Bied weerstand tegen sociale media

redactie 21 jun 2018 Mediagebruik

De positieve effecten van (sociale) media op kinderen zijn groot, weet hoogleraar Patti Valkenburg. Gamen is goed voor onder meer de leerprestaties, creativiteit, het doorzettingsvermogen en het ruimtelijk inzicht. Van sociale media verbeteren hun zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Er is maar één gevaar: dat ze er te veel mee bezig zijn. Taakje voor ouders dus: je kind beheersingsvermogen aanleren.

Jaar lang bang

Liefst 45 pagina’s telt het curriculum vitae van hoogleraar Media, Jeugd & Samenleving Patti Valkenburg. Vijftien pagina’s met al haar activiteiten en dertig pagina’s met publicaties. ‘Víjfenvéértig?,’ lacht Valkenburg. ‘Heb je ze echt geteld?’ Het is een indrukwekkende lijst, zeker als je bedenkt dat Valkenburg pas op haar dertigste ging studeren. Voorlichtingskunde werd het, destijds onderdeel van de studie Pedagogiek. ‘Ik ben geïnteresseerd in het samenspel tussen media- en opvoedingseffecten en in de vraag hoe mensen in hun dagelijkse leven beïnvloed worden door media.’ Maar de reden dat zij haar doctoraalscriptie schreef over de impact van angstwekkende media op angstreacties van jongeren, is vooral persoonlijk. ‘Ik was te jong toen ik voor het eerst de film The Exorcist zag. Die scène waarin de door de duivel bezeten hoofdrolspeelster haar hoofd 360 graden draait! Daar ben ik echt een jaar lang bang van geweest. Ik sliep er niet goed door.’

In 1990 kon ze nog niet bevroeden dat media nu zo’n hype zouden zijn. Maar in het begin van het nieuwe millennium voorzag zij wel als één van de eersten dat sociale media best eens heel groot konden worden. ‘Facebook bestond nog niet, maar wel voorlopers als CU2 en Hyves. Dat móet iets gaan worden, dacht ik: communiceren is zo aantrekkelijk voor tieners. Inmiddels is het zo’n hot issue dat ik wel eens aan mijn eigen onderwerp ten onder dreig te gaan.’

Schijnwijs

‘Schermgaande jeugd’, noemt Valkenburg de kinderen van nu. ‘Ze zitten tegenwoordig langer achter hun scherm dan op school. Gemiddeld zes uur per dag.’ Daar wordt behoorlijk paniekerig over gedaan. Maar dat geldt voor elke technologische vernieuwing, weet Valkenburg: er is altijd angst voor verlies van onschuld, vaardigheden of fatsoen. ‘Bijna 2500 jaar geleden maakte Socrates zich al zorgen dat de uitvinding van het geschreven woord zou leiden tot geheugenverlies, omdat leerlingen nu niks meer hoefden te onthouden. Schijnwijs zouden ze daarvan worden, in plaats van echt wijs.’ Ook ouders worden er een beetje zenuwachtig van, niet in de laatste plaats vanwege ongenuanceerde berichtgeving over dreigende digitale dementie of gruwelijke game-moordenaars. Gelukkig vinden ze nu wetenschappelijk onderbouwde informatie in Valkenburgs nieuwe boek Schermgaande jeugd. Haar boodschap in het kort: ja, er kleven risico’s aan (sociale) media, maar uit onderzoek blijken nog altijd meer positieve dan negatieve effecten. Gamen verbetert de oog-handcoördinatie, de leerprestaties, de creativiteit, het doorzettingsvermogen en het ruimtelijk inzicht. Van sociale media krijgen kinderen meer zelfvertrouwen en worden ze sociaal vaardiger. Via hun laptop of telefoon maken ze makkelijker vrienden en bestaande relaties worden intiemer.

Drie uur per dag

‘Er is eigenlijk maar één gevaar dat voor alle tieners geldt: dat het te veel wordt,’ zegt Valkenburg. ‘Wat is té?, wordt mij dan altijd gevraagd. Het oude advies van maximaal twee uur per dag achter een beeldscherm is niet meer vol te houden. Alleen al aan sociale media besteedt de gemiddelde tiener dagelijks drie uur. Grofweg kun je zeggen dat het té wordt als er op andere terreinen problemen ontstaan. Als ze hun huiswerk niet meer maken, als daar steeds ruzie over is. Dat merken ouders dan wel.’

