Zakgeld per leeftijd

Zakgeld per leeftijd

Zakgeld groep drie en vier (zes tot acht jaar)
Volgens pedagogen is zes jaar de meest geschikte leeftijd om met zakgeld te beginnen. Dan begrijpen ze de waarde van geld al een beetje. Ze snappen dat een grote munt niet meer waard hoeft te zijn dan een kleine en ze kunnen tellen en een beetje rekenen.

Vanaf een jaar of zeven snappen kinderen het spaarprincipe: nu geld opzij leggen om straks (voorlopig nog niet té ver weg) iets te kopen wat je echt graag wilt hebben. Enige begeleiding is misschien nodig, maar fouten maken mag, is juist nu leerzaam en minder erg dan straks als het om een te dure mobiel gaat in plaats van een goedkoop speelgoedje.

Volgens NIBUD cijfers is een halve tot anderhalve euro per week een goede richtlijn om dit effect te bereiken.

Zakgeld groep vijf en zes (acht tot tien jaar)
Volgens onderzoek van het ministerie van Financiën heeft negen van de tien scholieren in de leeftijd van acht tot en met tien jaar (globaal groep vijf en zes) inkomsten. Tien procent doet het dus zonder. De meest voorkomende vorm is het krijgen van zakgeld (driekwart), maar ook zelf wat bijverdienen komt op die leeftijd veel voor (zestig procent). De meest populaire bestedingen zijn speelgoed, (computer)spellen en sport- en hobbyartikelen.

Er is verschil in bestedingspatroon tussen jongens en meisjes. Onder de laatste zijn er veel die geld uitgeven aan boeken en vrij weinig die (computer)spellen kopen. Een kwart van de scholieren in de leeftijd van acht tot en met tien jaar geeft het geld dat zij hebben (zakgeld; bijverdiensten) vooral uit. Driekwart juist niet: zij sparen.

Het NIBUD hanteert een zakgeldrichtlijn van één tot twee euro per week.

Zakgeld groep zeven en acht (tien tot twaalf jaar)
Volgens het onderzoek van het Ministerie van Financiën stelt hooguit vijg procent van scholieren in de groepen zeven en acht het zonder eigen inkomsten. Bij jongens springen er qua besteding drie soorten artikelen eruit: (computer) games, hobbyartikelen en speelgoed. Bij meisjes is nauwelijks sprake van een topartikel afgezien misschien van besteding aan boeken.

De groep die bij het besteden van geld verantwoordelijkheid krijgt van de ouders is minder dan de helft (41%). Jongens lijken iets vaker die aanzet tot financiële zelfstandigheid te krijgen dan meisjes. Zeventig procent van de scholieren in de groepen zeven en acht vindt sparen belangrijk.

Zeventig procent van de scholieren in de groepen zeven en acht zet het geld dat zij hebben (zakgeld; bijverdiensten) vooral op een spaarrekening; bij dertig procent is de uitgave drang groter dan de spaarzin. Voor kinderen in deze leeftijd ontwikkelde het NIBUD Eurowijs; een fraai vormgegeven online game, waarmee kinderen spelenderwijs iets leren over omgaan met geld.

Richtlijn van zakgeld ligt volgens het NIBUD tussen twee en een krappe drie euro.

Zakgeld scholieren klas 1 en 2 (twaalf tot veertien jaar)
Met de leeftijd twaalf tot veertien jaar stijgt het percentage jongeren met betaalrekeningen en daalt het percentage dat een spaarrekening heeft. Meest populaire uitgave categorieën zijn schoenen en uitgaan. Bij meisjes direct gevolgd door verzorgingsartikelen en bij jongens door (computer)games.

Meer dan de helft (57%) krijgt bij het besteden van geld verantwoordelijkheid van de ouders door zelf te mogen beslissen over de besteding. Daarnaast is een aanzienlijk deel van de ouders gewillig bij verzoeken om extra geld. Bij vmbo- leerlingen komt dat laatste vaker voor dan bij leerlingen in havo-vwo. Een substantieel deel van de jongeren (60% van de 1e en 2e klassers) ervaart lastige zaken als het om geld gaat. Het gaat dan om vaardigheden als alles op tijd betalen, je niet door reclame laten verleiden en prijsbewust zijn.

