Bang

Afbeelding bij Bang 20 december 2010
Anne Elzinga thema_opvoeden zelfvertrouwen bang angstig home

Bang



Het ene kind is bang voor een bal, het andere wordt gepest op school of durft niet uit logeren. Tips voor het opkrikken van de ego’s van muurbloempjes, angsthazen, pispaaltjes en klunzen.

Stap voor stap meer zelfvertrouwen
Een zelfverzekerd kind is een gelukkig kind. Zo, die staat. En het is nog waar ook: zelfvertrouwen is een paspoort voor een geestelijk en sociaal gezond leven. Iemand die een goed gevoel heeft over zichzelf, durft te zeggen wat hij vindt, komt voor zichzelf op en laat zich niet kisten. 'Doe mij maar zo'n kind,' zal elke ouder zeggen. Goed nieuws! Je kunt dat voor een groot deel sturen, al gaat het bij de een makkelijker dan bij de ander. Een kind dat van nature angstig, introvert of weinig zelfredzaam is, heeft een langere en hobbeliger weg te gaan dan een evenwichtig, optimistisch exemplaar. Zelfs bange wezels en stille wateren kunnen echter uitgroeien tot zelfbewuste kanjers. Er is maar één manier waarop ze dat bereiken: door te dóen. Zo leren ze obstakels te overwinnen en weer op te krabbelen na mislukkingen. En daar zijn ouders voor: kinderen weten namelijk niet uit zichzelf hoe dat moet. Ouders kunnen ervoor zorgen dat hun nageslacht (beter) is opgewassen tegen negatieve invloeden van buitenaf: een leraar die Thijs voor gek zet, een vriendinnetje dat Sanne ineens negeert. Uiteindelijk is zelfvertrouwen de som van een beetje van het kind (genen), een beetje van de ouders (opvoeding) en een beetje van de buitenwereld (omstandigheden).

Vaardigheid + waardigheid
'Zelfvertrouwen is een combinatie van vaardigheid en waardigheid,' zegt psycholoog Robert Haringsma. Dat bekt lekker, maar wat betekent het? 'Wij koppelen zelfvertrouwen vaak aan prestaties. Daar zit een kern van waarheid in. Je ziet kinderen bijna letterlijk groeien als ze ineens iets onder de knie krijgen wat ze voorheen niet lukte. Maar het vergroten van je vaardigheden alleen is niet voldoende. Wie kent die types niet die voortdurend negens en tienen halen en tóch denken dat ze dit keer écht zullen zakken? Je kunt nog zo vaardig zijn, als je je niet waardig voelt, ben je nergens.'

Denken dat je pas iets betekent als je iets kunt, is volgens Haringsma typisch westers. Oosterse filosofieën als het boeddhisme gaan ervan uit dat mensen goed zijn zoals ze zijn, ongeacht hun prestaties en hun bezittingen. Zen-monniken die al hun wereldse verlangens vaarwel hebben gezegd, hebben deze denkwijze tot in het extreme doorgevoerd. Dolgelukkig met niks. 'Dat hoeft nou ook weer niet,' zegt Haringsma, 'het gaat om de balans.' Dat betekent dat je je kind niet alleen alle kans geeft om vaardigheden te oefenen, maar ook dat je hem daarbij jouw onvoorwaardelijke liefde biedt. En dat je soms tegen hem zegt - als hij ondanks talloze bijlessen weer een vier haalt voor wiskunde: 'Nou èn? Jij bent hartstikke goed in Frans.'

Zelfverzekerd in twee stappen
Angsthazen, muurbloempjes, klunzen en pispaaltjes blaken doorgaans niet van zelfvertrouwen. Maar met een beetje goede wil en veel inzet kunnen ouders dat zelfbeeld in twee stappen opkrikken:

Stap 1: Herken je kind. Zoek uit tot welk type jouw kind (vooral) behoort. Veel kinderen vallen onder meer dan één omschrijving.

Stap 2: Help je kind. Maak gebruik van de tips. Beperk je daarbij niet alleen tot de adviezen die bij jouw kind genoemd worden, maar grasduin ook in toepasselijke suggesties bij andere types.

