5 opvoedruzies: zo los je ze op

redactie 19 jun 2018 Ouders

Raak je regelmatig geïrriteerd door de lakse houding van je partner? Vind je dat je man de kinderen te vaak hun zin geeft? Je bent echt niet de enige. Veel ouders hebben regelmatig ruzies over de opvoeding en de taakverdeling in huis. Psychologe Annette Heffels bespreekt de 5 meest voorkomende redenen. En vertelt wat jullie eraan kunnen doen.

1. Ruzie over de opvoeding: de taakverdeling

Esther komt na een drukke dag thuis van haar werk en treft bij binnenkomst haar twee kinderen van 3 en 5 jaar aan voor de tv en haar man aan de telefoon. De vloer is bezaaid met speelgoed en andere overblijfselen van de papadag. In de keuken liggen half ontdooide visjes voor de avondmaaltijd klaar, maar ze ziet ook dat de kinderen vast aan een boterham bezig zijn. Overal om hen heen ligt hagelslag. Esther begint speelgoed op te ruimen en wordt intussen steeds bozer op haar man Bart, die na een minuut of tien eindelijk de telefoon neerlegt. ‘Toestand op de zaak,’ verklaart hij en merkt dan pas dat Esther niet echt openstaat voor een analyse van die ‘toestand’ en er evenmin voor voelt om haar bewondering uit te spreken voor de briljante wijze waarop hij die heeft opgelost.

Esther: ‘Zijn de kinderen nog niet in bad geweest?’
Bart: ‘Nee, daar ben ik nog niet aan toegekomen, ik moest dit laatste telefoontje…’
Esther: ‘Zo te zien ben je nergens aan toegekomen. Het is hier een zooi en ik dacht dat jij zou koken. Bovendien weet je dat ik niet wil dat je de kinderen volstopt met boterhammen vlak voor we gaan eten en we hebben afgesproken dat ze aan tafel eten en niet voor de tv.’
Bart: ‘Ze hadden honger en jij bent laat.’
Esther: ‘O, natuurlijk, als ik op tijd was geweest, had je die vis eerder uit de diepvries gehaald en stond het eten nu op tafel.’
Bart: ‘Jij weet niet wat ik voor dag heb gehad. Ik ben voortdurend gebeld en tussendoor moest ik de kinderen…’
Esther: ‘Ik weet precies wat jij voor dag hebt; drie dagen per week heb ik zo’n dag. Het is de bedoeling dat je dan iets leuks doet met de kinderen. Papadag, weet je nog? En dat je aan het eind van de dag zorgt dat ze in bad geweest zijn, dat er is opgeruimd en dat het eten klaar is. In mijn geval draai ik dan ook nog een aantal wassen tussendoor en doe ik boodschappen. En voor mijn werk ben ik er niet.’
Bart: ‘Met jouw baan zal dat wel kunnen, maar met mijn werk lukt dat gewoon niet altijd. Trouwens, wat zeur je nou over een beetje speelgoed op de vloer? We hebben twee jonge kinderen en dan ziet het huis er niet altijd spic en span uit. Bovendien komt morgen de hulp.’
Esther: ‘Om schoon te maken, ja, niet om op te ruimen! Ik baal ervan dat jij jouw papadag, die je zelf wilde, want jij wilde niet zo’n vader aan de zijlijn zijn, besteedt aan rustig de krant lezen en telefoontjes van je werk afhandelen. En als ik dan thuiskom, kan ik de troep opruimen, de kinderen in bad doen en als het even tegenzit ook nog koken. Ik ben het zat dat jij precies doet wat jij leuk vindt, en dat ik voor alles verantwoordelijk ben.’
Bart: ‘Jij bént niet voor alles verantwoordelijk, jij trekt alle verantwoordelijkheid naar je toe omdat alles volgens jouw regels moet.’

