Altijd de eerste willen zijn (7 jaar)

antwoord

Heel herkenbaar in je verhaal is het voorbeeld over het eerste in de klas willen zijn. In de onderbouw is dit in veel klassen een dagelijkse sport onder de vroege vogels. Meestal is het heel onschuldig dus maak je hierover geen zorgen.

Veel kinderen houden van competitie; de eerste en de beste willen zijn. Hier is niks mis mee zolang je kind ook kan accepteren dat het een keer verliest, geen andere kinderen uitlacht of minacht. Jonge kinderen moeten dit nog leren en in de klas is het dus ook vaak een onderwerp van gesprek: ‘Je kunt je werk wel als eerste klaar hebben, maar als het vol met fouten zit, is het dus toch niet zo knap.’

Sinds de jaren tachtig is in de meeste basisscholen het puntensysteem verandert in een beoordeling in termen als: matig, voldoende, goed. Een 2 of een 3 halen was voor het tere kinderzieltje erg slecht en dus verdwenen de cijfers voor het geleverde werk. Kinderen gingen daarnaast steeds meer op verschillende niveaus werken zodat het aanbod paste bij het niveau van het kind. Het waren veranderingen met een goed motief, maar we moeten niet vergeten dat met het verdwijnen van de cijfers uit het basisonderwijs ook een stukje competitie wegviel. Kinderen genieten vaak van een wedstrijdje; competitie kan heel gezond en uitdagend zijn, zeker wanneer een kind de wedstrijd met zichzelf aangaat.

Een kind mag trots zijn op zichzelf als het voor rekenen, door hard werken van een 6 naar een 6 ½ gaat. Op het rapport is dan tenminste duidelijk dat het kind vooruit is gegaan. Maar wanneer wordt zijn ‘voldoende’ een ‘goed’? Waarschijnlijk nooit. Dit kan erg demotiverend zijn.
Het blijkt dat jouw zoon ook behoefte heeft aan competitie. Een paar tips:

  • Het is van belang dat er duidelijkheid komt over wanneer snel werken goed is voor jouw zoon en wanneer hij beter niet op de klok kan kijken.
  • In groep 4 zijn er genoeg werkjes die wel op tempo gemaakt moeten worden en waarbij je zoon een stopwatch zou kunnen krijgen. Bijvoorbeeld het automatiseren van de tafeltjes, of de sommen onder de 100. Het lezen van woordenlijsten of het oplossen van taalpuzzeltjes. Hij kan dan proberen om zijn eigen record te verbeteren of om eens een wedstrijdje te doen met een kind van hetzelfde niveau.
  • Wanneer de leerkracht een beetje tegemoet komt aan de behoefte van je zoon om snel te willen zijn, kun je hem ook duidelijk maken bij welke werkjes dat juist helemaal fout is.
  • Probeer met wat humor het verliezen te oefenen. Speel thuis bijvoorbeeld eens een wedstrijdje en ga huilen als jij verliest. Let eens op zijn reactie en neem deze gelegenheid aan om er eens met hem over te praten. Wat voel je als je verliest?
  • Praat ook met je zoon over het feit dat het niet altijd fijn is voor andere kinderen wanneer hij altijd maar roept dat hij sneller of beter is. Hij moet leren om daar rekening mee te houden. Leer hem dat rekening houden met een ander, iemand kunnen troosten of een compliment kunnen geven wanneer de ander wint, ook heel knap is.
  • Geef het goede voorbeeld door een compliment te geven als je zoon een spelletje wint. Maar vraag ook van hem om zo aardig te zijn tegen jou, wanneer jij een keer wint. Korte spelletjes zijn hiervoor heel geschikt.
  • Soms zit er achter het slecht tegen je verlies kunnen een laag gevoel van eigenwaarde dat steeds bevestigd wordt door het verlies. Het is in dit geval hard nodig om te gaan werken aan een positiever zelfbeeld.
Reageer op artikel:
Altijd de eerste willen zijn (7 jaar)
Sluiten