"We willen zo graag dat ze happy is"
06 juli 2011
"We willen zo graag dat ze happy is"
Veerle is 6 als ze in de krant over de dood van Antonie Kamerling leest en zegt: ‘Ik begrijp die meneer wel.’ Bij Maaike en Mats gaan alle alarmbellen rinkelen. Op zoek naar wat hun dochter dwarszit, moeten ze iets onder ogen zien: Veerle is geen doorsnee kind en daar past geen doorsnee opvoeding bij.
Maaike herinnert zich het moment goed, misschien door het contrast met het relatief kleine kinderdrama dat haar oudste dochter Pieke (10) juist daarvoor meemaakte. 'Haar nieuwe mobieltje was bij het vissen in het water gevallen; iets te enthousiast uit haar broekzak getrokken. Terwijl ik haar troostte, stond Veerle op en neer te wippen met de krant in haar handen: "Mam, mam! Ma-ham!" Het irriteerde me. Ik zei: "Geduld, ik kom zo bij jou", maar ze bleef om aandacht hengelen. Toen Pieke gerustgesteld was, zei ik tegen Veerle: "Nou, wat wilde je me zo nodig vertellen?" Dat was het moment waarop ze op de foto van Antonie Kamerling wees en vertelde dat ze best kon begrijpen dat die meneer dood wilde.'
Van schrik wist Maaike een paar seconden lang niets te zeggen. 'Ik schrok van het besef dat wij niet hadden gemerkt dat Veerle - pas 6 - al zo goed kon lezen en geïnteresseerd was in de krant. En ten tweede was er die link tussen Antonies depressie en Veerles somberheid.
Ik antwoordde defensief: 'Nou, ík begrijp die meneer níet. Want nu kan hij nooit meer leuke dingen doen. Hij kan niet meer met zijn kinderen spelen. Nooit meer op vakantie.' Waarop Veerle zei: "Maar dat maakt toch niet meer uit? Hij is nu dood, dus hij hoeft niets meer te voelen."'
'Vervolgens heb ik twee dagen gehuild,' vertelt Maaike, 'en daarna ben ik met dit verhaal naar de directeur van Veerles school gestapt. Die oordeelde dat het niet aan onze gezinssituatie kon liggen en ook niet aan school. Hij adviseerde ons hulp van buiten in te schakelen.'
'Dat was een duidelijk appèl van school dat er reden was voor zorg,' zegt Mats, Veerles vader. 'En zo stapten we dan toch het traject in dat we steeds wilden vermijden.' Met 'dat traject' doelen Maaike en Mats op het zogenaamde labelen van kinderen. Iets dat tegenwoordig te pas en te onpas gebeurt, vinden zij.
Maaike: 'Toen merkten we voor het eerst dat Veerle ongelukkig was. Aan het eind van groep 1 vertelde de juf dat Veerle op cognitief niveau een jaar op de rest vooruit lag, maar dat ze sociaal-emotioneel juist nog wat zwak was; verlegen, onzeker, timide. Bij volwassenen althans, niet bij vriendjes - ze speelde toen al vooral met iets oudere kinderen. Zelf had Veerle nergens last van. Dat begon pas in groep 2. "Ik wil naar groep 3," zei ze steeds tegen ons. "Ik wil werken. Ik wil leren lezen en rekenen." Wij besloten het aan te kijken tot het tienminutengesprek voor de herfstvakantie. Bij dat gesprek zei haar nieuwe juf dat Veerle niet in groep 2 thuishoorde. Ze vond haar een echte derdegroeper, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. "Geef haar maar gewoon extra werk," zeiden wij.'
'Soms vraag ik me af waarom we zo'n weerstand voelen tegen de term hoogbegaafdheid, en het traject waar we nu met Veerle in zijn gegaan,' zegt Mats. 'Dan moet ik tot mijn schaamte bekennen dat we eigenlijk het liefst zien dat onze kinderen doorsnee zijn. Dat we het niet willen weten, dat ze anders zijn. Uit angst dat ze ongelukkig worden.'
