Jongensbrein: Creatieve en abstracte denkers

Afbeelding bij Jongensbrein: Creatieve en abstracte denkers 23 november 2010
Jongen 4 tot 12 Geestelijke gezondheid seksualiteit spelen lichamelijke ontwikkeling taalontwikkeling Astrid Smit ontwikkeling hersenen home

Jongensbrein: Creatieve en abstracte denkers



Al vanaf de geboorte verschillen meisjes en jongens in gedrag. Dat heeft volgens neuro­bioloog Dick Swaab en bio­psycholoog ­Martine Delfos vooral te maken met hun hersenen. ‘Het jongensbrein is gewoon een andere machine, het draait een ander ­programma af.’

Het jongensbrein
De hersenen van jongens functioneren gemiddeld genomen anders, doordat ze anders zijn ingericht en 'bedraad'. En wonderlijk genoeg is dat vooral te danken aan slechts één hormoon, aldus Dick Swaab van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen in Amsterdam, die dit najaar een boek over het menselijk brein publiceert. Tijdens de tweede helft van de zwangerschap, wanneer de geslachtsorganen zijn gevormd, staat het jongetjesbrein bloot aan hoge concentraties testosteron. Dat hormoon stuurt het brein van het kind definitief de mannelijke kant uit.

Meteen bij de geboorte zijn de verschillen al duidelijk, aldus de Amsterdamse hoogleraar neurobiologie. Jongensbaby's kijken dan 't liefst naar mechanisch bewegende objecten. Een jaar later maken ze minder oogcontact dan meisjes. En als ze gaan spelen, voelen ze zich vooral aangetrokken tot wilde, actieve spelletjes of autootjes. Jongens tekenen ook het liefst objecten zoals wapens en vervoersmiddelen als treinen, auto's en vliegtuigen in koele en donkere kleuren.

Swaab heeft zelf ervaren dat de verschillen niet worden veroorzaakt door de opvoeding of de stempel die de maatschappij op de kinderen drukt, zoals men in de jaren zestig en zeventig dacht. De voorkeuren komen uit het kind zelf. 'Toen ik dertig jaar geleden een dochter en een zoon kreeg, heb ik ze beide soorten speelgoed aangeboden, maar ze maakten consequent stereotiepe keuzen. Mijn zoon speelde alleen met de auto's. Onderzoek bij apen toont aan dat dit geslachtsverschil inderdaad een biologische basis heeft. In een experiment kregen de mannetjes van de groene meerkatapen poppen, autootjes en ballen aangeboden. Ze toonden veel meer interesse voor de autootjes en ballen dan de poppen. Het mechanisme dat hieraan ten grondslag ligt, gaat dus tientallen miljoenen jaar terug in onze evolutionaire geschiedenis.'

Aangeboren seksuele voorkeur
Ook de seksuele voorkeur ligt al vanaf de geboorte vast. Homoseksualiteit heeft dan ook niets met opvoeding of een lifestyle keuze te maken, zoals vaak wordt gedacht. Het hangt voor ongeveer 50 procent samen met genetica en wordt daarnaast beïnvloed door blootstelling aan testosteron of chemische stoffen in de baarmoeder, zoals weekmakers in plastics of stress van de zwangere moeder. Ook neemt de kans op homoseksualiteit bij jongens toe met het aantal broers dat vóór hen is geboren. Dat heeft te maken met de afweerreactie van de moeder tijdens de zwangerschap op de mannelijke stoffen van hun zoontje. En kinderen die genetisch volledig man zijn (XY), maar door een foutje in de genen ongevoelig zijn voor testosteron, worden geboren als een meisje. Zowel geslachtsorganen als de hersenen zijn vrouwelijk en deze 'meisjes' vallen op jongens.

Zelfs het 'je jongen of man' voelen - niet te verwarren met seksuele voorkeur - is voor de geboorte vastgelegd en wordt beïnvloed door hormonen. Swaab ontdekte midden jaren negentig dat dit in de hersenen op een speciaal plekje te zien is, de Bed Nucleus Stria Terminalis (BNST). Als dit tweemaal groter is en tweemaal meer zenuwcellen bevat dan bij een meisje, voelt het kind zich een jongen. Swaab had eerder al vastgesteld dat de biologische klok bij homoseksuele jongens tweemaal groter is dan bij heteroseksuele meisjes én bij heteroseksuele jongens. Vooral dat laatste veroorzaakte een hoop commotie. Het was het eerste bewijs dat de hersenen van homo's en hetero's verschillend zijn.

Kenmerken van het brein
Er zijn de laatste tien tot twintig jaar wel zo'n honderd sekseverschillen in het brein gevonden. De betekenissen hiervan zijn meestal nog niet duidelijk. Wetenschappers kennen de precieze functies van de verschillen vaak niet, laat staan de effecten ervan op gedrag.

