Zoeken

×

In elk engeltje schuilt een duivel

In elk engeltje schuilt een duivel
  • 28-10-2010 /

Dat er van de huidige manier van opvoeden niets deugt, is bekend. Ouders horen en lezen niets anders. Oud nieuws is het trouwens ook. Al eeuwenlang wordt er steen en been geklaagd. Maar hoeveel invloed heeft een ‘goede opvoeding’ eigenlijk?

De elfjarige Simon laat triomfantelijk een zak snoep zien die hij gejat heeft in een winkel. ‘Nu kan het nog, ze letten pas op je als je 12 bent. Nu denken ze nog dat ik lief ben, haha! En ik kan goed doen alsof.’ Dewi (10) weet ook hoe je ‘ze’ om je pink moet winden. Gniffelend legt ze aan haar vriendin uit hoe ze haar moeder zover krijgt om een nieuwe broek voor haar te kopen. Ze vraagt het een paar keer heel lief, onderstreept daarna hoe lief haar moeder is en kondigt vervolgens braaf aan dat ze gaat sparen voor de broek. Uiteindelijk zegt haar moeder dan: ‘Pak je jas, we gaan die broek kopen.’ Haar vriendin vindt het een geweldig verhaal en vertelt enthousiast hoe zij dit soort zaken aanpakt. Om daarna vrolijk te roepen: ‘Wij zijn lekker slecht!’

Deze observaties van kinderen die met trots hun doortraptheid tentoonspreiden, zijn afkomstig van antropoloog Suzanne Kuik. Zij onderzocht in welke mate kinderen zichzelf een bepaalde mate van slechtheid toedichten. Opvallend was dat de kinderen eigenlijk heel dubbel waren in hun beoordeling. Want hoewel ze aan de ene kant met trots vertelden hoe sluw ze handelen, beweerden ze aan de andere kant met de grootste stelligheid de goedheid zelve te zijn. In een gesprek met Kuik over de Kosovo-crisis zwoeren ze bij de goede inborst, de onschuld en de onwetendheid van het kind. Nooit zouden, zij, de kinderen, het tot een oorlog laten komen. Vechten om land? Zij zouden het geven aan wie het nodig had. Iemand doodslaan? Nimmer! Dat doen alleen volwassenen. Maar toen Kuik vroeg hoe de wereld eruit zou zien als er alleen maar kinderen zouden wonen, wisselden ze het onschuldige en positieve beeld met het grootste gemak weer om in een negatieve kijk. Kuik: ‘De kinderen dachten eigenlijk dat het een totale chaos zou worden. Ze zouden niet meer naar elkaar luisteren, ze zouden van alles vernielen. “Kinderen maken nou eenmaal graag dingen kapot,” zeiden ze, en om de zaak in de hand te houden zouden ze een speciale kinderpolitie in het leven roepen. Maar omdat niemand daar naar zou luisteren, zouden er bendes komen die met geweld de boel in bedwang zouden moeten houden. Het klonk als een zware militaire dictatuur.’

Dus wat moeten we maken van deze tegenstrijdige zelfkennis? Zijn kinderen in wezen engeltjes of hebben ze een zwart zieltje?

Geboren galbakken

Volgens bioloog en schrijver Midas Dekkers is het een eenvoudige zaak. Sommige kinderen worden gewoon geboren als ‘galbakken’ en anderen niet. Hij vergelijkt kinderen met een zakje bloemenzaad en schrijft daarover in zijn boek De Larf: ‘Als je zaadjes in de grond stopt en je houdt je aan de voorschriften - genoeg water, niet te veel tocht en net genoeg zon - dan krijg je de bloem die op het plaatje staat. Hetzelfde geldt voor kinderen. Daarvan is al helemaal bepaald hoe ze worden.’ Dekkers raadt ouders daarom aan niet al te hooggespannen verwachtingen te koesteren. ‘Menig ouder merkt dat het kind, alle opvoeding ten spijt, een etter blijft. Je doet je best, je leest erover, je offert je halve leven aan hem op en toch blijft een galbak een galbak. Daarvoor hoeft er niets te zijn misgegaan in de opvoeding.’

