Bestaat ADHD nou wel of niet?

redactie 19 jun 2018 ADHD

Ze weet dat ze veel mensen voor het hoofd stoot. Maar toch is historica Angela Crott er na bestudering van 171 jongensopvoedboeken – vanaf 1882! – zeker van: drukke jongens bestempelen als ADHD’ers is onzin. ‘Het is normaal jongensgedrag.’

'Ik weet het, ik weet het,' reageert Angela Crott op de kritiek dat ouders hun zonen heus niet voor de lol Ritalin laten slikken. 'Dat zijn zulke moeilijke dingen.' Het is de schuld van de maatschappij, niet van individuele ouders. Haar stellingname is provocerend, geeft ze toe. Maar wel waar. Onze jongens zijn nog precies hetzelfde als hun negentiende-eeuwse voorgangers.

Alleen de manier waarop naar ze wordt gekeken is veranderd. Meer dan honderd jaar geleden werd de doorsnee puberjongen al omschreven als een adolescent die thuis niet altijd even makkelijk is, een hekel heeft aan school, worstelt met zijn seksualiteit en de neiging heeft tot een 'verkeerde omgang' met vrienden. Dat getob met onze jongens! luidt de titel van een opvoedboek over jongens uit 1882.

Desondanks, van de jongens niks dan goeds. Hij is 'het meest edele en verheven schepsel op de aardbodem' (1901), de 'jongen met de maagdenkrans op het edele voorhoofd' (1918) of de 'erfprins des hemels' (1930). Ondanks het getob is de jongeman de 'hoop des vaderlands'. Uiteindelijk komt het met de erfprinsjes wel goed. Ouders hebben zeker geen behoefte aan een supernanny voor hun zonen: 'Wij doen ons best – God doet de rest.'

Van prins tot probleem

Wie onze jongens nu nog Neêrlands hoop noemt, wordt meewarig aangekeken. Hoe kun je zó naïef zijn?

Weet je dan niet dat jongens op bijna alle terreinen achterlopen op meisjes? Ze doen het niet alleen minder goed op school (meer zittenblijvers, zakkers en afhakers), maar stonden bijvoorbeeld ook vooraan bij het uitdelen van de concentratie- en gedragsstoornissen (adhd, pdd-nos, autisme et cetera). Het optimisme over hun lotsbestemming uit het begin van de vorige eeuw is vervangen door sombere voorspellingen over hun toekomst. Er worden onderzoeken gedaan naar hun onderwijsachterstand, boeken geschreven waarom jongens geen meisjes zijn en organisaties opgericht als het Platform Jongens in Balans. De jongen is een probleemgeval geworden.

'Vindt u het niet erg dat het weer een jongetje is?' vroeg de vroedvrouw toen Angela Crott 29 jaar geleden beviel van haar tweede zoon. Nee, natuurlijk niet. Maar ze was wel blij dat ze een man had die die twee knullen aan kon. Zelf raakte ze af en toe buiten zinnen van haar ongehoorzame, vechtende en ruziënde zonen. Typische jongens waren het. Het ene moment heftig met elkaar in de clinch, het volgende moment twee handen op één buik. Hardnekkig probeerde ze haar tweetal sekseneutraal op te voeden, heel hip in die jaren. 'Dat lukte niet echt, nee.' De poppen belandden in een vergeten hoek. Jammer dat Crott toen niet wist wat ze nu weet. Jongens verander je niet: boys will be boys. Door de eeuwen heen hebben ze steeds dezelfde wensen: ze willen een echte man worden, ze willen gerespecteerd worden en ze willen dolgraag verantwoordelijkheid dragen. En een jongen anno 2012 stelt zichzelf dezelfde drie vragen als zijn soortgenoot in 1898: Is masturbatie slecht? Ben ik geen homo? En: hoe word ik een goede minnaar? (Meer specifiek: is mijn penis groot genoeg?)

Baldadig, beweeglijk, lawaaierig en lui zijn ze ook altijd al geweest. Angela Crott noemt dat universele jongenseigenschappen die horen bij de aard van het beestje. Hoogmoed is er ook één: 'Hij oordeelt over sociale misstanden, over de economische crisis en de “dwaze wetten” van de regering, alsof hij al minstens Kamerlid is geweest,' schrijft de protestantse jongensleider Janse in 1933 over die eigenwijze baasjes.