Een derde deel van de 1e en 2e klassers heeft het gevoel geldzaken onder controle te hebben (genoeg kennis van soorten rekeningen en genoeg geld om te kunnen kopen wat men wil). Dat geldt voor jongens wat vaker dan voor meisjes. Een meerderheid heeft dat gevoel dus niet. Een opvoedingsstijl die aandacht schenkt aan het omgaan met geld en verantwoordelijkheid geeft, heeft positieve invloed op de controle die kinderen hebben over geld. De helft van de scholieren in de eerste klassen van het VO spaart het geld dat zij hebben (zakgeld; bijverdiensten).

Het NIBUD adviseert een bijdrage aan het zakgeld tussen een ruime twee en zes euro. Vanaf twaalf jaar geven een aantal ouders hun kinderen naast zakgeld voor het eerst kleed- en belgeld.

Zakgeld scholieren klas drie en vier (veertien tot zestien jaar)
Scholieren in deze fase van het onderwijs krijgen overwegend zak- en/of kleedgeld (88%). Daarnaast heeft de overgrote meerderheid bijverdiensten of andere bronnen van inkomsten; 16 procent heeft die neveninkomsten niet. Een betaalrekening is gemeengoed, in tegenstelling tot een spaarrekening.

De meest populaire bestedingen zijn uitgaan en kleding/schoeisel. Driekwart krijgt bij het besteden van geld verantwoordelijkheid van de ouders: zij mogen zelf beslissen over de besteding van het geld. Daarnaast is de helft van de ouders gewillig bij verzoeken om extra geld. Bij vmbo-leerlingen en allochtone scholieren komt dat laatste wat vaker voor dan bij leerlingen op havo-vwo. Onder scholieren rond de 15 jaar zijn er méér die geld vooral uitgeven (64 %) dan er zijn die het geld dat zij hebben vooral sparen.

Groepen die relatief vaak hun geld vooral uitgeven zijn vmbo-ers, meisjes, allochtonen en jongeren in eenoudergezinnen. Risicovolle gedragingen als het vaak hebben van schulden en het vaak spelen om geld komt bij minder iets meer dan tien procent van de scholieren rond de 15 jaar voor, bij allochtone scholieren vaker dan bij autochtone scholieren.

Zakgeld scholieren in mbo en bovenbouw havo-vwo (zestien tot zeventien jaar)
Bijverdienen is voor de overgrote meerderheid van 16-17 jarigen (85%) gebruikelijk. Ouders leveren vaak een bijdrage aan zak, kleed en belgeld. Een betaalrekening is gemeengoed. Driekwart heeft een spaarrekening.

Veruit de meest dominante bestedingscategorie is bij 16-17 jarigen het uitgaan. Meisjes hebben een tweede, even populair bestedingsdoel, namelijk kleding en schoeisel. Driekwart krijgt bij het besteden van geld verantwoordelijkheid van de ouders: zij mogen zelf beslissen over de besteding van het geld. Risicovolle gedragingen als het vaak aangaan van schulden en het vaak spelen om geld komt bij circa tien procent van de scholieren van 16-17 jaar voor.

Om te kijken wat de risicofactor van een jongere kan zijn ontwikkelde het NIBUD de ‘Wat voor geldtype ben jij’-test.



Alle onderwerpen over geld

17 artikelen voor categorie 'thema_geld, kernstuk'
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
  • Wat kost een kind?

    25 juli 2009

  • Z
  • Zakgeld

    10 mei 2007

    Alles over Zakgeld. Zakgeld en kleedgeld leren jongeren omgaan met geld, keuzes maken en budgetteren. Tips hoe de hoogte van het zakgeld te bepalen.

  • Zakgeld calculator

    10 september 2010

    Kinderen leren omgaan met geld is net zo belangrijk als ze wegwijs maken in het verkeer. De financiële opvoeding bestaat uit het beheren van een eigen spaarrekening, uitleg van ouders en het leren omgaan met zakgeld.

  • Zakgeld per leeftijd

    9 december 2010

  • Zakgeldcalculator

    9 december 2010

    Om te helpen bij de bepaling van het zakgeld voor kinderen, biedt JM voor Ouders inzicht in het koopgedrag van kinderen en heeft JM voor Ouders een rekenmodule ontwikkeld voor de hoogtebepaling.



Blijf gratis op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.

Zoeken


Geef je mening

Pesten: is jouw kind ooit gepest?

Pesten: is jouw kind ooit gepest?

Ja, ik weet het zeker

Ja, ik denk het

Nee, dat weet ik zeker

Nee, ik denk het niet

Volg ons ook op

Volg ons op FacebookVolg ons op TwitterVolg ons op YouTube