Meer blogs

˜Heb je nog een verhaaltje over je werk, mama? Ah, toe, een verhaaltje, een heel kort verhaaltje, een mini-klein verhaaltje? Een piep-, piep-, piepklein verhaaltje? Dit is wat mijn dochter me ongeveer iedere dag vraagt als ik haar naar bed breng.

Interesse in je medemens tonen is natuurlijk een schone zaak, zeker als de interesse uitgaat naar datgene waar je eigen interesse ook naar uitgaat. En als deze vraag dan ook nog van een van je naasten komt – en deze naaste nog maar net 4 jaar oud is -, vind ik dat toch wel heel ontroerend.

Soms laat ik me dus verleiden. Ook al vind ik de verhalen soms te aangrijpend om ze met kleine kinderen te delen. Na zo'n smeekbede vertel ik dan het verhaal van de ongetemde meute, van de stiefmoeder die haar zoon op het schoolplein afranselt. Haar ogen worden dan zo groot als schoteltjes en ik weet dat ze de afschuwelijke moeder van Assepoester uit de Disney-film voor zich ziet.

De dag erna vertel ik haar hoe een boze leerling het brandalarm inslaat. Ook een verhaaltje dat mama gehoord heeft op een van de scholen waar ze is geweest. De sirene loeit oorverdovend en onophoudelijk. Uit alle klassen komen gillende kinderen naar buiten gerend. Op de trappen verpletteren kinderen elkaar, ze vallen in bosjes over elkaar heen. Juffen en meesters rennen in paniek heen en weer, en weten niet hoe ze het ding in godsnaam stil kunnen krijgen.
˜En toen? En toen, mama?'

De werkelijkheid is dat een van de leerkrachten als een wildeman op alle knopjes bleef drukken. Hij deed maar wat, zo vertelde hij mij, en plotseling deed hij kennelijk het goede. ˜Een van de meesters en juffen heeft het alarm kunnen uitzetten, zeg ik.
Maar ze kijkt me nog steeds verwachtingsvol aan en ik begrijp dat ze geen genoegen neemt met dit einde. Het verhaal moet een spetterend einde hebben, waarin het recht zegeviert en boontje om z'n loontje komt. Goed, dan maar iets verzinnen: ˜Toen het alarm eindelijk uit was, gingen ze het meisje zoeken dat het alarm had ingeslagen. Ze zochten de hele ochtend en de hele middag, en uiteindelijk vonden ze haar achter een schuurtje op het schoolplein. Daar had ze zich verstopt, omdat ze bang was om straf te krijgen.
Ja, en?
Nou, ze kreeg zeker straf. Voor straf moest ze de hele school vegen en dweilen. Alle klaslokalen en de gang en de trappen. En de meester zei dat als ze het nog een keer zou doen, ze nooit meer terug zou mogen komen naar school.

Oh.. Ze zucht opgelucht en vindt de straf wel meevallen. Zelf had ze de dag ervoor nog bekend dat ze het allergelukkigst is op school als ze aan het einde van de dag alle tafels schoon mag maken en daarna alle stoelen op de tafels mag zetten. ˜Klassedienst heet dat, mama. Ik vind dat echt superleuk. En eigenlijk wil ik alle klaslokalen schoonmaken en de gangen en de muren verven. Ook het idee dat ze helemaal nooit meer naar school zou hoeven, is voor haar geen schrikbeeld.

Geschikter dan de verhalen over mijn werk, zijn de verhalen die ik meemaakte toen ik zelf nog in de kleuterklas zat. Zo kreeg ik een keer – van een ouder kind dat bij de weekviering in de aula achter mij zat – een enorme bonk roze bubblegum in mijn haar geplakt. De meester moest het eruit knippen met een hele grote schaar, waardoor ik voor gek liep met een kale plek op mijn achterhoofd. En ik poepte een keer vreselijk in mijn broek en durfde het niet te zeggen. De hele ochtend liep ik ermee rond. En toen we een keer gingen kleien, deden we dat met keiharde bijenwas. De juf zei dan 'wrijven, wrijven, wrijven'. Maar ik was ongeduldig. Ik plakte de klei op de verwarming en ging spelen. Tegen de tijd dat de bijenwas in kleverige sliertjes naar beneden liep, herinnerde ik me wat ik had gedaan.

Ook hier wil mijn dochter weer een sappige ontknoping horen.
Er werd hard gestraft, zeg ik.˜Eerst de hele klas natuurlijk, totdat duidelijk was wie het had gedaan, en dan kreeg je er zelf nog eens van langs. Soms met een liniaal. Zo, een harde tik op je vingers.

Mijn dochter slikt, maar haar ogen glimmen. Ze smult van deze verhalen. Toch vraag ik me wel eens af wat angstaanjagende verhalen op de lange termijn bij kinderen teweegbrengen. Krijgen kinderen niet een vertekend beeld van de werkelijkheid? Van boze volwassenen en van stoute – door volwassenen vaak onbegrepen – kinderen? En gaan kinderen op deze manier niet denken dat onwenselijk gedrag Altijd afgestraft zou moeten worden? Hoe denken anderen hierover? Ik ben benieuwd!

Reageer op artikel:
Meer blogs
Sluiten