Ik ben slim

redactie 21 jun 2018 Blogs

Op een vrijdag ontmoeten we de kinderen bij pleegzorg in de Bijlmer. Negen mensen in een kamer met acht stoelen: mijn vrouw en ik, de begeleidster en een aantrekkelijke Surinaamse vrouw met vijf kinderen. Iedereen vertelt iets over zichzelf. Het oudste broertje (11) is geen prater. Hij heeft wel een appelcake bij zich. Zelf gebakken in de crisisopvang waar hij is ondergebracht. We zijn ontroerd. Hij zegt, binnensmonds, dat hij graag kookt. ‘Dat komt goed uit,’ zegt mijn vrouw met een licht verwijtende blik richting mij. Hij somt op waarvan hij houdt: voetballen, zwemmen, muziek, drummen.

Het tweede broertje (8) dat bij ons komt wonen, heeft besloten deze ochtend niets te zeggen. Op het schoolbord dat achter mijn vrouw hangt, schrijft hij zijn naam. En: ‘Ik zit in groep 4. Ik ben slim.’ Ik zie dat mijn vrouw hem af en toe aanraakt en dat hij dat plezierig vindt. Hij is klein voor zijn acht jaren. Maar terwijl de oudste broer zijn best doet om over te komen als een boze rapper, kijken de ogen van hem open en vrolijk de wereld in.

Mijn vrouw laat foto’s zien van hun kamer. Geschilderd, nieuwe IKEA-bedden, tafel, kasten, nachtkastjes, schemerlampen. De jongens zijn niet bijster geïnteresseerd. Het zal wel. Waarschijnlijk hebben ze dit al net iets te vaak meegemaakt.

De kamer kan wel de goedkeuring van moeder wegdragen. Daarna tempert ze haar enthousiasme.

‘Ook in vorige gezinnen had ik vertrouwen,’ zegt ze. En dat vertrouwen is beschaamd. ‘Dus nu heb ik wantrouwen.’

Wij lopen over van begrip. ‘Het is aan ons om dat wantrouwen bij u weg te nemen. En wij zullen ons uiterste best doen,’ zegt mijn vrouw.

We vragen wat zij in de opvoeding belangrijk vindt. Kleding en hygiëne. We krijgen tips over haarverzorging en ontsmetting.

‘Is geloof belangrijk?’ vraag ik haar.

‘Ja,’ zegt ze, zonder dat verder te specificeren.

‘Hebben jullie Wii?’ vraagt de oudste broer.

‘Nee,’ moet ik tot zijn teleurstelling antwoorden. ‘Maar in het gebouw waar ik werk, wordt ook het blad Playboy gemaakt en die hebben een Wii-kamer.’

Moeder begint te fronsen bij het woord Playboy. ‘Daar lopen geen blote vrouwen rond, hoor,’ zeg ik snel.

De begeleidster komt ter zake. ‘Dinsdag thee drinken bij jullie, donderdag komen ze eten, vrijdag komen ze proefslapen en zondag gaan jullie ze ophalen.’

We hebben er vertrouwen in. Met deze jongens is niet echt iets mis. We voelen dat ze echt van hun moeder en van hun broertjes en zusjes houden. En iemand die in staat is tot liefde, die is in staat tot alles. Of zijn we nu te naïef? We concluderen wel dat we eigenlijk nog niets weten over de historie van de twee jongens.

Reageer op artikel:
Ik ben slim
Sluiten