Geef het echt uit handen
De oplossing: Ouders van jonge kinderen hebben vooral ruzie over de taakverdeling. Vaak zijn ze begonnen vanuit een gelijkwaardige opstelling. Ze hadden beiden een baan en verdeelden de huishoudelijke taken. Zo zouden ze dat ook doen met de zorg voor de kinderen. De komst van een kind betekent echter meestal een flinke stap terug in emancipatorisch opzicht. Moeders gaan vaak wat minder werken en combineren de zorg voor hun kinderen met huishoudelijke taken en tussendoor ook nog wat achterstallig werk. Vaders doen naast hun baan die gewoon doorloopt, op hun zorgdag vooral leuke dingen met de kinderen en hebben daar hun handen vol aan. Ze verschuilen zich, al dan niet terecht, achter de gedachte dat mannen nu eenmaal maar één ding tegelijk kunnen en bovendien zijn ze van mening dat hun partner ook niks uit handen kan geven. Als ze hun kind aankleden, is het toch altijd het verkeerde T-shirt bij een vloekend maillootje.

De oplossing ligt voor de hand. Ouders moeten hun sterke kanten combineren om tot een nieuw evenwicht te komen. Over het algemeen (niet altijd) zijn vrouwen wat beter in het plannen en combineren (zowel van activiteiten als van kleertjes). Vaders zijn meestal goed in spelen en stoeien. Om te voorkomen dat papadag feestdag wordt terwijl mama slooft, is het goed als mama in haar rol van organisator duidelijk aangeeft wat ze graag zou willen en dat ze vervolgens die taak ook echt uit handen geeft. Dus niet ‘s avonds het speelgoed gaan opruimen, maar zeggen: ‘Schat, ruim jij dat nog even op samen met de kinderen? Dan ga ik intussen douchen.’

2. Niet op één lijn zitten

Naomi (15) heeft twee weken geleden haar ouders de stuipen op het lijf gejaagd. Ze ging logeren bij een vriendinnetje, omdat ze samen een werkstuk van school moesten maken. Toen haar moeder echter vanuit een plotseling onbehaaglijk gevoel belde, bleek er niemand thuis te zijn. De ouders van het vriendinnetje waren een weekend weg en de twee meisjes hadden van de gelegenheid gebruik gemaakt om tot diep in de nacht uit te gaan. Naomi’s vader reed in paniek langs verschillende kroegen en trof zijn dochter tegen half drie aan met een groep vrienden, onder invloed van drank en wiet. Hij sleurde haar de auto in en riep: ‘Drie maanden huisarrest.’

In die drie maanden valt het galafeest van haar school. Naomi wil, nee, móet daarheen met het vriendje dat ze sinds enige tijd heeft. In tranen bewerkt ze haar moeder. ‘Iedereen’ gaat. Desnoods wil ze hierna nog een maand extra huisarrest uitzitten, als ze please, please, alleen deze ene avond naar het feest mag.

Naomi’s moeder vond de straf die haar dochter gekregen heeft, eigenlijk te zwaar. Zelf was ze vroeger ook nogal een wilde meid. Bovendien zien zij en Naomi in de stad de perfecte jurk voor dit gala. Als ze thuiskomen vraagt vader zich af wat er in die tas zit, waar Naomi zo geheimzinnig mee naar boven wil lopen. Als de jurk uit de tas komt, is hij woedend. Hij wijst zijn vrouw op het feit dat zij toch ook totaal in paniek was en boos over het bedrog van Naomi. Dat ze het toen met hem eens was dat Naomi het vertrouwen dat ze haar hadden gegeven, kennelijk niet aankon. En nu sluit ze achter zijn rug om een bondje met hun dochter, waardoor ze zijn gezag ondermijnt! Moeder verwijt haar man dat hij star is en geen inlevingsvermogen heeft. Daar loopt zij zelf ook al jaren op stuk bij hem.

