Leukste Uittips
Aan tafel!
Oproepjes
Verbeter de relatie met je kind. Doe de betontest
Tekst: Anne Elzinga, 2007
In de betontest, uitgewerkt in het boek 'Alles went, ook een adolescent', staan zes vragen centraal: hoe tevreden ben ik met mezelf? Hoe belangrijk is het probleem? Welke gevoelens roept het probleem bij me op? Hoe gaat het globaal met mijn kind? Hoe is mijn relatie met mijn kind? Hoe is mijn relatie met de andere ouder van mijn kind? Elke vraag is essentieel, maar de volgorde is willekeurig. Een slechte score betekent dat een belangrijke hoeksteen uit het gebouw van de opvoeding ontbreekt en dat het lastiger wordt een knellend puberprobleem aan te pakken. Bijvoorbeeld, omdat het volledig uit zijn context wordt gehaald of niet op juiste waarde wordt geschat: de mug die een olifant wordt.
‘Vaak zijn ouders zich daar niet zo van bewust, draaien ze maar door in de tredmolen van alledag,’ weet Hilde Lootens. ‘Voor hen is het zinvol om - samen op de bank - met onze test de balans op te maken.“Waar sta ik nu?”’
Uiteindelijk gaat het erom de scores van alle zes testen bij elkaar op te tellen. Hun gezamenlijke gewicht moet minimaal gelijk zijn aan het gewicht van het probleem dat ouders onder handen willen nemen. ‘Soms,’ beloven Lootens en consorten in hun boek ‘lost het op zonder dat er speciale aandacht aan is besteed. Gewoonweg door de zes randvoorwaarden te verbeteren. Door als het ware al het gewicht van de zes lagen beton in de andere kant van de weegschaal te gooien!’?
De eerste test: hoe tevreden ben ik met mezelf?
Hierbij gaat het erom of ouders zich in hun gezin, op hun werk en in hun vrije tijd lekker voelen. Gaan ze met plezier naar hun werk en komen ze even blij weer thuis, hebben ze genoeg vrienden, gaan ze er af en toe eens uit? En houden ze wel genoeg van zichzelf of zijn zelfwaarde en stemming tot het nulpunt gedaald?
Hoe ontevredener mensen over hun leven zijn, hoe ongelukkiger ze met hun kind zullen zijn. Die onvrede wortelt namelijk voor een deel in hun eigen frustraties.
De tweede test: hoe belangrijk is het probleem?
‘Dit is een hele belangrijke stap,’ zegt Lootens.
Niet alles is even zwaar. ‘Je kunt een onderscheid maken tussen Belangrijke (BP) en Lastige Problemen (LP). Bij de eerste categorie komt het welzijn, de ontwikkeling of zelfs het leven van het kind in het gedrang. Lastige problemen zijn alleen vervelend voor ouders. Wat Belangrijk is, is meestal nauwelijks onderwerp van discussie. Zo zullen beide ouders zich zorgen maken over overmatig alcoholgebruik of spijbelgedrag. Maar wat de één lastig vindt, hoeft voor de ander totaal geen punt te zijn. Sommige zaken kunnen bovendien storend zijn voor het gezin, maar waardevol voor de ontwikkeling van de tiener des huizes. ‘Die ellenlange telefoongesprekken van je dochter zijn vervelend voor jou, omdat jijzelf dan niet bereikbaar bent of de kosten enorm oplopen. Voor haar sociale integratie kan het daarentegen heel goed zijn,’ geeft Lootens als voorbeeld.
