Zó krijg je briljante opa's en oma's

Alice Broeksma

J/M december 2007

Kleinkinderen met acht grootouders. Opa’s en oma’s die de erfenis omzetten in verre reizen. Maar ook: de grootvader die houvast biedt, de ­grootmoeder die mailt met haar kleinzoon. Modern grootouderschap vereist flair. En genoeg fut.

Grootouders zijn er tegenwoordig in alle soorten en maten. Neem uw bloedeigen verslaggeefster. Toonbeeld van de moderne tijd. Op kraamvisite in een zonover­goten tuin, waar beschaafd wordt gekeuveld en kindergelach schalt. In de tuin bevinden zich, afgezien van bezoekers in een bijrol, mijn dochter van 11 en haar twee volwassen halfbroers aan vaderskant. De een met zwangere vrouw, de ander net vader van een schattig meisje dat in die tuin helemaal doodgeknuffeld wordt door haar twee officiële grootmoeders. Een van die oma’s heeft een nieuwe kale echtgenoot die de kersverse baby opzichtig zoent. De stiefopa. En ik zit daar als stiefoma, die rol nog niet begrijpend maar de baby wel erg schattig vindend. Ze lijkt op mijn eigen dochter toen die net geboren was. Niet gek, ze hebben genen gemeen. De nieuwe vader overziet het surrealistische landschap en zegt aardig ‘Jazeker’ als zijn halfzusje, mijn dochter, vraagt of ik nu ook oma ben.

De officiële opa’s zijn er niet. De een is na de scheiding geëmigreerd met een dame, de ander kan de kale vent van zijn ex-vrouw niet uitstaan en gaat ieder contact uit de weg. De opa’s zien de nieuwe kleindochter wel een andere keer.

Officieel en officieus heeft deze nieuwe baby dus acht grootouders. Arm kind. Hoe kan zij dit nou leren begrijpen als wij groten al lijken rond te lopen in een Franse film, waar een zoet zomertafereel snel omslaat in een rauw gevecht? Vroeger was het nog eens simpel. Zelf had ik één oma om de hoek en één oude deftige oma, die wij naar haar verre woonplaats ‘Oma Utrecht’ noemden. Hun mannen waren overleden, maar toch als opa nog voelbaar door de verhalen en door hun gereedschap in de schuur.

Echte en stiefgrootouders

Phill Williams, oud-leraar, onderwijspsycholoog en auteur van een boek over goed grootouderschap,The Insider’s Guide to Being a Briljant Grandparent, heeft gelijk als hij zegt dat het er tegenwoordig anders uitziet voor kleinkinderen. Kinderen van nu hebben door demografische ontwikkelingen - vrouwen krijgen steeds later kinderen - niet zelden oudere grootouders die geen fut meer hebben voor druk kinder­gedoe. Of juist jeugdige grootouders die nog werken of onze erfcenten omzetten in een Harley en achter de horizon verdwijnen. En dan al die stiefgrootouders.

Volgens de Britse deskundige is stiefgrootouder zijn niet echt een probleem. Als je er maar handig mee omgaat. ‘Stiefouders kunnen natuurlijk nooit de echte groot­ouder vervangen. Maar voor het kind is die stiefoma of -opa een nieuwe volwassene in de grootouderrol, en het kind zal je nemen zoals je bent. Dingen die je eigen kleinkinderen leuk vinden, vinden stiefkleinkinderen ook leuk. Kleine cadeautjes die je genegenheid tonen, meedoen aan hun activiteiten... Kortom: op zoveel mogelijk gebied een goed familielid zijn, zal de relatie verstevigen.’

Opa en oma bieden houvast

Als iedereen het een beetje aardig aanpakt, lijkt de extended family dus wel op die grote gezinnen van vroeger, met overal opa’s, oma’s, ooms en tantes. Volwassenen die een kind houvast kunnen geven. Grootouders zijn in die rol onverminderd belangrijk, zegt Williams. ‘In deze veranderende tijden zelfs belangrijker dan ooit. Alleen al uit praktisch oogpunt. In mijn land is zestig procent van de kinderzorg in handen van de grootouders, omdat de ouders het druk hebben als tweeverdieners.’