Oneens? Vorm een frontje
De oplossing: Pubers zijn goed in staat om hun ouders te splitsen. Ze hebben inmiddels aardig door hoe volwassenen in elkaar zitten, wat de zwakke plekken zijn en hoe ze daar gebruik van kunnen maken. Het is bijna onmogelijk om als ouders altijd op één lijn te zitten. Dat is ook niet nodig. Het is niet erg als kinderen weten dat hun vader anders over zaken denkt dan hun moeder. Wel moeten ouders elkaars mening respecteren en dat aan hun kinderen laten blijken. Dat betekent dat ze niet negatief of denigrerend praten over de andere opvoeder en dat ze hem ook niet aanvallen of tegenspreken als hij optreedt. Eén ouder tegelijk is voldoende om op te voeden. De ander hoeft zich daar op dat moment niet mee te bemoeien, niet om de maatregel te versterken en zeker niet om hem te ondergraven. Kinderen willen zelf ook niet dat ouders – waar zij bij zijn – elkaar bestrijden. Beter is het om er op dat moment buiten te blijven en er later met je partner over te praten. (Tenzij er sprake is van mishandeling, dan moet je uiteraard ingrijpen.) Een kind dat komt protesteren, verwijs je terug naar degene die de straf heeft opgelegd. Het kan geen kwaad om het terrein alvast wat te effenen, maar dat doe je met je partner, zonder het kind. Overigens is het wel handig om een straf niet op te leggen als je nog overstuur bent. Kondig aan dat je erover na wilt denken en dat je erop terugkomt als je er met je partner over hebt gesproken.

LEES OOK: 6 opvoedtips uit Denemarken, het gelukkigste land ter wereld

3. Geen verantwoordelijkheid nemen

De moeder van Bas (13) komt uit een meisjesgezin. Na twee dochters heeft ze nu een zoon. Haar dochters heeft ze uitvoerig voorgelicht over alles wat met seks te maken heeft. Ze heeft met hen niet alleen over de fysieke kant gepraat, maar ook over je eigen lichaam leren kennen, over masturbatie en verliefdheid. Ze weet wel ongeveer hoe het gaat met jongetjes, het groeien van de geslachtsdelen, natte dromen en meisjes versieren, maar ze vindt het eigenlijk de taak van haar man om hier met zijn zoon over te praten. Haar man vindt dit in theorie ook, stelt het vervolgens maandenlang uit omdat er ‘geen geschikt moment’ is en als hij op aandringen van zijn vrouw toch een keer een poging doet, zegt Bas dat hij alles al weet en stopt het gesprek. Als hij dit aan zijn vrouw meldt, wordt ze boos. Ze vindt dat hij zich er te makkelijk vanaf maakt en zijn verantwoordelijkheid als vader niet neemt.

Doe waar je goed in bent
De oplossing: Praten met pubers over seks is lastig. Eigenlijk moet je de meeste informatie al vóór de puberteit gegeven hebben. Moeders zijn over het algemeen wat moediger in het aangaan van intieme gesprekken dan vaders. Dat is jammer, want eigen ervaring – mits daar terughoudend aan wordt gerefereerd – is wel prettig in zo’n gesprek. Het mooiste is het als kinderen van hun moeders leren over meisjes, en van hun vaders over jongens. De rest leren ze van elkaar.

Ruzies tussen ouders gaan nogal eens over het nemen van verantwoordelijkheid. Eén ouder vindt dan dat alles op (meestal) haar terechtkomt. Dat komt, vindt de ander, vaak de vader, omdat zij beter kan inschatten wat er moet gebeuren. En dus hebben veel vaders graag dat zij het aangeeft als er iets van hem verwacht wordt. Ook al om zoveel mogelijk te voorkomen dat hij het ‘verkeerd’ doet.

Moeders vinden het vaak moeilijk om ‘overal’ om te moeten vragen, omdat zij daardoor toch de verantwoordelijkheid houden. De vraag blijft of dit zo erg is. De vraag is zelfs of zij die verantwoordelijkheid wel kwijt wil. Als je ergens goed in bent, moet je het zelf doen, of precies aangeven wat je van de ander verwacht en het dan ook echt uit handen geven.

4. ‘Verkeerde’ aanpak

Daan (14) heeft een goed stel hersens, maar voert weinig uit op school. Hij is na de brugklas – ondanks een vwo-advies – op de havo terechtgekomen en het ziet ernaar uit dat hij het daar ook niet redt. Moeder is wanhopig. Ze heeft eindeloos met hem gepraat en getracht hem te helpen met zijn huiswerk, maar ze lijkt niet tot Daan door te dringen. Ze vraagt zich af wat er met hem aan de hand is. Ze heeft het gevoel dat hij faalangst heeft of misschien zelfs depressief is. Hij zit het liefst alleen op zijn kamer achter de PC. Ze vraagt of haar man eens met Daan wil praten en of hij misschien kan helpen met wiskunde. Vader begint rustig, raakt geïrriteerd door Daans ogenschijnlijk onverschillige houding en gaat vervolgens drie kwartier tegen hem tekeer: dat hij een mislukkeling is, geen ruggengraat heeft en dat vanaf nu alles anders wordt. Om te beginnen gaat er een slot op de computer.

