Waar groeit je kind het beste op?
23 augustus 2011
Waar groeit je kind het beste op?
In Nederland wonen zo'n tweeënhalf miljoen huishoudens met kinderen. Je komt ze overal tegen, van een metropool als Amsterdam tot aan het kleinste dorpje op Schiermonnikoog. Maar waar is het voor gezinnen nou het beste toeven? Welke gemeente wint de eerste J/M Award Gezinsvriendelijkste Gemeente?
Om te achterhalen in welke stad of dorp een kind het fijnste opgroeit, rangschikten we alle 413 Nederlandse gemeenten op zaken die voor gezinnen essentieel zijn. Allereerst keken we naar het criminaliteitscijfer. Het belangrijkste voor ouders is immers of hun woonplaats een veilige plek is. Deze selectie leverde vier ranglijsten van dertig gemeenten op: gemeenten met minder dan 35.000 inwoners, tussen de 35.000-75.000 inwoners, vanaf 75.000 inwoners en voor de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Dit onderscheid is nodig, omdat een wereldstad totaal onvergelijkbaar is met een plattelandsdorp. Vervolgens vergeleken wij (per categorie) de kandidaten voor de J/M Award op vijf andere punten met elkaar:
1. Hoeveelheid speelruimte
2. Verkeersveiligheid
3. Variatie in (goed bereikbare) voorzieningen voor kinderen (scholen, kinderopvang)
4. Nabijheid voortgezet en hoger Onderwijs
5. Buurtgevoel / sociaal klimaat
Grote groepen werkloze buurtboefjes, voortijdig schoolverlaters, noodruftige kindertjes, slechte scholen, vieze luchten, giftige gronden en recente schandalen kunnen de gezinsidylle verstoren: de aanwezigheid van deze zogenaamde contra-indicaties bepaalt daarom mede de plaats op de ranglijst. En om helemaal zeker te zijn, zochten we de winnende gemeenten op en spraken daar met bewoners en de wethouder Jeugd. Zo kwamen we uiteindelijk per categorie tot een top-5. De grote steden werden gerangschikt van 1 tot 4. De uitkomsten zijn verrassend.
Winnaar kleine gemeenten minder dan 35.000 inwoners: Leeuwarderadeel
Waarschijnlijk denkt niemand aan Leeuwarderadeel als ultieme opvoedregio. Behalve de Leeuwarderadelers zelf. 'Leeuwarderadeel is niet zo dichtbevolkt. In vergelijking met steden waar veel geweld is, is het hier heel goed.' Samen met het Bildt is Leeuwarderadeel de meest verkeersveilige kleine gemeente van Nederland. Ouders laten hun kind dan ook met een gerust hart zelf naar school lopen of fietsen. Het is er schoon, ook niet onbelangrijk. 'Alles wat je als ouders nodig hebt, is hier te vinden,' noemt bewoonster Anja Pluister nog een pluspunt. Zelfs de kinderpsycholoog die ze voor één van haar drie kinderen wilde raadplegen zat bij haar om de hoek. Kinderen kunnen kiezen uit zeven basisscholen en ook op sportgebied komen ze volledig aan hun trekken. Je kunt er zelfs kaatsen en duiken. Alleen voor de middelbare school én de daarbij behorende jongerentrekpleisters moeten ze tien kilometer fietsen naar het nabijgelegen Leeuwarden.
Opvallend is dat vier van de vijf winnaars in de categorie kleine gemeenten in Friesland liggen, in een straal van ongeveer 35 kilometer. Dat is opmerkelijk omdat er in totaal 303 kleine gemeenten in Nederland zijn, waarvan 'slechts' 28 (9%) in Friesland. Wat maakt het wonen in deze noordelijke provincie zo fijn?
Top 5 gemeenten met minder dan 35.000 inwoners
1. Leeuwarderadeel
2. Kollumerland en Nieuwkruisland
3. Gaasterlân-Sleat
4. Mill en St. Hubert
5. Littenseradiel
Winnaar gemeenten met 35.000-75.000 inwoners: Lingewaard
Dat Lingewaard hier op 1 staat, verrast de (inmiddels vertrokken) wethouder Bert Frings. 'Wij besteden minder aan jeugdbeleid dan omringende gemeenten. Kennelijk kun je ook met een kleiner budget veel bereiken.' Vast wel, maar de geïnterviewde bewoners memoreren wel allemaal dat er in Lingewaard voor tieners inderdaad niet veel valt te beleven. Toch zijn de kinderen van Ilse Willemsen (14, 16 en 19 jaar) erg aan hun stekkie gehecht. En ach, als ze uit willen, fietsen ze wel naar Arnhem of Nijmegen. Lingewaard eindigt op alle selectiecriteria bij de eerste vijf. Alleen op speelruimtegebied komen jonge Lingewaarders er een beetje bekaaid vanaf. Zij moeten met 79 kinderen één hectare speelplek delen; in bijvoorbeeld Coevorden doen ze dat maar met z'n 26'en. Groot voordeel is de scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs in Bemmel; in gemeenten van deze omvang is een 'eigen' middelbare school niet vanzelfsprekend.