Maar daar is niet iedereen het mee eens. Wie de krantenkoppen in de westerse wereld erop naslaat, krijgt de indruk dat het merendeel van de kinderen etterbakken zijn. Niet van nature, zoals Dekkers beweert, maar omdat hun ouders te beroerd zijn om ze goed op te voeden. ‘Kids aren’t all right’ kopte de Australische krant The weekend Australian op 29 oktober 2005. Daaronder stond een afbeelding van een vader en een moeder, geknield op handen en voeten, met een hondenriem om hun nek. Op hun gebogen ruggen staat een kind met een zweep in de hand. Een half jaar eerder had het Duitse tijdschrift Stern een vergelijkbare cover: ‘Die kleinen Tyrannen. Wie kinder ihre Eltern dressieren und wie Mütter und Väter kontern können.’ (Hoe kinderen hun ouders dresseren en hoe vaders en moeders het tij kunnen keren). Boven deze schreeuwende kop was een plaatje te zien van twee ouders, geknield zittend op een krukje waar normaal gesproken circusleeuwen op staan. Ook hier een kind met een dompteurzweep en een opgeheven vingertje. Iets genuanceerder was een kop in NRC-Handelsblad aan het begin van dit jaar: ‘Onze maatschappij is vervelend, daarom gedragen kinderen en hun ouders zich slecht.’ De illustratie erbij toonde een kind met een honkbalknuppel en een scheef petje dat dreigend op een bange ouder afliep.

Eeuwenlang geklaag

Nou is het geklaag over vervelende kinderen op zich niets nieuws. Al eeuwenlang krijgen ouders te horen dat ze te slap zijn tegen hun kroost. Zo schreef de in 427 vóór Christus geboren Griekse filosoof Plato dat er in de moderne democratische Griekse samenleving geen respect meer was voor de ouderen. Vaders deden volgens hem hun uiterste best om bij hun kinderen in de smaak te vallen door ze in alles gelijk te geven en ze nooit een strobreed in de weg te leggen. Hij vond het dan ook geen wonder dat ze ‘opgejaagd door hun ongehoorzame genitaliën’ opgroeiden voor galg en rad. Een ander voorbeeld stamt uit 1612. In dat jaar maakte de Vlaamse schilder David Vinckboons een gravure die Arme ouders, rijke kinderen heet. In een bijschrift waarschuwde Vinckboons tegen het gevaar dat ouders slaaf van hun kinderen worden. Hij zegt, vrij vertaald, dat als ouders hun kinderen alles geven - liefde, aandacht, geschenken - en nooit iets terugvragen, de kinderen op den duur geen ontzag meer hebben voor hun ouders en niet meer voor hen zullen zorgen als zij oud en hulpbehoevend zijn.

Golfbeweging

Het verwijt is dus van alle tijden. Toch is het interessant om na te gaan waar het huidige negatieve beeld vandaan komt.?Pedagoog Emmeliek Boost van de Opvoeddesk te Naarden ziet de roep om een strengere opvoeding als onderdeel van een golfbeweging, waarin positieve en negatieve kindbeelden elkaar afwisselen als gevolg van verschillende opvoedstijlen die voortdurend door een volgende generatie gecorrigeerd worden. Zij geeft een voorbeeld: ‘Voor de Tweede Wereldoorlog was het gebruikelijk om je kinderen autoritair op te voeden. Op zich leidt dat tot een overzichtelijke samenleving waarvan je je best kunt voorstellen dat het zijn voordelen heeft. Maar het leidt er ook toe dat je een maatschappij creëert waarin mensen niet goed geleerd hebben om zelf na te denken. En in de Tweede Wereldoorlog hebben we kunnen zien waar deze gezagsgetrouwe opvoeding toe kon leiden.’

Als reactie hierop ontstond volgens Boost de wens om kinderen anti-autoritair op te voeden. Die manier van opvoeden beleefde een hoogtepunt in de jaren zeventig. In die tijd was het bon ton om het kind meer op een voetstuk te plaatsen en je als ouder te laten leiden door respect voor de natuurlijke impulsen van het kind. Dit romantische beeld was niet helemaal nieuw; al sinds de zeventiende eeuw werd het ‘kind zijn’ meer en meer verheerlijkt. Lange tijd was deze manier van denken alleen voor de rijken weggelegd. Maar toen na 1945 de welvaart toenam, kregen ook de minderbedeelden de gelegenheid om echt kind te zijn. De theorieën over het pure en onschuldige kind en de ruimte die het nodig had om zich optimaal te ontwikkelen, vielen daarmee dus in een vruchtbare bodem.