Maar ja, hoe voorkom je dat het zover komt? Daarvoor heeft Valkenburg drie tips: kijk naar je eigen gedrag, begin vroeg én wees consistent. ‘Kinderen nemen een voorbeeld aan jou. Waarom is een tablet zo aantrekkelijk voor een peuter? Omdat zijn ouders daar zo gefascineerd naar kijken! Verder moet je duidelijke afspraken maken voordat de eerste smartphone in huis komt. Kinderen hebben allemaal het idee dat ze zich aan hun woord moeten houden. Maar dan moet je wel serieus samen de regels bespreken en niet even tussen neus en lippen door. Is fanatiek mediagebruik eenmaal een gewoonte geworden, dan is het niet meer tegen te houden. Tenslotte moet je je regels consequent handhaven. Uit onderzoek blijkt telkens weer dat jonge kinderen inconsistentie niet begrijpen was’en dat het tot meer conflicten en asociaal gedrag leidt.’

Wat het er voor ouders niet makkelijker op maakt, is dat het ene kind gevoeliger is voor media-invloed dan het andere. ‘Dat intrigeert me al jaren. Waarom werd ik zo bang van The Exorcist en mijn vriendinnetje niet? Waarom fungeren sociale media voor sommige kinderen als de rattenvanger van Hamelen en voor andere niet?’ Op dit moment doen Valkenburg en haar team onderzoek onder negenhonderd gezinnen om er achter te komen waarom media-effecten zo verschillend uitpakken. Bekend is dat leeftijd, genetische aanleg, temperament en sociale omgeving een rol spelen, maar hoe precies?

‘In het algemeen kun je zeggen dat sommige kinderen ontvankelijker zijn voor beïnvloeding van buitenaf, zowel negatief als positief. Dat zijn de zogenaamde orchidee-kinderen. Orchideeën hebben een positieve omgeving nodig, anders verwelken ze. Paardenbloemen daarentegen floreren overal. De meeste kinderen zijn van het type paardenbloem, maar is je kind een orchidee, dan moet je iets meer op je hoede zijn, ook voor negatieve media-effecten.’

Digitale Immigranten

Ouders zijn digitale immigranten. Wij zijn niet opgegroeid in een technowereld. Onze kinderen weten niet eens dat er ook leven vóór internet was. Het is voor ons, als digitale allochtonen, niet makkelijk onze autochtoontjes op te voeden. We hobbelen overal achteraan: heb je net Snapchat ontdekt, zit je kroost alweer op iets anders. Volgens veel ouders is hun opvoedtaak er daardoor niet makkelijker op geworden. Valkenburg is het daar ten dele mee eens: ‘Vroeger werden veranderingen in de samenleving automatisch doorgegeven van ouders op kinderen; de jonge generatie volgde in de voetsporen van de oudere. Dat is allang niet meer het geval: de jeugd is dominant geworden. Technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat het voor ouders lastiger is een rolmodel te blijven.’

Daar komt bij dat ouders de neiging hebben de wereld in te delen in een online en een offline deel. Offline is het echte werk, online is oppervlakkiger. Terwijl die twee werelden voor kinderen volledig door elkaar lopen en even reëel zijn. Zelfs via die snipperberichtjes van maximaal 140 tekens creëren ze een band. Maar we moeten niet overdrijven. Ouders en kinderen zijn geen aliens voor elkaar.

‘Media-opvoeding gaat over dezelfde zaken als waar het in de opvoeding altijd al over ging: pesten, uitsluiten, verliefdheid, seksualiteit en omgangsvormen. Daarin blijven ouders belangrijk.’ Technologie is slechts de drager. Uit onderzoek blijkt dat ouders negatieve media-effecten doeltreffend kunnen tegengaan. ‘Als ouders tegenwicht bieden, hun eigen mening uiten en hun normen en waarden in hun gezin centraal zetten, creëren zij een voedingsbodem waar negatieve media-invloeden minder vat op hebben. Kinderen willen erbij horen. Net als volwassenen: we willen gelijk zijn aan de mensen van wie wij houden. Als er dan informatie op ons afkomt die niet bij “ons soort mensen” past, wijzen we die af. Zo werkt dat.’

