Beste Sanne en Hanno

redactie 22 jun 2018 Blogs

Ik wil jullie bij deze laten weten dat wij 1 vaste logeerdag per week voor Yael hebben.

Yael komt dan in een vast groepje met twee andere kinderen die in leeftijd en vraag goed bij elkaar aansluiten.

We zouden het liefst een afspraak met jullie maken om dit verder toe te lichten, om te bekijken wanneer dat zou kunnen starten, om verdere vragen van jullie te kunnen beantwoorden.

Is dat voor jullie een goede volgende stap? En wat zou dan een geschikt tijstip/dag zijn om met elkaar af te spreken?

Dit mailtje verscheen afgelopen donderdag in mijn mailbox. Met een hartelijke groet van de locatiemanager van Yaëls zorginstelling. Ik spoedde me naar de wc's – ik zat namelijk op mijn werk – liet een traan, ademde een paar keer diep in en uit, fatsoeneerde voorovergebogen naar de handdoekrol mijn ogen en ging weer aan de slag. Het mailtje negeerde ik verder.

's Avonds vroeg ik aan Hanno: 'Heb je het mailtje over het logeerhuis nog gezien?'

'Logeerhuis?'

'Ja, ik heb een mailtje gekregen van de locatiemanager dat er één nacht plek is. Ik dacht dat ze het naar ons allebei had gestuurd.'

'Ik weet van niks. Maar wat een goed nieuws! Wat snel al!'

'Ja, heel snel, ja. Ik weet niet zeker of ik het goed nieuws vind.'

'Dan zijn we één avond, nacht en ochtend in de week zorgvrij, dat is toch heerlijk?'

'Ja, maar ook eng.'

Een paar maanden terug hadden we de vraag gekregen of we Yaël op de wachtlijst wilden laten zetten, voor als er in de toekomst plek was. Ik was tot de conclusie gekomen dat dit van de logeermogelijkheden voor gehandicapte kinderen de beste optie was. Of de minst slechte. Eén wakende wacht op acht gehandicapte kinderen. Dat is ongeveer zo goed als je het kunt krijgen in Nederland.

Een wachtlijst. Dat was het begin van een heel grote, volgende stap. Het begin van een nachtje logeren per week. En dat nachtje was weer het begin van een nog veel grotere stap. Maar daar wilde ik nog niet aan denken. Alles op zijn tijd.

Voor we Yaël op de wachtlijst lieten zetten, hadden we nog wat vragen. 'Ik wil weten of er ook mannelijke begeleiders werken,' zei Hanno.

'Dat kun je echt niet zo vragen hoor,' zei ik politiek correct. 'Dat is niet meer van deze tijd. Er werken nu eenmaal mannen in de zorg.'

We besloten dat je wel om de mannenkwestie heen kon vragen. Hoe werden medewerkers voor de nachtdienst geselecteerd? Werden er antecedenten gevraagd? Een verklaring van goed gedrag? Hoe wisten ze of de begeleider 's nachts zijn werk goed deed? Hoe handelde het logeerhuis bij incidenten? Was er bijvoorbeeld een protocol seksueel misbruik? Wie verving de diensten bij ziekte of vakantie? Was er in het verleden wel eens iets vervelends gebeurd? Konden wij de nachtbegeleiders eerst ontmoeten voor we straks een knoop doorhakten?

De leidinggevende van het logeerhuis vond dit allemaal volkomen normale vragen. Haar antwoorden waren geruststellend, voor zover antwoorden in zo'n situatie gerust kunnen stellen. Verschillende gevorderde collega-moeders hadden het me al verteld: uiteindelijk moet je er toch op vertrouwen dat het allemaal goed gaat. Je checkt alles, kijkt de mensen die de zorg overnemen in de ogen, je probeert te beoordelen of ze goed in elkaar zitten, je kijkt hoe je kind op ze reageert en waagt de stap. Dat is eng, doodeng. Zeker bij kinderen die niet kunnen praten.

Yaël kwam dus op de wachtlijst en ik stelde mezelf gerust door te denken: ach, het heet niet voor niets wachtlijst. Dat betekent dus dat we nog heel lang moeten wachten.

Het was een korte wachtlijst. En nu gaan we praten met de locatiemanager. Kennismaken met de nachtwacht. Nog eens kijken bij het logeerhuis. En misschien gaat Yaël dan binnenkort een nachtje uit logeren. Als het niet gaat, halen we haar meteen op. En als het wel gaat, ga ik proberen te genieten van mijn vrijheid. 

Reageer op artikel:
Beste Sanne en Hanno
Sluiten