Een streep door de eindtoets, kritische geluiden over het gebruik ervan
Een streep door de eindtoets, kritische geluiden over het gebruik ervan
Groep 8 zonder de stress van de Cito-eindtoets. Het bestaat. Twintig procent van de scholen onttrok zich altijd al aan deze test. En de stroom kritische geluiden zwelt aan. Steeds meer scholen gaan op zoek naar een alternatief.
Heeft de Cito-eindtoets zijn langste tijd gehad? Volgens het Cito zelf schommelt het aantal scholen dat deze eindtoets afneemt al jaren rond de 80 procent. Maar de grote groei is eruit. Een paar jaar geleden verwachtte de onderwijsinspectie nog dat alle scholen mee zouden doen aan de Cito-eindtoets, maar die trend lijkt gekeerd. Er is steeds meer kritiek. Ouders klagen over de stress die de toets veroorzaakt en ze vinden dat het voortgezet onderwijs te veel waarde hecht aan de eindscore, die toch een momentopname is. Ook basisscholen zien met lede ogen aan dat het voortgezet onderwijs het basisschooladvies steeds minder serieus neemt en vaak alleen nog maar kijkt naar de Citoscore. De Cito-eindtoets wordt daarmee een soort toelatingsexamen.
Daar komt nog bij dat de onderwijsinspectie, ouders en de media basisscholen steeds meer afrekenen op de scores. Dagblad Trouw publiceert lijstjes van de beste scholen op grond van de gemiddelde Citoscore. Dat vinden de scholen oneigenlijk gebruik van de toets. Het heeft bovendien tot gevolg dat ze er alles aan gaan doen om het cijfer op te krikken. Veel oefenen bijvoorbeeld. Dat oefenen doen ouders ook. Begrijpelijk, maar het komt de betrouwbaarheid van de toets niet ten goede. Straks toetst de Citotoets alleen nog hoe goed je bent in het maken van Citotoetsen. De onderwijsinspectie zegt weliswaar dat het effect van oefenen niet aantoonbaar is, niet alle deskundigen zijn het daarmee eens. Ook het Cito vindt het ‘een zorgelijke ontwikkeling’ dat kinderen trainen en cursussen volgen; toch bracht ook het Cito onlangs de dvd ‘Thuis in de Citotoets’ uit.
Vooral momentopname
De vraag is of die eindtoets eigenlijk wel nodig is. Veel scholen toetsen hun kinderen voortdurend, bijvoorbeeld in het kader van de leerlingvolgsystemen die ze gebruiken. Het populaire leerlingvolgsysteem van Cito zelf gaat bijvoorbeeld uit van twee toetsen per schooljaar op drie of vier onderdelen. Wat voegt de eindtoets toe aan zeven of acht jaar toetsen? Alle basisscholen in Zoetermeer schaften mede daarom dit jaar de Cito-eindtoets af als adviesinstrument. Sommige openbare scholen nemen hem nog wel af, maar gebruiken de resultaten alleen intern, om te kijken hoe het met de kwaliteit van hun onderwijs is. Directeur Ed Spruijt van de organisatie van openbare scholen in Zoetermeer (OPOZ) vertelt dat de afschaffing een proces van jaren is. Hij begrijpt best dat het voor het voortgezet onderwijs prettig is om een hard getal te hebben in plaats van een subjectief advies. Toch hebben in Zoetermeer het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs overeenstemming weten te bereiken over een nieuw intakeformulier met allerlei gegevens over de ontwikkeling van een kind door de jaren heen. Daar staan ook uitslagen op van andere objectieve toetsen, zoals de Cito-entreetoets die in groep 7 wordt afgenomen. Spruijt: ‘Wij vinden al langer dat de Cito-eindtoets een momentopname is die geen recht doet aan de ontwikkeling van kinderen. Het is de waanzin ten top om kinderen af te rekenen op drie dagen vraagjes beantwoorden.’ Natuurlijk heeft Cito een voorspellende waarde, geeft hij toe, maar dat is niet meer dan het advies van de schooldirecteur. We hebben ook geen kritiek op de tóets,’ verduidelijkt Spruijt, ‘We hebben kritiek op de manier waarop de toets wordt gebruikt.’
Signaleren
Onderwijspsycholoog Mart Visser daarentegen vindt de Citotoets op zich nog steeds een nuttig instrument naast het basisschooladvies. Wel is hij tegen het gebruik van de Cito-eindtoets als middel om scholen af te rekenen. Ook Visser ziet echter de toegenomen stress en de druk op leerlingen om ‘passend te scoren’. Maar hij vindt dat de toetsen uit leerlingvolgsystemen de Cito-eindtoets niet helemaal kunnen vervangen. Visser: ‘Ze hebben een ander doel, ze moeten signaleren welke kinderen op welke punten extra aandacht en hulp nodig hebben. Je ziet dat als je deze toetsen langere tijd in dezelfde vorm blijft gebruiken, leerlingen gewend raken aan de manier van toetsen en de scores vanzelf omhoog gaan. Bovendien loop je het risico dat de entreetoets in groep 7 de eindtoets gaat vervangen, met alle druk die daarbij hoort.’
