De grote kinderen doen aan dwergwerpen

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Het is wel echt in Da Hood,’ zeg ik kritisch. We parkeren de auto voor een belwinkel, in een buurt die ongetwijfeld een vogelaar-, kracht, of prachtwijk is. ‘Yaël is toch meer een zuidkind,’ voeg ik nuffig toe.

We krijgen zo een rondleiding door het logeerhuis dat bij Yaëls dagbesteding hoort. Geheel vrijblijvend hoor, we komen alleen maar kijken, voor de toekomst. Voor als we later, over heel veel jaren, de zorg niet meer volhouden. Het is nu nog helemaal niet aan de orde. Dat heb ik in de mailwisseling met de leidinggevende ook al geschreven. Dat ze niet denkt dat Yaël daar nu meteen komt logeren.

Waarom we dan toch al gaan kijken? Nou, om ons alvast te oriënteren op de mogelijkheden, zoals dat dan heet, maar vooral om mij gerust te stellen. Ik vind dit doodeng. Ik ben namelijk nogal goed in griezelen en ik heb in gedachten van het fenomeen ‘logeerhuis’ een soort horrorfilm gemaakt.

In het logeerhuis in mijn hoofd hangt een doordringende stank van poep en pies. De kinderen dragen vieze kleren en om hun mond zitten aangekoekte korsten. Ze krijgen niet genoeg te eten omdat er te weinig mensen zijn om alle kinderen rustig te voeren. Het eten zelf is van het kaliber kapotgekookte bloemkool.

In mijn logeerhuis heerst verder complete anarchie. De grote kinderen doen aan dwergwerpen met de kleintjes en tillen ze op aan hun haar. Ontremde pubers lopen met hun piemel uit hun broek en de jongens vallen de meisjes lastig.

Ik heb de afgelopen jaren vooral een oor ontwikkeld voor de slechte verhalen over logeerhuizen. De ongelukken die er gebeuren omdat de commode bijvoorbeeld verkeerd bevestigd is en de bedden te lage hekken hebben. De EHBO-gevallen. Die zijn er namelijk ook.

Het valt mee. Logisch. Ik heb er in mijn hoofd zoiets verschrikkelijks van gemaakt dat het alleen maar kan meevallen. Dat is dan weer het voordeel van griezelen.

De leidsters zijn lief, de kinderen rustig en alles reilt en zeilt. Er ligt een jongen in de bedbox, twee kinderen hangen op een matras op de grond en er loopt een meisje rond van een jaar of 18 met een stuk hout in haar hand, ze heeft letterlijk houvast nodig, verklaart de leidster. En dan is er nog een heel lang, heel dun meisje, type Holland’s Next Top Model, maar wel met een luier om.

Ik vind het knap dat ze erin geslaagd zijn om dit toch vrij niksige gebouw een gezellige huiskamersfeer te geven. Yaël mag meteen helpen met de creatie van een herfsttafereel van crêpepapier op het raam. Dat helpen bestaat er vooral uit dat de leidster moet voorkomen dat Yaël stukken papier in haar mond propt. Het ziet er evengoed gezellig uit en op het raam ontstaat langzaam een herfstboom met een kabouter.

We krijgen een rondleiding. Alle kinderen hebben een eigen kamer, met een eigen hekkenbed. In de wc- en doucheruimte ruik ik inderdaad vagelijk poep en pies, maar verder ziet alles er netjes uit. Verzorgd, maar niet kil.

In de keuken staat een vrijwilliger in grote pannen te roeren. We mogen mee-eten. En zelfs dat valt mee, al is het wel het eten dat je in de antroposofische zorg verwacht. Wortellinzensoep, groenten met tofu en worteltaart toe. Yaël eet haar eigen prak met vlees en een paar happen worteltaart na.

In de auto terug zeg ik: ‘Het viel mee hè.’ En dan snel erachteraan: ‘Maar het is voorlopig toch niet aan de orde.’

‘Voor Yaël? O, daar heb ik niet eens aan gedacht’, zegt Hanno, mijn man, alsof hij geen idee heeft waarom we daar eigenlijk waren. ‘Alleen dat eten vond ik nogal serieus.’

We gaan over tot de orde van de dag. Staat mijn fiets nog bij de fietsenmaker? Heeft Yaël al haar medicijnen gehad? Met geen woord reppen we meer van het logeerhuis.

Reageer op artikel:
De grote kinderen doen aan dwergwerpen
Sluiten