Volwassen zijn is uit

Pedagoge Lea Dasberg was een van de eersten die stelde dat deze trend was doorgeslagen. In haar in 1975 uitgegeven boek Grootbrengen door kleinhouden zegt ze dat jongeren te veel afgeschermd worden van de harde werkelijkheid. Ze leven als het ware in een aparte wereld, door Dasberg ook wel ‘Jeugdland’ genoemd. Hierdoor worden ze klein gehouden en zijn ze niet meer opgewassen tegen de ellende van het echte leven. Vele anderen volgden Dasberg in haar kritiek en drijven ook vandaag de dag nog de spot met volwassenen die dol zijn op knuffels en rondlopen met vrolijke rugzakjes. Die zich aantrekkelijk proberen te maken door te zeggen dat ze ‘eigenlijk altijd kind zijn gebleven’ of ‘in hun hart nog steeds dat meisje van 14 zijn.’ Maar doordat volwassenen zich zo ontzettend zijn gaan identificeren met kinderen, is opvoeden een stuk moeilijker geworden. Want tot wat voedt je kinderen op als ‘volwassen zijn’ niet meer in zwang is?

Volgens hoogleraar gezinssociologie Christien Brinkgreve wordt dat ‘Jeugdland’ in stand gehouden omdat algemeen de opvatting geldt dat de kindertijd een zorgeloze tijd moet zijn. Daarnaast willen veel ouders goedmaken wat ze zelf tekort zijn gekomen. Ze willen dat hun kinderen het materieel beter hebben, dat ze lekkerder in hun vel zitten en dat ze het (nog) beter doen op school. Er is dan ook veel ruimte voor wensen en gevoelens van kinderen. Ouders doen hun best om zich zo veel mogelijk in het kind te verplaatsen en zijn bang om het te kwetsen.

Liefdevol gezag

De angst om de liefde van het kind te verliezen, leidt volgens pedagoog Emmeliek Boost tot een opvoedstijl waarin eindeloos wordt onderhandeld. ‘Maar kinderen gedijen eigenlijk het beste als je liefdevol en met respect voor hun eigenheid en wensen je gezag uitoefent. Het onderhandelen beperkt zich slechts tot de details. Schiet je daarin door, dan creëer je inderdaad de veelgenoemde monsters.’ Gaat Boost er dan vanuit dat kinderen van nature goed zijn? ‘Ja. Ik geloof niet dat kinderen met een slechte inborst geboren worden. Wel kan er al in een vroeg stadium, tijdens de zwangerschap of na de bevalling of wellicht nog wat later, iets mis zijn gegaan waardoor kinderen kunnen ontsporen. Verder speelt het karakter ook een rol. Het ene kind komt als een zonnetje op de wereld, lacht iedereen toe en krijgt automatisch vriendelijke reacties. Een ander heeft misschien een wat moeilijker temperament, huilt veel en is minder ontvankelijk voor jouw aanpak. Het trieste is dat deze kinderen daardoor niet de reacties krijgen die gemakkelijk toegankelijke kinderen zo vanzelfsprekend ontvangen. Ze kunnen daardoor in een negatieve spiraal terechtkomen.

Maar of een kind nu een makkelijk of moeilijk karakter heeft, het moet leren zijn driften en impulsen te beheersen. Dat doe je door grenzen te stellen aan de wensen of behoeften van kinderen en af en toe nee te verkopen. Dat geldt zowel voor materiële zaken als voor het geven van aandacht. Doe je dat niet, dan haal je het duivelse aspect in je kind naar boven. En dat kan over gaan.’ Ouders zijn gewaarschuwd. l

Is pesten aangeboren?

Als een kind van nature goed is, waar komt pesten dan vandaan? Opvoedpedagog Emmeliek Boost: ‘Ik denk dat pesten te maken heeft met een soort “slechtheid” die bijna onuitroeibaar lijkt. Pesten is zo oud als de bijbel en er zijn maar weinig culturen bekend waar het niet voorkomt. In de op competitiegerichte westerse samenleving blijkt de pestproblematiek niet alleen bij kinderen maar ook bij volwassenen op het werk een schrijnend probleem te zijn. Mensen willen graag macht over een ander kunnen uitoefenen. Dat houdt meestal verband met angst en onzekerheid. Het treurige is dat pesten vaak loont. Mensen die gepest worden, voelen zich bedreigd en worden bang. Daarmee wordt het machtsgevoel van de pester bevestigd. En daardoor neemt zijn onzekerheid af.

Reacties


Login

Wachtwoord vergeten? Vraag een nieuw wachtwoord aan.

Aanmelden

Nieuw? Meld je dan nu aan op JM Ouders.

×

Wachtwoord vergeten


Geef hier je e-mailadres op waarmee je bij ons ingeschreven bent, dan sturen wij een mail met daarin de mogelijkheid om een nieuw wachtwoord op te geven.

OK

×