12x wat ik zeg en mijn kind hoort

redactie 19 jun 2018 Gedrag

Zeg jij weleens iets tegen je kinderen, terwijl zij dat totáááál anders lijken op te vatten? Je vertelt je dochter bijvoorbeeld dat het bedtijd is. Maar op een raadselachtige manier hoort zij dat het juist tijd is om als een gek achter haar broertje aan te zitten. 

Vaak lijkt er iets verkeerd te gaan op het moment dat een zin jouw lippen verlaat, en het moment dat het binnenkomt in die kinderkoppies. Wij hebben een lijstje gemaakt van de twaalf momenten.

1. Morsen

Jij zegt tegen je kind: Pas op, zo mors je melk uit je beker.
Wat jouw kind hoort: NIKS! (En morst de melk)

2. Bedtijd

Jij zegt tegen je kind: Het is bedtijd.
Wat jouw kind hoort: Bereid je alvast voor, maak je klaar, want het is tijd voor… GO CRAZY!

3. Toetjes

Jij zegt tegen je kind: We hebben geen ijs meer.
Wat jouw kind hoort: We hebben bakken vol ijs, allemaal verstopt, en jij moet gewoon net zo lang blijven drammen totdat jij je zin krijgt.

4. Lange rit

Jij vertelt aan je kind: Nee, we zijn er nog niet bijna. We hebben nog een lange rit te gaan.
Wat jouw kind hoort: Nee, maar vraag het mij gewoon nog een keer over 10 seconden. Geen probleem!

5. Vliegje

Jij vertelt aan je kind: Het is een doodnormaal vliegje, doet helemaal niets kwaad.
Wat jouw kind hoort: KILLER BEE! Ren voor je leven!!!

6. Badwater

Jij vertelt aan je kind: Je mag het badwater niet drinken.
Wat jouw kind hoort: Drink, drink, drink, drink.

7. Monsters

Jij zegt tegen je kind: Monsters bestaan niet.
Wat jouw kind hoort: Ik kan jou niet beschermen tegen de monsters, omdat ik zelf nog twijfel of ze wel bestaan.

8. Niet eten

Jij zegt tegen je kind: Eet die appel op de grond niet!
Wat jouw kind hoort: Eet die appel zo snel mogelijk op, voordat ik de kans krijg om het op te eten.

9. Klein hapje

Jij zegt tegen je kind: Oké, maar een klein hapje dan.
Wat jouw kind hoort: Probeer eens uit of jij het hele ding in je mond kan krijgen.

10. Aan de telefoon

Jij zegt tegen je kind: Ssshtt, ik ben aan de telefoon!
Wat jouw kind hoort: Stel me jouw vraag opnieuw en opnieuw en opnieuw, en vooral belangrijk: doe dit HEEL HARD!

11. Niet aanraken

Jij zegt tegen je kind: Je mag het toetsenbord NIET aanraken.
Wat jouw kind hoort: Raak nu meteen dat toetsenbord aan.

12. Uitproberen

Jij zegt tegen je kind: Probeer dit lekkere nieuwe hapje eens uit.
Wat jouw kind hoort: Probeer dit smerige, vieze, papperige gif eens.

Bron: Howtobeadad.com

Reageer op artikel:
12x wat ik zeg en mijn kind hoort
Sluiten