Beetje hulp

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Ja, maar mijn zusje heeft Down-syndroom, daarom kan je niet zo hard springen.’

We zijn op een camping in Drenthe en de kinderen springen met z’n allen op een luchtkussen. Nou ja, onze 7-jarige oudste zoon Bink en een andere jongen van zijn leeftijd springen. Bart en ik proberen vooral te voorkomen dat Kit en haar jongere broertje Dex ervan afglijden. Wat nog best een heftige klus is omdat ze het juist leuk vinden alle kanten op gehost te worden. Wij vinden het wat minder leuk; met elke sprong dreigen Kit en Dex de modder aan de onderkant van het luchtkussen in te rollen. En zoveel schone kleren hebben we niet meer over, dankzij mijn fantastische inpaktalent.

Ik hoor het Bink steeds vaker zeggen tegen kinderen die hij tegenkomt.
‘Mijn zusje heeft Down-syndroom, dus…’
Heel lief bedoeld, maar eigenlijk compleet in tegenstelling met wat wij onze kinderen mee willen geven. Namelijk: het maakt niet uit wat je hebt, iedereen is hetzelfde. Daarom gaat Kit naar de gewone basisschool en daarom slepen we haar overal mee naar toe. We willen niet dat kinderen straks tegen Kit zeggen: ’Wij gaan niet met jou spelen want jij bent anders.’
Maar Bink zegt in al zijn lievigheid nu ook dat je anders met Kit moet omgaan, omdat ze het syndroom van Down heeft.

En ik betrap mijzelf er ook vaker op dat ik toch voorzichtiger ben met Kit. Met Bink was ik altijd groot voorstander van zelfstandigheid en dat hij zichzelf kon redden. Bij Kit loop ik toch voor de zekerheid achter haar aan in de speeltuin, want stel je voor dat ze iets wil doen wat niet lukt, ik wil niet dat ze gefrustreerd of boos wordt. Of dat ze ontdekt dat er geen hek om de speeltuin is en wegloopt – staat ook zo slordig tegenover Bart als ik zonder Kit thuiskom.

Als ik ons gezin aanmeld bij de camping, informeer ik naar de activiteiten van het animatieteam. Er wordt uitgelegd dat er verschillende leeftijdsgroepen zijn en voor iedereen wat wils. Bijna vraag ik:
‘Mijn dochter heeft het Down-syndroom, is dat een probleem?’
Gelukkig weet ik me op tijd in te houden, want stel je voor dat ze Kit dan niet accepteren. Alleen maar omdat ze niet weten wat ze kunnen verwachten van een 5-jarig meisje met Down.

Als we een paar dagen later in een Drents Ballorig zitten, lukt het ons toch om Kit los te laten. Ze gaat helemaal los bij de speeltoestellen voor de ‘grotere kinderen’ en volgt Bink op de voet. Als Kit vast komt te zitten in een gat van een net waar ze doorheen moet kruipen, hoor ik Bink haar aanwijzingen geven om eruit te komen. Ik loop erheen en zie nog net hoe Bink een harde duw tegen Kits billen geeft. Ze ploft aan de andere kant vol op haar gezicht en roept:
’Jaaa, Bink!’ gevolgd door een blij applaus.

Ben toch stiekem blij met zo’n betrokken en zorgzame grote broer. Dat maakt het wel een stuk makkelijker om als ouder je kind los te laten. Met een beetje hulp, redt Kit zich namelijk prima!

Reageer op artikel:
Beetje hulp
Sluiten