Leren luisteren - ‘Doe nou eens wat ik zeg!’
Leren luisteren - ‘Doe nou eens wat ik zeg!’
Even helpen opruimen, een jas ophangen, luisteren als papa of mama iets vraagt: kennelijk bestaat er niets moeilijkers voor een kind. Gelukkig zijn er trucjes om toch tot het oostindisch dove kroost door te dringen. Klinisch psycholoog en psychotherapeut Manon Mostert-Uijterwijk ontwikkelde een training voor ouders van ADHD-kinderen, waarvan de basistechnieken ook voor andere ouders heel handig zijn.
Leren luisteren
Tijdens het interview begint de éénjarige dochter van klinisch psychologe Manon Mostert-Uijterwijk te huilen. Mostert pakt haar op, knuffelt haar even en zegt: ‘Wat goed dat je aangeeft dat je naar bed wil!’ Daarmee brengt ze in praktijk wat ze in haar werk in kinderpsychiatrisch centrum De Bascule aan ouders leert: kinderen gedijen beter bij een positieve aanpak van stimuleren en complimenteren dan bij een negatieve houding van verbieden en straffen. Uit de experimentele psychologie is allang bekend dat het belonen van gewenst gedrag veel effectiever is dan het afstraffen van ongewenst gedrag. ‘Dan leert een kind alleen maar wat-ie niet mag, maar niet hoe het wel moet. Bovendien zijn ouders dan de hele dag aan het snauwen en grauwen: ga daar van af, doe dat niet, wees nou eens lief. Geen omgeving waarin kinderen kunnen groeien. Belangrijk is hoe ouders naar het gedrag van hun kind kijken. Je kunt een huiltje zien als een vervelende jengel, maar je kunt het ook positief interpreteren.’
Mostert ontwikkelde voor haar collega-hulpverleners een op die leest geschoeid trainingsprogramma, bedoeld voor ouders van kinderen met ADHD. Behalve uitleg over de stoornis van hun kind en de gedragsgevolgen daarvan, leren ouders in deze training een aantal vaardigheden om hun kind thuis beter kunnen begeleiden. Het zijn technieken die ook ouders van ‘gewone’ kinderen een steuntje in de rug kunnen geven: als hun schatje opeens (tijdelijk) verandert in een lastig, ongehoorzaam mispunt of als ze zelf even in minder goede doen zijn. Noodzakelijk is wel dat de basisvoorwaarden voor een goede ontwikkeling zijn vervuld, waarschuwt Mostert. ‘Het klinkt misschien soft, maar elk kind moet vanaf dag één weten dat hij er mag zijn. Dat hij als baby liefdevol ontvangen wordt, zich kan hechten aan zijn ouders en dat zij hem veiligheid en aandacht bieden. Er moet oog zijn voor zijn behoeften: ouders moeten aansluiten bij wat híj nodig heeft. Dat is de basis.’ Is die basis er niet, dan richten zelfs de meest geavanceerde opvoedtrucs niet veel uit.
Wereldschokkend zijn de meeste technieken niet. Veel ouders hanteren ze al automatisch. Maar lang niet altijd bewust en consequent. Zelfs een doorgewinterde en getrainde moeder als Manon Mostert gaat naar eigen zeggen nog wel eens in de fout. ‘We zijn nu eenmaal geen robots. Het gaat niet altijd volgens de pedagogische regels. Elke ouder schiet wel eens uit zijn slof en vergeet dan positief te blijven.’ Gelukkig is dat niet zo erg. ‘Als je geblunderd hebt, zijn er genoeg momenten om het weer goed te maken. Een goede relatie kan zo’n stootje makkelijk hebben.’
Gaat het even niet zo lekker, dan is het raadzaam de opvoedtechnieken een tijdje bewust toe te passen. Mét deze lijst van handige tips (zie volgende pagina’s) bij de hand. In het begin zal het wat extra energie vergen, maar na verloop van tijd zullen ouders merken dat hun kind steeds vaker en sneller doet wat zij zeggen!
