De cito-eindtoets: hulpmiddel naast het schooladvies
De cito-eindtoets: hulpmiddel naast het schooladvies
De meeste leerkrachten, ouders en kinderen geven nog altijd het juiste gewicht aan de Cito-eindtoets: het is een hulpmiddel naast het schooladvies - en niet eens wettelijk verplicht. Toch zijn er pogingen om scores op te krikken. Ter meerdere glorie van wie eigenlijk? ‘Je imago als basisschool wordt opgepoetst. Maar wel ten koste van de kinderen.’
Leerlingen van basisschool De Grote Beer in Duivendrecht leren al jong wat ‘tafels-in-toets-stand’ zijn. Dat zijn tafels die ongeveer een halve meter uit elkaar staan, netjes in het gelid. Niks bijzonders, die rijtjes, maar wel handig als je een speciaal werkje gaat doen waar je je hoofd bij moet houden, want zo wordt je minder snel afgeleid. Zo’n speciaal werkje heet trouwens een toets, wordt de kinderen verteld als ze wat ouder zijn. Stap voor stap leren ze dat je allerlei verschillende toetsen hebt, dat de meeste best leuk zijn om te maken en dat een toets op zijn tijd erbij hoort.
Zo ook op deze dinsdag. In groep 4/5 laat juf Marijke Plukker haar vijfdegroepers een toets begrijpend lezen maken. De toets maakt deel uit van het leerlingvolgsysteem van de school, afgekort tot LVS. Alle basisscholen in Nederland zijn verplicht om de vorderingen van hun leerlingen systematisch bij te houden. Ongeveer 90 procent van de scholen maakt daarvoor gebruik van een of meerdere toetsen van de Citogroep. ‘Waarom zijn er twee delen?’ vraagt de juf. Ze knikt instemmend bij het antwoord van een meisje: ‘Ieder zijn eigen niveau.’ Daarna loopt ze de twee rijen tafels-in-toetsstand langs om te controleren of alle kinderen hun boekje bij het goede deel hebben opengeslagen. Alles klopt, dus geeft ze het startsein: ‘Oké, veel succes.’ De vijfdegroepers hangen gefronst, dromerig of geconcentreerd boven hun toets. Maar niet gefronster, dromeriger of geconcentreerder dan de vierdegroepers in hetzelfde klaslokaal, die boven hun doordeweekse rekensommen hangen.
Al in groep 1 maken kleuters kennis met LVS-toetsen, al gaat dat spelenderwijs en zijn het er nog niet veel. Naarmate de kinderen ouder worden, krijgen ze meer toetsen voorgeschoteld. ‘Om je een indruk te geven: bij ons maken leerlingen uit groep 3 dertien keer per jaar een LVS-toets,’ zegt Ted van Everdingen, groepsleerkracht en intern begeleider op De Grote Beer. ‘Die komen bovenop de methodegebonden toetsen, die ze bijvoorbeeld ter afsluiting van een hoofdstuk maken. Alles bij elkaar zijn er dus behoorlijk veel toetsmomenten.’
Toch is hij goed te spreken over de manier waarop zijn school invulling geeft aan de wettelijke verplichting en over wat het oplevert. ‘Het is objectief en biedt nuttige informatie. Leerlingen die niet goed meekomen, kun je meteen extra begeleiding geven. Bovendien wordt het ook snel zichtbaar als een kind plotseling lager scoort dan we van hem gewend zijn. Ook dan kunnen we extra maatregelen treffen.’
Bovenop de toetsen uit het Leerlingvolgsy-steem maken kinderen in groep 7 ook nog eens kennis met de Entreetoets. Die geeft een indicatie van wat het kind op dat moment aan kennis in huis heeft en biedt bovendien houvast aan de leerkracht. ‘Als veel kinderen ondermaats presteren op één bepaald onderdeel, kun je daar extra energie in stoppen,’ zegt Van Everdingen.
De kinderen oefenen niet van tevoren. ‘Welnee. We proberen juist de druk weg te nemen en willen er geen zenuwentoestand van maken. Ook aan ouders vertellen we dat het slechts een ijkmoment is. Toch leggen sommigen er veel druk op. Jammer.’