Daan loopt het huis uit, moeder verwijt haar man dat hij het totaal verkeerd heeft aangepakt door die jongen zó de grond in te boren en vader is woedend omdat zij toch immers aan hem gevraagd had om op te treden.

Even samen overleg
De oplossing: Waarschijnlijk hadden deze ouders wat langer moeten praten over hoe ze Daan zouden kunnen motiveren. Inderdaad verdient de aanpak van vader geen schoonheidsprijs. Maar de aanpak van moeder werkte evenmin. Over het algemeen zijn moeders meer geneigd tot praten en begrip vanuit hun angst om het contact met hun kind kwijt te raken. Vaders zijn meestal krachtiger en meer confronterend in hun aanpak, zeker tegenover jongens, en ze stellen duidelijker grenzen. Zowel begrip als regels zijn belangrijk in de opvoeding. In dit geval is het belangrijk dat er grenzen gesteld worden aan Daan, hoewel dat zeker tactvoller had gekund.

5. ‘Mijn’ kind en ‘jouw’ kind

Hans is getrouwd met Carol. Samen hebben ze een dochter, Lieke van 5. Hans heeft nog twee zoontjes, Tom (9) en Bas (11) uit een eerdere relatie, die elk weekend bij hen wonen. Zijn zoontjes weigeren vaak te gehoorzamen aan Carol, want ‘Jij bent mijn moeder niet.’ Hans vindt dat Carol meer geduld met zijn kinderen moet hebben en wat minder streng moet optreden. Zo ongezellig doet ze toch ook niet tegen haar ‘eigen’ kind? Bovendien geeft zij Lieke veel meer aandacht dan Tom en Bas.

Omgekeerd klaagt Carol erover dat Hans voor zijn zoontjes veel te toegeeflijk is, en dat hij haar niet steunt als ze de jongens vraagt om iets wel of niet te doen.

De echte ouder bepaalt
De oplossing: Als ouders samenwerken en elkaar steunen is in een gewoon gezin al ingewikkeld genoeg. Je hebt immers allebei je eigen persoonlijkheid, die gevormd is in je eigen gezin van herkomst. Je wilt de fouten van je ouders vermijden en je wilt vooral dat je kinderen gelukkig worden. Hoe je daarvoor moet zorgen, weet eigenlijk niemand. Basisingrediënten voor een goede opvoeding zijn liefde, structuur en autonomie, maar voor het mengen van deze ingrediënten voor jouw unieke kind bestaat nog geen definitief kookboek.

In samengestelde gezinnen is opvoeden nog ingewikkelder. Vooral omdat je niet vanzelfsprekend houdt van de kinderen die je bij je nieuwe partner cadeau hebt gekregen. Die kinderen zijn bovendien loyaal aan hun ‘echte’ vader of moeder en dus zetten zij zich af tegen de nieuwe partner of proberen hem buitenspel te zetten. Wanneer de stiefouder hierop reageert, en vooral wanneer hij probeert om mee te gaan opvoeden, stuit hij op verzet. De reactie van de biologische ouder, die toch al gebukt gaat onder schuldgevoel vanwege de scheiding, is om het kind te beschermen. Als beide nieuwe partners kinderen hebben, zullen ze elkaar scherp in het oog houden om te zien of de eigen kinderen niet voorgetrokken worden.

Een stiefgezin wordt geen gewoon gezin en een stiefouder moet zich zeker de eerste jaren zeer terughoudend opstellen. Hij of zij is opvoeder van de eigen kinderen en zo mogelijk de steun van zijn partner als het gaat om de opvoeding van diens kinderen. De echte ouder bepaalt de regels. Het is mooi als je gaat houden van zijn/haar kinderen, maar dat is niet iets wat je kunt dwingen en je partner kan jou daar evenmin toe verplichten. Eigenlijk is het een wonder dat het zo vaak goed gaat met de opvoeding in stiefgezinnen.

Reageer op artikel:
5 opvoedruzies: zo los je ze op
Sluiten