Visser ziet de oplossing in het beter gebruiken van de Cito-eindtoets. De strakke grenzen die het voortgezet onderwijs hanteert bij toelating, zoals bijvoorbeeld vwo vanaf een score van 545, vindt hij oneigenlijk gebruik. Dat vindt het Cito zelf overigens ook. Bovendien moet de Citoscore niet méér gewicht in de schaal leggen dan het basisschooladvies, zegt Visser. Hij vindt dat het Cito dat ook veel en vaak moet benadrukken. Dat basisschooladvies moet, naar Vissers idee, dan wel goed zijn. Er zijn genoeg ouders en middelbare scholen die weinig vertrouwen hebben in de adviezen van de basisschool. ‘Basisscholen mogen best aangesproken worden op het succes van hun advisering,’ vindt Visser.
Givotoets minder eenzijdig
Die terugkoppeling is er zeker in Zaanstad, zegt directeur Koos Breur van Agora, een stichting voor bijzonder onderwijs met 23 scholen. Ook in Zaanstad hebben alle scholen samen met het voortgezet onderwijs besloten om geen Citotoets af te nemen. Dat gebeurde al jaren geleden. In plaats van de Citotoets gebruiken de Agora-scholen de Givotoets. Givo staat voor Groninger Intelligentietest voor het Voortgezet Onderwijs. De Givotoets is een psychologische test die een indicatie geeft van het taalkundig, rekenkundig en het ruimtelijk inzicht van leerlingen. De totaalscore levert een IQ-cijfer op. Ook scholen in het voortgezet onderwijs doen regelmatig een aanvullende Givotoets wanneer ze twijfelen over de toelating van een kind. Volgens directeur Breur is de Givotoets minder eenzijdig op kennis gericht dan de Citotoets. En het cijfer dat uit de Givotoets komt, wordt niet zo absoluut gebruikt. Dat ligt overigens minder aan de toets en meer aan de intensieve samenwerking die er tussen de middelbare scholen en het basisonderwijs in Zaanstad is. Breur: ‘Het gaat ons om het complete dossier. Om dat goed met elkaar af te stemmen, zitten wij permanent om de tafel. En niet alleen bij toelating, maar er wordt ook teruggerapporteerd hoe het met onze leerlingen gaat in het voortgezet onderwijs.’
Ook motivatie getoetst
In Emmen op basisschool De Regenboog maken ze gebruik van de Drempeltoets van Eduforce. Ook deze toets meet niet alleen de harde, maar ook de meer zachtere kanten van leerlingen, zoals motivatie. Directeur Gurbe van der Schaaf benadrukt dat in een advies het totale kind meegenomen moet worden. Dat kan alleen in een persoonlijk gesprek. ‘De ene keer zullen daarbij de capaciteiten een belangrijke rol spelen, of motivatie en doorzettingsvermogen.’
Zo min mogelijk toetsen
En dan heb je nog de scholen die niet alleen vraagtekens zetten bij de eindtoets, maar bij het vele toetsen in het algemeen dat nu zo in de mode is in het onderwijs. Zo zijn Vrije Scholen, Freinet-, Dalton-, Jenaplan- en Montessori-scholen (het vernieuwingsonderwijs) nooit een grote voorstander geweest van toetsen. Omdat de meeste toetsen geen recht doen aan hun eigen pedagogiek en omdat ze meer vrijheid willen bij het invullen van hun eigen vakken. Ook Luc Stevens, emeritus-hoogleraar orthopedagogiek, laakt in de brochure ‘Een streep door de eindtoets’ (2001) het vele meten op school. Scholen vergelijken prestaties van leerlingen en beoordelen zo hun ontwikkeling. Dit en het vele toetsen, belemmert het zicht op de eigenlijke betekenis van ontwikkeling, vindt hij. Al in 1985 heeft de wet bovendien afstand genomen van het zogenaamde leerstofjaarklassensysteem, waarbij kinderen ieder leerjaar een standaardprogramma moeten doorlopen. Toch beoordelen toetsen twintig jaar later nog steeds of je past in het programma of niet.
‘Een streep door de eindtoets’ is een soort pamflet van het netwerk SOVO, waarbij scholen voor vernieuwingsonderwijs aangesloten zijn. Het roept basisscholen op om geen Cito-eindtoets te doen onder het motto: leraren, geef je advies niet uit handen. Ieder jaar rond de Citotijd voert het netwerk actie.