Schooladvies al vóór de toets
Op circa 85 procent van de basisscholen nemen kinderen uit groep 8 deel aan de Eindtoets Basisonderwijs van de Citogroep. Wie kent ’m niet? De eindtoets bestaat al 35 jaar en ook nu weer stonden de kranten er bol van. Verhalen over kinderen die aan de lopende band en met pijn in de buik toetsen oefenden. Of over ouders die solidair met hun kroost mee-stresten, want de toekomst van hun kind hing immers van deze momentopname. Gesignaleerd werd dat voor steeds meer middelbare scholen niet het schooladvies, maar de Cito-score doorslaggevend zou zijn.
Feit is dat de toets bedoeld is als tweede gegeven, aanvullend op het schooladvies. En volgens Gerrit Staphorsius, projectleider eindtoets bij de Citogroep, wordt hij meestal ook op die manier ingezet. ‘Middelbare scholen varen echt niet blind op de eindtoets,’ zegt hij. ‘Verreweg de meeste basisscholen stellen al in november, december een voorlopig advies op over de schoolkeuze. Na de uitslag van de eindtoets volgt het definitieve advies. In 80 procent van de gevallen is dat gelijk aan het voorlopig advies, blijkt uit onderzoek. En wat betreft de overige 20 procent: het advies wordt net zo vaak naar boven als naar beneden bijgesteld.’
Soms is de Cito-uitslag wel degelijk doorslaggevend. Zo vertelde een brugklascoördinator uit Delft onlangs tijdens een tv-uitzending van Rondom Tien dat leerlingen met een score onder de 535 punten ‘in principe’ niet terecht kunnen op zijn school voor havo/vwo. Want ja, de ervaring is dat van alle kinderen met een score onder die grens de helft toch ‘afstroomt’. Dat laatste is jargon voor een verplichte verhuizing naar een niveau lager, in dit geval vmbo. Dat betekent dat die ‘andere’ helft echter óók op het vmbo terechtkomt, terwijl die leerlingen het misschien best hadden gered op de havo. Maar aan dat aspect schonk de uitzending geen aandacht.
Dan lijkt het in Amsterdam toch iets beter geregeld. Om te voorkomen dat de score op de eindtoets te zwaar meetelt, is het voorlopig advies daar inmiddels afgeschaft. Het enige en dus definitieve advies wordt al ruim vóór de start van de eindtoets aan ouders afgegeven. Mocht er toch twijfel bestaan rond het niveau van een leerling, dan kan de middelbare school eventueel zelf nog een test afnemen.
Ook op het Dockingacollege in het Friese Dokkum weegt het schooladvies het zwaarst. ‘De toetsuitslag is secundair,’ zegt voorlichter Coos Poortman. ‘Je kunt immers een goede of slechte dag hebben.’ Na twee jaar wordt gecheckt of het schooladvies overeenstemt met het onderwijsniveau van dat moment. Dat blijkt bij 85 procent van de leerlingen het geval te zijn.
In de gemeente Utrecht leggen schooladvies en toetsuitslag ongeveer evenveel gewicht in de schaal. Lopen die erg uiteen, dan wordt een derde instrument ingezet, de GIVO-toets (zie kader op pagina 51). ‘Daarmee ondervang je dat een van beide adviezen zwaarder telt,’ aldus waarnemend rector Van Oostrum van het Gregorius College.
Met mate oefenen
Vooralsnog lijken weinig scholen de toetsuitslag als zaligmakend te beschouwen. Maar stel dat het wel zo was, hoe raadzaam is het dan om kinderen op zaterdagochtend in huiswerkklasjes te laten oefenen voor de eindtest? Dit in de hoop je kind op een zo hoog mogelijke opleiding te krijgen?
Volgens Frans Janssens, coördinerend inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs, is er niets mis met trainen voor de eindtoets. ‘Zie het als variatie op de gebruikelijke leerstof. Er zitten echt leuke, uitdagende opgaven bij.’ Trainen met het doel de score naar boven te beïnvloeden, gaat hem echter te ver. ‘Daarmee benadeel je het kind. En wat wil je bereiken? Je kunt een havo-leerling echt niet optrainen tot gymnasiast.’