Top 5 gemeenten met 35.000-75.000 inwoners
1. Lingewaard
2. Houten
3. Overbetuwe
4. Oude IJsselstreek
5. Raalte
Winnaar gemeenten vanaf 75.000 inwoners: Zoetermeer
Zoetermeer kan zich geen enthousiastere PR-medewerkers wensen dan hun 'jongerenambassadeurs,'; middelbare scholieren tussen 14 en 16 jaar. Zoetermeer luistert écht naar ons, zeggen zij. De gemeente doet veel voor haar jonge inwoners. Zo zijn er liefst 160 sportverenigingen, het Zoetermeerse Media Festival waarin leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs medialessen kunnen volgen en diverse gratis activiteiten. 'Wij willen graag dat onze jongeren weer terugkomen naar de stad als ze zich gaan settelen,' zegt wethouder Mariëtte van Leeuwen. Zoetermeer is namelijk een echte woonstad. 'We hebben de geborgenheid van een dorp, maar de voorzieningen van een stad.'
Top 5 gemeenten met meer dan 75.000 inwoners
1. Zoetermeer
2. Delft
3. Nijmegen
4. Zwolle
5. Almere
Winnaar grote steden: Utrecht
Wethouder Rinda den Besten is niet verbaasd over de eerste plaats van Utrecht onder de grote steden: 'In Utrecht staat talentontwikkeling centraal. Al vanaf hun 3e kunnen kinderen op allerlei verschillende verenigingen en clubs.' Jonge gezinnen verlieten vroeger vaak de stad. Nu verhuizen ze vaker binnen de gemeente, bijvoorbeeld naar Leidsche Rijn. Daar zijn meer speelplekken voor jonge kinderen. Utrecht scoort op alle criteria in de hoogste regionen: op de eerste plaats als het gaat om bijvoorbeeld het geringe aantal delinquente en werkloze jongeren, op de tweede plaats qua relatief lage criminaliteitscijfers en veel speelruimte. Overigens ontlopen de Grote Vier elkaar niet heel veel. De ene stad heeft iets meer speelruimte (Den Haag), de ander iets minder geregistreerde criminaliteit (Amsterdam) en in de derde vallen iets minder verkeersslachtoffers (Rotterdam).
Top 4 grote steden
1. Utrecht
2. Den Haag
3. Amsterdam
4. Rotterdam
Zelfs aan het meest ideale woonoord kleeft trouwens vaak nog wel een smetje. Poepende ganzen, onthoofde kanariepieten, dronken toeristen en overvliegende F16's kunnen (letterlijk) roet in het eten gooien. Soms is het smetje een Smet. Zo zal Kollumerland over tien jaar waarschijnlijk nog geassocieerd worden met de moord op de zestienjarige Marianne Vaatstra in 1999.
J/M feliciteert kleine en grote Leeuwarderadelers, Lingewaarders, Zoetermeerders en Utrechters. Troost voor die 16 miljoen andere Nederlanders: oost, west, thuis is het nog altijd best!
Diep in zijn hart ziet iedereen de stad als een jungle - gevaarlijk, vies en verderfelijk - en het platteland als een idylle, waar kinderen vrij en blij tussen het groen kunnen spelen. Daar zijn ze veilig. En de veiligheid van het kroost gaat voor alles, blijkt uit onderzoek over de zorgen van ouders. Hoewel de cijfers aantonen dat kinderen achter de voordeur nog altijd meer risico lopen dan daarbuiten, richt de angst van ouders zich vooral op de straat. Kinderen horen hun vrije tijd daar niet door te brengen: daar worden het maar straatschoffies van. Zeker als die straat geen gemoedelijke, rustige dorpsstraat is maar een anonieme, drukke weg in het dichtbevolkte centrum.
Liever een dorp
Het valt niet te ontkennen dat de rurale pastorale gezinnen veel voordelen biedt. De huizen (vaak met flinke tuin) zijn er doorgaans groter en goedkoper, de mensen voelen zich er veiliger en zelfs iets gelukkiger dan stedelingen, en inderdaad: de kinderen kunnen er vrijelijk rondstruinen. Hondenpoep, bekladde muren, rotzooi, vernielde prullenbakken ergeren plattelandsbewoners aanzienlijk minder dan stadsmensen. En het buurtgevoel is groot: dorpsgenoten kennen elkaar en houden een oogje op elkaars kinderen. Een vreemde loopt niet onopgemerkt voorbij.