In Nederland past ruim de helft van alle grootouders regelmatig op de kleinkinderen. Maar oma’s en opa’s hebben nog een belangrijke rol. Williams: ‘Ze zijn ook nodig voor houvast en onderlinge samenhang. Zelfs als ze verder weg wonen zijn ze een belangrijke constante, zeker in turbulente tijden. Grootouders zijn familieleden die in uniek verband staan met je kind. Een grootouder is een belangrijke schakel in de familiegeschiedenis. Iemand die dingen weet over een verleden dat voor een kind enorm lang geleden lijkt. En verhalen heeft over de ouders van het kind, toen die klein waren. Een grootouder is een betrouwbare volwassene, die een kind ook wat andere dingen kan leren dan de ouders. Door levenswijsheid, of omdat opa goed kan timmeren en daar wat tijd voor heeft.’

Extra band in puberteit

Ook oudere kinderen hebben hun grootouders nog nodig, als betrokken volwassene die op hun hand is en een band met hen heeft. Het is normaal dat een kind zo vanaf z’n twaalfde minder op de stoep wil staan bij opa en oma, zegt de Britse psycholoog. ‘Maar dat treft hun ouders ook. Op die leeftijd krijgen kinderen behoefte aan eigen vrienden. Als de basis goed is, komen ze gegarandeerd wel weer bij je terug als ze wat ouder zijn. Dan kan het juist ook weer een voordeel zijn als de grootouders op meer afstand wonen. Dat kunnen dan de eerste zelfstandige reisjes worden voor het opgroeiende kind, waarbij de ouders weten dat de bestemming veilig is.’

Opa zijn moet je leren

Williams stelt in zijn boek, The Insider’s Guide to Being a Brilliant Grandparent, dat nog altijd driekwart van alle volwassenen op een dag grootouder is. ‘Dat betekent dat miljoenen mensen een nieuwe relatievorm moeten aanleren, met hun kleinkinderen. Wie denkt dat je zoiets niet hoeft te leren kan zich vergissen. Modern grootouderschap vereist bekwaamheid.’

De Brit ondervroeg honderd grootouders en vijftig kleinkinderen en put ook uit eigen kennis: Williams heeft zelf zeven kleinkinderen en twee stiefkleinkinderen. Vier aan de andere kant van de ­wereld, vier in verre steden en eentje dichtbij. ‘Die laatste zien we heel vaak. De anderen wanneer mogelijk. En de kleinkinderen in Australië zoeken we elk jaar op. Tussendoor hebben we veel contact per mail.’

Dat is volgens hem wel het eerste wat een moderne grootouder moet doen: leren omgaan met de nieuwe communicatiemiddelen. Ook op afstand kan zo toch een verstandhouding worden opgebouwd met een kleinkind. Opa/psycholoog Williams: ‘Bel hem op, stuur geregeld een leuk kaartje. Zorg dat je weet waar je kleinkind mee bezig is, wat er gebeurt in zijn wereld. Daar interesse voor tonen is belangrijk.’ En als je dan de kans krijgt de verre kleinkinderen op te zoeken, dan helpt het als collega-grootouders, die misschien dichterbij wonen en dezelfde kleinkinderen veel vaker kunnen zien, de grootouders-van-ver een beetje tijd en ruimte gunnen met dat gemeenschappelijke kleinkind. ‘Stuur aan op vriendschap, niet op rivaliteit.’

Betweterig en irritant

Dat wederzijdse respect geldt voor alle betrokkenen. ‘Onderlinge relaties veranderen als er kleinkinderen komen,’ zegt Williams. Dat is soms even slikken, vertelt een andere opa in het boek. ‘Het is een schok je te realiseren dat die schoonzoon nu een blijvertje is - ik bedoel: echt, voor altijd. Door een vreemd proces van samensmelting zijn hij en ik nu voor altijd met elkaar verbonden. Niemand had me daarop voorbereid.’

Williams zelf vindt een van de geneugten van het grootouderschap dat hij nu zijn eigen kinderen ziet bloeien als ouders. Maar hij waarschuwt ook dat enige terughoudendheid geboden is. Niks irritanter dan een grootouder die het allemaal beter weet en goedbedoeld maar ongevraagd advies geeft. Geef pas advies als de nieuwe ouder dat vraagt. ‘Geef hun het gevoel dat ze het als ouder goed doen. Ook als je denkt dat het anders zou moeten. Bijt liever je tong af, dan dat je er wat van zegt. Een grootouder moet weten dat de tijden zijn veranderd, ook al is dat inderdaad misschien niet altijd ten goede. Bedenk dan dat als er zoiets zou bestaan als de enige goede manier van kinderen grootbrengen, die allang zou zijn ontdekt door al die ouders die voor diezelfde taak hebben gestaan.’

