Intelligentie

Intelligentie

Hoe jonger het kind, hoe meer geldt dat een hoog IQ leidt tot betere prestaties in de klas. Maar goede prestaties in de klas zijn geen garantie voor een succesvolle (school)loopbaan. Amerikaans onderzoek toont aan dat schoolprestaties met het ouder worden van de leerling steeds minder leunen op het IQ en steeds meer op inzet, enthousiasme en sociale vaardigheden. Op verschillende scholen is tegenwoordig meer aandacht voor de zogenaamde multipele intelligentie, waarmee de individuele slimheid van een kind kan worden ontdekt.

Wat is IQ?
IQ staat voor Intelligentie Quotiënt. Het is voor een deel aangeboren en wordt voor een deel bepaald door omgevingsfactoren, zoals bekendheid met de tests en in een klas zitten met een gelijk IQ (dan trekt de hele groep zich aan elkaar op). Ook voedsel lijkt van invloed te zijn: kinderen die veel snacks en zoetigheid eten en te weinig groente en fruit, scoren beter met extra vitaminen en mineralen.

Welke scores zijn er?
Het gemiddelde IQ ligt op 100. Een IQ tussen de 90-110 is 'normaal'. Ongeveer 84 procent van de mensen valt in deze groep. Zo’n 2,5 procent van de basisschoolleerlingen is hoogbegaafd (boven 130).
Een kind met een IQ van 110 zal een vlotte leerling zijn, heeft het een IQ van 70-80, dan is het vaker een trage leerling die erg veel moeite heeft met de stof. Meestal moeten kinderen met een IQ onder de 70 naar het speciaal onderwijs. Het Landelijk Informatiecentrum Hoogbegaafdheid hanteert verder de volgende waarden:

> 130: zeer begaafd
121 - 130: begaafd
111 - 120: boven gemiddeld
90 - 110: normaal
80 - 89: beneden gemiddeld
70 - 79: laag begaafd/moeilijk lerend
50 - 69: lichte verstandelijke beperking
35 - 49: Matige verstandelijke beperking

Wat is multipele intelligentie?
De theorie van de multipele intelligentie gaat ervan uit dat iemand niet slim of dom is, maar op verschillende gebieden meer of minder getalenteerd. Voor deze theorie is echter geen wetenschappelijk bewijs. Psycholoog Howard Gardner onderscheidt de 8 soorten slimheid:
• woordslim (gevoel voor taal)
• getalslim (gevoel voor cijfers)
• beeldslim (inzicht in ruimte en vorm)
• lichaamslim (motorische begaafdheid, sporters)
• muziekslim (muzikaal)
• mensenslim (sociale intelligentie)
• zelfslim (goede zelfreflectie)
• natuurslim (groene vingers)

 

Boeken

Het maakbare brein - Margriet Sitskoorn

   


Geef je mening

Helpen jouw kinderen regelmatig mee met koken?

Helpen jouw kinderen regelmatig mee met koken?

Ja, want ze vinden koken leuk

Ja, dat 'moeten' ze van ons

Nee, daar hebben ze geen zin in

Nee, en dat hoeven ze van ons ook niet

Anders