Voorkom een taakstraf

Tekst: Marilse Eerkens

J/M november 2007

Vijf euro weg uit je portemonnee. dat maakt van je puber toch geen misdadiger? Klopt. Maar het is wel zaak om onmiddelijk op te treden. Want de scheidslijn tussen kattenkwaad en vandalisme - of zelfs criminaliteit - is soms heel dun.

Nee, dit was geen senior moment. Er zat gisteravond nog wél vijf euro in je portemonnee. En waar is dat kleingeld dat er altijd in zit voor de parkeermeter? Langzaam dringt het door dat zoonlief met pluissnor en al ten prooi is gevallen aan de consumptiemaatschappij. Dat dochterlief, hyperbewust van haar uiterlijk, die oorbellen - die ze wel móest kopen om niet uit de gratie te vallen bij haar vriendinnen - eigenlijk helemaal niet kon betalen. Alarmbellen gaan rinkelen. Wat doet mijn kind nog meer zonder dat ik het weet? Hoe houd ik grip?

‘Het begint bij het tonen van interesse,’ zegt adviseur Kim van der Kolk van het landelijke bureau Halt Nederland. Bij Halt komen kinderen terecht als ze door de politie zijn aangehouden na een ‘licht vergrijp’. Zeker bij puberende kinderen is het heel belangrijk dat ouders op een positieve manier toezicht blijven houden. Dat vraagt om een actieve opstelling. Van der Kolk: ‘Vraag waar je kind mee bezig is, welke films hij leuk vindt, welke spelletjes hij speelt et cetera. Juich het toe als hij zijn vrienden mee naar huis neemt. Praat ook met die vrienden en met diens ouders, zeker in de kwetsbare periode als ze net naar de brugklas gaan. Praat met de mentor en met de trainer of coach van de sportclub. Haal de computer naar beneden, zodat je zeker weet dat je kind niet zit te pesten of heel agressieve spelletjes speelt. Kortom, wees echt betrokken. En schep vooral een plezierig klimaat door positief gedrag te bekrachtigen in plaats van negatief gedrag af te straffen. Dus niet: “Jij bent ook áltijd te laat, hè!” maar: ”Goh, fijn dat je zo op tijd bent, trek snel je jas uit en kom aan tafel” - als ze een keer wél op tijd zijn, natuurlijk.’

Verder is het heel belangrijk dat je onmiddellijk optreedt wanneer er iets gebeurt dat niet door de beugel kan. Dus niet grinnikend terugdenken aan die ‘fijne’ jeugdherinnering over illegaal vuurwerk in brievenbussen en dan concluderen: ach, het hoort er nu eenmaal bij, we zijn toch allemaal jong geweest. Nee, je moet echt wat doen!’

‘Want anders,’ zegt Van der Kolk, ‘is de kans groot dat ze hun grenzen verleggen en de volgende keer net een stapje verder gaan. Dan kan dit ogenschijnlijke kattenkwaad overgaan in vandalisme of ander ontoelaatbaar gedrag.’ Van der Kolk maakt de vergelijking met alcohol. ‘Als je thuis met enige regelmaat mag drinken van je ouders, is de stap om echt veel te drinken niet meer zo groot. Dat is inmiddels duidelijk aangetoond.’

Hoe kun je als ouder het beste optreden?

Van der Kolk: ‘Ga eerst na of je kind wel wéét dat het iets aan het doen is wat niet mag. Dat is voor hen niet altijd even logisch, ook al denken wij - volwassenen - van wel! Focus daarna vooral op de consequenties van het gedrag. Jongeren beseffen bijvoorbeeld niet wat er gebeurt op de brandweerkazerne als de sirenes afgaan na één telefoontje ‘voor de gein’. Dat er dan een heleboel mensen in actie moeten komen. Met andere woorden: dat ze de boel flink ontregelen.’

Investeren dus in het nog onderontwikkelde inlevingsvermogen van kinderen?

Van de Kolk: ‘Ja, eigenlijk al vanaf dag één. Als ze alleen nog maar aan het belletje trekken zijn. Veel praten dus, maar ook samen langs gaan bij de benadeelde persoon. Ga bijvoorbeeld naar die winkelier toe waar je dochter die lippenstift heeft gestolen en luister naar wat hij daarover te zeggen heeft. Misschien kan hij uitleggen hoe boos en angstig je ervan wordt als mensen de hele tijd spullen van je willen afpakken. Dat is iets wat kinderen heel goed begrijpen. En als het meezit, vertelt die winkelier ook iets over de enorme kosten die hij moet maken om diefstal te voorkomen: beveiligingsapparatuur, bewakers inhuren. En wie gaat dat betalen? Precies, jij als klant. Dat verhaal, in combinatie met het teruggeven of terugbetalen van het gestolen product, maakt een onuitwisbare indruk op een kind. Daarmee leert het op de lange duur een goede afweging te maken tussen wat een bepaalde actie kost en wat het hem uiteindelijk oplevert. Daar kan geen straf tegenop.’

Niet straffen dus?

Van der Kolk: ‘Jawel. Als je afspraken hebt gemaakt over bepaald gedrag - je mag alleen op 31 december vuurwerk afsteken tussen 3 en 5 uur ’s middags bijvoorbeeld - en je kind houdt zich er niet aan, moet je wel degelijk een straf geven. Kinderen hebben behoefte aan dit soort duidelijkheid. Helaas gaat dat nog weleens mis. Ouders zéggen wel tegen hun kinderen dat ze bepaald gedrag niet accepteren, maar als het kind dan toch over de schreef gaat, doen ze niks.’