Geef positieve aandacht
Af en toe een aai over de bol, een spelletje doen met elkaar, een potje stoeien of gewoon samen voor de tv hangen. Ouders hoeven hun kind heus niet elke dag de hemel in te prijzen of hem met cadeaus te overladen. Het zijn de kleine dingen die het doen. ‘Mama vindt mij de moeite waard’ is de (onuitgesproken) boodschap die een kind meekrijgt als zijn moeder hem een schouderklopje geeft. Die wetenschap bevordert zijn zelfvertrouwen en zijn zelfbeeld en dat straalt hij op den duur ook naar de buitenwereld uit. Prettige bijkomstigheid is dat zo’n aanpak ook de band tussen ouders en kroost versterkt.
Is de verhouding tijdelijk verstoord, dan kan het helpen om bewust gedurende zo’n maand of twee dagelijks vijftien minuten de tijd te nemen om iets leuks te doen met het kind. Broertjes en zusjes doen niet mee en hij mag - binnen redelijke grenzen - zeggen wat er wordt gedaan. Door interesse in zijn spel te tonen, geen opdrachten of bevelen te geven, maar te delen in zijn plezier lukt het vaak een negatieve spiraal te doorbreken. Heel wat ouders uit de training van Mostert hebben zich op deze manier de grondbeginselen van het Yu-Gi-Oh!-spel eigen gemaakt!
Geef effectieve instructies
Als een kind niet luistert, is dat lang niet altijd onwil. Soms heeft hij het gewoon niet gehoord omdat de ouder vanuit een andere kamer roept en de tv aanstaat. Of hij begrijpt het niet omdat de boodschap veel te ingewikkeld is en hij na de eerste zin al heeft afgehaakt. In plaats van gefrustreerd de opdracht drie keer te herhalen, is het zinniger de vraag op een andere, effectievere manier te stellen. ‘Als ouders simpelweg de manier waarop ze dingen vragen veranderen, volgen kinderen veel makkelijker hun verzoeken op,’ heeft Mostert in de oudertraining gemerkt.
Zo geeft u effectieve instructies
1. Zorg dat u meent wat u zegt.
2. Geef geen bevelen in de vorm van een vraag. Veel ouders trappen in die valkuil. 'Wil je naar bed gaan?' vragen ze hun kind dan, terwijl ze eigenlijk bedoelen: 'Je moet nu naar bed!'. Spreek op zakelijke toon en hou het simpel en direct.
3. Vraag of zeg niet te veel tegelijk. Kleine kinderen en kinderen met ADHD of een aan autisme verwante stoornis kunnen meestal maar één, hooguit twee boodschappen tegelijkertijd aan. Zeker voor hen moet het verzoek of de opdracht daarom eenduidig zijn: 'Ga je tanden poetsen'. Vanaf een jaar of 8 snappen 'gewone' kinderen complexere verzoeken wel: 'Ga naar boven, poets je tanden, pak je gymtas en kom weer beneden.' Merkt u dat het niet lukt, hak dan de boodschap in stukjes.
4. Let erop dat het kind alert is. Noem zijn naam, maak oogcontact of til eventueel zijn hoofd op zodat u zeker weet dat hij luistert en u aankijkt als u iets vraagt.
5. Zorg dat er geen afleidbare dingen in de buurt zijn als u iets vraagt. Geen blèrende radio's, cd-spelers of tv's. U kunt niet van uw kind verlangen dat hij naar u luistert, terwijl Pino en Tommie net zijn aandacht vragen. Zet de tv uit of wacht even.
6. Vraag uw kind te herhalen wat u heeft gezegd. Dit hoeft alleen als u de indruk heeft dat uw kind niet geluisterd heeft of het niet begrepen heeft.