Hoogbegaafdheid zit zowel bij Mats als Maaike in de familie. De beide opa's zijn hoogbegaafd. Maaikes vader worstelde daar zijn leven lang mee. Drie neven van Mats werden erom gepest op hun dorpsschool. Hun ouders lieten hen daarom overstappen naar het Leonardo College, speciaal onderwijs voor hoogbegaafden. Maar of dat nu de oplossing is, vragen Mats en Maaike zich af. Mats: 'Word je in zo'n geïsoleerde omgeving wel voldoende voorbereid op de echte wereld? We willen graag dat Veerle kind kan blijven, dat ze gelukkig is. Hoe je in je vel zit, is zo wezenlijk. Dat vinden we belangrijker dan dat ze meedoet met die vreselijke prestatie-ratrace. Helemaal omdat Veerle van zichzelf al zo prestatiegericht is. We vrezen een uitzonderingspositie voor haar, door het label hoogbegaafd en het overslaan van een klas. En we zijn bang dat ze zich zal verschuilen achter een ik-kan-er-niets-aan-doen-want-ik-ben-hoogbegaafd-houding.'
'Maar ja,' vertelt Maaike, 'toen werden we op een dag gebeld door school. Voor een boerderijthema werd haar klas gevuld met hooibalen en zo. Terwijl alle kinderen daar vrolijk in opgingen, was Veerle resoluut naar de juf gelopen en had gezegd: "Ik wil NU naar groep 3." Dat kinderachtige gedoe met het boerderijthema deed het 'm voor haar. Ze wilde werken. Dat uitgerekend zij, het stille meisje, zo vastbesloten voor haar mening uitkwam, maakte indruk op de juf. En op ons. Zo ontstond, in overleg met de juf, de intern begeleider en de directeur, het plan om Veerle 'stage te laten lopen' in groep 3 bij twee juffen. De één had goed zicht op het sociaal-emotionele niveau, de ander lette op het cognitieve gebied. Dat gaf allemaal groen licht. Wij hielden twijfel, was er dan nog een weg terug? Maar tegen onze gevoelens in hebben we gezegd: "Oké, Veerle wil dit graag, dan doen we het."'
De eerste maanden in groep 3 ging Veerle als een speer. 'En toen kwam rond kerst de terugslag,' zegt Maaike. 'Ze kwam somber thuis, huilerig. Wilde niet meer naar school, vond zichzelf lelijk. Ze wilde niet praten, alleen maar voor de buis hangen. Ze werd opstandig, protesteerde met eten, met slapen, wilde niet naar de opvang. Ze klaagde over buikpijn, pijn in haar benen.'
'Die pijn was denk ik een instrument voor haar om aan te geven dat er iets niet goed zat,' zegt Mats. 'Kinderen kunnen vaak moeilijk verwoorden wat ze voelen. We begrepen ook dat ze in een ingewikkelde klas zat. Met een geadopteerd meisje met ernstige hechtingsproblematiek en driftaanvallen, dat door de juf naast Veerle was gezet, want 'Veerle had zo'n goede invloed op haar'. Er was een meisje dat nooit praatte, behalve heel zachtjes tegen Veerle. En er waren twee zittenblijvers die hun frustraties op Veerle - de jongste - afreageerden. Het lastige is: hoe praat je met een kind, zonder haar problemen aan te praten?'
'Maaike en ik hadden het er veel over. Was het toch niet slim geweest om haar een klas over te laten slaan? Of had Veerle gewoon een dip, na al dat harde werken? Misschien moesten we niet direct gaan steigeren, maar het even aanzien. Mindere periodes horen ook bij het leven.'
Enkele maanden later, vlak voor de zomer, vonden Maaike en Mats hun dochter zorgwekkend somber. Maaike raadpleegde een bevriende psychiater. Die adviseerde om even af te wachten. Kinderen zijn aan het eind van het schooljaar vaak moe en daarom 'ontoerekeningsvatbaar'.
