ADHD en de eeuwige onschuld

redactie 22 jun 2018 ADHD

Het is vrijdagmiddag half vier. Ik ben net thuisgekomen van school, waar ik de twee jongsten heb opgehaald. Normaal gesproken blijf ik altijd even wachten op de oudste, die veelal voorbij schiet onder het roepen van 'ik ga naar huis'. Deze keer heb ik dat niet gedaan.

De jongste was grieperig en ik wilde niet langer dan noodzakelijk met haar in de kou blijven staan. Nu vraag ik mijzelf af waarom ik toch niet even gewacht heb. Niet dat ik mij grote zorgen maak, ik ben inmiddels gewend aan het feit dat de oudste altijd nog rond het schoolplein blijft hangen met zijn vrienden. Eerder dan kwart over drie verwacht ik hem überhaupt niet thuis. Maar het was zo'n kleine moeite geweest.

Ik betrap mijzelf op een zekere onrust

Tien over half vier. Ik betrap mijzelf op een zekere onrust. Het is december en de vijver voor school lijkt serieus bevroren. Lijkt, want dat is hij natuurlijk niet, maar leg dat maar eens uit aan een elfjarige jongen. 'Jij gaat niet op het ijs!', 'Iedereen gaat erop!', 'Jij bent niet iedereen'. We hebben er al de nodige discussies over gevoerd.

Tien voor vier. Hij zit vast bij een vriendje, spreek ik mijzelf streng toe. En denkt er niet aan te bellen of te appen. Tegen beter weten in bel ik zijn nummer. Wanneer hij niet opneemt, stuur ik een tekstbericht. 'Waar ben je?' Ik merk dat ik geïrriteerd raak. Had hij daar nu niet juist die mobiel voor gekregen? Niet voor die stomme school groepsapps en spelletjes, maar om bereikbaar te zijn voor ons. Ik pak mijn telefoon weer op en stuur een bericht naar de moeder van vriendje D. met wie onze oudste vaak na school meerijdt. Een ontkennend antwoord volgt binnen een minuut. Vriendje B. dan. Ook hier een negatief bericht, maar hij weet wel waar hij hem voor het laatste gezien heeft.

Het antwoord is weinig geruststellend

Ze waren op het plein voor school aan het voetballen toen een onbekende man was aan komen stormen en één van de jongens tegen de muur had geduwd. Daarbij spoorde hij zijn meegekomen zoon aan het slachtoffer 'heel hard in zijn buik te schoppen en anders zou hij het zelf wel doen.' Oudste had hier uiteraard met zijn neus bovenop gestaan. Vriendje B. vertelt dat de man over familieruzies had gesproken en dat ze daarna één van de flats aan het plein waren in gegaan. Ja, dat 'ze' was inclusief mijn oudste. En nee, hij wist niet wie de vader en de twee betrokken jongens waren. De meest woeste gedachten schieten door mijn hoofd. Wie zijn die mensen? En waarom moet mijn oudste zo nodig met hen mee naar binnen?

Een kenmerk van ADHD is een groot rechtvaardigheidsgevoel

Het feit dat ik niemand in de flats ken, betekent niet dat dit ook voor mijn zoon opgaat. Toch ben ik er verre van gerust over. Het begrip familieruzies roept associaties bij mij op waar ik liever niet aan denk. En een kenmerk van ADHD is een groot rechtvaardigheidsgevoel, onze oudste is er de belichaming van. In tegenstelling tot mij, beschouwt hij een woedende meneer die geweld dreigt te gebruiken en spreekt over familievetes niet als bedreiging, maar als iemand die aangesproken dient te worden op zijn gedrag. Ik vrees dat daar ook de ODD om de hoek komt kijken, gezag erkennen is immers niet zijn sterkste kant. Ik bedank vriendje B., roep naar de middelste dat hij zijn hockeykleding aan moet trekken en naar de kinderen in het algemeen dat ik even naar school ben. 'Waarom?' vraagt de jongste, terwijl de middelste wil weten waarom ik hem niet even kan helpen met aankleden. Ik antwoord iets neutraals over hun broer (geen reden om paniek te zaaien) en spring op de fiets.

Ik weet niet of ik boos ben of ongerust

Bij school aangekomen, zie ik wel de fiets van de oudste, maar geen spoor van hemzelf. Ik weet niet of ik boos moet zijn of ongerust. Hij is altijd het type geweest een pleintje verder te spelen dan afgesproken, dus ik ben wel wat gewend. De groep jongens die op het plein aan het voetballen is, kijkt op als ik naar hen toeloop. 'Hebben jullie wellicht een jongen van elf in een joggingpak gezien?' vraag ik hen. Ze kijken me glazig aan, de helft is tien of elf jaar en draagt een joggingpak. 'Hoe heet hij?' vraagt één van hen dan. Ik noem de naam van mijn zoon en de glazige blikken slaan om in die van herkenning. Ik had het kunnen weten, de oudste kent iedereen en iedereen kent de oudste. 'Hij zou een flat zijn binnengelopen,' zeg ik. 'Nadat hier een ruzie was geweest met een boze meneer.' De jongens knikken instemmend en mijn hart zinkt in mijn schoenen.

'Ik denk dat het nummer 135 is geweest,' zegt de behulpzame jongen onverwacht. De groep begeleidt mij naar het portiek van de flat, allen knikken begripvol als ik zeg dat ik het nogal verontrustend vind dat mijn oudste mee naar binnen is gegaan met de boze vader. Dan klinkt uit de speaker een jongensstem en vraag ik of mijn zoon binnen is. 'Ja, ik zal hem even roepen,' is het antwoord en tegelijkertijd wordt de deur opengedaan. Met grote stappen loop ik de trap op naar de derde etage, waar mijn oudste mij tegemoet komt lopen, kauwend op een snoepje.

Alles behalve zijn schuld

Mijn boosheid wint het onmiddellijk van de eerdere ongerustheid. 'Waarom laat jij niets van je horen?' 'Mama,' zegt hij, niet eens verbaasd mij te zien. Er volgt een ingewikkeld verhaal waaruit ik weet op te maken dat het slachtoffer in kwestie een bekende is en de boze man inmiddels weer gekalmeerd en vertrokken. Bovenal, zo benadrukt mijn onschuldige zoon, heeft hij 'papa laten weten waar hij was en zou die dat aan mij doorgeven'. Dat hij weet dat hij mij moet bellen in plaats van zijn vader op kantoor, doet wat hem betreft niet ter zake. Mijn gemiste oproep en berichten heeft hij niet gezien.

En zo belanden we weer in de al oude discussie waarbij hij op alles een weerwoord heeft en zelf niets fout heeft gedaan 'want papa zou jou bellen'. Dat ik mij weleens ongerust zou kunnen maken, vindt hij lastig te accepteren. Het betekent immers dat hij dan ook moet toegeven iets fout of op z'n minst niet handig te hebben aangepakt. En dat is voor iemand met ADHD en ODD zeer lastig te verteren.

Reageer op artikel:
ADHD en de eeuwige onschuld
Sluiten