De brugklas: meefietsen

redactie 22 jun 2018 Blogs

Het echte middelbare schoolleven is nu drie weken aan de gang. De vrolijke en intensieve introductie is over en de lange dagen zijn begonnen. Met iedere dag huiswerk maken en deze week voor het eerst een echt SO (de schriftelijke overhoring).

Maandagochtend

Maandag is meteen de zwaarste dag van de week. Anne heeft dan 8 vakken én neemt ze haar laptop mee. Op haar school worden sommige vakken alleen digitaal gegeven. Dat betekent dat alle kinderen een laptop hebben waar ze dan op werken. Door de week staat die laptop na de lessen in haar kluisje aan de oplader. Op vrijdag neemt ze hem mee voor het weekend en op maandag weer mee terug naar school.

Ik word op een maandagochtend wakker van geluiden in de badkamer. Anne staat steeds eerder op, om héél erg op tijd van huis te fietsen. Slaperig zie ik de wekker op 5 over 7 springen. Het gestommel neemt ondertussen verontrustende vormen aan. Ik hijs mezelf uit bed en ga polshoogte nemen.

Pinopak

Anne staat met haar jas aan en volle bepakking op de weegschaal. ‘Ik krijg m’n tas niet dicht! En hij weegt 8,2 kilo’ zucht ze. ‘Anders neem je nog een tasje en verdeel je het een beetje’ opper ik. ‘Ik ga echt niet met twee tassen fietsen!’ Het klinkt alsof ik voorstel om in een Pino-pak met roze maillot naar school te fietsen. ‘Dan fiets ik met je mee en draag ik die extra tas.’ stel ik voor. ‘Ja dat is goed. Maar geen twee tassen!’ zegt ze. Hoorde ik nou goed dat ik mee mag fietsen? Voor de zekerheid check ik het nog twee keer. Na een luide ‘JAAAHAAA dat zei ik toch’, weet ik het zeker. Ik ga me snel aankleden.

Hijgen

Dan fietsen we naast elkaar vanuit de vinexwijk richting de stad. Anne zet de sokken erin. Ik probeer haar bij te houden en ondertussen te kletsen over de nieuwe school. Al snel krijg ik er geen woord meer uit. Hijgend trap ik verwoed door, terwijl Anne honderduit praat over alle kinderen in de klas. Bij het stoplicht ben ik blij dat ik op adem kan komen. ‘Jee wat fiets je snel!’ piep ik, terwijl ik het zweet in straaltjes over mijn rug voel lopen. Anne grijnst. ‘Ik heb een hekel aan te laat komen’. ‘Zeg, tot waar zal ik meefietsen?’ vraag ik nog even vlug. ‘Gewoon tot aan de school.’ Mooi.

Geen kusje meer

Tien minuten later staan we voor het schoolplein dat er nog stil en verlaten bij ligt. Anne heeft nog ruim 20 minuten voordat het eerste lesuur begint. Ze loopt met haar fiets in haar hand richting de fietsenkelder. Ik kan haar natuurlijk geen kusje geven hier voor de deur. Dat is net zo erg als het Pino-pak, al is er geen mens in de buurt die het zou zien. ‘Nou schat, hele fijne dag!’ Even stopt Anne en kijkt me aan. In haar blik lees ik iets van verwarring en verontschuldiging over dit nieuwe afscheid. ‘Dag mam, bedankt voor het meefietsen!’ Tevreden fiets ik terug naar huis. Dit keer in mijn eigen tempo. Ik doe er twee keer zo lang over als op de heenweg.

Reageer op artikel:
De brugklas: meefietsen
Sluiten