Help jezelf
Wees niet te streng voor jezelf. Kinderen hoeven niet elke seconde van hun leven met zichzelf in hun nopjes te zijn. Heb je ze een goede basis gegeven, dan kunnen ze wel tegen een stootje. Ben je bang dat je daarin tekortgeschoten bent? Het is nooit te laat om ermee te beginnen.

De Kluns


Signalement
- onhandig
- houterig
- moeite met (leren) fietsen / lopen / rennen / tikkertje
- vaak aan de kant bij bewegingsspelletjes
- bij sportevenementen altijd als laatste gekozen
- struikelt vaak / laat dingen uit zijn handen vallen
- speelt de clown om zijn onhandigheid te verbergen

Zo help je de kluns
1. Onderschat het niet
'Ouders bagatelliseren een motorische achterstand weleens. "Ach, dat zit nou eenmaal in de familie." Maar die gebrekkige motoriek op zich is het probleem niet. Het probleem is dat dat vaak allerlei sociale consequenties heeft.' Gymleraar en Motorisch Remedial Teacher (MRT) Jos Hemelaar ziet het gebeuren in zijn klassen, zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs: kinderen die niet mogen of willen meespelen, die buitengesloten worden, die de hele tijd met hun tekortkomingen worden geconfronteerd, krijgen een knauw. Soms gaan ze zichzelf overschreeuwen of zich vervelend gedragen om er toch maar bij te horen. Jammer, want met een beetje hulp kan tachtig procent van de kinderen misschien geen Cruijff, maar wel een goede keeper worden.
2. Zorg dat je er snel bij bent
Hoe jonger, hoe effectiever. Tot ongeveer het 13e jaar - maar vooral tussen 4 en 7 - ontwikkelt de motoriek zich razendsnel. Meestal zijn de achterstanden dan nog niet zo groot en kunnen ze met wat extra training snel ingehaald worden. Daarna duurt dat veel langer.
3. Wees niet té bezorgd
Is je kind niet de snelste en beste sporter, maar doet hij wel leuk mee en heeft hij er plezier in? Dan hoef je je geen zorgen te maken. Dat hoeft pas als hij duidelijk buiten de boot valt.
4. Speel samen!
Met stoeien, touwtjespringen, hinkelen, steltlopen, tikkertje of trampolinespringen verbetert spelenderwijs de motoriek. Dat je door samen te spelen ook laat zien hoe belangrijk je kind voor je is, is nog eens een extra boost voor zijn zelfvertrouwen. Onderdruk je gaap als je voor de twintigste keer moet doen alsof je niet weet dat hij zich in de kelderkast heeft verstopt. Laat hem het spel kiezen. Je zult zien dat je niet alleen je kind van een heel andere kant leert kennen, maar ook jezelf: wist jij dat je zelfs van kleintjes wilt winnen?
5. Promoot sport
Elk kind moet sporten, vindt Hemelaar. Teamsporten kunnen voor houten klazen een hel zijn, omdat clubgenoten hen het liefst links laten liggen. Kies dan voor individuele sporten als zwemmen, schaatsen en judo.
6. Zoek hulp
Gymleerkrachten kunnen op school een hoop ellende voorkomen als ze klasgenoten duidelijk maken dat het helemaal niet erg is dat Klaas niet goed kan rennen. Bovendien kunnen ze gymoefeningen op zijn niveau aanbieden. Voor een intensieve behandeling kun je terecht bij een MRT'er (niet vergoed) of een kinderfysiotherapeut.

