AAN TAFEL! Tongstrelende twaalfuurtjes

Twaalf uur! De boeken gaan dicht, de broodtrommeltjes open. En wat stoppen we daarin? Suggesties en lekkere hapjes voor de lunch.

Het ontbijt mag er dan nogal eens bij inschieten, de lunch slaat vrijwel geen kind over. Dat is gelukkig één van de weinige dingen waar bijna nooit discussie over hoeft te worden gevoerd: de rammelende maagjes spreken voor zichzelf.

Hoeveel boterhammen ‘moet’ een kind eten tussen de middag? Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding adviseert voor kinderen van 4 tot 6 jaar minimaal één boterham tot drie á vier stuks voor de echte hongerlap. Kinderen van 7 tot 10 jaar kunnen twee tot vijf boterhammen aan, vanaf 11 jaar geldt een quotum van één tot liefst zeven á acht sneetjes. Natuurlijk mag er naar hartelust gevarieerd worden met allerhande bolletjes en broodsoorten. De ervaring leert echter dat gewoon bruinbrood vaak de dagelijkse kost is.

Toch zijn er ook voor ouders die zweren bij volkorenbrood genoeg lekkere en leuke alternatieven te bedenken om het overblijftrommeltje extra op te vrolijken. Of de lunch thuis natuurlijk. Maar daar zijn de mogelijkheden helemaal legio, variërend van een gebakken eitje of een kopje soep tot een complete warme maaltijd. Daarom beperken we ons hier tot de twaalfuurtjes die kunnen worden meegegeven.

Let op vet

Een dun laagje margarine op brood is aan te bevelen, want dat soort vetten heeft een kind echt wel nodig. Dat zijn trouwens ook geen dikmakers. (Te veel) vet beleg is dat wel. Het is dan ook niet noodzakelijk om elke boterham ‘gezond’ te beleggen met kaas of vleeswaren. Zeker met vettere soorten als cervelaat, boterhammenworst of extra belegen kaas mag best zuinig worden omgesprongen. Per dag heeft een kind slechts 10–20 gram kaas nodig (is een halve tot één plak) en 10-15 gram vleeswaren. Smeerleverworst, smeerkaas en pindakaas zijn altijd goed. Zoet beleg als jam, honing, chocopasta of appelstroop mag best en is een lekkere aanvulling. Of denk eens aan een hard gekookt eitje, een omelet of plakjes fruit.

Fruitig beleg

Appels, banaan, aardbeien en zelfs peer smaken heerlijk op brood. Geef de boterhammen dan bij voorkeur onbelegd, maar wel alvast in vieren gesneden mee. De vruchten gaan geschild, gewassen en voorgesneden in een apart plastic bakje. Dat houdt het fruit fris, het brood wordt niet klef en het kind kan ter plekke zijn boterham zelf ‘vers’ beleggen. Besprenkelen met citroensap voorkomt het bruin worden van appel en banaan. Niet elk kind is er dol op, maar radijsjes, tomaat en komkommer kunnen ook een lekkere afwisseling zijn, en op dezelfde manier worden meegenomen.

Dubbele bammen

Als een kind genoeg heeft aan één of twee sneetjes, mogen die natuurlijk best verschillend belegd worden. Maar als er met gemak vier boterhammen of meer worden weggewerkt, ligt het anders. Dubbele boterhammen zijn dan een betere oplossing. Dat voorkomt een overdosis aan vet en suiker van al die kaas, worst of jam.

Fruit als toetje voor de tanden

Het is goed voor het gebit om als toetje na het brood een stuk fruit te eten, ?waar stevig op gekauwd moet worden. Een appel of zo. Tot slot nog wat drinken, en de eerste etensrestjes zijn alvast weer weg. Veel kinderen hebben nu ?eenmaal geen tijd of gelegenheid om tussen de middag hun tanden te poetsen.

Trommel of zakje?

Brood dat in een plastic zakje of aluminiumfolie wordt verpakt, kan in een ?tas de meest rare vormen aannemen. Het komt vaak gedeukt, samengeperst en plakkerig tevoorschijn. Wie zet ?daar nou graag zijn tanden in? Een broodtrommeltje is dus altijd handiger. Zeker als zoet en hartig daarin gescheiden worden, zodat het beleg niet door elkaar loopt. Knutsel bijvoorbeeld ?zelf van een stukje karton of plastic een ‘tussenwandje’. Of verpak het hartige gedeelte in folie, vetvrij papier of een leuk servetje.