 Tips voor grootouders

Goed nieuws: het eerste kleinkind is in aantocht. Maar pas op met wat je belooft. Kinderopvang kan zwaar zijn, zeker voor ouderen. Bied dus niet meteen aan: ‘We helpen wel met alles.’

Zadel je kinderen, die nu zelf vader of moeder zijn geworden, niet op met hulp die ze niet willen. ­Ac­cepteer het als ze hun kind liever naar de crèche brengen.

Geld speelt een rol. Als je enthousiast een spaarfonds wil openen voor je eerste kleinkind is dat heel nobel, maar er kunnen meer kleinkinderen komen. Als zij dat niet krijgen, kan dat vervelend zijn.

Heb je het te druk voor een kleinkind? Auteur Phil Williams zegt in zijn Gids voor goed grootouderschap: ‘Kinderjaren gaan snel voorbij. Voor grootouders is het een gouden kans om een band op te bouwen en plezier met kinderen te beleven, en te herbeleven.’

Grootouder op afstand? Leer te mailen en zorg dat je weet waar je kleinkind op dat moment mee bezig is. Toon interesse.

Kleinkinderen te logeren? Zorg voor wat speelgoed in huis, liefst iets anders dan wat ze thuis hebben. En niet iets ouds van zolder waar de helft aan ontbreekt.

Tips voor ouders

Reken er niet per definitie op dat opa en oma wel zullen helpen. Laat de grootouders zelf aanbieden wat er binnen hun mogelijkheden ligt. Overleg.

Oude grootouders? Houd bezoekjes van de kleinkinderen wat korter, organiseer geen lange logeerpartijen.

Geen grootouders? Kijk in je om­geving of er een betrouwbare volwassene is die wat tijd heeft voor je kind.

Scheiding? Ontneem je kind niet de gelegenheid zijn ‘andere’ grootouders te blijven zien. Ze horen bij zijn leven.


Grootouders zijn er tegenwoordig in alle soorten en maten. Neem uw bloedeigen verslaggeefster. Toonbeeld van de moderne tijd. Op kraamvisite in een zonover­goten tuin, waar beschaafd wordt gekeuveld en kindergelach schalt. In de tuin bevinden zich, afgezien van bezoekers in een bijrol, mijn dochter van 11 en haar twee volwassen halfbroers aan vaderskant. De een met zwangere vrouw, de ander net vader van een schattig meisje dat in die tuin helemaal doodgeknuffeld wordt door haar twee officiële grootmoeders. Een van die oma’s heeft een nieuwe kale echtgenoot die de kersverse baby opzichtig zoent. De stiefopa. En ik zit daar als stiefoma, die rol nog niet begrijpend maar de baby wel erg schattig vindend. Ze lijkt op mijn eigen dochter toen die net geboren was. Niet gek, ze hebben genen gemeen. De nieuwe vader overziet het surrealistische landschap en zegt aardig ‘Jazeker’ als zijn halfzusje, mijn dochter, vraagt of ik nu ook oma ben.

De officiële opa’s zijn er niet. De een is na de scheiding geëmigreerd met een dame, de ander kan de kale vent van zijn ex-vrouw niet uitstaan en gaat ieder contact uit de weg. De opa’s zien de nieuwe kleindochter wel een andere keer.

Officieel en officieus heeft deze nieuwe baby dus acht grootouders. Arm kind. Hoe kan zij dit nou leren begrijpen als wij groten al lijken rond te lopen in een Franse film, waar een zoet zomertafereel snel omslaat in een rauw gevecht? Vroeger was het nog eens simpel. Zelf had ik één oma om de hoek en één oude deftige oma, die wij naar haar verre woonplaats ‘Oma Utrecht’ noemden. Hun mannen waren overleden, maar toch als opa nog voelbaar door de verhalen en door hun gereedschap in de schuur.

