Concentreren kun je leren

Kinderen die zich goed kunnen concentreren, hebben betere schoolprestaties, blijkt uit onderzoek. Toch hoeven ouders van dagdromertjes of spring-in-het-velds niet te wanhopen. Met gerichte training kun je ze flink op weg helpen. “Eérst de lego opruimen, daarna pas iets nieuws pakken.”

Werp een blik in een kleuterklas en je pikt ze er zo uit: de kinderen die bij ieder voorbijkomend vliegtuig hun hoofd wegdraaien en van het ene op het andere moment in een heel andere wereld lijken te belanden. Heel schattig natuurlijk, deze dagdromers, maar uit promotie­onderzoek van gezondheidzorgspsycholoog Renske Wassenberg blijkt dat kleuters die zich niet goed kunnen concentreren, uiteindelijk minder goed presteren op de Cito-eindtoets. Zó belangrijk is het vermogen tot concentratie dus.

Oefenen, oefenen, oefenen

Of een kind in staat is om langere tijd zijn aandacht op één ding te richten, hangt af van verschillende factoren. Die zijn gedeeltelijk biologisch bepaald: sommige mensen kunnen zich makkelijker afsluiten voor afleidende prikkels dan anderen. Daarnaast is het gewoon een kwestie van veel oefenen. Het liefst in een omgeving met zo min mogelijk afleiding. Als je het concentreren dáár onder de knie krijgt, gaat het je uiteindelijk makkelijker af in de hectiek van een drukke schoolklas, zo valt te lezen in het boek 'Kinderen en rust, aandacht en concentratie' van journalist Hilda Algra en pedagoog en voormalig leerkracht Ineke Dolfsma-Troost. Het grote probleem is alleen dat die prikkelvrije omgeving in de huidige maatschappij een steeds schaarser goed is.

Onrust

“Vroeger zei de onderwijzer dat het stil moest zijn en dan hield iedereen z'n mond dicht”, vertelt de voormalig leerkracht. “Nu is het onderwijs veel individualistischer. Kinderen werken in groepjes en moeten veel overleggen, er zijn computers waar ze naartoe lopen om even iets te oefenen, de remedial teacher komt af en toe binnen om een kind op te halen. Kortom, er is steeds wel iets dat de aandacht afleidt. Dus een kind dat zich van nature niet goed kan concentreren, krijgt weinig kans om deze vaardigheid in alle rust te oefenen. Het verbaast me dan ook niet dat steeds meer leerkrachten klagen over onrustige en ongeconcentreerde klassen.”

Thuis

Ook thuis zijn de afleidingen groot: tv, computer, dvd's, iPods, mobieltjes en meestal ook een hele berg speelgoed om uit te kiezen. “Als je een kind wilt helpen om gefocust te blijven, vergt dat wél wat op opvoedgebied”, zegt Dolfsma-Troost. “Ouders moeten tijdig ingrijpen en structureren als ze het gevoel hebben dat hun kind te veel prikkels krijgt. Kinderen zelf hebben dat namelijk niet zo door.” Duidelijke opdrachten willen dan vaak helpen. Dus: 'Je mag een half uur op de computer en dan gaan we eten' of 'Eerst je Lego opruimen en daarna iets nieuws pakken'. Dit zorgt ervoor dat kinderen hun aandacht kunnen houden bij datgene wat ze aan het doen zijn.

Vrijwillig of gedwongen

Van cruciaal belang is het verschil tussen vrijwillige en gedwongen concentratie. Dit onderscheid leidt regelmatig tot verwarrende gesprekken tussen leerkracht ('Hij is zo ongeconcentreerd') en ouders ('Hij kan echt uren achter elkaar met Lego spelen'). Gaat het om vrijwillige concentratie – skaten, computeren, rupsen vangen in de achtertuin – dan kan een kind het vaak heel lang volhouden. Bij gedwongen concentratie – huiswerk maken, opletten in de klas – is de hoeveelheid tijd die kinderen ergens aandachtig aan kunnen schenken beperkt en erg afhankelijk van de leeftijd.

Als richtlijn geldt:

  • 6 jaar: 10 minuten
  • 10 jaar: 20 minuten
  • 13 jaar en ouder: 30 minuten

Een 10-jarige moet je dus al na twintig minuten een andersoortige oefening aanbieden. Heeft hij net zitten luisteren naar een verhaal of een lesje, laat hem dan daarna iets maken of iets bekijken. Heeft hij twintig minuten iets gelezen, dan is hij gebaat bij een verhaal of een (leer)spelletje waarbij je moet bewegen.