Ook zacht fruit (zoals een banaan, druiven, kiwi, perzik) oogt een stuk prettiger als het apart verpakt is. En wel eens de rampzalige gevolgen van een geplette tomaat in een rugzak gezien?

Ingevroren

Brood ingevroren en vergeten te ontdooien? Geen probleem. Gewoon beleggen en inpakken. Tegen de middagpauze zijn de boterhammen allang ontdooid. Extra voordeel: het beleg blijft lekker fris.

Smaakmakertjes

Lastige eter of hardnekkige overblijfweigeraar?
Tijd voor de trukendoos. Misschien helpt het om de lunch eens ludiek verpakt mee te geven. In een mooi servetje bijvoorbeeld. Sowieso zijn kinderen erg gevoelig voor grappige extraatjes. Stop bijvoorbeeld een keer een leuk rietje in de rugzak. Een fel kleurtje is al prachtig maar een ‘feestriet’ is natuurlijk helemaal een klapper. Feestwinkels hebben de mooiste exemplaren, vaak per stuk te koop.

Leuke servetjes doen het ook altijd goed. Zeker als er gekke of kribbige fruit- en groentenbeesten op staan. 

De schil van een mandarijn of een banaan kun je opvrolijken met een gezichtje, getekend met een watervaste stift. En een klein lief briefje in de broodtrommel kan ook helpen om de lange dag te overbruggen.

Melk of sap

Eigenlijk mag alles. Wel raadt het Voorlichtingsbureau voor de Voeding twee à drie glazen melk per dag aan, en dan is de lunch natuurlijk een goed moment. Karnemelk of yoghurt is ook prima. Veel scholen hebben zowel een schoolmelkvoorziening voor de ochtendpauze als voor de overblijf. Zo niet, informeer dan of meegenomen melk in de koelkast bewaard kan worden. Lauwe melk vindt bijna geen kind lekker. Andere alternatieven zijn bekers vers vruchtensap, of kant en klare pakjes vruchtensap of drinkyoghurt. Je kunt natuurlijk ook zelf melk of water met siroop aanlengen (zo houd je tevens het zoetgehalte onder controle).

Afraders

Geef altijd beleg mee dat er na een paar uur nog steeds aantrekkelijk uitziet, en niet verkleurt (paté) of het brood zacht maakt. Hagelslag, vlokken of vruchtenhagel worden er vaak niet mooier op. En die heerlijke boterham met eiersalade is na een paar uur getransformeerd in een kleffe hap.

Hou het simpel

Regelmatig kom je in verschillende bladen tips voor de lunchtrommel tegen. Vaak luxebroodjes, versierd en opgetuigd met diverse soorten beleg en groentes. Natuurlijk ziet dat er aanlokkelijk uit, en als je je kind er een plezier mee doet, waarom niet? Alleen, ná het transport naar school en een paar uur in de broodtrommel biedt zo’n broodje weliswaar een sensationele, maar niet de gewenste aanblik. Pak het dus in elk geval apart in, om het geheel bij elkaar te houden. Kijk uit met special effects. Sommige eetbare accessoires (vooral tomatenketchup, mayonaise en paprika) worden op foto’s alleen maar gebruikt omdat het fraai oogt, en niet omdat de combinatie nou zo vanzelfsprekend is.

En voer de moeilijkheidsgraad bij het verorberen niet te hoog op; zeker voor kleuters is het ondoenlijk om een broodje met beleg én sla, snippers wortels, plakjes radijs of tomaat naar binnen te krijgen zonder dat er onderdelen tussenuit vallen.

Grappig versierde boterhammen in de vorm van gezichtjes (met bijvoorbeeld worst, kaas, radijsjes, rettich en tomatenketchup) zijn – als een kind dat al lekker vindt – alleen geschikt voor thuisgebruik. Zoiets krijg je onmogelijk fatsoenlijk mee naar school.

Vraag naar de schoolregels

Informeer altijd even wat er wel of niet mag op school. Dat voorkomt teleurstellingen. Los van verjaardagstraktaties is snoep mee vrijwel overal verboden. Soms vinden scholen het niet goed als er bijvoorbeeld speculaas op brood wordt gegeten, dat wordt dan ook als ‘snoep’ beschouwd. Op andere scholen moet een kind een doosje rozijntjes of andere kleine, losse lekkernijen (cocktailworstjes, kersen, blokjes kaas) verplicht delen met anderen om scheve gezichten te voorkomen.