Geef feedback
Door aan te geven welk gedrag ouders graag zien, uit te leggen waarom dat zo goed is en wat voor baat het daar zelf bij heeft, leert een kind spelenderwijs hoe hij zich in bepaalde situaties moet gedragen. ‘Wat goed dat je hebt opgeruimd. Want nu kunnen we lekker naar de speeltuin.’ ‘Ze leren zo oorzaak en gevolg te onderscheiden en kunnen daar later op anticiperen: ik ruim maar snel op, want dan…,’ legt Mostert uit. Het is niet nodig in elke situatie feedback te geven: daar zouden zowel ouders als kinderen op den duur stapelgek van worden. En het hoeft ook niet al te uitgebreid. Maar in sommige gevallen kan het handig zijn om de positieve gevolgen toch even te benoemen.
Zo geeft u feedback
1. Maak contact (noem bijvoorbeeld de naam)
2. Zeg wat het kind goed deed
3. Geef aan waarom dit goed is
4. Noem positieve gevolgen voor het kind
5. Beloon gewenst gedrag
Belangrijk onderdeel van de positieve aanpak is dat kinderen beloond worden als zij het gedrag vertonen dat ouders graag zien. Nu moeten ze natuurlijk geen berekenende loeders worden die voor elke goede daad loon naar werken eisen. Daarom moeten ouders bij voorkeur gebruik maken van de minst vergaande vorm van belonen.
Er zijn drie soorten:
• sociale beloningen, bijvoorbeeld een complimentje, een zoen, kwartiertje later naar bed.
• activiteiten als beloning, bijvoorbeeld voetballen, samen naar de film.
• materiële beloningen, bijvoorbeeld een cadeautje, een ijsje.
‘Die laatste geef je liever niet,’ drukt Mostert ouders op het hart. ‘Ga voor de sociale beloning of desnoods een combinatie van de eerste twee. Het is niet verstandig kinderen voor de meest vanzelfsprekende dingen te betalen: je krijgt een kwartje als je je aankleedt. Alleen als hij ontzettend zijn best heeft gedaan, is een aanmoedigingspremie in de vorm van geld of goederen op zijn plaats.’
Een lief complimentje is voor veel kinderen al genoeg. In sommige gezinnen is het niet gebruikelijk om elkaar te prijzen. En ook in de buitenwereld zijn complimenten vaak schaars. Toch is het goed om daarin verandering te brengen, in het gezin én op het werk. Wie straalt niet (stiekem) als hij in de lucht gestoken wordt? ‘Minstens tien complimenten per dag,’ is het recept van Mostert. Overigens gaat het niet zozeer om de kwantiteit, maar meer om de kwaliteit. ‘Geef geen compliment omdat het nou eenmaal moet, terwijl je er niets van meent. En ook niet als het kind nog bezig is.’ Dus niet zeggen dat hij de kast zo geweldig heeft opgeruimd als hij nog niet klaar is. Wel kan een pluim op zijn hoed een zetje in de goede richting geven: ‘Ik zie dat je je speelgoed opruimt. Fijn! Zal ik je helpen die zware doos te tillen?’
Zo beloont u gewenst gedrag
- Deel complimentjes onmiddellijk na het goede gedrag uit
- Geef het voor specifiek gedrag zodat een kind weet waarvoor hij geprezen wordt
- Hou het positief; plak er geen 'maar' of een lesje aan vast. 'Zie je wel dat je je kamer kunt opruimen!'
- Kijk het kind aan, lach naar hem
- Geef het compliment consequent ook waar anderen bij zijn
- Wees niet bang dat het kind verwend wordt door al die complimenten. Het is nooit genoeg!
Corrigeer ongewenst gedrag
‘Jan, kijk me eens aan. Ik vind het goed dat je nu even gaat afkoelen, maar ik vind het vervelend als je met die deur gooit.