Ruim een vijfde van de Nederlanders (22 procent) zou dan ook best landelijk willen wonen.
'We moeten het platteland ook weer niet al te veel romantiseren,' waarschuwt sociaal geograaf Willem Boterman. Er is daar weliswaar een zee aan ruimte om te spelen, maar de realiteit is dat drukke en soms levensgevaarlijke dorpsstraten of provinciale wegen kinderen terugdringen op hun eigen terrein en zelfs letterlijk opgesloten houden op het (boeren)erf. Rustiek groen is mooi, maar eng in het donker. Voor jongeren kan het er saai zijn. Er zijn nu eenmaal minder uitgaansmogelijkheden en voorzieningen dan in stedelijke gebieden. En wat er is, loopt in sommige regio's ook nog eens gevaar te verdwijnen vanwege de oprukkende vergrijzing.
Of toch de stad?
Nee, dan de stad, loftrompetteren Amsterdamse baby- en peuterouders uit Botermans onderzoek naar verhuismotieven van stedelingen. Nadat vanaf de jaren zestig veel middenklassegezinnen de stad verlieten voor (nieuwe) steden als Almere en Nieuwegein en later Vinex-wijken als Ypenburg (Den Haag) of Vathorst (Amersfoort), blijven nieuwbakken ouders sinds begin jaren negentig vaker in de stad. Het zijn yupps. Deze young urban professional parents zijn te herkennen aan een bakfiets, merkluiertas en verdwaald speentje in de zak van het maatpak. Zij voelen zich stadsmens en willen die identiteit niet opgeven nu ze kinderen hebben. Zij willen beiden blijven werken en kunnen dat alleen goed combineren als ze niet iedere dag uren in de file hoeven te staan. Op de fiets weten ze zeker dat ze op tijd bij school of crèche zijn. De vrienden uit hun school- of studietijd zijn meestal ook in de stad blijven wonen toen het eerste kind zich aandiende. Ze roemen de mogelijkheden die de stad volwassenen en kinderen biedt. Niet alleen voor de dagelijkse boodschappen maar ook voor hun culturele honger. Toch zweeft ergens in het achterhoofd het plaatje van wuivende korenhalmen. En dus zoeken ze bij voorkeur naar een huis met tuin en brede stoep in een kinderrijke en kindvriendelijke buurt, als het moet in een nieuwbouwwijk aan de rand van de stad. De - pak 'm beet - anderhalve ton die ze daarvoor meer moeten betalen dan voor een vergelijkbaar huis in een randgemeente, hebben ze er graag voor over. Dat onderscheidt ze van die andere, veel grotere groep stedelijke families: veelal migranten die de goedkopere huurwoningen bevolken.
Ideaal: de doorzongemeente
Veruit de grootste groep gezinnen combineert de voordelen van de stad met die van het platteland en strijkt neer in een 'doorzongemeente' buiten de stad. Vaak zijn dat ex-stedelingen die niet voldoende geld hebben voor een geschikte gezinswoning in de stad of die vrienden hebben die hun zijn voorgegaan naar de voorsteden.
Voor welke regio mensen uiteindelijk kiezen om hun kinderen groot te brengen, is afhankelijk van hun behoeften, wensen en mogelijkheden. Het één is niet beter dan het ander. Alleen anders. En de meeste gezinnen aarden in hun woonstek. Als ze eenmaal gesetteld zijn, verhuizen ze alleen nog maar als het echt noodzakelijk is en dan het liefst in dezelfde streek. Wel is het zo dat de keuze die ze maken, veel zegt over hun opvoedidealen (als ze tenminste iets te kiezen hebben). Zeg mij waar je woont, en ik zeg je wie je bent.
Voor dit onderzoek zijn diverse bronnen geraadpleegd. Gebruik is onder meer gemaakt van de meest recente gegevens van het CBS, Kinderen in Tel 2010 (uitgevoerd door het Verweij-Jonker Instituut), Dutch Hospital Data, RIVM en het Beste Gemeenten-2010 onderzoek van weekblad Elsevier. Deze gegevens zijn aan de hand van de door J/M opgestelde criteria gerankt door Marleen van den Berg en Klaas Postma van de afdeling Documentatie van Weekbladpers Media. Op www.jmouders.nl/onderzoek vind je een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksopzet.
