De belasting vraagt zich af waar Koekie is

redactie 21 jun 2018 Blogs

Op deze plaats probeer ik altijd stukjes te schrijven over Koekie’s bestaan als pleegkind. Ik doe mijn best te achterhalen hoe de zaken die zich nu afspelen beinvloed zijn door de gebeurtenissen in zijn eerdere leven.

Ik dacht altijd dat ik na een aflevering of honderd wel klaar zou zijn. Dat Koekie, die over twee weken 11 wordt, na twee jaar bij ons een ‘gewoon’ kind zou zijn waarvan de pleegkindsporen uitgewist waren. Na zo’n lange tijd zouden we dan vast en zeker vergeten zijn wat voor shit er allemaal in zijn verleden begraven lag. Nog beter: die was opgegraven en verwerkt. Met de diverse instanties zouden we ook niks meer te maken hebben, alles was opgelost en voor de rest van ons leven zou de zon schijnen. Niemand zou nog willen lezen over Koekie, want dat was gewoon een doorsnee-kind geworden, en niemand zou nog willen lezen over de wederwaardigheden van mijn vrouw en mij als pleegouders omdat we eenvoudigweg te veel op gewone ouders waren gaan lijken.

Nee dus.
Koekie weigert, in slechte maar toch vooral in goede zin, doorsnee of gewoon te worden.
Mooi zo.
En wij blijven ermee geconfronteerd worden dat we geen gewone ouders zijn, maar pleegouders.
Niet zo mooi.

De laatste tijd was op dit gebied de beer weer helemaal los.
Bezoek van Pleegzorg, een onderzoek van de Kinderbescherming (waarover een andere keer meer). En toen was daar opeens ook de belastingdienst. We moesten, omdat we 79 euro per maand naschoolse opvang-vergoeding krijgen, middels officiele documenten bewijzen dat Koekie ons pleegkind was. We stuurden alles op wat we in onze administratie konden vinden. Paspoortkopie, rechterlijke uitspraken, bankafschriften van de maandelijkse pleegzorgvergoeding die we kregen, nog wat van die dingen. Dat was niet afdoende. Wat later kregen we exact hetzelfde verzoek. Mijn vrouw nam de telefoon ter hand, had twee keer een lang gesprek. ‘We hebben niet meer dan wat we opgestuurd hebben,’ was haar boodschap.
Wij dachten het nu opgelost te hebben.
Nou, niet echt.

Op een doordeweekse middag werd ik gebeld door de belastingdienst. ‘Nee toch!’ zei ik met een mengeling van woede en wanhoop. ‘Wat is er nu weer aan de hand?’
‘Koekie staat niet bij u ingeschreven,’ zei de vrouw van de belastingen.
‘Sorry?’ zei ik oprecht verbaasd.
Je gaat er toch vanuit dat als je een pleegkind krijgt een van de betrokken instanties of instellingen dit even doorgeeft aan de gemeente.
‘Waar staat hij dan ingeschreven?’ vroeg ik.
‘Dat kunnen we niet zeggen,’ zei de vrouw. Had met privacy te maken. Wiens privacy, was me even niet duidelijk.

‘U heeft veertien dagen om dit goed te regelen,’ zei ze.
‘U wordt bedankt,’ zei ik.

Mijn vrouw nam de volgende dagen contact op met Jeugd- en Pleegzorg. Regelen jullie dit? Nee. Stuur dan bewijzen waarmee ik naar de gemeente kan.
Op een vrijdagochtend zat ze bij een ambtenaar burgerzaken van Stadsdeel Zuid met een karrenvracht aan papieren. Het was een vriendelijke en begripvolle dame. Samen deden ze een tamelijk schokkende ontdekking. Koekie woont sinds juni 2009 bij ons. Maar volgens de officiele gegevens was hij ergens in 2010 verhuisd. En niet naar het adres waar wij en hij wonen. Wie hem liet verhuizen, weten we niet.
‘Ongelooflijk toch,’ zei mijn vrouw tegen mij.
‘In elk opzicht,’ zei ik.

Ten eerste natuurlijk omdat niemand, toen Koekie bij ons kwam, meldde dat we hem zelf moesten inschrijven. Ten tweede omdat het dus mogelijk is voor iemand om administratief met hem te knoeien en hem rustig van de ene plek naar de andere te laten verhuizen buiten ons en Jeugdzorg om. Met welk doel, vroegen wij ons af.

Maar goed, sinds vorige week vrijdag woont Koekie officieel bij ons.
Koekie is en blijft een pleegkind, mijn vrouw en ik blijven pleegouders. Ook in de toekomst zullen we hier regelmatig mee geconfronteerd worden. Zoals ik het nu inschat kan ik nog wel een paar honderd afleveringen van dit blog schrijven. Dat was niet de bedoeling, maar wat moet dat moet.

Reageer op artikel:
De belasting vraagt zich af waar Koekie is
Sluiten