Ik wil dat je volgende keer de deur open laat staan.’ Dit is een voorbeeld van wat met een duur woord ‘corrigerende gedragsinstructie’ wordt genoemd. Waar het op neerkomt, is dat een kind duidelijk te horen krijgt wat hij goed heeft gedaan, maar ook wat een volgende keer beter of anders moet. De truc is het gewenste gedrag te benoemen. Zo leren ouders hun kind alternatief gedrag aan in plaats van dat ze hem alleen negatieve feedback geven (‘Doe niet zo etterig’).
Zo corrigeert u ongewenst gedrag
1. Maak contact
2. Zeg wat het kind goed doet
3. Zeg wat het niet goed doet
4. Zeg wat goed/beter/handiger is in deze situatie
5. Geef aan waarom dat wenselijk is
6. Vraag eventueel of hij het begrepen heeft.
Negeer ongewenst gedrag
Consequent geen aandacht geven aan een bepaalde ongewenste gedraging is een zeer effectieve manier om het af te zwakken. Sterker nog: ‘Op den duur dooft het uit,’ belooft Mostert. Het lijkt misschien makkelijk, maar net doen of je niets hoort of ziet terwijl je kind doorraast is misschien wel één van de moeilijkste opdrachten voor ouders. Want zelfs non-verbaal mogen ze niet reageren. ‘Je mag dus ook niet boos blijven kijken. In feite komt het erop neer dat ouders zichzelf even moeten uitschakelen.’ Bovendien zal het gedrag in het begin verergeren, omdat papa en mama toch lekker niks zeggen. Een ingewikkelde taak, te meer omdat het consequent moet worden volgehouden. ‘Als je het de ene keer wel doet en de andere keer niet, leert een kind dat hij zijn zin toch wel krijgt, als hij maar lang genoeg doorgaat.’
Niet elk gedrag leent zich voor deze techniek. Mostert raadt ouders aan een indeling te maken in fors (rood) en mild (oranje) negatief gedrag. Liegen, stelen, schelden, schoppen of slaan behoren tot de rode zône: gedrag dat absoluut moet verdwijnen en niet genegeerd kán worden. Doordrammen, zeuren en plagen zijn oranje gedragingen, die geen ouder graag wil zien en die prima genegeerd kunnen worden.
Zo negeert u ongewenst gedrag
1. Bepaal samen met uw partner welke (oranje) gedragingen u niet meer wilt zien.
2. Ga na hoeveel energie u wilt steken in het afzwakken van dit gedrag. Straffen kost meer energie dan negeren. 'Choose your battles.'
3. Negeer dat gedrag consequent door totaal niet te reageren, u om te draaien of even weg te lopen.
Geef een time-out
Misdraagt een kind zich of weigert het (voortdurend) aan verzoeken te voldoen, dan is dit volgens Mostert één van de meest effectieve reacties. Elke ouder die wel eens een tierend kind naar de gang heeft gestuurd weet echter dat het niet eenvoudig is hem daar te krijgen en te houden. Toch is het het proberen waard, omdat het kinderen leert dat ze zich aan bepaalde regels dienen te houden, thuis én buiten. De time-out ontslaat het kind nooit van zijn plicht om aan het verzoek te voldoen. Weigert hij weer, dan moet hij opnieuw naar de time-out, net zo lang tot hij zich aan de regel houdt.
Van belang is de time-out van tevoren ‘droog’ te oefenen zodat het kind weet waar het aan toe is als het menens is. Zoek een geschikte time-out ruimte, liefst een saaie plek met weinig afleiding (het mag niet te gezellig zijn!): een stoel in de gang of in de hoek van de kamer.
De time-out procedure is een manier om gedrag te veranderen. De meeste kinderen vinden het niet echt leuk maar ervaren het ook niet als straf. Overigens werkt deze techniek alleen maar als ouders voor honderd procent achter hun vraag, opdracht of verzoek staan en bereid zijn er consequenties aan te verbinden. In het begin kan het best zijn dat ze tien minuten de kruk van de deur vast moeten houden om te voorkomen dat hun kind ‘ontsnapt.’ Maar zijn ouders en kind er eenmaal aan gewend, dan is een time-out een prima manier om tot rust te komen!