Voor een goed crisismanagement adviseert Lootens een lijstje van alle ouderlijke zorgen te maken en daarbij aan te geven of het een BP is, een LP of een combinatie van beide. Bepaal ook de ernst door elk gesignaleerd probleem een 1 (weinig), 2 (tamelijk), 3 (erg) of 4 (heel erg) te geven. Om een en ander in het juiste perspectief te plaatsen, is het handig de problemen in een Rampschaal af te zetten tegen calamiteiten als ‘een arm breken’, ‘een ernstig verkeersongeval krijgen’, ‘verslaafd raken’ tot aan ‘overlijden’ toe. ‘Je maakt het jezelf al een stuk eenvoudiger als je je concentreert op de 3- en de 4-zaken en de rest laat vallen,’ zegt Lootens. Maar ook die hoge scores hoeven niet allemaal à la minute aangepakt te worden. Dat geldt alleen voor urgente problemen in de A-sector (zeer belangrijk en zeer lastig, bijvoorbeeld drugsgebruik). Kwesties in de B-categorie (zeer belangrijk maar weinig lastig, bijvoorbeeld roken buitenshuis), de C-categorie (zeer lastig maar weinig belangrijk, zoals voortdurend dingen kwijtraken) en de D-problemen (weinig lastig en weinig belangrijk, bijvoorbeeld hun vieze kamer) kunnen wachten.
‘Van veel ouders leerden we dat alleen al het nadenken hierover meer rust gaf.’ De juiste aanpak verschilt per soort probleem: bij A of B moeten ouders zelf beslissen en eisen stellen, bij C is er ruimte voor onderhandeling en bij D is de beste strategie erover te praten of te adviseren.
De derde test: welke gevoelens roept het probleem op?
Vaak is het niet het pubergedrag op zich dat ouders boos, verdrietig of wanhopig maakt, maar hun interpretatie van dat gedrag (‘Hij doet dat, omdat ik zo’n slechte moeder ben.’). ‘Gevoelens borrelen niet op vanuit onze onderbuik, maar worden door ons denken bepaald. We worden boos omdat we boze gedachten hebben. En blij door blije gedachten. Het besef dat niemand je gevoelens maakt behalve jijzelf, werkt vaak uiterst kalmerend.’
In vier stappen is het tij te keren. 1. Wat is precies het probleemgedrag? 2. Welke gevoelens roept dat bij mij op? 3. Welke gedachten veroorzaken die gevoelens? En 4: welke positieve gedachten kan ik daar tegenover stellen? Een beetje therapie doen met jezelf, zo omschrijft Lootens het. Zorg voor een geheugensteuntje door de positieve nieuwe gedachte (‘Het ligt NIET aan mij’) op een post-it briefje op de koelkast te plakken, of een bepaalde herkenningscode te bedenken: een kettinkje, rode nagellak. Of laat je partner je erop attent maken.’
De vierde test: hoe gaat het globaal met mijn kind?
Dit is het spiegelbeeld van de eerste test, alleen gaat het nu om het algehele welbevinden van de jonge herrieschopper. Oké, misschien heeft hij een paar keer gespijbeld. Maar als hij verder eerlijk is, graag thuis zit, goed voor zichzelf zorgt, met kritiek om kan gaan, elk weekend op het voetbalveld staat en thuis leuke jongens en meiden ontvangt, is er niet direct reden tot paniek, al moet het spijbelen natuurlijk wel aangepakt worden. Doet hij het op al deze gebieden minder goed, dan kunnen zijn ouders zich beter daarop richten dan dat ene ergerlijke probleem aan te pakken.
De vijfde test: hoe is mijn relatie met mijn kind?
Het lijkt vanzelfsprekend: als het hapert aan de basis, wordt het moeilijk problemen op te lossen. ‘Erger je je voortdurend aan je zoon, omdat hij steeds meer op je ex begint te lijken, dan zul je toch eerst jezelf eens ernstig moeten toespreken voordat je je op die jongen stort.’ In deze test gaat het om kernwaarden als de communicatie tussen ouder en kind, het plezier dat ze samen hebben, de liefde die ze voor elkaar voelen en het wederzijds respect.
Valkuil bij het beoordelen van deze onderlinge relatie is dat ouders die onmiddellijk gaan vergelijken met de verhouding die zij met hun vader en moeder hadden of met hun ideaalbeelden. Mogelijk blikken ze ook terug op de periode voor het puberen, toen alles nog koek en ei was. ‘Dan maak je een vergissing,’ zegt Lootens. ‘Er is pas iets fout als de relatie tussen ouder en kind in deze periode niet verandert!’
De zesde betontest: hoe is mijn relatie met de andere ouder van mijn kind?
