Generaties

Geschreven door: op 20-8-2015

Ik sta in de familiedouche op een camping in de Algarve met mijn  oudste zoon Max. Hij wil niet douchen in de vrouwendouches met zijn moeder. Hij is tien en dit lijkt de eerste voorzichtige aankondiging dat hij zich schaart bij de mannen. Het is allemaal nog pril. Dan kunnen dingen nog wel en dan weer niet. Dus gaat hij soms alleen douchen en soms wil hij graag dat ik meega. En zo staan we hier. Vader en zoon in een familiedouche op een camping.

Kleine surfdude

Ik kijk naar zijn lijf dat met de maand lijkt te groeien. Hij heeft een atletisch lichaam. Brede schouders en lange slanke benen. Alles nog in kinderformaat maar in de kern kun je zien waar het toe uit kan groeien. Mooie kop met die blonde krullen er bovenop. Als hij op zondag na het surfen in Marokko met zijn board op zijn hoofd quasi nonchalant het strand op wandelt, loopt mij een kleine ‘surfdude’ tegemoet. En hij weet het. Mooi om te zien, zijn zelfbewustzijn.

Hoe lang nog voordat hij met een glimlach naar zijn ‘kleine’ vader gaat kijken, dat hij mij voorbijstreeft in lengte, kracht en wijsheid van de wereld van nu? Dat ik kortom achter de feiten aan ga rennen? Ik realiseer me dat het snel gaat, dat er een moment komt dat ik mij aan hem moet vasthouden. Op hem mag leunen. Hopelijk.

Terug in de tijd

Ik vlieg zes jaar terug in de tijd. 2009. Mijn ouders maken weer hun, inmiddels bijna vertrouwde, gang naar het ziekenhuis. Opeens lijkt pa weer letterlijk tot stilstand gekomen. De eerste keer in 2002 bleek het een herseninfarct te zijn. En net als toen belt mijn moeder nu de dokter. Hij komt. Dokter belt 112. Ziekenauto, 1e hulp en urenlang wachten en veel onderzoeken. Voor een tachtig en zevenzeventigjarige een verzoeking. En er zijn al zoveel gangen gemaakt de afgelopen jaren. Waar ik eerst nog een moeder in doodsangst aan de lijn kreeg en mij vervolgens met bloedspoed op weg begaf met de angst voor zijn dood in mijn lijf, zijn we nu, jaren verder, vertrouwd met een ander scenario. Pas als er tijd en ruimte is, belt mijn moeder. Soms zelfs als alles al lang en breed achter de rug is. Mijn moeder is een taaie. Dus krijg ik soms te horen: ‘Zit in het ziekenhuis Thijs. Was loos alarm. Ga zo terug met de taxi. Nee, je hoeft nu niet te komen. Misschien morgen?’ Aankondigingen van mogelijke onheilstijdingen blijken op den duur te wennen.

Ouderdomsvermoeidheid

En dan vinden ze vandaag weer niets en komen ze niet verder dan de diagnose ‘pure ouderdomsvermoeidheid’.
Tja.
Met de taxi gaan ze terug.
Twee oudjes. Doodvermoeid. Wat een woord.
Je voelt dan instinctief als je je moeder aan de lijn krijgt, zonder dat het wordt uitgesproken, dat ze je deze keer direct nodig hebben en je gaat er naar toe. Amsterdam-Son. Ik kan de route dromen.
Ik tref een diep dankbare vader en een opgeluchte moeder.
Ik ben wat verrast door mijn vaders reactie. Wat is er toch met hem?
‘Ik ben zo blij dat je er bent. Zo blij Thijs, zo blij.’ Het komt met een diepe dankbaarheid en opluchting uit zijn mond, die echt nieuw is. Voor mij voelt het vreemd. Voelt hij de naderende dood, wil hij mij iets laten weten?
Ik blijf slapen, beneden, bij hem in bed.
Ma krijgt een nacht vrijaf. Lekker boven alleen slapen. Voor even geen zorg. Niet slapend hoeven waken. Gewoon slapen. Rust.
Dus de nacht in met elkaar.
Dit is ook voor mij nieuw, die ultieme kwetsbaarheid van de leeftijd, de aftakeling, naast je. Zo dichtbij. En tegelijkertijd zijn verzet, door begrijpelijke trots gedreven en al zijn beschikbare krachten aansprekend, om ’s nachts niet door je zoon geholpen te hoeven worden als je naar het toilet moet. In alle stilte strompelt hij, voet voor voet, die kant uit. Ik luister ademloos of alles goed gaat. Aarzel om eruit te komen, blijf liggen. Laat hem begaan. Er gaat veel tijd voorbij.
Hij slaagt. Hijgend kruipt hij na een schuifelterugtocht voorzichtig weer in bed.
Ik houd mij stil. Trots op zijn doorzetten, bezorgd om zijn broosheid.
En dan in de vroege ochtend is de hulp toch nodig. Hij komt niet op eigen kracht omhoog.
‘Zal ik meegaan pa?’
‘Graag.’
Ik wandel achter hem aan.
Ik help hem uitkleden.
Broek uit.
De luier uit.
Plassen.
Luier aan.
Broek omhoog.
Alles in dat hele trage ritme en steeds zet ik met een kleine duw of aanraking een nieuwe handeling van hem in gang.
Langzaam omdraaien.
Stapje voor stapje
Zoekend naar balans.
De draai gemaakt.
De weg terug.
Een lichte aanraking om hem weer in beweging te zetten.
Lopend met zijn handen op mijn schouders in polonaise naar het bed.
Is nog geen tien meter,  wel een opgave geworden.
Langzaam tegen de rand van het bed posteren.
Zakken.
Helpen met in bed leggen.
Benen strekken.
Deken goed om hem heen leggen.
Hoofd goed leggen.
De zucht.
De dankbaarheid.
‘Ben zo blij dat je er bent!’
‘Zo blij!’
‘Als jij er bent voel ik mij zo veilig.’ ‘Zo veilig Thijs!’
Diepe zucht.
Ik leg mij naast hem neer.
‘Het is goed pa. Het is goed.’
Stilte.
Ik kijk naar hem terwijl hij weer in slaap valt.

Tranen van geluk

‘Kun je mij helpen afdrogen pap?’ Max is klaar met douchen, ik mag hem nog helpen. De tranen zitten vlak achter mijn ogen. Van geluk. Van dat stomme gevoel dat in een familiedouche op een camping in de Algarve drie generaties even dicht bij elkaar waren.
Dat hij er even bij was.

Dit is de laatste blog van Thijs op JMOuders.nl. Wil je Thijs blijven volgen? Kijk dan hier.



Generaties

Thijs Kolster is met zijn vrouw Monique en hun zonen Max (10) en Sam (8) neergestreken in Marokko. Monique werkt daar op de Nederlandse ambassade. Thijs is schrijver en huisman, en werkte in Nederland als communicatiemanager. Het gezin woont sinds 2014 in Rabat. Wie meer en uitgebreidere verhalen wil lezen over hun leven in het buitenland gaat naar zijn blog Verhalen uit Marokko

Meer blogs