Toch leeft kennelijk die veronderstelling, want steeds meer kinderen trainen buiten schooltijd op de Cito-toets. Zo zijn er sinds januari 2002 zogeheten Toetstrainers op de markt, die te bestellen zijn via internet. De uitgeverij van deze programma’s, die overigens volledig los staat van de Citogroep, heeft in die twee jaar 25.000 programma’s verkocht aan particulieren en scholen. Ook huiswerkinstituten verdienen grof geld aan cito-klasjes.
Tot haar verbazing merkte Wanda Boonstra, moeder van Gwen (13) en Mark (12), vorig jaar dat een aantal ouders een huiswerkgroep had geformeerd voor kinderen uit groep 8. ‘Zij gingen oefenen met oude toetsen. Het groepje scoorde hoger bij de eindtoets, met het grote risico dat ze op een te hoog schooltype zijn terechtgekomen.’ Boonstra vond het weinig doordacht van de ouders. ‘Die kinderen zijn gedoemd later een stap terug te moeten zetten.’ Toch is fanatiek oefenen in haar omgeving nog geen regel geworden. ‘Om mij heen zie ik dat de Cito-score meestal goed overeenkomt met het schooladvies. En dus kun je je afvragen wat de toegevoegde waarde van de toets is.’
Volgens Staphorsius van de Citogroep gebruiken sommige scholen oude toetsen bij wijze van leerboekje. Hij raadt dit af, want: ‘De toets is nu eenmaal geen leermiddel.’
Edu van Rijn, brugklascoördinator op het Amsterdamse Pieter Nieuwlandlyceum, kent ‘nogal wat’ leerlingen die zich een Cito-niveautje omhoog hebben geoefend, maar dan op initiatief van de basisschool. Veel van die kinderen redden het vervolgens niet in de brugklas. ‘Voor ons is het schooladvies het belangrijkste gegeven. Als een kind zijn toets beroerd maakt, laat ik hem eventueel nog een keer testen, in overleg met de basisschool.’
Leerlingen met mate voorbereiden op de Cito-eindtoets vindt Van Rijn overigens prima. ‘Maar wat is die maat? In elk geval niet: elke zaterdagochtend bijeenkomen om oude toetsen te oefenen. Daar bereik je alleen maar mee dat je imago als basisschool wordt opgepoetst. Ten koste van de kinderen.’
Met die laatste opmerking raakt Van Rijn een gevoelig punt. Op basis van het toetsgemiddelde oordeelt de schoolinspectie over de zogeheten opbrengsten van een school. Tussen scholen met een vergelijkbare populatie worden de opbrengsten vergeleken. Die gegevens zijn openbaar. Scholen met hoge relatieve opbrengsten trekken wellicht meer leerlingen, wat voor scholen een reden kan zijn leerlingen overmatig te laten oefenen op de eindtoets. Kennelijk weegt voor dergelijke scholen het eigenbelang zwaarder dan dat van de leerlingen.
Gerrit Staphorsius, projectleider eindtoets bij de Citogroep, vindt het een ‘hachelijke onderneming’ om toetsresultaten van basisscholen onderling te vergelijken. ‘De gemiddelden zijn niet zonder meer vergelijkbaar.’ Twee jaar geleden al pleitte een van zijn collega’s in J/M voor de ontwikkeling van een apart instrument voor dit doel. Maar dat bestaat nog niet.
Frauderen voor een beter imago
Volgens een brugklasmentor die niet bij naam genoemd wil worden in dit artikel, frauderen sommige basisscholen met de eindtoets. ‘Het komt voor dat leerkrachten tijdens het maken van de toets tegen leerlingen zeggen: “Joh, vul die vraag maar niet in.” Waarom? Omdat ze het antwoord dan achteraf zelf kunnen invullen. Zo komt het schoolgemiddelde hoger uit en daarmee poetsen ze hun eigen imago op. Maar het gaat wel ten koste van de leerlingen. Ik ken basisscholen die buitengewoon hoog scoren, en laten dat nou precies de scholen zijn waarvan ik het liefst geen leerlingen meer zou willen aannemen. Ik wil kinderen hebben van basisscholen die ik kan vertrouwen.’ Middelbare scholen, aldus de mentor, zijn doorgaans niet in de positie om basisscholen aan te spreken op dergelijk laakbaar gedrag. Immers, ook zij moeten elk jaar weer hun brugklassen zien vol te krijgen. Door je al te kritisch op te stellen, zou dat wel eens kunnen mislukken.