Vlegels in de klas

Op school hebben leraren ook heel wat te stellen met de rebelse knapen. 'In zijn onbeheerstheid en ongeremdheid geeft hij in de klas op de meest ongepaste momenten zijn mening ten beste door middel van grappen of opmerkingen die niets met de les te maken hebben. Hij bemoeit zich overal mee.' (1939).

In hun vlegeljaren worden jongens lastig, ongezeglijk, uiterlijk onverschillig en een gesloten vat. Ze missen belangrijke schooleigenschappen als braafheid en gehoorzaamheid. Velen hebben dan ook een hekel aan hun lessenaar. Ze willen niet lang leren, ze willen de wijde wereld in: werken, vrouw en kind onderhouden. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw konden ze dat gewoon doen: een middelbaar schooldiploma was toen niet per se noodzakelijk om een gewaardeerd lid van de gemeenschap te worden. De ambachtsschool leidde jongens op tot lasser of timmerman. Maar langzaamaan verandert dat. Vanaf de jaren zeventig wordt steeds meer nadruk gelegd op het nut van algemeen vormend onderwijs en verdwijnen de vakscholen uit beeld. Het is voor veel jongens een ramp. Vanaf nu móet hij een diploma hebben en minstens een paar jaar theoretisch onderwijs volgen, ook al wil hij automonteur worden.

Angela Crott: 'Moet je je voorstellen: op zijn 14e, 15e heeft hij schoon genoeg van school, maar dan moet-ie nog jaren door!' Sommigen proberen met drank en drugs hun struggle for school te verlichten. Ze hebben er geld en tijd voor. Jongens worden zo zwaar gefrustreerd in hun allesoverheersende wens om iets te betekenen; zij zijn gemeenschapsmensen. Helaas voor hen moet je je tegenwoordig eerst als individu ontplooien voor je je in de maatschappij plaatst.

De jongenscode

'De vrouwenemancipatie heeft de emmer pas echt doen overlopen,' zegt Angela Crott. Weer zo'n knuppel in het hoenderhok. En ook waar. Cliché- jongenseigenschappen worden vanaf 1970 steeds minder gewaardeerd. Macho is een scheldwoord, hoogmoed een taboe. Tegelijkertijd is de theorie in zwang die ervan uitgaat dat jongens en meisjes niet worden geboren maar gemaakt. 'Gedacht wordt dat baby's in essentie gelijk zijn en door de omgeving worden gevormd. Dat impliceert dat ze ook kunnen veranderen. Meisjes hoeven dat niet, jongens wel: zowel thuis als op school moeten zij meer meisje worden.' Zorgzaam, invoelend, meekeuvelen over emoties. En tegelijkertijd een (trouw) beest in bed, dat dan nog wel. 'Het zal nooit lukken,' aldus Angela Crott. 'Jongens houden vast aan hun eigen code van mannen onder elkaar.' Vier vuistregels kent die code. 1. Een jongen moet stoer zijn. 2. Een jongen gaat er altijd keihard tegenaan. 3. Een jongen moet de baas zijn. 4. Een jongen mag geen mietje zijn.

Hoe meer hij weigert zich aan te passen, hoe meer de lastige, maar veelbelovende handenbinder van vroeger transformeert tot de gedragsgestoorde van nu.

'Eerst heette het neurasthenie, toen Minimal Brain Dysfunction, nu adhd.' Dat is niks meer en niks minder dan normaal jongensgedrag. Crott citeert in haar proefschrift de Britse kinderpsychiater Sami Timimi. In Irak, waar hij opgroeide, en in andere niet-westerse culturen kennen ze geen adhd. De adhd'ers die Timimi en zijn niet-westerse collega's in Engeland zien, gedragen zich niet veel anders dan hun eigen kinderen.

Maar bij hen mag een jongen langer kind zijn en langer zijn jongensgang gaan. 'Wat in de ene cultuur als stout wordt ervaren, is in de andere cultuur normaal.'