Van de vakantie met het gezin knapte Veerle op. Na de zomer startte ze in groep 4. Ze had er weer zin in.
'Tot ons déjà-vu-gevoelens bekropen,' zegt Maaike, 'Veerle begon nu te roepen dat ze naar groep 5 wilde. En niet veel later begon de molen opnieuw van niet naar school willen, niet willen eten en slapen, niet naar de opvang willen. Ze schreeuwde ook geregeld dat wij haar niet begrepen. Als er bezoek was of wanneer ze het te druk vond in huis, trok ze zich terug voor de tv met een koptelefoon op. Alle tekenen aan de wand die we eerder zagen, kwamen weer langs. Met als hoogtepunt het moment van Kamerlings zelfmoordbericht, en het advies van de schooldirecteur om hulp te zoeken.'
Mats en Maaike vonden een kinderpsychiater, bij wie ze eerst met z'n tweeën op gesprek gingen. Daarna mocht Veerle twee keer alleen komen en vervolgens zou de psychiater een diagnose stellen. Maaike: 'Na het eerste gesprek met ons zei ze: "Als ik het zo hoor, hebben jullie een hoogbegaafd kind met licht autistische trekjes." Dat vonden we redelijk kort door de bocht; wéér die labels. Maar nadat ze Veerle had gesproken, was haar diagnose dat Veerle "een heerlijk kind is, dat lekker praat en bovengemiddeld imponeert op alle terreinen." Er was volgens haar geen sprake van een stoornis of een probleem. Ze zou thuis genoeg veiligheid ervaren. Wel stelde ze dat Veerle last heeft van een zeer streng geweten. Dat zorgt voor stemmingswisselingen en faalangst, waardoor ze zich in zichzelf kan terugtrekken.'
Veerle heeft volgens de psychiater geen therapie nodig. Om haar beter te leren begrijpen en begeleiden, en om te voorkomen dat ze alsnog in een therapeutisch traject belandt, gaan Maaike en Mats op het voorstel van de psychiater in om een aantal ouderschapsbegeleidingssessies bij haar te volgen.
Tijdens deze sessies horen ze tot hun verbazing dat hun oudste dochter Pieke misschien wel een grote rol in het verhaal speelt. Maaike: 'Pieke is bijna net zo multigetalenteerd als Veerle, maar zij staat, in tegenstelling tot haar zusje, zeer vrij in het leven. De psychiater suggereerde dat Pieke door haar enthousiasme en haar neiging om voor iedereen de toon te zetten, te veel ruimte pakt in ons gezin. Daardoor komt Veerle in de verdrukking. Pieke kent geen angsten en onzekerheden. Ze gaat alles aan. Veerle ziet haar grote zus als voorbeeld en probeert haar misschien te evenaren. Vanwege het leeftijds- en karakterverschil is dat natuurlijk gedoemd te mislukken, maar soms lijkt het ook ineens weer dichterbij, bijvoorbeeld wanneer je een klas kunt overslaan. Het feit dat ze zo onafscheidelijk zijn, bijna als een tweeling, maakt de zaak nog ingewikkelder. Waar Pieke is, is Veerle en andersom. Ze slapen samen in een bed, spelen samen - ook als Pieke haar vriendinnen te spelen heeft - en vormen één front naar ons.'
'Volgens de psychiater is er een communicatiestoornis tussen de kinderen en ons en vooral tussen mij en Pieke,' vertelt Maaike. 'Omdat de meiden zo'n front vormen, spreken wij hen ook vaak samen en op gelijk niveau aan, terwijl de één 7 is en de ander 10. Daarbij kan Pieke zich heel bijdehand en bemoeizuchtig opstellen en is ze moeilijk af te remmen. Ze gedraagt zich soms bijna als een moeder, lijkt ons hele gezin te willen runnen. Ik moet Pieke apart aanspreken op haar gedrag, haar wat meer inperken. Ze moet weten wat ons gezag is. En niet alleen maar door "hou je mond" te roepen, wat nu vaak het enige is wat ik kan bedenken.'