Duidelijke regels

Een autoritatieve opvoedstijl – waarin warmte en betrokkenheid gecombineerd worden met duidelijke regels – werkt ook op mediaterrein het best. Zeker als die gepaard gaat met twee beproefde media-opvoedstrategieën: restrictief en actief monitoren. Het eerste betekent niets anders dan dat je hun mediagebruik beperkt: ‘Media zijn als een grote zak chips: als je er geen rem op zet, gaat-ie op. Zeker pubers hebben hun ouders nodig om paal en perk te stellen.’ Actief monitoren wil zeggen dat je dingen uitlegt én jouw mening duidelijk maakt. Zo voorkom je nadelige effecten. Belangrijk is wel dat je dat afstemt op het ontwikkelingsniveau van je kind. Doe je dat niet, dan zal het ze niet aanspreken (‘Zó kinderachtig!’) en pakt het averechts uit.

Volgens Valkenburg is zelfcontrole, juist in deze tijd van overvloed en verleiding, een van de belangrijkste deugden die ouders hun kinderen kunnen bijbrengen. ‘Dacht men in de jaren zeventig dat zelfvertrouwen de sleutel was tot later succes, nu weten we dat zelfcontrole daarvoor veel bepalender is. Ze moeten zich leren beheersen. Aanvankelijk zullen kinderen niet uit zichzelf hun mobieltjes uitzetten. Maar als je ze via een autoritatieve opvoeding voorbereidt op een zelfstandig leven, gaan ze jouw regels op den duur uit zichzelf volgen: ze hebben zich die normen dan eigengemaakt.’ Als jij tenminste ook aan zelfcontrole doet…

Hoe lastig dat is, weet Valkenburg uit ervaring. Op haar werk zet ze haar telefoon uit. Anders wordt ze te veel afgeleid. ‘Als ik een piepje hoor, wil ik het liefst direct kijken.’ Voordeel van haar vak is dat ze precies weet hoe dat komt: ‘Mensen zijn van nature nieuwsgierig. Bij een spannende, enerverende ervaring gebeurt er fysiologisch van alles in onze dopaminehuishouding, dat maakt dat we die ervaring willen opzoeken. Zo’n piepje fungeert als een minibeloning. Onbedwingbaar voor de meeste mensen.’

Ook is ze niet erg actief op sociale media. Ze is een lurker op Facebook. ‘Ik kijk wat anderen doen, maar post zelf nooit iets.’ Twitteren doet Valkenburg wel, maar vooral uit professionele interesse. ‘Ik moet weten hoe het is, als ik erover schrijf.’ Desondanks loopt ook zij het gevaar een nieuwe tool of toepassing te missen omdat de ontwikkelingen in haar vakgebied zo razendsnel gaan. Daarom werkt ze altijd in teams: zo kunnen zij en haar collega’s elkaars blinde vlekken aanvullen.

Als de mediaprofessor al moeite heeft alles bij te benen, is het niet gek dat de digitale revolutie ouders soms flink onzeker maakt. Probeer je weg maar eens te vinden tussen alle tegenstrijdige berichten over de weldadige, dan wel duivelse invloed van nieuwe technologieën op je kind. Wie of wat moet je geloven? Na lezing van Schermgaande jeugd en het gesprek met Patti Valkenburg, is het antwoord eigenlijk niet meer zo moeilijk: haar. Want zij maakt ouders echt wijs in plaats van schijnwijs.

 

Patti Valkenburg (56) is hoogleraar Media, Jeugd en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam en hoofd van het Onderzoekscentrum Jeugd en Media. Ze doet al 25 jaar onderzoek naar het gebruik en de effecten van media op de jeugd. Voor haar werk ontving ze prestigieuze prijzen, waaronder de Spinozapremie – de hoogste wetenschapsprijs in Nederland. Naast talloze academische publicaties schreef ze een aantal publieksboeken, zoals Vierkante Ogen en Beeldschermkinderen. Patti Valkenburg is getrouwd en woont in Amsterdam.

Reageer op artikel:
Bied weerstand tegen sociale media
Sluiten