Frans Janssens, coördinerend inspecteur bij de Schoolinspectie, zegt dat zijn inspecteurs nog nooit tegen dergelijke fraude zijn aangelopen. ‘Waarmee ik niet wil zeggen dat het nooit gebeurt,’ voegt hij eraan toe. De inspectie checkt onder welke condities toetsen hebben plaatsgevonden. ‘Daarvoor informeren we niet alleen bij schoolleiders en leerkrachten, maar ook bij leerlingen. En ik kan u verzekeren: kinderen zijn eerlijk.’
De brugklasmentor is niet onder de indruk. ‘Die kinderen zijn er zelf ook van doordrongen dat ze goed moeten scoren. Al onze brugklasleerlingen worden in het najaar gescreend. Dan vragen we bijvoorbeeld: “Lees je veel?” Maar ook: “Was je zenuwachtig voor de Citotoets?” en “Hoe ging dat?” Dan komen dit soort dingen aan het licht.’
Gerrit Staphorsius van de Citogroep zou het schandalig vinden als dergelijke praktijken werkelijk plaatsvinden. ‘Maar eigenlijk geloof ik het gewoon niet. Uit onderzoek blijkt dat de voorspellende waarde van de eindtoets al jaren stabiel is. Als dit op grote schaal zou gebeuren, zou die waarde moeten dalen.’
Gezonde spanning
Op De Grote Beer in Duivendrecht wordt nooit extreem geoefend voor de eindtoets. ‘Een paar weken van tevoren beginnen we met de voorbereiding’, zegt Ted van Everdingen. ‘We nemen twee jaargangen door, meer niet. Eerst in groepjes, later alleen. Natuurlijk zijn sommige kinderen best zenuwachtig. Dat is niet erg, zolang het gezonde spanning is. Als leerlingen echt zenuwachtig zijn, spelen ouders daar meestal een voorname rol in.’
Tijdens de eerste toetsdag deelt hij de toetsen uit aan de 28 leerlingen uit groep 8. ‘Ze lagen hier allang in de la. Dat wisten jullie lekker niet, hè?’ plaagt hij. ‘Laat alles dicht totdat ik zeg dat je mag beginnen!’
Gelaten wachten de kinderen af, achter hun tafels-in-toetsstand. De directeur van de school kijkt toe vanuit de deuropening. Achterin de klas staat een man die dadelijk een foto gaat nemen; morgen zal de klas op de voorpagina van De Telegraaf prijken. Niet dat het de kinderen erg lijkt te interesseren, op dit moment. De sfeer in de klas komt redelijk ontspannen over.
Als alle instructies zijn gegeven en de potloden en linialen in het gelid liggen, mogen ze van start gaan. Meester Ted: ‘Veel succes en maak er wat van!’
‘En maak je niet druk,’ voegt de schooldirecteur er aan toe.
Eindtoets is niet verplicht
De Centrale eindtoets is geen wettelijke verplichting voor scholen. Naast het schooladvies moet er wel een tweede gegeven beschikbaar zijn, maar dat mag ook iets anders zijn dan de eindtoets. Al plaatst hij wel een kanttekening. Aan de hand van de toetsuitslagen stelt de schoolinspectie per school de ‘leeropbrengsten’ vast: wat hebben kinderen geleerd van rekenen, taal enzovoort. Bij scholen die niet toetsen kan de inspectie geen leeropbrengsten vaststellen. Dat vakje in de schoolrapportage blijft dus leeg.