Trainen helpt

Het goede nieuws is dat het trainen van het concentratievermogen wel degelijk zin heeft. Onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Robert Rosario Rueda laat zien dat een korte training van vijf dagen de concentratie bij 6-jarige kinderen verbetert en ze vervolgens hoger laat scoren op een intelligentietest. Die training bestaat uit een computerspelletje, waarbij kinderen bijvoorbeeld moeten kijken naar een rij van vijf zwemmende visjes. Daarna moeten ze zo snel mogelijk zeggen welke kant het middelste visje op zwemt. Als alle vissen naar één kant zwemmen en het middelste niet, is dat best lastig voor het brein. Maar naarmate de kinderen meer oefenen, is op hersenfilmpjes te zien dat ze steeds efficiënter reageren op dit soort 'afwijkingen'.

Gezondheidszorgpsycholoog Renske Wassenberg erkent de toegevoegde waarde van dit soort spelletjes. “Het is heel nuttig om met kinderen te oefenen. Sommige computerspelletjes, zoals Memory, lenen zich hier bijvoorbeeld goed voor. Maar als je ziet dat ze afhaken, ga dan niet te lang door. Soms is het brein nog niet rijp voor een bepaalde opdracht. Word dus niet te fanatiek: buitenspelen is minstens zo belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.”

Het onderzoek van Rosario Rueda bevestigt dit. De 4-jarigen die ook meededen aan het experiment, lieten na de concentratietraining namelijk geen of amper verbetering zien. Zij waren daar gewoon nog niet aan toe.

Zoek de oorzaak

Bij concentratieproblemen is het altijd belangrijk om uit te vinden wat de oorzaak is. Soms is die van tijdelijke aard. Als er bijvoorbeeld thuis problemen zijn – een echtscheiding, veel ruzies, een verhuizing – kan een kind zich vaal minder goed focussen. Het kan ook zijn dat een kind heel erg verliefd is. Recent onderzoek toonde bijvoorbeeld aan dat jongens minder goed kunnen nadenken als er een mooi meisje in de buurt is.

Er kunnen ook momenten op de dag zijn waarop een kind snel is afgeleid. Is dat 's ochtends, 's middags of de hele dag door? Het kan zijn dat een kind zich 's middags niet kan concentreren omdat het 's nachts te weinig slaapt. Het is dan gewoon te moe. Is het altijd ongeconcentreerd na een pauze, dan heeft het kind misschien moeite met de overgang van bewegen naar weer stilzitten. In zo'n geval kan het zinvol zijn om te starten met een rustgevende oefening. Dolfsma-Troost: “Een kind is nooit expres ongeconcentreerd. Daar zit altijd een hulpvraag achter.”

Soms heeft een kind dermate grote concentratieproblemen, dat er sprake kan zijn van een stoornis. Voorbeelden daarvan zijn ADHD of ADD (dezelfde aandachtsstoornis als ADHD, maar dan zonder de hyperactiviteit). Om daarachter te komen, is het slim om een schoolarts in te schakelen die je zo nodig kan doorverwijzen naar een psycholoog of een schoolbegeleidingsdienst. Dit vraagt echt om professionele hulp.

Dit kan helpen: Neurofeedback

Neurofeedback is een behandelmethode die bestaat uit het meten en vervolgens beïnvloeden van de hersengolven.

Anneke van Loon heeft twee zonen met concentratie­problemen, Bas (9) en Daan (7). Bij Bas is ADHD vastgesteld. Zijn gedragsproblemen waren zo ernstig dat hij medicatie kreeg, eerst Ritalin en later Concerta. “Maar uiteindelijk werkte dat niet. Hij kreeg hartproblemen, werd somber. Kortom, wij zochten naar een alternatief. Toen zijn we Neurofeedback gaan doen. Dat klinkt ingewikkeld, maar is eigenlijk simpel. Bij een neurofeedbackcentrum worden een paar elektroden op zijn hoofd geplakt. Vervolgens kijkt hij naar een film. Ondertussen wordt zijn hersenactiviteit gemeten. Wordt er een storing geconstateerd, dan gaat het geluid van de film ook storen. Pas als de hersenen zichzelf corrigeren – hoe dat gaat is niet duidelijk, maar hij kan het wel – gaat de film weer verder. Zo wordt er getraind.”