Van een aantal kenmerken van het jongensbrein is dat wel bekend. Zo is de rechterhersenhelft door de testosteronpiek in de baarmoeder sterker ontwikkeld dan de linkerhersenhelft. Het vermogen tot abstract denken, creativiteit en ruimtelijke vaardigheden (rechterhelft) is daardoor bij jongens groter dan het vermogen tot taal en het goed onder woorden kunnen brengen van gedachten en gevoelens (linkerhelft). Het verband blijkt vrij rechtlijnig: hoe hoger het testosterongehalte in de baarmoeder bijvoorbeeld is geweest, hoe kleiner de woordenschat van een jongen, maar ook hoe groter het ruimtelijk inzicht. Tussen linker- en rechterhelft bestaat ook een beperkte hoeveelheid verbindingen.

Het jongensbrein heeft de architectuur van een specialist, aldus Martine Delfos, biopsycholoog en schrijfster van de boeken De schoonheid van het verschil en Verschil mag er zijn. Dat past goed bij hun voorkeursgedrag, dat gericht is op competitie. Jongens willen zich voortdurend meten met de ander, laten zien dat ze de ander aankunnen, want daar voelen ze zich veilig bij. Dan is het fijn als je iets heel goed kan, ergens in gespecialiseerd bent. Waar een meisje de wereld verkent door uit te vinden hoe de medemens in elkaar steekt, verkent de jongen de wereld door uit te vinden hoe objecten en materialen werken. Daarom richten jongens zich vanaf dag één al op mechanisch bewegende objecten en spelen ze liever met auto's dan met poppen. En daarom zijn jongens altijd aan het wedijveren met elkaar. Via stoeien, vechten en sporten. Door te laten zien hoe wereldwijs ze zijn of hoe goed ze iets kunnen. 'Jongens zijn allemaal Lancelotjes. Het gaat hen eigenlijk niet om de heilige graal, maar om zich waardig te betonen ten opzichte van de ander,' aldus Delfos.

De gerichtheid op objecten en op competitie betekent volgens Delfos niet dat het jongensbrein geen oog heeft voor mensen of voor zorg. Maar het kan er op een andere manier 'bij'. Zo kunnen jongens bijvoorbeeld weer beter gevaar en boosheid van gezichten aflezen dan vrouwen.

Later rijp
Dat mannen en vrouwen inderdaad verschillende circuits in de hersenen gebruiken om hetzelfde te bereiken, bleek een aantal jaren geleden uit hersenscans. Mannen en vrouwen met dezelfde intelligentie bleken andere zenuwpaden in de hersenen in te zetten om vragen op te lossen. Bij mannen waren gebieden in het achterhoofd actief (het deel waar de informatie van de zintuigen wordt verwerkt), bij de vrouwen gebieden in het voorhoofd (vooral het taalgebied). Jongens verwerken informatie meer visueel-ruimtelijk, meisjes meer verbaal-linguïstisch.

Al veel eerder was ontdekt dat de omvang van de breinen verschilt. Vanaf het tweede jaar is het jongensbrein gemiddeld groter dan het meisjesbrein. Dit leidde tot de veronderstelling dat jongens intelligenter zijn. Later is ontdekt dat er in het meisjesbrein een veel hogere stofwisseling plaatsvindt. 'Het jongensbrein is gewoon een andere machine, het draait een ander programma af,' aldus Swaab.

Testosteron zorgt ervoor dat de rijping bij het mannelijke programma gemiddeld twee jaar later begint. Een proces waarbij het brein verbindingen efficiënter en sneller maakt en hersencellen die niet worden gebruikt, opruimt. 'Jongens blijven langer speels,' aldus Swaab. 'Ze doen veel dingen tegelijk, zijn niet zo gefocust.' Door de latere rijping worden ze later volwassen, kunnen minder goed hun impulsen - zoals agressie of woede - onder controle houden en minder goed plannen. Nu het onderwijs beter is afgestemd op de leermogelijkheden van het meisje en minder op die van de jongens, wordt dat verschil steeds duidelijker. Jongens presteren minder goed op scholen dan meisjes. Tot de hogescholen en universiteiten aan toe.



Door Astrid Smit / 04 november 2010 / ()

Gezondheid




Alle onderwerpen over gezondheid

77 artikelen voor categorie 'thema_gezondheid, kernstuk'
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Blijf gratis op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.

Zoeken


Geef je mening

Groente eten: geef jij je kind het goede voorbeeld?

Groente eten: geef jij je kind het goede voorbeeld?

Nou, uh, nee, eigenlijk niet…

Nee, en daar doe ik ook niet moeilijk over

Ja, ik haal die 2 ons per dag

Ja, maar ik moet me ertoe zetten

Volg ons ook op

Volg ons op FacebookVolg ons op TwitterVolg ons op YouTube