Zo geeft u een time-out
1. Geef het eerste verzoek op een dwingende, maar vriendelijke toon. Verhef uw stem niet, maar let erop dat het verzoek niet overkomt als een gunst.
2. Tel in stilte tot vijf. Nooit hardop, omdat uw kind dan wacht tot de laatste tel.
3. Maakt het kind geen aanstalten, kijk hem dan aan, verhef uw stem en zeg: 'Als je niet doet wat ik zeg, breng ik je naar de gang.'
4. Tel na deze waarschuwing opnieuw onhoorbaar tot 5.
5. Maakt hij wederom geen aanstalten, dan pakt u hem stevig bij de arm en zegt: 'Je doet niet wat ik je heb gevraagd, dus nu ga je op de gang.' Hij moet mee, ook al belooft hij het alsnog te doen. Biedt het kind weerstand, gebruik dan eventueel fysieke kracht. Ga NIET in discussie en geef ook geen uitleg.
6. Laat het kind achter en zeg krachtig: 'Je blijft hier totdat ik zeg dat het voldoende is.' Houd zelf de regie. Hoe lang een kind in de time-out moet blijven is afhankelijk van zijn leeftijd
7. Praat niet met hem tijdens de time-out. Ook anderen moeten hem met rust laten.
8. Terug uit de time-out moet het kind alsnog aan het verzoek voldoen. Ga ook nu niet in discussie of napraten: dat levert toch niks op. Prijs hem als hij het toch nog doet. Zo laat u zien dat u niet meer boos bent.
Straf
Als niks anders helpt, is straf een laatste redmiddel. De nadelen zijn legio. Zo werkt het alleen maar tijdelijk, leert een kind niet hoe het wél moet, leidt het tot een negatief zelfbeeld, kan het een vorm van aandacht worden of komen ouders en kind in een negatieve spiraal terecht. Wordt het te vaak toegepast, dan verliest een straf bovendien zijn effect.
Opvoeders kunnen kiezen uit een waaier van straffen: standje, laten repareren wat vernield is, intrekken van een gunst, opleggen van een boete, buitenspel plaatsen (naar bed, kamer) of in het uiterste geval een lichamelijke straf. ‘Ik zal het zelf niet gebruiken en ook ouders niet aanraden, maar de zogenaamde pedagogische tik komt in de beste families voor. Gebeurt dat incidenteel, dan hoeft een tik op vingers of billen niet als erg problematisch gezien te worden. Regelmatig een klap geven is echter niet wenselijk. Het kind leert zo dat je problemen op kan lossen door te slaan. En dat is niet wat ouders hun kinderen willen bijbrengen.’
Zo straft u effectief
1. Laat de straf direct op het ongewenste gedrag volgen.
2. Verhef uw stem
3. Uit geen vage of loze dreigementen
4. Geef geen loze waarschuwingen; herhaal een waarschuwing niet eindeloos maar laat er na de eerste keer een straf op volgen
5. Beloon alternatief gedrag
-
De negen kernkwaliteiten van ouders
-
Multicultureel opvoeden
-
Kijk naar mij!
-
Concentreren op activiteit (4 jaar)
-
Meidenvenijn (9 jaar)
-
Opvoeden zonder stress
-
Leren luisteren - ‘Doe nou eens wat ik zeg!’
-
Snel boos op kinderen (7 en 5)
-
Handelen in vuurwerk (14 jaar)
-
Ouders lijden aan faalangst
-
De kracht van humor in de opvoeding
-
Wat moeders van vaders kunnen leren
-
Belonen, hoe doe je dat?
-
Slaan is slecht maar de praktijk is anders
-
De kunst van het straffen
Opvoeden
Alle onderwerpen over opvoeding
Geef je mening
Blijf gratis op de hoogte
Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.