Enig idee waarom niet?

‘Het is mij opgevallen dat veel ouders geneigd zijn de verantwoordelijkheid voor het kwalijke gedrag van hun kinderen bij een ander te leggen. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat het aan de slechte vrienden ligt met wie hun kind omgaat, dat er zoveel tussenuren zijn of dat er zo weinig jeugdvoorzieningen zijn. Alles om te voorkomen dat de kritische buitenwereld - en dat is-ie! - hen van slecht ouderschap beticht.’

Maar zit er niet een kern van waarheid in de argumenten van de ouders?

‘Ja, het is inderdaad lastig voor een puber om niet mee te doen met een groepje jongens dat gedrag vertoont dat niet door de beugel kan. Maar dat moet je niet goedpraten als ouder. Als je steeds zegt dat het aan de slechte vrienden ligt, gaat je kind je vanzelf napraten en leer je hem niet dat hij zélf verantwoordelijk is voor zijn gedrag. Daarmee maak je hem heel passief. Beter is het om je kind te leren hoe hij zich de volgende keer wél kan opstellen.

- Leer hem dat hij kan voorstellen iets anders te gaan doen.

- Laat hem een smoes bedenken: ‘Ik ga weg, ik heb buikpijn.’

- Leer hem dat het ook erg stoer is om heel stellig te zeggen: ‘Nee, ik doe echt niet mee!’

En al die tussenuren en het gebrek aan jeugdvoorzieningen, zijn dat dan geen aanwijsbare oorzaken?

Van der Kolk is heel resoluut: ‘Ik zeg altijd: maak je kind creatief. Zorg dat hij leert om zich op een andere manier te vermaken.’

Taakstraf van Halt

Kinderen tussen de 12 en 18 vallen onder het jeugdstrafrecht. Als zij betrapt worden op een strafbaar feit - in de meeste gevallen gaat het om diefstal, vernieling of vuurwerkoverlast - krijgen ze van de politie de keuze: naar Halt of naar Justitie. Bijna altijd worden ze doorgestuurd naar Halt. Halt legt de kinderen dan een taakstraf op en bekijkt met hen én de ouders hoe problemen in de toekomst voorkomen kunnen worden. In sommige gevallen worden ouders geadviseerd het programma ‘Ouders van Tegendraadse Jeugd’ te volgen. Halt voert een deel van dit programma zelf uit en wijst bij bepaalde problemen door naar andere organisaties.

Zie verder: www.halt.nl.

Wanneer moet je extra alert zijn?

Jongens én kinderen met een laag IQ hebben statistisch gezien meer kans om op het licht criminele pad te komen. Maar dat betekent niet dat je achterover kunt gaan leunen als je een hoogbegaafde dochter hebt. Bepaalde gedrags- en omgevingskenmerken zijn namelijk minstens even belangrijk. Let op de volgende risicofactoren:

Gedrag

- Gebrekkige sociale vaardigheden (bijvoorbeeld: pesten of gepest worden)

- Weinig weerbaar zijn in combinatie met een riskante vriendengroep

- Zeer opstandig en agressief gedrag; weinig controle over eigen emoties

- Gebrekkig normbesef. Dat wil zeggen: niet weten wat fout is en niet voelen wat fout is

- Zorgelijk gebruik van alcohol en drugs. Geen lol meer kunnen maken zonder deze middelen

- Schoolmotivatie en spijbelgedrag

- Vrijetijdsbesteding: kan het kind zichzelf vermaken of moet het alles aangereikt krijgen?

- Ontwijkende antwoorden op vragen als ‘Waar ben je geweest?’ en ‘Wat heb je gedaan?’

- Opeens veel meer spullen of geld hebben

Omgeving

- Plotselinge overgang van dorp naar stad of andersom

- Overstap naar de middelbare school

- Slecht leerklimaat op school

- Verloederde omgeving met weinig cohesie

- Gescheiden ouders

Zinvol straffen

- Zorg dat je consequent bent. Dus niet de ene keer wel en de volgende keer niet straffen. Of erger: de ene keer erom lachen en de volgende keer boos worden.

- Deel de straf meteen uit. Wacht niet een week of langer, want dan voelt het kind het verband tussen de straf en de overtreding niet meer.

- Zorg dat de straf, als het enigszins kan, verband houdt met de daad. Dus: excuus aanbieden aan iemand die je meerdere keren hebt lastiggevallen, het zelf weghalen van graffiti, gestolen goed zelf terug laten brengen.

- Leg duidelijk uit waarom het kind straf krijgt.

- Veroordeel niet het kind zelf, maar alleen zijn daden.

- Werk ook aan een oplossing.

- Zorg dat de straf uitvoerbaar en redelijk is. Dus niet én een maand geen tv én een maand geen internet én al je zakgeld inleveren. Liever: een week niet internetten.



WPT Footer

Opzij | Vrij Nederland | JM Ouders | Hollands Diep | Yoga Special | Yoga TV | Psychologie Magazine | Happinez | Runner's World | Men's Health | Hoe overleef ik