Busje komt zo

redactie 21 jun 2018 Blogs

Een tijdlang hebben we Yaël zelf naar haar kinderdagcentrum gebracht. Dat was prima te doen: Yaël is ons enige kind, dus er zijn geen andere kinderen die weggebracht hoeven te worden, en dankzij flexibele werkgevers en afwijkende werktijden was het altijd wel in te plannen. Zo hadden we geregeld contact met de juffen en zagen we met eigen ogen hoe het met haar ging op ‘school’ – zoals we de dagbesteding altijd noemen. Bijkomend voordeel: de tocht op de loodzware bakfiets van bij elkaar drie kwartier was een goede remedie tegen mijn obese neigingen.

Maar de laatste tijd was ze ‘s middags, als ik haar haalde, steeds moeilijker de bakfiets in te krijgen. Terwijl ze het altijd zo leuk vond om zelf door het deurtje naar binnen te klimmen. Ze wilde niet meer met mama mee op de fiets, ze wilde het busje in, net als de andere kinderen. Ze wilde erbij horen. Terwijl ik haar naar de bakfiets trok, probeerde zij me aan mijn hand naar de bus te trekken.

Een tijdje probeerde ik de busneigingen te negeren. Ik vond het wel fijn om de juffen ook altijd even persoonlijk te spreken en niet alles wat er gebeurd was uit het schriftje te lezen. En ik wilde ook zo graag dat dit onderdeel ‘normaal’ bleef, dat ik haar net als ouders van normale kinderen zelf bracht en haalde. Tot de geliefde op een avond zei: ‘Ze wil zó graag die bus in, het is bijna zielig. Moeten we haar niet gewoon met het busje laten gaan?’ Omdat ik nog wel een beetje contact wilde houden met de juffen, kwamen we tot een compromis. Yaël gaat nu drie van de vier dagen met het busje.

De eerste keer, nu bijna twee weken terug, was moeilijk. Niet omdat het busje stigmatiserend zou zijn, zoals een vriendin suggereerde – Yaël snapt gelukkig toch niet dat ze met het busje gaat omdat ze anders is. Ze wil juist met het busje om hetzelfde te zijn. Nee, de reden is dat ik haar weer wat verder moest loslaten. En loslaten betekent bij een kind als Yaël dat ik de zorg weer wat meer aan anderen toevertrouw.

Ik had Yaël zorgvuldig voorbereid op het grote avontuur. Uitgelegd dat ze met het busje zou gaan. En op de ochtend zelf zei ik wel tien keer: ‘Busje komt zo, busje komt zo.’

Busje kwam niet, er was iets misgegaan in de administratie. Yaël was de hele dag van slag en ‘s nachts moest ze ervan gillen. De tweede dag – ik durfde maar één keer zachtjes ‘busje komt zo’ te zeggen – ging het gelukkig wel goed. Ondanks alle voorbereidingen vond Yaël het maar een rare toestand. De busjes kwamen toch altijd op school? En nu stond hier ineens een bus voor ons huis.

We tilden haar het busje in, de begeleidster zette haar in een stoel en deed de gordel om. Wij liepen naar het raam waarachter ze zat en begonnen als bezetenen te zwaaien, maar Yaël zag het al niet meer, overweldigd als ze was door alle nieuwe indrukken. De deur ging dicht en daar ging ze. En ik ging ook. Snel naar binnen, omdat ik ineens toch een beetje moest huilen om deze grote stap.

Op mijn eerste haal- en brengdag na de start van het busavontuur schoot ik de juffen, de buschauffeur en de bijrijdster aan. ‘Hoe vindt ze het in de bus? Vindt ze het wel leuk in de bus? Ik kan niet helemaal peilen hoe ze het vindt. Merken jullie iets aan haar?’

De buschauffeur, een no-nonsense Amsterdammer, haalde zijn schouders op. ‘Ze is heel lief en rustig. Ik zeg: waren ze allemaal maar zo.’ Ik was trots op mijn aangepaste meisje. De juffen hadden de indruk dat ze iets stoerder en zelfbewuster de klas inkwam sinds ze met de bus gebracht werd. Alsof ze zichzelf nu heel groot vond. En de bijrijdster bracht het verlossende woord: ‘Ze vindt het heel leuk, ze lacht en fladdert de hele tijd.’

Ik moet zeggen dat het ook rust geeft. ‘s Ochtends hoeven we ons minder te haasten en ‘s middags heb ik ineens bijna een uur extra.

Vanmorgen hing ik uit het keukenraam om haar uit te zwaaien, slaperig door de avonddienst van gisteren en nog in ochtendjas. Yaël was al met andere dingen bezig en zag me niet. Ik zag haar handjes fladderen door de zonwerende ruiten. Maar het jongetje achter haar, Yaëls grote aanbidder uit de tweede klas, zag me wel. Wat leuk dat hij in hetzelfde busje zat! Vol overgave zwaaide hij naar me en hij wierp er nog wat kushandjes achteraan. Ik blies een kus terug. Slimme jongen: als je het meisje leuk vindt, neem dan vooral haar moeder voor je in. Yaëls busvriendje. We hadden een goede beslissing genomen.

Reageer op artikel:
Busje komt zo
Sluiten