Adhd: ‘Alles moet zeker zijn’

redactie 19 jun 2018 ADHD

Kinderen met adhd zijn extra gevoelig voor prikkels. Hoe redden ze zich in de puberteit op school, met al die vakken, lokalen en veronderstelde zelfstandigheid? ‘Als docenten even de tijd nemen om zich te verplaatsen in zo’n kind, kunnen ze veel adequater reageren.’

Al in de couveuse waren ze anders dan andere te vroeg geboren baby’s. De tweelingbroertjes Roy en Max waren zo beweeglijk dat ze hun infuus eraf schopten en beklemd raakten tussen de bedrading. Wel érg drukke jongetjes, vond de maatschappelijk werkster in het ziekenhuis en amper 2 jaar oud was de diagnose gesteld: adhd. Sinds hun vijfde jaar slikken ze medicijnen (methylfenidaat) tegen de aandoening.

Inmiddels zijn Roy en Max 15, middelbare scholieren dus. Jongens die zich, ondanks hun psychische handicap, heel aardig weten te redden. Max zit in 3-vwo van het Rythoviuscollege in Eersel. ‘Het gaat goed op school,’ zegt hij. ‘De meeste leraren weten dat ik maar het beste vooraan kan gaan zitten, anders word ik te veel afgeleid.’ Dagelijks fietst hij na school naar de huiswerkbegeleiding. ‘Ik word er niet afgeleid door leuke spelletjes en zo. Er is echt niks anders te doen dan huiswerk. Ze helpen me trouwens ook met plannen.’

Sinds dit schooljaar zit Max’ broer Roy eveneens op het Rythovius. Vanuit een aparte locatie voor uitsluitend lwoo-leerlingen (leerwegondersteunend onderwijs), De Stolberg in Eindhoven, kwam hij in 3-vmbo terecht van deze grote school. ‘Ik wil sportleraar worden en daar heb je minstens mbo of havo voor nodig,’ verklaart hij de overstap. Makkelijk vond hij die trouwens niet. ‘Bij mij moet alles zeker zijn. In het begin moest ik veel zoeken en raakte ik wel eens in paniek. Op mijn vorige school hadden we zeventien lokalen; hier zeventig! Maar nu ken ik het gebouw. Het was een grote verandering en ik moet hard leren, maar ik heb het hier toch naar m’n zin.’

Veelkoppig monster

Lang niet alle adhd’ers hebben het naar hun zin op school, noch in het leven zelf. Roy en Max door de bank genomen wel. Daar is een aantal verklaringen voor te geven. Allereerst: de tweeling had het geluk dat de aandoening vroeg werd vastgesteld en ze al zo lang medicijnen slikken. ‘Het rendement op de intelligentie daalt enorm met zo’n psychische aandoening. Maar slaag je erin met medicijnen en een goede begeleiding de symptomen te onderdrukken, dan kan iemand zich wel ontwikkelen. Hoe eerder er bij iemand adhd ontdekt wordt, des te meer rendement haal je uit zijn vermogens,’ zegt kinder- en jeugdpsychiater Michiel Noordzij, die veel kinderen met adhd behandelt. Helaas is adhd wat hij noemt een ‘moeilijk herkenbaar, veelkoppig monster’: nogal wat kinderen met adhd hebben ook andere, deels overlappende psychische kwalen, waardoor de aandoening zelf niet wordt herkend en er dus geen behandeling plaatsvindt. ‘Adhd kan zich op vele manieren manifesteren, bijvoorbeeld als plas-, woede-, schrijf- of concentratieprobleem,’ aldus Noordzij. ‘Kinderen met adhd kunnen lijden aan gedragsproblemen, depressies, angststoornissen of dwangstoornissen. Schrijfstoornissen en spraak-taalontwikkelingsstoornissen komen ook voor. En de kans op een verslaving is groot: rond de 70 procent. Althans, wanneer iemand niet wordt begeleid en geen methylfenidaat slikt.’