‘Als je een slechte band hebt met je (ex-)partner en zeker als dat ook nog eens een negatieve invloed heeft op jullie eensgezindheid als ouders, ontbreekt een belangrijke voorwaarde om tieners vlot en goed groot te brengen. Verzin eerst daarvoor een oplossing!’ bepleit Lootens met klem. Lukt dat niet, maak dan één ouder verantwoordelijk. Maar beter is natuurlijk er samen aan te gaan staan. Relatietherapie is daarvoor meestal niet nodig: met zijn tweeën - op de bank! -deze betontest doorlopen, kan al een goede aanzet geven!
Test: Hoe is mijn relatie met mijn kind?
Beantwoord onderstaande vragen met klopt of klopt niet.
| Communicatie in woorden: | |
| we praten met plezier spontaan over koetjes en kalfjes | klopt/klopt niet |
| we praten soms over problemen | klopt/klopt niet |
| we kunnen het met elkaar oneens zijn zonder agressief of vijandig te worden | klopt/klopt niet |
| mijn kind vraagt soms om raad | klopt/klopt niet |
| hij luistert af en toe naar advies | klopt/klopt niet? |
| Communicatie in daden: | |
| we doen af en toe iets samen | klopt/klopt niet |
| er zijn activiteiten waar we beiden van houden | klopt/klopt niet |
| Je gevoel als je samen bent met hem: | |
| vaak voel ik me goed samen met mijn kind en niet gespannen | klopt/klopt niet |
| meestal vind ik hem sympathiek | klopt/klopt niet |
| we zijn het regelmatig over allerlei dingen eens | klopt/klopt niet |
| Respect: | |
| ik ben trots op mijn kind | klopt/klopt niet |
| ik heb respect voor hem | klopt/klopt niet |
| hij heeft respect voor mij | klopt/klopt niet |
| hij scheldt me niet uit | klopt/klopt niet |
| hij beledigt me niet | klopt/klopt niet |
| hij slaat en schopt me niet | klopt/klopt niet |
De score:
Zestien keer een ‘klopt’ is ideaal: op alle fronten zit het wel goed tussen jullie. Hoe minder klopt’s, hoe problematischer.
Lootens: ‘Ga dan - liefst samen met je partner - na wat er moet gebeuren. Kijk daarvoor eerst even op welke vragen je ‘klopt niet’ hebt geantwoord: het is nogal een verschil of een kind zijn moeder schopt of dat hij nauwelijks nog iets met haar doet. Bepaal hoe zwaar een ontkenning weegt en wat je eraan kunt doen. Soms ligt de oplossing voor de hand, soms zul je hulp moeten zoeken: bij een vriendin, school, een hulpverlener. Ook je scores op de andere vijf testen kunnen een richting aangeven.’
Meer informatie, ook over mogelijke oplossingen, in: Theo Compernolle, Hilde Lootens e.a., Alles went, ook een adolescent,wegwijzer bij het opvoeden van jongeren, ISBN9020931210, € 14,95. Hierin staat de complete betontest.
Artikelen
Heimwee naar de drie R’s Dwarse puber (15 jaar) Altijd met vriend (16 jaar) Kunnen onze pubers wel met minder? Elk kind kan de top bereiken 'Pubers zijn leuk!?' Eerste hulp voor driftkikkers en stresskippen Wat vertelt hun lichaamstaal? Wie is het strengst? Vragen aan je kind Welke straf (15 jaar) Het puberbrein ontraadseld: de laatste groeistuipen - pag.2 De pil top 10 - pag.2 Smoezen. ‘Geblowd? Ik?’ - pag. 2 Praten waar de kinderen bij zijn - pag.2 Pas 9 jaar en al in de puberteit - pag.2 Mindmapping. Onthouden in één oogopslag - pag.2 Puber bepaalt (17 jaar) Hersenen in verbouwing De ‘enge man’ is bijna altijd een bekende De 7 posities op de apenrotsRubrieken
Babyaccessoires
Boeken
Kinderkleding
Meubilair
Speelgoed
Vakantie Nederland
Vakantie buitenland
Vakantie algemeen
Contact
Diversen