Het muurbloempje


Signalement
- verlegen
- introvert
- valt liever niet op
- trekt zich graag terug
- verschuilt zich liefst achter een ander
- is nooit het stralende middelpunt

Zo help je het muurbloempje
1. Wees gul met complimenten
Iedereen bloeit op als hij geprezen wordt. Geef hem minstens tien complimenten per dag. Blijf wel realistisch: hij ziet ook wel dat hij geen Picasso is.
2. Kijk in je eigen spiegel
Vaak komt een verlegen (onzekere, angstige) junior met een verlegen (onzekere, bange) senior aan. Aangeboren of aangeleerd; als je je kind wilt helpen zekerder over te komen, moet je je eigen gedrag ook onder de loep nemen. Laat die voordringer eens niet zijn gang gaan!
3. Laat hem zelf problemen oplossen
Overbeschermen ('Mama zal wel even zeggen dat dat andere kindje niet lief doet') is het stomste wat je met een muurbloempje kunt doen. Daar wordt hij sociaal niet sterker van. Wat wél goed is voor zijn zelfvertrouwen? Het gevoel dat hij zijn eigen boontjes kan doppen. Laat hem zoveel mogelijk zijn eigen beslissingen nemen, mét hulp van jou als hij dat wil. Stimuleer hem van jongs af aan om zelfstandig dingen te ondernemen: een hobby, sport, een verantwoordelijk huishoudelijk klusje. Zo wordt hij heer en meester over zijn eigen leven.
4. Moedig hem aan om zijn emoties te uiten
Maak er een gewoonte van met je kind over gevoelens te praten door vragen als: 'Hoe voelde je je toen dat gebeurde?' Dan zal hij die emoties ook makkelijker naar vrienden uiten. Veroordeel niet; reageer positief of op zijn minst neutraal. Volgens de logica van een 10-jarige is hij niks waard als zijn gevoelens niet serieus te nemen zijn.
5. Oefen sociale vaardigheden
Nodig vrienden thuis uit. Laat hem 'oefenen' met zijn neefjes en nichtjes. Leer hem positieve lichaamstaal te gebruiken (lachend gezicht, rechte rug, oogcontact). Leeftijdsgenoten gaan het liefst om met kinderen die eruitzien alsof ze het naar hun zin hebben.

De angsthaas


Signalement
- onzeker
- (faal)angstig
- snel van slag
- pessimistisch
- huiverig voor nieuwe ervaringen
- gespannen
- verzint vaak excuses voor zijn 'falen'
- voldoet buitenshuis krampachtig aan gestelde eisen

Zo help je de angsthaas
1. Bied een hechte thuisbasis
Geen betere voedingsbodem voor een stevig zelfbewustzijn dan een liefdevol en veilig thuis met ouders die openstaan voor de wensen en behoeften van hun kind. Door daarop te reageren laten ouders hun kind merken dat hij ertoe doet. Niet dat je bij elke gril moet opspringen - het gaat om het totale patroon. Een kind dat gewend is gekoesterd te worden, probeert die fijne sensatie altijd vast te houden. Zelfverzekerd tot in z'n botten kan hij er zelfs tegen als zijn positieve zelfbeeld even een opdonder krijgt. Heeft hij dat vanzelfsprekende zelfvertrouwen niet van huis uit meegekregen, dan doet hij zijn hele leven z'n best het te vinden. Maar omdat hij niet weet hoe het voelt, weet-ie eigenlijk niet waarnaar hij zoekt.
2. Spiegel positief
Hoe iemand over zichzelf denkt, wordt niet alleen bepaald door hoe hij zichzelf ziet, maar ook door hoe hij denkt dat anderen hem zien. Vooral ouders kunnen dat beeld maken of breken. Zeker tot een jaar of 12 hebben zij daarop meer invloed dan wie ook. Zijn zij fans of juist kritische recensenten? Roepen ze vaker 'wat goed dat je…' dan het zure 'wat ben je toch...'?
Dat betekent niet dat ouders de godganse dag met een grijns door het huis moeten lopen: een kind moet weten dat ook ouders weleens een baaldag hebben. Hij heeft het trouwens ook zo door als je het niet meent.
3. Neem zijn angsten serieus, ook al lijken ze jou nog zo onzinnig
Door ze te negeren, tegen te spreken of te kleineren, gaat je kind op den duur aan zichzelf twijfelen. Vraag hem uit te leggen waarom hij bang is en toon daar begrip voor. Dan voelt hij dat jij aan zijn kant staat. Dat maakt hem sterker en beter in staat ermee om te gaan. Stel hem gerust en bedenk samen oplossingen.
4. Een zesje is goed genoeg
Een kind dat zucht onder de prestatiedrang van zijn ouders eindigt zwaar gefrustreerd: er is namelijk altijd iemand nog beter dan hij. Natuurlijk kun je hem helpen een bepaalde vaardigheid te trainen als hij dat wil. Maar hou het leuk. En maak duidelijk dat iedereen wel iets heeft wat hij niet (zo goed) kan. Ook jij.