Echte en stiefgrootouders

Phill Williams, oud-leraar, onderwijspsycholoog en auteur van een boek over goed grootouderschap,The Insider’s Guide to Being a Briljant Grandparent, heeft gelijk als hij zegt dat het er tegenwoordig anders uitziet voor kleinkinderen. Kinderen van nu hebben door demografische ontwikkelingen - vrouwen krijgen steeds later kinderen - niet zelden oudere grootouders die geen fut meer hebben voor druk kinder­gedoe. Of juist jeugdige grootouders die nog werken of onze erfcenten omzetten in een Harley en achter de horizon verdwijnen. En dan al die stiefgrootouders.

Volgens de Britse deskundige is stiefgrootouder zijn niet echt een probleem. Als je er maar handig mee omgaat. ‘Stiefouders kunnen natuurlijk nooit de echte groot­ouder vervangen. Maar voor het kind is die stiefoma of -opa een nieuwe volwassene in de grootouderrol, en het kind zal je nemen zoals je bent. Dingen die je eigen kleinkinderen leuk vinden, vinden stiefkleinkinderen ook leuk. Kleine cadeautjes die je genegenheid tonen, meedoen aan hun activiteiten... Kortom: op zoveel mogelijk gebied een goed familielid zijn, zal de relatie verstevigen.’

Opa en oma bieden houvast

Als iedereen het een beetje aardig aanpakt, lijkt de extended family dus wel op die grote gezinnen van vroeger, met overal opa’s, oma’s, ooms en tantes. Volwassenen die een kind houvast kunnen geven. Grootouders zijn in die rol onverminderd belangrijk, zegt Williams. ‘In deze veranderende tijden zelfs belangrijker dan ooit. Alleen al uit praktisch oogpunt. In mijn land is zestig procent van de kinderzorg in handen van de grootouders, omdat de ouders het druk hebben als tweeverdieners.’

In Nederland past ruim de helft van alle grootouders regelmatig op de kleinkinderen. Maar oma’s en opa’s hebben nog een belangrijke rol. Williams: ‘Ze zijn ook nodig voor houvast en onderlinge samenhang. Zelfs als ze verder weg wonen zijn ze een belangrijke constante, zeker in turbulente tijden. Grootouders zijn familieleden die in uniek verband staan met je kind. Een grootouder is een belangrijke schakel in de familiegeschiedenis. Iemand die dingen weet over een verleden dat voor een kind enorm lang geleden lijkt. En verhalen heeft over de ouders van het kind, toen die klein waren. Een grootouder is een betrouwbare volwassene, die een kind ook wat andere dingen kan leren dan de ouders. Door levenswijsheid, of omdat opa goed kan timmeren en daar wat tijd voor heeft.’

Extra band in puberteit

Ook oudere kinderen hebben hun grootouders nog nodig, als betrokken volwassene die op hun hand is en een band met hen heeft. Het is normaal dat een kind zo vanaf z’n twaalfde minder op de stoep wil staan bij opa en oma, zegt de Britse psycholoog. ‘Maar dat treft hun ouders ook. Op die leeftijd krijgen kinderen behoefte aan eigen vrienden. Als de basis goed is, komen ze gegarandeerd wel weer bij je terug als ze wat ouder zijn. Dan kan het juist ook weer een voordeel zijn als de grootouders op meer afstand wonen. Dat kunnen dan de eerste zelfstandige reisjes worden voor het opgroeiende kind, waarbij de ouders weten dat de bestemming veilig is.’

Opa zijn moet je leren

Williams stelt in zijn boek, The Insider’s Guide to Being a Brilliant Grandparent, dat nog altijd driekwart van alle volwassenen op een dag grootouder is. ‘Dat betekent dat miljoenen mensen een nieuwe relatievorm moeten aanleren, met hun kleinkinderen. Wie denkt dat je zoiets niet hoeft te leren kan zich vergissen. Modern grootouderschap vereist bekwaamheid.’

De Brit ondervroeg honderd grootouders en vijftig kleinkinderen en put ook uit eigen kennis: Williams heeft zelf zeven kleinkinderen en twee stiefkleinkinderen. Vier aan de andere kant van de ­wereld, vier in verre steden en eentje dichtbij. ‘Die laatste zien we heel vaak. De anderen wanneer mogelijk. En de kleinkinderen in Australië zoeken we elk jaar op. Tussendoor hebben we veel contact per mail.’

