Uit elkaar. ‘De band met mijn kinderen is hechter’

Tekst: Patricia van den Broek

J/M Pubers juli/augustus 2007

Elk jaar krijgen zeventigduizend kinderen in ons land te horen dat hun ouders uit elkaar gaan. Hoe zorg je dat je kinderen goed uit die scheiding komen? Irma Wiener (51), moeder van Thomas (16) en Pauline (17), vertelt haar verhaal: ‘Mijn eigen verdriet is ondergeschikt aan de kinderen. Daar ga ik heel ver in.’

‘Twee jaar geleden besloot ik weg te gaan bij mijn man. Ik zou een tijdje bij mijn moeder gaan wonen, maar ik zit er nog steeds. De kinderen wonen een paar deuren verderop in hun ouderlijk huis, bij mijn ex. En hoewel ik elke dag naar hen toe ga, mis ik ze toch. Steeds weer laat ik ze achter in een huis waar ik niet meer woon. Dat is hartverscheurend. Eenzaam. Dat verdriet druk ik weg. Dit is het beste voor de kinderen en dat is het enige wat telt.’

Voor de kinderen

‘Als ik geen kinderen had gehad, was ik jaren eerder gescheiden. Mijn relatie was uitgedoofd. Mijn man was een zakenman die zijn eigen leven leidde. Ik was fulltime moeder en voelde me alleen in ons huwelijk. Toch bleef ik bij hem. Voor de kinderen. We probeerden onze kinderen niet te betrekken in onze problemen. Dat lukte niet altijd. Neem het weekend; dat begon meestal met ruzie aan de ontbijttafel. Ik weet nog dat Thomas, toen een jaar of 10, tijdens een ruzie in zijn pyjamaatje naar buiten rende: hij wilde niet zien dat papa en mama boos op elkaar waren. Vreselijk. Ik kon niet meer doen dan hem troosten, hem een veilig gevoel geven door op zijn kamertje te blijven slapen. Na iedere ruzie pakten mijn man en ik de draad weer op. Alles om het gezin bij elkaar te houden, want je denkt dat dat het beste is.

De sfeer in huis bleef gespannen. Thomas reageerde daarop door soms uit zijn slof te schieten, Pauline door het huis te ontvluchten en haar eigen leven te leiden. De kinderen waren meer met de problemen thuis bezig dan ik soms dacht. Als je niet happy bent als ouder, straal je dat blijkbaar uit. Dat besefte ik toen Pauline op een avond thuiskwam. Ze kroop naast me en zei: “Je hoeft niet ongelukkig te blijven en te wachten met scheiden tot wij van school af zijn, want ik word ook gelukkig in een ander huis.” Ik schrok. Aan scheiden durfde ik niet te denken, vanwege de kinderen. En nu begon mijn dochter van 14 er zelf over. Ik wist niet dat ze er op die manier over nadacht. Ze leed onder die spanning. Dat deed me verdriet, maar maakte de beslissing om bij mijn man weg te gaan makkelijker.’

Gefaald

‘Twee jaar later dus vertrok ik naar mijn moeder. Een ideale situatie, leek me: de kinderen kregen rust, bleven in hun vertrouwde omgeving en ik woonde in dezelfde straat. Ik besprak het plan eerst met Pauline en Thomas. Ik wilde niets doen waar ze niet achter stonden. Ze vonden het een goede stap, die veel spanning zou wegnemen: ze waren toe aan rust. Pas toen vertelde ik het aan mijn man.

Ik koos voor mezelf. Eindelijk. Ik wilde de zelfstandige vrouw worden die ik vroeger was. Dus ging ik weer aan het werk, richtte mijn eigen kunstadviesbureau op. Dat gaf me power. Maar ik had ook gefaald. Ik was niet in staat geweest mijn huwelijk in stand te houden. Mijn kinderen hadden recht op een gezinsleven met twee ouders. Dat had ik ze ontnomen. Al die ruzies waren voor niks geweest. Ik liet ze in de steek. Zo voelt dat nog steeds. Deed ik hier wel goed aan? Ik heb de kinderen vaak gevraagd of ik hiermee moest doorgaan. Thomas redeneerde praktisch, zo van: ’s avonds en ’s nachts doen we nooit iets leuks samen, dus als je dan bij oma bent, is dat geen probleem. Beiden vonden het goed zo. Ze voelden zich niet in de steek gelaten. Ik dacht: als dat zo is, heb ik de goede beslissing genomen.’