'Het is confronterend om aangesproken te worden op je moederschap. En moeilijk om de juiste koers te vinden. Daar zijn we nu heel erg naar op zoek. Laatst was ik trots op een paar goeie acties, toen ik Pieke had gemaand om maar eens vijftig minuten stil op een stoel te blijven zitten. Of toen ik haar toebeet dat we haar gedrag misschien maar eens met de juf moesten bespreken. Beide keren was ze verrassend stil. Maar toen ik het de psychiater vertelde, vroeg ze of ik ook niet vond dat dat wel erg kinderachtige sancties waren. Dat het meer dreigen was geweest dan verantwoord ingrijpen. Dus hoe het wel moet? Dat zal voorlopig nog een kwestie van uitzoeken zijn.'
Ook Mats vindt het confronterend om te horen dat wat je doet niet werkt, terwijl je wel je best doet. Hij is naar eigen zeggen minder nadrukkelijk aanwezig in de opvoeding, kan heel lang geduldig zijn en dan ineens ontploffen. Of zelfs een tik uitdelen. 'Niet goed, natuurlijk. Toch is het prettig en verhelderend om door een onafhankelijk persoon een spiegel voorgehouden te krijgen.'
'We zijn er nog niet, weten nog steeds niet precies wat er aan de hand is waardoor Veerle zo ongelukkig is. Maar ik denk dat het goed is dat we onderzoeken hoe we die twee meiden zowel onafhankelijk van elkaar als samen zó kunnen begeleiden, dat ze gelukkig worden. Zonder ze op allerlei manieren te labelen. En om te beseffen dat wij wel kunnen willen dat ze doorsnee zijn, maar dat het gewoon een feit is dat ze anders zijn. We hebben de bevestiging gekregen dat wij een veilig thuis voor ze vormen, maar het is daardoor des te makkelijker om blind te raken voor signalen dat er toch iets niet lekker loopt. Het is fijn om dankzij de hulp van een psychiater dingen uit te kunnen sluiten. Zodat we de meiden zo goed mogelijk kunnen helpen om hun emoties steeds beter te kunnen duiden en hanteren. Want dat is uiteindelijk wat opgroeien is.'
En Veerle, heeft die nog wel eens over zelfmoord gesproken? Maaike: 'Laatst vroeg ik haar: "Denk je nog wel eens aan Antonie Kamerling?" Ze antwoordde ja. Ik zei: "Wat denk je dan?" Veerle: "Als je een stom leven hebt, dan kun je jezelf doodmaken. Dan voel je het niet meer." "Wil jij dat ook?" vroeg ik. Zij: "Nee, nu niet, want ik heb een leuk leven. Maar je weet het maar nooit, als je later groot bent kun je nog van alles tegenkomen." Daarna was het even stil. Toen zei ze: "Als ik eerder doodga, wil jij dan mijn doek op mijn graf leggen?"
De namen van Maaike, Mats, Pieke en Veerle zijn om privacyredenen gefingeerd.
Opvoeden
Alle onderwerpen over opvoeding
Geef je mening
De lol van samen koken
Samen koken is erg leuk en het samen opeten is nog leuker. Met dit kookboekje dat als bijlage zit bij het juninummer van J/M (morgen in de winkel) willen we eigenlijk hetzelfde bereiken. We willen inspireren tot gezamenlijk koken & eten. Vanuit de overtuiging dat dit zowel de gezondheid als het gezinsleven ten goede komt.
Blijf gratis op de hoogte
Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.
Like, Share & Win!
Stap 1 Like onze J/M Facebook-pagina
Stap 2 Deel de foto
Stap 3 Je maakt nu kans op 1 van de 25 Sonic games voor de Wii!