Eén sneetje lukt altijd

Overblijfkrachten zijn er vooral om de rust en gezelligheid tijdens het overblijven te garanderen. Daarnaast zullen ze er altijd op toezien dat een kind in elk geval één boterham naar binnen werkt. Verder mogen de kinderen zelf bepalen hoeveel ze willen eten. Geef niet te veel mee, vooral kleuters hebben daar geen trek in of ze raken in tijdnood.

Ha, lekker!

  • Een koude pannenkoek, opgerold en in hapklare stukjes gesneden, is een lekkere afwisseling. Eventueel met jam, smeerkaas, suiker of stroop ertussen.
  • Goed voor de vitamientjes: halveer een kiwi en leg beide helften in een plastic bakje. Denk ook aan een lepeltje erbij.
  • Als het op school is toegestaan, geef dan eens een bakje vruchtenyoghurt of kwark mee (plus lepeltje). Speciaal voor de pauze of lunch zijn er ook Danoontjesticks te koop. Gewoon openscheuren en in de mond spuiten. Als ze voor de lunch worden gebruikt, moeten ze wel op school in de koelkast bewaard worden.
  • Altijd lekker: prik aan een satéstokje om en om een cherrytomaatje, een stukje gekookte worst, blokje kaas, stukje komkommer of een half augurkje. Past, verpakt in aluminiumfolie, net in de gemiddelde broodtrommel.
  • Of varieer met een aardbei, partjes mandarijn, schijfjes kiwi en druiven.
  • Hartige tussendoortjes: blokjes smeerkaas van bijvoorbeeld La vache qui rit, Apèricube of Chalet, Kaassticks, kaascrackers van WASA, of blokjes kaas in dierenvorm 
  • Nog een tip: is je zoon of dochter een Zeer Moeilijk Etend Kind (ZMEK)? Probeer eens een list uit, door met bakvormpjes poppetjes en beesten uit dubbele boterhammen te steken. Plakje kaas of vleeswaren ertussen – ook op maat gesneden – en kijk, dat hapt heerlijk weg. Natuurlijk is het zonde van de rest van de boterham, maar nood breekt wet. Een wandeling naar de eendjes lost dit probleem trouwens keurig op en is bovendien goed voor de spijsvertering.

 

  • Even knabbelen? Geef een handjevol cashewnoten, walnoten of studentenhaver mee in een plastic zakje. Ook handig voor plotseling vegetarisch geworden kinderen die niet van kaas houden.
  • Als je kind ze nog kan zien: een doosje rozijntjes past altijd in een rugzak.
  • Een plak ontbijtkoek, rijstwafels, belegde beschuitjes (van Bolletje), of ‘schoolkoeken’ als Sultana’s en Liga’s zijn een lekkere aanvulling.
  • Vermijd te zoete koeken, dat is meer een extraatje voor thuis.
  • Wil een kind alleen zoet beleg mee omdat het niet van kaas of vleeswaren houdt? Probeer het eens te verleiden met plakjes worst met gezichtjes erop. Voorverpakt te koop in de supermarkt. Slagers maken het vaak zelf. 
  • Geef fruit zoals mandarijntjes, aardbeien, kersen, druiven, peer of sinaasappel liefst afgeschild en schoongemaakt mee in een bakje. Als kinderen dat op school zelf moeten doen, komen ze vaak tijd tekort om het ook nog op te eten.
  • Ooit een appelketting gemaakt? Schil een kleine appel, boor het klokhuis eruit en snij hem in plakken. Haal er een touwtje doorheen en pak ’m strak in aluminiumfolie. Succes gegarandeerd.
  • Heb je nog een plak kaas over van ± 1cm dik, en van die kleine, ijzeren bakvormpjes voor koekjes in huis? Dan steekt je die leuke kaasdiertjes net zo makkelijk zelf even uit. Lukt ook goed met komkommer, winterpeen en gekookte worst.

Tekst: Redactie
Publicatiedatum: 07 april 2011

Reageer op artikel:
AAN TAFEL! Tongstrelende twaalfuurtjes
Sluiten