Zwervend bestaan

‘Ik ben een nomade. Ik heb een huis gekocht, maar dat wordt één jaar later opgeleverd dan gepland. Tot die tijd blijf ik bij mijn moeder wonen; uit financieel oogpunt en het is dicht bij Pauline en Thomas. Iedere ochtend pak ik mijn laptop, mijn zakelijke mobiel, wat andere spullen. Meestal heeft Thomas dan al gebeld over wat hij moet aantrekken naar school. Daarna ga ik naar het huis van mijn ex. Ik werk daar prettiger dan bij mijn moeder. Daarbij; als de kinderen uit school komen, wil ik er voor hen zijn. Die behoefte is sterk. Ik ben hun moeder! Zakelijke afspraken stem ik daar op af. Ook houd ik rekening met de afspraken van mijn ex; gelukkig kunnen we nu vaak beter met elkaar communiceren dan vroeger.

Meestal ruim ik wat op in huis, draai een was, doe de boodschappen. Dat klinkt gek, maar mijn ex haalt het vaak niet huishoudelijke klusjes naast zijn werk te doen. En ik ben er toch. Soms blijf ik ook tijdens het avondeten. Dan zitten we met z’n vieren aan tafel, zoals vroeger. Af en toe vindt mijn ex het lastig als ik er ben. Als er een gespannen sfeer tussen ons hangt, ga ik meteen weg. Ik ben klaar met die ruzies.

Ik moet meer investeren, nu ik niet meer bij de kinderen woon. Maar dat heb ik er voor over. De situatie is zo veel mogelijk gebleven zoals hij was. Dat vonden mijn ex en ik het belangrijkst.’

Feestje

‘Mijn kinderen zijn mijn ultieme geluk. Elke dag laat ik ze achter in hun eigen huis. Als ik ’s avonds de deur achter me dichttrek, breekt mijn hart. Ik ben er niet als ze wakker worden. Dat mis ik. Elke dag. Ik mis ook de dagelijkse routine; samen ontbijten, lunchpakketten klaarmaken, sinaasappels uitpersen. Ik maak daar geen deel meer van uit. Daar zal ik nooit aan wennen. Het is alsof ik niet bij de laatste jaren van hun opvoeding ben. Pauline en Thomas voelen dat gelukkig niet zo, want in hun ogen ben ik er bijna altijd.

Ik kan niet wachten tot mijn huis af is. Pauline en Thomas krijgen daar hun eigen kamer, zodat ze zelf kunnen bepalen wanneer ze bij mij of bij mijn ex willen wonen. Misschien studeert Pauline al als het huis wordt opgeleverd. Maar dan kan ze altijd de weekenden komen. Tot die tijd koester ik de momenten dat we met z’n drieën zijn. Meer nog dan voor de scheiding. Het geeft me energie. Als mijn ex een paar nachten weg is, blijf ik bij hen slapen. Dan wil ik dat het een feestje is. Gaan we lekker met een film en chips op de bank hangen. Natuurlijk zijn er regels, maar het moet vooral leuk zijn. De situatie heeft onze band hechter gemaakt. Ik ben daarom niet bang dat ze meer naar mijn ex zullen toetrekken.’

Puberteit

‘Soms denk ik: heb ik Pauline en Thomas niet te veel belast? Als ik verdrietig was, deelde ik dat wel eens met hen. Misschien niet goed, maar op dat moment voerde de emotie de boventoon. Ik ben een mens. En een mens maakt fouten. Of wat als ze straks iets overhouden aan die scheiding? Dat hoor je zo vaak. Ik ben daar alert op. Meer kan ik niet doen. Daarover hebben de kinderen ook gesprekken gevoerd met een therapeut.

Dat Pauline en Thomas in de puberteit zitten, maakte de situatie niet moeilijker. Eerder makkelijker. De laatste jaren van het huwelijk besprak ik veel met hen. Dat kon, want ze waren ouder. Ik wilde altijd weten wat ze dachten, zonder ze een verantwoordelijkheidsgevoel op te leggen. Bij elke beslissing die ik nam, ging ik uit van hun gevoel.

Ik denk dat die openheid goed is geweest. Ik kon dingen uitleggen, zodat ze de situatie beter begrepen. De kinderen weten dat hun ouders niet zomaar uit elkaar zijn gegaan. We hebben er alles aan gedaan, tot relatietherapie aan toe. Het was een rouwproces. Ook voor hen. Dat heeft ze uiteindelijk gesterkt.’

‘Ik heb geen spijt van de scheiding. Dat voelt goed. Maar gelukkig ben ik niet. Nog niet. Dat komt pas als ik weer samenwoon met de kinderen. Aan die gedachte klamp ik me vast. Ik weet dat dit voor nu het beste is. Dat merk ik aan hen. Ze zijn rustiger, meer in balans. Ze houden zich staande. Daar ben ik trots op. Als het anders was, zou ik mezelf wegcijferen en weer bij hun vader gaan wonen. Zonder twijfel. Ik kies voor mezelf, maar als de kinderen er geen vrede mee hebben, houdt alles op.’