Stoere ma, stoere pa

De meeste moeders begrijpen niks van hun zonen, zeker niet als die in de puberteit zijn. Dat zeggen pedagogen en psychologen door de jaren heen. De deskundigen waarschuwen deze vrouwen dat ze het gedrag van hun zoon niet 'volgens de vrouwelijke norm' moeten interpreteren. 'Mens, zeik niet zo' is volgens de huidige jongensexpert Lauk Woltring de perfecte illustratie van het onbegrip tussen ma en zoon. Hij is nu eenmaal niet zo'n ster in het verwoorden van zijn gevoelens of het zich inleven in anderen. Crott kwam dat ook in 1900 al tegen. Verwacht dat dan ook niet van hem. Was moeder tot de jaren zeventig de hoofdopvoeder, later worden ook mannen aangemoedigd zich meer met hun zonen bezig te houden. Geheel in lijn met de feministische tijdgeest moet pa dan moederen. Hij moet zijn zoon leren met emoties om te gaan, maar vooral niet de baas over hem spelen; dat leidt alleen maar tot een machtsstrijd.

Pas als wetenschappers eind jaren negentig aantonen dat jongens wel degelijk een rolmodel nodig hebben voor hun mannelijke identiteitsvorming, mag pa weer zijn stoere zelf zijn. Hij moet junior voorleven hoe echte mannen zijn. Zoals zijn vrouw hem moet leren hoe meisjes in elkaar zitten. Zoonlief heeft mazzel als zijn moeder meer van het jongensmoedertype is. 'Jongens zijn gebaat bij mannelijke vrouwen. Vrouwen met humor. Die niet meteen gaan zeuren.'

Wat jongens nodig hebben

Het bestuderen van duizenden bladzijden pedagogische literatuur maakt Angela Crott tot jongenskenner bij uitstek. Zij ontdekte vier algemene opvoedwetten die golden voor de jonge Rembrandt uit 1625, maar nog net zo hard opgaan voor de jonge Thomas uit 2012:

1. Jongens hebben grenzen en structuur nodig
Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en hoever ze kunnen gaan.
2. Jongens hebben hiërarchie nodig
Het afkalven van het vaderlijk én het goddelijk gezag vanaf halverwege de vorige eeuw heeft jongens in het diepe gegooid. Jongens hebben kracht en tegenkracht nodig.
3. Jongens hebben een goed voorbeeld nodig
Moeders moeten laten zien hoe vrouwen zijn, vaders hoe een man zich dient te gedragen.
4. Jongens hebben begrip nodig
De geschiedenis draaien we niet meer terug. Maar we kunnen wel ons best doen meer (of: weer) begripvol, geduldig en toegeeflijk te reageren op typisch jongensgedrag dat altijd was, is en zal blijven.

Hoezo bestaat adhd niet?

Niet veel ouders van adhd'ers zullen het eens zijn met Angela's stelling. Hebben zij de stoornis van hun kind dan verzonnen of zo? Ze worden dagelijks met de gevolgen geconfronteerd. En hoe zit het dan met meisjes? Weliswaar wordt de diagnose bij minstens drie keer zoveel jongens gesteld, maar er zijn wel degelijk ook adhd'sters. Vaak hebben zij de niet-hyperactieve variant (ADD).

Hoe denk jij hierover? Laat het ons weten op www.jmouders.nl/forum/adhd.
Lees ook de blog van Anne Elzinga op blog.jmouders.nl/puberachtig.

Reactie van Anne Elzinga

In het aprilnummer van J/M publiceerden wij een artikel over de intolerantie voor normaal jongensgedrag, met de kop ‘adhd bestaat niet’. Tientallen lezers reageerden.

'Anoniem' wenst J/M veel succes met het 'rare' stuk. Zij of hij is een van de tientallen lezers die reageerden op het artikel in het aprilnummer van J/M over het onderzoek van historica Angela Crott. 'Adhd bestaat niet' kopten we groot op de cover. Na bestudering van 171 opvoedboeken over jongens uit de periode 1882 tot 2005 concludeert Crott in haar proefschrift dat de van nature drukke, baldadige jongen vroeger werd gezien als veelbelovende erfprins en nu als problematisch bespreekgeval met adhd. 'Oei J/M, kort door de bocht… Jammer voor al die ouders die al jarenlang instanties aflopen, in een moeilijk en pijnlijk proces zitten, natuurlijk zichzelf ook jarenlang ervan probeerden te overtuigen dat hun kind gewoon druk is…' Volgens 'A.' heeft iemand met het IQ van een pony deze kop verzonnen. Deze reacties vatten de kern van de kritiek op het stuk goed samen.