Dat is volgens hem wel het eerste wat een moderne grootouder moet doen: leren omgaan met de nieuwe communicatiemiddelen. Ook op afstand kan zo toch een verstandhouding worden opgebouwd met een kleinkind. Opa/psycholoog Williams: ‘Bel hem op, stuur geregeld een leuk kaartje. Zorg dat je weet waar je kleinkind mee bezig is, wat er gebeurt in zijn wereld. Daar interesse voor tonen is belangrijk.’ En als je dan de kans krijgt de verre kleinkinderen op te zoeken, dan helpt het als collega-grootouders, die misschien dichterbij wonen en dezelfde kleinkinderen veel vaker kunnen zien, de grootouders-van-ver een beetje tijd en ruimte gunnen met dat gemeenschappelijke kleinkind. ‘Stuur aan op vriendschap, niet op rivaliteit.’

Betweterig en irritant

Dat wederzijdse respect geldt voor alle betrokkenen. ‘Onderlinge relaties veranderen als er kleinkinderen komen,’ zegt Williams. Dat is soms even slikken, vertelt een andere opa in het boek. ‘Het is een schok je te realiseren dat die schoonzoon nu een blijvertje is - ik bedoel: echt, voor altijd. Door een vreemd proces van samensmelting zijn hij en ik nu voor altijd met elkaar verbonden. Niemand had me daarop voorbereid.’

Williams zelf vindt een van de geneugten van het grootouderschap dat hij nu zijn eigen kinderen ziet bloeien als ouders. Maar hij waarschuwt ook dat enige terughoudendheid geboden is. Niks irritanter dan een grootouder die het allemaal beter weet en goedbedoeld maar ongevraagd advies geeft. Geef pas advies als de nieuwe ouder dat vraagt. ‘Geef hun het gevoel dat ze het als ouder goed doen. Ook als je denkt dat het anders zou moeten. Bijt liever je tong af, dan dat je er wat van zegt. Een grootouder moet weten dat de tijden zijn veranderd, ook al is dat inderdaad misschien niet altijd ten goede. Bedenk dan dat als er zoiets zou bestaan als de enige goede manier van kinderen grootbrengen, die allang zou zijn ontdekt door al die ouders die voor diezelfde taak hebben gestaan.’

 Tips voor grootouders

Goed nieuws: het eerste kleinkind is in aantocht. Maar pas op met wat je belooft. Kinderopvang kan zwaar zijn, zeker voor ouderen. Bied dus niet meteen aan: ‘We helpen wel met alles.’

Zadel je kinderen, die nu zelf vader of moeder zijn geworden, niet op met hulp die ze niet willen. ­Ac­cepteer het als ze hun kind liever naar de crèche brengen.

Geld speelt een rol. Als je enthousiast een spaarfonds wil openen voor je eerste kleinkind is dat heel nobel, maar er kunnen meer kleinkinderen komen. Als zij dat niet krijgen, kan dat vervelend zijn.

Heb je het te druk voor een kleinkind? Auteur Phil Williams zegt in zijn Gids voor goed grootouderschap: ‘Kinderjaren gaan snel voorbij. Voor grootouders is het een gouden kans om een band op te bouwen en plezier met kinderen te beleven, en te herbeleven.’

Grootouder op afstand? Leer te mailen en zorg dat je weet waar je kleinkind op dat moment mee bezig is. Toon interesse.

Kleinkinderen te logeren? Zorg voor wat speelgoed in huis, liefst iets anders dan wat ze thuis hebben. En niet iets ouds van zolder waar de helft aan ontbreekt.

Tips voor ouders

Reken er niet per definitie op dat opa en oma wel zullen helpen. Laat de grootouders zelf aanbieden wat er binnen hun mogelijkheden ligt. Overleg.

Oude grootouders? Houd bezoekjes van de kleinkinderen wat korter, organiseer geen lange logeerpartijen.

Geen grootouders? Kijk in je om­geving of er een betrouwbare volwassene is die wat tijd heeft voor je kind.

Scheiding? Ontneem je kind niet de gelegenheid zijn ‘andere’ grootouders te blijven zien. Ze horen bij zijn leven.



WPT Footer

Opzij | Vrij Nederland | JM Ouders | Hollands Diep | Yoga Special | Yoga TV | Psychologie Magazine | Happinez | Runner's World | Men's Health | Hoe overleef ik