Als ze dit maar binnenhoudt vannacht

redactie 22 jun 2018 Blogs

In mijn tas gaat mijn telefoon over. Ik schrik op van mijn werk en mompel voor me uit: 'Wie valt me lastig?' Op het display zie ik Yaëls dagbesteding. Het is vrijdag tegen twaalf uur 's middags en ik weet, gezien het tijdstip en de recente verhalen van collega's met kinderen, eigenlijk al hoe laat het is. 'Yaël heeft twee keer overgegeven,’ vertelt de begeleidster. 'Eén keer vlak voor Sinterklaas er was en één keer na zijn vertrek.

'O, wat sneu', zeg ik.

'Ze ligt nu in haar bedje en we kunnen haar hier houden als je dat wilt, maar misschien wil je haar liever thuis hebben nu?'

Gewetensvraag. Ik heb een deadline, moet nog wat werk afmaken. Aan de andere kant kan ik me voorstellen dat Yaël nu het liefst thuis is. Ieder mens is het liefst thuis als hij zich ziek voelt.

Ik bel Hanno. 'Heb jij het druk?' vraag ik direct. Ik leg hem de situatie voor.

Hij heeft het niet druk, kan wel naar huis. 'Oké, dan maak ik mijn werk af en kom ik er ook zo snel mogelijk aan,' beloof ik.

'De timing is trouwens niet ideaal hè,' zegt hij.

'Ja, nu met Sinterklaas, zielig hè?'

'Nee, met de schilders morgen,' zegt hij.

'O, k*t, de schilders, daar had ik even niet aan gedacht!'

Het weekend wordt ons huis gewit. Alles moet van zijn plaats en daarom gaat Yaël van zaterdagochtend tot zondagmiddag naar het logeerhuis.

'Hopen dat ze dan weer beter is,' zeg ik snel.

'En anders?'

'Dat verzinnen we dan wel weer.'

Ik maak vlug mijn werk af en fiets naar huis, waar ik een zure muur in loop. In de gang ligt een berg beddengoed. Yaël zit intussen in de kamer te spelen, alsof er niets aan de hand is.

's Avonds geven we haar een paar zoute koekjes en een beetje thee. Het gaat goed. Als ze dit maar binnenhoudt vannacht. Ik bedenk wat het ergste scenario is. Dat Hanno en ik de zieke Yaël van kamer naar kamer verplaatsen in onze krappe benedenwoning, achter de schilders aan of voor de schilders uit, dat we ervoor zorgen dat ze de muren niet aanraakt, dat we met meubels en spullen sjouwen en intussen Yaël verzorgen, haar verwarring over de verplaatste spullen proberen te temperen en kotswassen draaien. Niet ideaal, maar het kán wel. Ik leg het scenario aan Hanno voor en zeg ontspannen: ‘Komen we wel uit.’

Hij kijkt me ongelovig aan, waarschijnlijk omdat ik niet helemaal als mezelf klink. Ik ben helemaal niet van het dat-zien-we-dan-wel-weer-model. Eerder van de gedetailleerde voorbereiding. 'Wat?' zeg ik, 'geloof je me niet?'

Yaël houdt alles binnen. Ook haar ontbijt, waarop ze aanvalt als een hongerige wolf. We besluiten haar naar het logeerhuis te brengen, leggen de situatie uit.

De rest van de dag ben ik aan het sjouwen, koffie zetten, broodjes smeren en redderen. Ik word niet meer gebeld.

Alles gaat volgens planning.

Gelukkig maar, want dat laissez-faire-actje van mij was natuurlijk ook maar om de moed er een beetje in te houden.

Reageer op artikel:
Als ze dit maar binnenhoudt vannacht
Sluiten