Het pispaaltje


Signalement
- introvert
- begrijpt sociale normen niet
- sociaal niet erg handig
- vaak de zondebok
- niet weerbaar/kwetsbaar
- weinig zelfinzicht
- kijkt mensen vaak niet aan

Zo help je het pispaaltje
1. Eerst homewise, dan streetwise
Zorg dat je zoon of dochter gewapend met flink wat eigenwaarde en een helder normen- en waardenstelsel zo rond zijn 4e de grote, boze buitenwereld in trekt. Een geaard kind raakt niet zo snel van slag als hij buiten opeens anders bejegend wordt dan thuis, of in aanraking komt met onbekende waarden en normen. Hoe dieper het zelfvertrouwen geworteld is, hoe steviger een kind in de omgang met leeftijdsgenootjes in zijn schoenen staat. Want hij moet eerst zelf lekker in z'n vel zitten, voordat hij zich bij anderen op z'n gemak voelt.
2. Koester zijn eigenheid
Is jouw Rosa anders dan anderen? Gefeliciteerd! De wereld zit niet op zes miljard klonen te wachten. Zeg haar dat. En stimuleer haar talenten.
3. Maak je kind fysiek weerbaarder
Houding bepaalt voor minstens 50 procent de indruk die iemand maakt. Fier rechtop, voeten iets uit elkaar, open observerende blik, armen krachtig langs het lichaam: pestkoppen denken wel tien keer na voordat ze zich op zo'n mini-Rambo storten. Daarentegen zijn gebogen schouders, zachte stemmen en neergeslagen ogen een regelrechte uitnodiging om toe te slaan. Laat je kind het verschil voelen door te proberen hem eerst in de ene en daarna in de andere houding omver te duwen. Een cursus judo of een andere verdedigingssport helpt doorgaans ook.
4. Leer hem effectieve antipest-strategieën
Let niet alleen op lichaamshouding, maar ook op stemgebruik. Met een lage, rustige stem maak je meer indruk dan met een gejaagde, overslaande toon. Train op de ik-boodschap: 'Ik wil dat je van me afblijft' komt krachtiger over dan 'Blijf van me af.'

Leer je kind verder zijn kwelgeesten zo veel mogelijk te negeren: dan gaat de lol er snel van af. Schakel daarvoor de fantasie in. Laat je kind zich bijvoorbeeld inbeelden dat hij een regencape aan heeft waar alle nare opmerkingen van afdruppelen.

Bronnen: Leer je kind zelfvertrouwen, door Richard C. Woolfson; Bouwen aan zelfvertrouwen, door Marijke Bisschop; Je kunt het!, door Marga Schiet

Door Anne Elzinga / 13 oktober 2010 / ()

Opvoeden


Alle onderwerpen over opvoeding

120 artikelen voor categorie 'thema_opvoeden, kernstuk'
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z




Zoeken


Geef je mening

Groente eten: geef jij je kind het goede voorbeeld?

Groente eten: geef jij je kind het goede voorbeeld?

Nou, uh, nee, eigenlijk niet…

Nee, en daar doe ik ook niet moeilijk over

Ja, ik haal die 2 ons per dag

Ja, maar ik moet me ertoe zetten

Blijf gratis op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.

J/M Weblog

Op het J/M weblog - ook wel blog genoemd - van J/M voor Ouders vind je de online "columns" van onze (ervarings)deskundigen op pedagogisch en opvoedkundig gebied.

Volg ons ook op

Volg ons op FacebookVolg ons op TwitterVolg ons op YouTube