Ouders zijn gekwetst. Mevrouw Crott moet maar eens een maandje komen logeren, dan 'zal ze zien dat een adhd'er anders in elkaar zit dan een gewone drukke jongen. Dat kun je niet uit een boek leren, dat leer je in de dagelijkse praktijk'. Maar het ergste is misschien nog wel dat zo'n kop koren op de molen is van al die critici die toch al vinden dat ouders van adhd'ers er een potje van maken. Ze moesten hun onhandelbare zoontjes maar eens gewoon gaan opvoeden in plaats van er een pilletje in te douwen! Dat nu ook hun lijfblad meedoet aan die hetze, voelt als een dolkstoot in de rug.

Natuurlijk wisten we dat deze kop prikkelend zou zijn. Op de J/M-redactie werken óók moeders met een adhd-kind, die hetzelfde verhaal vertellen als hun lotgenoten. Van het onbestemde gevoel dat er iets met hun kind aan de hand is. Van de gevreesde uitspraak van de kleuterjuf dat er met Jantje geen land te bezeilen is. Van de aarzelende gang naar de kinderpsychiater. Van de gewetensproblemen als ze hun zoon of dochter uiteindelijk toch Ritalin geven. Van de opluchting als ze daardoor hun kind zien opbloeien. Het laatste wat wij willen is die ouders in de kou laten staan. Wij weten hoe zwaar zij het soms hebben en hoeveel moeilijker het is hun kind naar volwassenheid te loodsen. Petje af!

Maar wij weten ook dat er – nog steeds – wel heel gemakkelijk met etiketten gestrooid wordt als kinderen (meestal jongens) afwijken van de gewenste rustige en beheerste norm. Want op de redactie werken ook moeders met gewoon drukke zonen, die door anderen maar al te gemakkelijk als adhd'er worden bestempeld. Gewoon druk kan blijkbaar niet meer; dat wordt al snel als iets pathologisch gezien waar je met wat medicatie snel van af moet proberen te komen. 'De laatste jaren is de jeugd geproblematiseerd,' zegt staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten. De verstrekking van medicijnen als Ritalin is explosief gestegen. We moeten ontproblematiseren van de staatssecretaris: 'Die etiketjes moeten er weer af.'

En ook daar staat J/M achter. Dat wil absoluut niet zeggen dat wij ouders veroordelen die hun kind elke ochtend een pilletje geven om hem de dag door te helpen. Integendeel. Maar ook zij zijn er niet bij gebaat als 'nep-adhd'ers' hetzelfde etiket krijgen als hun 'echte' adhd'er. De nepper kan namelijk wél stilzitten als het moet, kan wel zijn huiswerk plannen, kan wel zijn gedrag sturen. 'Zie je wel,' zeggen omstanders dan. 'Als je maar echt wilt en je best doet, lukt het wel!' Zo'n houding is voor niemand goed.

Ook Angela Crott veroordeelt adhd'ers niet. Zij veroordeelt de maatschappij die pukkels krijgt van wat zij 'normaal jongensgedrag' noemt. Niet hijzelf is veranderd, maar de manier waarop wij naar hem kijken. Zij ziet het geworstel van de hedendaagse jongen en pleit gepassioneerd voor meer tolerantie voor zijn wezenskenmerken. 'Ik doe het voor de jongens,' zei ze een paar keer tijdens het interview dat J/M met haar had.

De zoon van Mieke heeft er in ieder geval baat bij. 'Ik was blij het te lezen,' schrijft zijn moeder. 'Mijn gedachten kloppen. Mijn zoon heeft geen ad(h)d. Hij is gewoon een jongen.' Net als verschillende andere reageerders heeft ze alle begrip voor de gekwetste ouders, 'maar voor de ouders met een kind waarvan gedacht wordt dat er misschien wel iets mee is, is zo'n artikel fijn. Plaats kinderen niet zo snel in een hokje,' zegt ze. Beter hadden wij het niet kunnen zeggen.

86% an de J/M-sitebezoekers vindt dat druk jongensgedrag te snel wordt bestempeld als adhd

Reageer op artikel:
Bestaat ADHD nou wel of niet?
Sluiten