School en zorg

Uit een test is gebleken dat het IQ van Max en Roy behoorlijk hoog is. Prettig, maar een goede intelligentie alleen biedt adhd’ers nog geen garantie op succes. Voorwaarde voor een goed functioneren is dat de wereld rondom hen – thuis en op school – is ingericht op hun handicap. ‘Er moet structuur zijn. Thuis en op school. Ook in de vrije tijd trouwens: het is echt een hele prestatie als een adhd’er aan een teamsport kan deelnemen,’ aldus Noordzij.

De psychiater windt zich op zodra het voortgezet onderwijs ter sprake komt. ‘Als men zich al met zorg bezighoudt, dan gebeurt het in stukjes. Een dyslexieprotocol hier, een faalangstgroepje daar. Soms tref je een mentor met hart voor de zaak, maar dan nog ontbreekt een visie op de begeleiding van leerlingen met adhd. Heb je een zichtbare aandoening als een hazenlip of het Down-syndroom, dan gaat de rode loper uit. Maar voor kinderen met een neurologische aandoening als adhd is meestal niks geregeld. Waarom? Omdat hun gedrag vaak irritant is. Sommige kinderen met adhd hebben het zo goed gedaan op de basisschool, dat ze havo-advies krijgen. En wat treffen ze daar aan voorzieningen aan? Niets. Dan kun je erop wachten dat het kind én docenten én de ouders afknappen. Ik pleit voor een praktische integratie van zorg en school.’

Begeleiding

Als dit sombere beeld klopt, is het Rythoviuscollege, de school van Max en Roy, de uitzondering op de regel. In 2005 ontving deze school de Balans Award – overigens samen met de ouders van de tweeling en de voormalige school van Roy, de Stolberg in Eindhoven. De Award werd uitgereikt omdat de drie partijen zo goed samenwerken bij de begeleiding van Max en Roy. Zo heeft de directeur van Roys ‘oude’ school regelmatig overleg met de betrokkenen van Roy’s ‘nieuwe’ school én met zijn ex-leerling.

Een van die betrokkenen is zorgcoördinator Henk van Ham. ‘Wij zijn geen speciale school, maar we willen wel iets extra’s doen voor kinderen met een psychische handicap,’ omschrijft deze de missie. ‘Extra’ is bijvoorbeeld de aandacht voor de jaarlijkse instroom vanuit de basisscholen. ‘Nieuwe situaties kunnen bedreigend zijn voor kinderen met een psychische handicap. Vaak reageren ze daar sociaal onhandig op,’ aldus Van Ham. ‘We proberen ook die groep zo positief en weerbaar mogelijk in de brugklas te laten beginnen. Want als ze zich mét hun handicap geaccepteerd voelen, heb je enorm veel gewonnen.’

In samenspraak met de ouders wordt een introductietraject opgesteld. Zo kan het gebeuren dat er een kind uit groep 8 van de basisschool rondsnuffelt in de gangen van het Rythovius. Willen ze meermalen langskomen? Foto’s maken? Zomaar rondkijken? Voor alles wat nodig is om zich die vreemde, verwarrende omgeving alvast een beetje eigen te maken, geeft het Rythovius de ruimte.

Netwerk

Ook extra is het netwerk dat rond zorgleerlingen wordt geformeerd. Dat gebeurt nog voordat het kind zijn eerste schreden in de brugklas zet. In het netwerk van Roy, die pas dit schooljaar instroomde in 3-vmbo, is de mentor de spil. Zij onderhoudt contact met zorgcoördinator Van Ham, ouders en ambulante begeleiding vanuit Roys voormalige school. (Ambulante begeleiding wordt in de regel bekostigd vanuit de Leerling Gebonden Financiering (LGF), ofwel het ‘rugzakje’, met geld bestemd voor gehandicapte leerlingen die regulier onderwijs volgen.) ‘De begeleiding van dit soort kinderen vergt nu eenmaal meer diepgang dan een voorlichtingsavond en twee keer per jaar een tienminutengesprek,’ verklaart Van Ham. ‘Bovendien maakt zo’n netwerk duidelijk dat ouders geen toeschouwer maar deelnemer zijn van het geheel.’

