het mobieltje. Een gemiste kans, volgens het Nibud. 'Jongeren moeten leren dat bellen ook geld kost en dat ze ook die uitgaven in de gaten moeten houden willen ze niet financieel in de knel komen. Een mooie manier om te leren omgaan met vaste lasten.' Zo'n 60 procent van de ouders is er niet voor dat hun kind via internet aankopen doet of bankiert. Begrijpelijk misschien, maar niet verstandig: juist omdat jongeren makkelijk kunnen kopen via het net adviseert het Nibud ouders hun kroost ook daarin te begeleiden.

Les 2: Begin jong
Hoe jonger het kind, hoe groter de invloed van ouders, blijkt uit het onderzoek van het ITS. 'Je hebt maar zo kort de tijd om ze te leren met zoiets belangrijks als geld om te gaan,' zegt Betonville. 'Doodzonde als je te laat begint.' Volgens het Nibud kunnen ouders voorzichtig met zakgeld beginnen als hun kind 6 is en met kleedgeld zodra ze 12 worden. Overigens weet Winkels dat ouders de vruchten van hun financiële opvoeding niet direct plukken. 'Jonge kinderen gaan nog niet zo met geld om. Pas op langere termijn zie je de effecten op het gedrag.'

Les 3: Laat ze zelf beslissen
Zelf mogen bepalen waaraan je je geld besteedt, blijkt een van de belangrijkste lessen voor een geldbewuste toekomst. Doordat ze verantwoordelijk zijn voor hun uitgaven, leren ze keuzes maken, budgetteren en planmatig met geld omgaan.

Les 4: Geef het goede voorbeeld
Goed voorbeeld doet volgen, ook op geldgebied. Behalve dat sparen navolging krijgt bij de volgende generatie, doet efficiënt geldbeheer ook wonderen: kinderen van ouders die zicht hebben op wat er in- en uitgaat, hebben minder moeite met rondkomen en gaan zorgvuldiger met hun geld om (minder schulden, minder gericht op uitgeven, zetten geld opzij et cetera). Omgekeerd geven ouders die niet kunnen wachten om hun wensen in vervulling te laten gaan en desnoods lenen of op afbetaling kopen, een verkeerd signaal af. Ook slordig met geld omgaan is af te raden: zakgeld vergeten of steeds op een ander tijdstip geven, geld laten rondslingeren, een kind aanraden om 'even' geld te lenen; het maakt kinderen niet echt pennywise.

Les 5: Wees niet te vrijgevig
Meer dan een derde van de 8- tot 18-jarigen krijgt van zijn ouders (soms) iets extra's toegestopt als ze daarom vragen. Niet slim, volgens Winkels, want als íets duidelijk is geworden uit zijn onderzoek, dan is het wel dat vrijgevigheid meer schaadt dan baat. Winkels: 'Steeds maar weer bijspringen om tekorten aan te vullen heeft een negatieve invloed op kinderen, niet alleen op hun financiële inzicht, maar ook op hun gedrag.' Dénken dat je ouders wel zullen helpen is daarvoor al voldoende. 'Sommige ouders vinden het zo zielig als ze krap zitten,' herkent Bettonville het dilemma. 'Of ze willen hen beschermen tegen de nare gevolgen van rood staan. Ik vergelijk het altijd met fietsen. Je kunt je kind toch ook niet tot in de lengte der dagen achterop meenemen, hoe veilig dat ook is.' En passant waarschuwt het Nibud dat ouders dan natuurlijk ook geen spullen moeten gaan kopen in plaats van extra geld te geven: dat heeft hetzelfde effect.

Les 6: Laat zien hoe reclame werkt
Hoe ouder kinderen worden, hoe groter de invloed van reclame (en leeftijdsgenoten) op hun handelen. Al zeggen jongeren zelf dat dat wel meevalt. Middelbare scholieren uit de derde en vierde klas voelen die invloed nog het meest, maar zelfs in die groep gaat het nog maar om 27 procent. De objectieve ITS-gegevens wijzen echter uit dat reclame wel degelijk effect heeft. Reden voor ouders om hun kind al op jonge leeftijd weerbaar te maken tegen marketeers die hen wijsmaken dat ze die pop en die auto toch echt moeten hebben.

Les 7: School (jezelf) bij
Winkels betreurt het gebrek aan financiële kennis bij 8- tot 18-jarigen. 'Dat je in Amerika met dollars moet betalen, weten de meesten nog wel. Maar op ingewikkelder vragen moet ongeveer de helft het antwoord schuldig blijven. Zo heeft tweederde er geen benul van dat je door de inflatie met spaargeld een jaar later meestal minder kunt kopen. En tweederde tot een kwart van de 12-plussers weet niet dat de rente die je moet betalen voor een lening hoger is dan de rente die je krijgt op een spaarrekening.' Op kennisterrein valt er voor ouders dus nog heel wat te doen. Helaas wil zo'n driekwart van de scholieren er niets over weten. Maakt dat het al lastig voor ouders om het onderwerp aan te kaarten, vervelender is nog dat zij dat vaak ook helemaal niet kunnen. De meeste Nederlanders snappen namelijk weinig van geldzaken, blijkt uit diverse onderzoeken. Zo weet bijna eenderde niet of ze na tien jaar meer, minder of evenveel te besteden hebben als zowel de prijzen als hun inkomen verdubbelen. Jammer, want financiële nitwits bouwen in hun leven tot zo'n 80.000 euro minder vermogen op dan geldcracks. En dat willen we onze kinderen toch niet aandoen?

Tekst: Anne Elzinga



WPT Footer

Opzij | Vrij Nederland | JM Ouders | Hollands Diep | Yoga Special | Yoga TV | Psychologie Magazine | Happinez | Runner's World | Men's Health | Hoe overleef ik