Autisme of PDD NOS: wat kan ik van de leerkracht verwachten?

redactie 19 jun 2018 Autisme

antwoord

PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified. Het is een Engelse afkorting voor de overkoepelende naam voor pervasieve stoornissen waartoe ook autisme behoort: autismespectrumstoornissen.

Kinderen met PDD-NOS hebben kenmerken van autisme maar niet in zulke sterke mate dat ze de diagnose autisme krijgen. Deze kinderen hebben bijvoorbeeld sociale en communicatieve problemen.

Je schrijft dat je zoon angstig is en in paniek raakt. Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich heel moeizaam. Dat zal hem onzeker en angstig maken. Je zoon heeft graag dat alles duidelijk en voorspelbaar is. Veranderingen in zijn omgeving brengen hem uit zijn evenwicht. Lees maar eens hierover op www.balansdigitaal.nl.

Je wil je graag goed voorbereiden op het gesprek op school en bent bang dat je zoon naar het speciaal onderwijs moet. De kans is heel groot dat jouw zoon gewoon op school kan blijven. De school zal passend onderwijs moeten bieden en wanneer ze daartoe niet in staat zijn, zullen ze een school voor jullie zoeken die dat wel kan. Lees hierover de regels omtrent passend onderwijs op www.rijksoverheid.nl

Wat kan er op korte termijn voor je zoon geregeld worden?

  • In het gesprek op school zal duidelijk moeten worden waar jouw zoon tegenaan loopt. Waardoor wordt hij angstig, welke momenten op de dag leveren extra problemen op? Dit zal voor elk kind anders zijn en daarom is jouw bijdrage aan dit gesprek van grote waarde. Goed van je dat je je gaat voorbereiden op dit gesprek!
  • Loop met je zoon de week door. Wanneer voelt hij zich rustig en prettig in de klas? Wanneer wordt het moeilijk? Denk hierbij aan het begin van de dag, de leswisselingen, het buitenspelen, de gymles of het omkleden voor en na de gymles, de momenten dat kinderen elkaar om hulp mogen vragen, speciale dagen zoals schoolreisjes, themadagen of feestdagen. Maak samen een lijstje en vul dit steeds aan indien nodig.
  • Neem het lijstje mee naar school en ga samen op zoek naar oplossingen. Je kunt hierbij denken aan:
  1. ’s Morgens niet als eerste, maar beter als een van de laatste de klas inkomen. Dit onoverzichtelijke moment bij het starten van de dag, maak je op deze manier zo kort mogelijk.
  2. Er moet een prikkelarme werkplek gecreëerd worden voor je zoon. Eventueel een plek met schermen waar hij naar toe kan als het werken in het groepje hem te veel wordt.
  3. Een koptelefoon of geluidsbeschermer kan rust bieden tijdens het werken. Het dempt de geluiden waar deze kinderen vaak last van hebben en ook klasgenoten worden geremd om je zoon onnodig aan te spreken.
  4. Het moet voor je zoon duidelijk zijn hoe de dag gaat verlopen en of er zaken zijn die anders lopen dan gebruikelijk. De meeste kinderen vinden dit prettig en daarom zou de leerkracht er een gewoonte van moeten maken om het programma van de dag op het bord te noteren.
  5. Instructies wat betreft het zelfstandig werken moeten duidelijk zijn. Je zoon moet precies weten wat de opdracht is, hoeveel tijd hij heeft, wat hij moet doen wanneer hij iets niet begrijpt en wat als hij klaar is.
  6. Thema- , feestdagen of andere speciale dagen moeten ruim van te voren worden aangekondigd. Er zouden afspraken gemaakt kunnen worden over vrijstelling van bepaalde activiteiten.
  7. Je zoon kan in het kleedlokaal een vast plekje krijgen of vijf minuten eerder dan de rest van de groep zich gaan omkleden. Hij kan dan rustig op de bank in de gymzaal wachten of alvast helpen met materialen klaarzetten. Op deze manier ontwijk je de drukte in het kleedlokaal en kan je zoon bij het klaarzetten van de materialen vast horen hoe de gymles eruit gaat zien. Sommige kinderen vinden het juist prettiger om het eerste kwartier alleen te mogen kijken.
  8. De leerkracht moet klasgenoten duidelijke informatie geven over het belang van de aanpassingen voor jouw joon zodat er begrip zal zijn. Wellicht kan je zoon eens een spreekbeurt houden over PDD-NOS.

Een boek dat ik je absoluut kan aanraden: Geef me de vijf van Coulette de Bruin.

Om samen met je zoon te lezen: Alle katten hebben Asperger van Kathy Hoopmann. Het is misschien weinig informatief maar met humor gebracht en voor jonge kinderen heerlijk herkenbaar.

Reageer op artikel:
Autisme of PDD NOS: wat kan ik van de leerkracht verwachten?
Sluiten