Ook buiten het vernieuwingsonderwijs bestaan er scholen die terughoudend. ‘Wij toetsen wel,’ zegt Dick Donders van basisschool De Wegwijzer in Westerbork, ‘maar dat zijn toetsen die bij een lesmethode horen. Voor het schooladvies is vooral het beeld dat uit observaties komt heel belangrijk. Samen is dit voldoende gebleken voor een goed advies.’ Het voortgezet onderwijs krijgt geen hard cijfer van De Wegwijzer. Donders: ‘Wij willen ons advies ook altijd persoonlijk aan het voortgezet toelichten. We hebben intensieve contacten met middelbare scholen; daarom weten we dat we met onze adviezen niet slechter scoren dan het landelijk gemiddelde.’ Toch voelt De Wegwijzer de hete adem in de nek van de onderwijsinspectie en het voortgezet onderwijs. De inspectie dringt aan op het gebruik van een officieel leerlingvolgsysteem, en het voortgezet onderwijs heeft al voorzichtig laten weten het toch te willen hebben over de aanmeldingsprocedure.
Afwijken blijft lastig
Het blijkt moeilijk om als individuele basisschool een afwijkende koers te blijven volgen. Het vergt namelijk niet alleen extra inspanning van de basisschool, maar ook van het voortgezet onderwijs. Want in plaats van een eerste selectie op basis van een puntenaantal, moeten brugklascoördinatoren gesprekken voeren over elke aangemelde leerling. Voor populaire middelbare scholen die te maken hebben met grote overtekening, is zo’n eerste schifting op basis van de Citoscore vaak een uitkomst. Als basisscholen en het voorgezet onderwijs echter de handen ineen slaan, zoals dat in Zoetermeer, Zaanstad, maar ook in andere steden gebeurt, blijkt het goed mogelijk om een andere weg in te slaan. Een weg waarbij een toets (of dat nu Cito, Givo, ISI- of Drempeltoets is) niet het eerste en enige criterium is, maar hooguit een tweede gegeven na het schooladvies.
Klopt de uitslag altijd?
Over de voorspellende waarde van de diverse toetsen, verschillen de meningen. Goede recente en onafhankelijke cijfers zijn er niet. Het Cito zegt dat 75 tot 80 procent van de tot de brugklas toegelaten leerlingen ook inderdaad doorstroomt naar het schooltype van het advies. Sceptici hebben het over nog geen 50 procent. De Inspectie van het Onderwijs zegt (in cijfers uit 1999) dat 90 procent van de leerlingen met vwo-advies na drie jaar nog steeds op het vwo zit of in een gemengde vwo/havo-klas. Voor (toen nog) mavo geldt een percentage van 70 procent. De gegeven havo-adviezen komen het minst uit. Zo’n 58 procent zit na drie jaar inderdaad in havo 3. Een kwart zit op het vwo, 16 procent op de mavo.
Verschillende eindtoetsen
• De eindtoets is niet verplicht. De Wet op het primair onderwijs schrijft geen toetsing voor. Maar de Wet op voortgezet onderwijs zegt wel dat toelating tot vwo, havo en vmbo-t, moet geschieden op basis van geschiktheid. Voor het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs toetst een verwijzingscommissie aan de hand van landelijk geldende criteria.
• Of een leerling geschikt is voor vwo, havo of vmbo kan onder meer blijken uit een onafhankelijke toets. VO-scholen mogen ook besluiten aangemelde leerlingen een toelatingsexamen te laten doen of een psychologisch onderzoek. In de praktijk maken bijna alle scholen graag gebruik van de scores van eindtoetsen die de basisschool aanlevert.
• In steeds meer gemeenten besluiten basisscholen en voortgezet onderwijs gezamenlijk om al dan niet voor een bepaalde toets te kiezen. Zo kiest Amsterdam voor de Citotoets. Zaanstad en Zoetermeer kiezen voor een rapport dat aan vastgestelde criteria voldoet.
• Ook de Givotoets wordt regelmatig gebruikt of de ISI-test (Interesse Schoolvorderingen Intelligentie). Naast schoolvorderingen geeft deze test ook een indicatie van de capaciteiten (intelligentie) van de leerlingen.
• Daarnaast is er bijvoorbeeld de Schoolvragenlijst. Met behulp hiervan kunnen leerlingen hun mening over de school en hun functioneren geven.
• Veel reformatorische en vrijgemaakte scholen doen de Reformatorische toets, van het Gereformeerd Pedagogisch Centrum.
School
Alle onderwerpen over school
| 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z | ||
|---|---|---|
Blijf gratis op de hoogte
Ontvang het laatste nieuws en speciale aanbiedingen van J/M in onze wekelijkse digitale nieuwsbrief.
Like, Share & Win!
Stap 1 Like onze J/M Facebook-pagina
Stap 2 Deel de foto
Stap 3 Je maakt nu kans op 1 van de 25 Sonic games voor de Wii!
Geef je mening
De lol van samen koken
Samen koken is erg leuk en het samen opeten is nog leuker. Met dit kookboekje dat als bijlage zit bij het juninummer van J/M (morgen in de winkel) willen we eigenlijk hetzelfde bereiken. We willen inspireren tot gezamenlijk koken & eten. Vanuit de overtuiging dat dit zowel de gezondheid als het gezinsleven ten goede komt.