Alle docenten van Max en Roy hebben voorlichting gehad over adhd. ‘Als ze even de tijd nemen zich te verplaatsen in de adhd’er, kunnen ze veel adequater reageren. Niet alle leerlingen zijn over één kam te scheren. Soms is een andere behandeling echt nodig.’

Het gaat bij dergelijke leerlingen vooral om attent zijn en kleine dingen regelen, merkt Van Ham op. Max en Roy hebben bijvoorbeeld elk een ‘buddy’, een bevriende medeleerling op wie ze zonodig kunnen terugvallen en die een beetje over hen waakt. Elke leerkracht schrijft hun huiswerk op in een schriftje, dat de jongens vervolgens overschrijven in hun agenda’s.

Max krijgt tegenwoordig elke wiskundeopgave op een apart blaadje gepresenteerd – ideetje van zijn moeder. Sindsdien haalt hij de opgaven niet meer door elkaar, is hij minder gespannen tijdens het proefwerk en heeft hij zijn gemiddelde opgehaald van een vier naar een mooie voldoende. Van Ham: ‘Dan kan het niet meer kapot, hè.’ ?

Huiswerkplek

Al slepen Roy en Max het liefst allerlei zooi van straat mee naar binnen, bij hen thuis is het altijd opgeruimd en ordelijk. ‘Dat moet wel, want rommel genereert drukte,’ zegt Marion Jacobs, hun moeder. Zo hebben beide jongens een eigen ladekastje voor schoolspullen. Elk laatje heeft een eigen kleur en herbergt spullen van precies één schoolvak. Hun slaapkamers zijn gezellig ingericht en bevatten dus, vertaald naar de adhd-leefwereld, nogal wat prikkels die adhd’ers niet kunnen reguleren. Ongeschikt als plek om huiswerk te maken. Een andere kamer in het huis doet daarom dienst als huiswerkkamer. Daarin zijn alleen een grote werktafel, twee stoelen, een pc en boeken te vinden.

De jongens moeten hun overmaat aan energie kwijt kunnen. Daarom fietsen ze veel en staat er een trampoline in de tuin. Een gelkussen op de stoelen van de jongens zorgt ervoor dat het vele wiebelen en wippen wordt ‘afgevloeid’ voordat de omgeving daar horendol van wordt. Met een hand-kneedballetje hebben ze trouwens ook goede ervaringen.

Ouders van kinderen met adhd moeten niet alle initiatief bij school leggen, vindt Jacobs, en ook de hand in eigen boezem steken. ‘Ook thuis valt er een wereld te winnen. Als je allebei veel werkt en weinig thuis bent, wordt het lastiger. Het gaat ook ten koste van de structuur en regelmaat. Met een baan had ik nooit zoveel energie in de jongens kunnen steken. Thuis kan ik meer verdienen – al is het geen geld.’

Kenmerken

Adhd is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder, vertaald als ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’. Inmiddels bekende kernsymptomen zijn aandachts- en concentratiestoornissen, impulsiviteit en druk gedrag. Zonder druk gedrag spreken we van add.

Adhd komt voor bij 3 tot 5 procent van de kinderen tussen 3 en 18 jaar, waarbij jongens vier keer vaker zijn aangedaan. Het grote gezondheidsrisico is gelegen in aandoeningen die naast adhd voorkomen (zoals depressie, angst-, leer- en gedragsstoornissen en verslavingen) en in de bijkomende ontwikkelings- en regelstoornissen.

Tekst:

Reageer op artikel:
Adhd: ‘Alles moet zeker zijn’
Sluiten