En werkt het? “Ja, voor ons wel. Natuurlijk blijft hij een druk kind, maar je kunt hem nu makkelijker uit zijn boosheid trekken: even aankijken, z'n naam roepen of hem vastpakken is vaak genoeg. Dat zeggen ze op school ook. Bovendien concentreert hij zich nu veel beter op wat hij doet, of dat nou spelen, schoolwerk of judo is. Laatst won hij zelfs een medaille met de clubkampioenschappen. Wat ik ook fantastisch vind, is dat de buurtkinderen weer met hem spelen. Die meden hem vroeger vanwege zijn impulsieve gedrag. Maar nu komen ze hem gewoon weer ophalen. En dat allemaal zonder medicijnen. Dat is toch geweldig?”

Gemiddeld aantal sessies: 20 keer een uur (Bas kreeg er 30).
Kosten per sessie: € 85,-. Dit kan deels betaald worden uit 'het rugzakje'. Sommige zorgverzekeraars vergoeden de kosten.
Meer informatie:
– 
www.nvnf.nl
– www.neurofeedback.nl ( ook voor mogelijkheden om thuis te trainen)
– www.jmouders.nl/adhd ('Neurofeedback brengt het brein in balans')

Dit kan helpen: meditatie

Bij meditatie leer je om je de aandacht op één ding te richten. Vanuit de rust die hierdoor ontstaat, lukt het je beter om te weten wat je denkt, voelt en wilt.

Flint (9) laat zich door het minste of geringste afleiden. Zijn moeder, Marion Huijben: “Eigenlijk vindt hij alles interessant wat hij ziet. Hij staat open voor alle prikkels die op hem afkomen en is niet goed in staat om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Op zich is het natuurlijk leuk dat hij in zoveel dingen geïnteresseerd is, maar hij heeft er zelf veel last van. Sinds een half jaar volgt hij yoga-meditatie­lessen. Hij doet er yogaoefeningen en ze mediteren aan de hand van verhalen. Vaak gaat dat gepaard met een bepaalde visualisatie: je stelt je voor dat je een vogel bent en over de zee vliegt of dat je op het strand ligt en de zon op je gezicht schijnt. Flint is heel enthousiast. 'Ik word zo heerlijk rustig in mijn hoofd bij juf Jeanette', zegt-ie. Dat klopt ook. Als ik hem weer ophaal, zie ik een heel ander kind.”

Dit kan helpen: PEP

Het Perceptual Enrichment Programm (PEP) stimuleert met speelse oefeningen en spelletjes de hersenen om nieuwe verbindingen te maken. Hierdoor ben je beter in staat hoofd- en bijzaken te scheiden.

Anne Nikkessen's dochter (11) was altijd tamelijk chaotisch. “Ze vergat veel en was bij de kleinste dingen al afgeleid. Dat was niet alleen thuis lastig, maar vooral ook op school. Ze zit op een Montessorischool en moet dus goed kunnen plannen. Dat kostte haar destijds nogal wat moeite. Twee jaar geleden besloten we om haar een PEP-training te laten volgen. Bij zo'n training maak je puzzels, leg je mozaïeken, moet je reeksen aanvullen, dat soort dingen. Mijn dochter vond het hartstikke leuk. In haar ogen waren het allemaal spelletjes.”

“Na tien sessies was ze klaar. We zijn heel tevreden. Ze is minder chaotisch: ze hangt bijvoorbeeld meteen haar jas op en zet haar tas weg als ze uit school komt. En ze heeft veel meer rust in haar lijf. Ook op school zien ze verbetering. Ze onthoudt de lesstof beter, kan zich langer concentreren en beter plannen. Je kunt je natuurlijk afvragen of dit ook niet vanzelf was gebeurd – kinderen maken af en toe enorme sprongen – maar zó snel na de training? Dat vind ik toch te toevallig. We hebben daarom besloten om haar ook een vervolgcursus te laten doen.”

Aantal sessies: 10 keer een uur (standaard)
Kosten: € 450,-. Meestal niet declarabel. Wel te betalen uit 'het rugzakje'.
Meer informatie: www.pepnederland.nl

Meer lezen

'Kinderen en rust, aandacht en concentratie: informatie, plan van aanpak en oefeningen voor alle basisschoolgroepen' – door Hilda Algra en Ineke Dolfsma-Troost, Kwintessens uitgevers

Reageer op artikel:
Concentreren kun je leren
Sluiten