Om basisscholen onderling te kunnen vergelijken, moet je de gemiddelde score kennen van een ‘genormeerde’ toets, zoals de eindtoets basisonderwijs van de Citogroep, aldus Janssens. ‘Maar sommige scholen zijn kennelijk niet geïnteresseerd in vergelijkingen.’
cito-scores
Bij de eindtoets kunnen leerlingen minimaal 501 en maximaal 550 punten halen. De eindscores komen overeen met de volgende schooltypes:
501-526: vmbo-basisberoepsgericht of ?vmbo-kaderberoepsgericht
527-533: vmbo-kb of vmbo-gemengd/?theoretisch (gt)
534-541: vmbo-gt, havo of havo/vwo
542-550: havo/vwo of vwo
Citotoets is te eenzijdig
In Zaanstad maakt geen enkel kind uit groep 8 de centrale eindtoets. ‘Met een goed leerlingvolgsysteem - en dat hebben wij - is de Cito-eindtoets onnodig,’ zegt Jaap van Leverink, algemeen directeur van het openbaar primair onderwijs (OPOZ) in Zaanstad. Kort door de bocht gezegd is hij de baas van dertig directeuren van openbare basisscholen.
Volgens Van Leverink bepalen drie zaken hoe goed kinderen mee kunnen komen op de middelbare school: intelligentie, sociaal-emotionele aspecten en prestaties. ‘De Cito-eindtoets meet alleen het laatste: wat kunnen en kennen kinderen. Intelligentie valt te meten met de GIVO-toets; de Schoolvragenlijst brengt sociaal-emotionele aspecten als werkhouding en motivatie aan het licht. Wij gebruiken beide instrumenten.’ Blijft over de prestatiemeting. ‘Daar kun je het Leerlingvolg-systeem voor gebruiken,’ aldus Van Leverink. Hij is niet tegen het toetsen van leerlingen op zich. Net zo min als tegen de Citogroep, voor wie dat mocht denken, want het gros van de toetsen uit het Zaanse Leerlingvolgsysteem komt van die organisatie. Nee, het zit anders: ‘Voor ons biedt de eindtoets gewoon onvoldoende meerwaarde.’
Onlangs heeft de schoolinspectie laten weten dat voor het vaststellen van de ‘opbrengsten’ van een basisschool voortaan genoegen wordt genomen met informatie uit het leerlingvolgsysteem. Daarvoor moeten scholen dan wel genormeerde toetsen gebruiken.
In Zaanstad houden alle openbare en bijzondere scholen zich aan afspraken die de overgang moeten versoepelen van primair naar voortgezet onderwijs. Naast zaken als wenochtenden en voorlichtingsdagen vormt de overgangsprocedure naar de brugklas daarbij een belangrijk onderdeel. Van Leverink: ‘Vóór de GIVO-test wordt de indruk die de leerling maakt met de ouders besproken. Het schooladvies wordt in januari opgesteld door een brede adviescommissie met onder andere de leerkrachten van groep 7 en 8, de interne begeleider en de schoolbegeleidingsdienst. De algemene indruk die de leerling maakt, gecombineerd met gegevens uit het LVS, het GIVO en de schoolvragenlijst, leidt tot het schooladvies.’
De schoolcarrière van Zaanse leerlingen hangt dus zeker niet af van één aspect. ‘Voor ons is het issue: een goede, brede overgang van primair naar voortgezet onderwijs.’
Moeilijk doen
‘Misschien is het probleem van de Cito niet dat het moeilijk is, maar dat iedereen er zo moeilijk over doet.’
School
Alle onderwerpen over school
| 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z | ||
|---|---|---|
Blijf gratis op de hoogte
Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.
Like, Share & Win!
Stap 1 Like onze J/M Facebook-pagina
Stap 2 Deel de foto
Stap 3 Je maakt nu kans op 1 van de 25 Sonic games voor de Wii!
Geef je mening
De lol van samen koken
Samen koken is erg leuk en het samen opeten is nog leuker. Met dit kookboekje dat als bijlage zit bij het juninummer van J/M (morgen in de winkel) willen we eigenlijk hetzelfde bereiken. We willen inspireren tot gezamenlijk koken & eten. Vanuit de overtuiging dat dit zowel de gezondheid als het gezinsleven ten goede komt.