Met dank aan DSP-groep, Amsterdam, Eric Lugtmeijer (woningcorporatie Parteon) en Marnix Eijsink Smeets (lector Subjectieve Veiligheid Hogeschool Inholland)
Dit vinden bijna alle ouders belangrijk:
1. Veilige omgeving (verkeersveilig, weinig criminaliteit, veilig voelen)
2. Aantal vierkante meters (liefst minimaal vier kamers, 110-120 m2)
3. Woning op begane grond met tuin
4. Buitenspeelgelegenheid (makkelijke toegang tot de straat)
5. Goede scholen
6. Genoeg 'ons soort mensen' (buurtgevoel)
7. Genoeg 'ons soort kinderen'
Bron onder meer: onderzoek onder Amsterdamse ouders van Willem Boterman
In dorpen zijn pubers de achterbankgeneratie
Plattelandspubers slempen zich uit pure verveling te pletter in hun zuipketen. Dit cliché wordt in diverse onderzoeken bevestigd. Jongeren tussen 13 en 23 ontmoeten elkaar in hun hokken, keten of schuren - vaak op het erf van één van hun ouders - waar de pijpjes bier het aantal bezoekers soms verre overtreffen. Ze drinken dan ook meer dan andere jongeren en beginnen er vroeger aan. Niet elke ouder maakt zich daar zorgen over: ze zijn blij dat de jeugd een plek heeft om samen te komen. Vanaf een jaar of 10 vinden sommige kinderen, volgens onderzoekster Renske Emmelkamp, hun idyllische buitenleven namelijk maar saai. Er zijn te weinig leeftijdsgenoten en te weinig voorzieningen. In het dorp is vaak nog wel een kroeg of soos, maar voor iets meer vertier - een disco, een kermis - moeten ze kilometers reizen, net als voor hun hockey- of zangclub. Omdat ook plattelandsouders bang zijn voor de enge man in de bosjes, zit er niets anders op dan het kroost te halen en te brengen; de achterbankgeneratie van de dorpen zijn de tieners. Doordat hun vrije tijd tot op het uur moet worden gepland en ze voor vervoer vaak afhankelijk zijn van de goedertierenheid van ouders, kan hun vrijheid worden beknot.
Onveilig
Op het platteland voelt één op de zes bewoners zich wel eens onveilig, in matig stedelijke gebieden 23% en in zeer sterk stedelijke gebieden 36%.
Overlast
Drugsoverlast of lastiggevallen worden op straat komen in landelijke gebieden nauwelijks voor. Daarentegen melden plattelandsbewoners relatief vaak dat ze last hebben van hangjeugd en dronkenlappen.
In de stad 'hang' je het fijnst. Hangen is voor jongeren hun lust en hun leven. Misschien zouden ze wel elke dag naar de bios of de disco willen, maar geldgebrek, strenge ouders, afstand of leeftijdsgrenzen weerhouden hen. De openbare weg kost niets en ook daar kun je chillen met je vrienden, zonder spiedende ouderlijke ogen in je rug. In binnensteden hebben pubers meer mogelijk-heden dan elders om elkaar buitenshuis te ontmoeten. In een dorp of een buitenwijk worden uitgelaten tieners al snel herkend als 'die van Jansen.' Dat hangt toch iets minder fijn. Wat niet wegneemt dat het fenomeen hangjongeren ook daar is doorgedrongen. Elke plaats in Nederland heeft zijn eigen hanggroep. En liefst 46 procent van de Nederlanders voelt zich op die plekken het onveiligst. (IVM 2009).
-
Enquête: Hoe is jouw ervaring met de kinderopvang?
-
Wat zou jij doen? Vervelen tijdens de vakantie
-
Wat zou jij doen? Regels loslaten
-
Jonge moeders: Opvoeden gaat vanzelf
-
Welk type vader ben je? Controlfreak, coach of flierefluiter
-
Ouders: verbied online sekspraat met minderjarigen
-
Drugs & drank: verbieden helpt niet, grenzen stellen wel
-
Wat zou jij doen? Weglopen van problemen (12 jaar) en Moeizame omgang met andere kinderen (9 jaar)
-
Boezemvrienden: wat vriendschap zegt over jouw kind
-
Pubers & depressiviteit: grip op hun dip
-
Wat zou jij doen? Snel afgeleid (6 jaar) en rotzooi maken (14 jaar)
-
Streng zijn en blijven: Regels maken je leven leuker
-
Zelf het haar van je kind knippen en andere haartips
-
Mobiele telefoon
-
Pleegzorg in de praktijk: Je krijgt méér dan een kind
Opvoeden
Alle onderwerpen over opvoeding
Geef je mening
De lol van samen koken
Samen koken is erg leuk en het samen opeten is nog leuker. Met dit kookboekje dat als bijlage zit bij het juninummer van J/M (morgen in de winkel) willen we eigenlijk hetzelfde bereiken. We willen inspireren tot gezamenlijk koken & eten. Vanuit de overtuiging dat dit zowel de gezondheid als het gezinsleven ten goede komt.
Blijf gratis op de hoogte
Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.
Like, Share & Win!
Stap 1 Like onze J/M Facebook-pagina
Stap 2 Deel de foto
Stap 3 Je maakt nu kans op 1 van de 25 Sonic games voor de Wii!





