De oppas – Houd het zakelijk!

redactie 19 jun 2018 Oppas

Eerst knuffelen ouders de oppas van hun kind bijna dood. ?Maar na een tijdje gaan beide partijen zich toch ergeren. Hoe komt dat? En is het te voorkomen?

en sterk staaltje van hoe het mis kan gaan tussen moeder en oppas viel ooit eens te lezen in een column van de schrijfster Jessica Durlacher in het maandblad Elle. Daarin beschrijft ze hoe haar oppas, opgevoerd als ‘Nena’, er zomaar opeens de brui aan had gegeven. En dat terwijl er volgens Durlacher toch echt sprake was van meer dan een zakelijke verstandhouding.

De oppas reageerde hierop met een ingezonden brief in de Volkskrant. Ze schrijft dat ze, als oppas van een schrijversechtpaar in Bloemendaal, onder meer om niets werd uitgescholden voor rotte vis.

Wat er nou precies waar is in het verhaal zal niemand kunnen achterhalen. Maar dat het hier gaat om een zwaar verstoorde relatie met de oppas, moge duidelijk zijn. Is het toeval dat het in dit geval zo mis liep, of komt het vaker voor?

Sociaal wetenschapper Eline Nievers deed een promotieonderzoek naar de relatie tussen ouders en hun betaalde kinderoppas aan huis. Zij komt tot de conclusie dat de informele relatie met de oppas in veel gevallen leidt tot onuitgesproken wreveligheden van beide partijen. Nievers: ‘Wat je vaak ziet, is dat zowel de ouders als de oppassen niet willen dat de relatie te zakelijk wordt. Dat past niet bij de intieme huiselijke sfeer waarin het werk zich afspeelt. Ook vinden veel moeders het een vervelend idee dat ze iemand betalen om een soort surrogaatmoeder te zijn. Dan krijgen ze het gevoel dat de oppas het om het geld doet en niet uit liefde voor het kind. Met name dat laatste is een beeld dat moeders graag koesteren. Zózeer, dat sommigen de oppas het geld overhandigen in een envelopje – als je het maar niet ziet.’

Salarissen

Wat volgens Nievers de onzakelijke relatie verder onderstreept zijn de relatief lage ‘salarissen’ van de oppassen. ‘In veel gevallen krijgen zij bijvoorbeeld minder dan de werkster. Die lage salarissen worden in stand gehouden om te benadrukken dat het hier toch om een soort liefdewerk gaat. Oppassen stemmen hier indirect mee in. Ook zij willen benadrukken dat zij niet alleen voor het geld oppassen. Ze zijn in veel gevallen dan ook niet financieel afhankelijk van hun oppasgezin. Door deze situatie wordt het oppassen semivrijwilligerswerk. En daarmee is het lastig om heel expliciet te zeggen hoe jij als ouder graag wilt dat de oppas zich gedraagt. Zeker als je je bedenkt dat goede oppassen heel schaars zijn. En dan is het sterk gevoelde gelijkheidsprincipe van de huidige generatie ouders nog buiten beschouwing gelaten – wie ben ik dat ik ga bepalen wat de oppas moet doen, zo lijkt de redenatie.’

Kortom, een lastige situatie die vaak in stand wordt gehouden door angst: angst om de oppas te kwetsen en daarmee te verliezen – en hoe moet het dan met het werk?

En angst dat de oppas haar ontevredenheid over de situatie gaat verhalen op de kinderen. Het gevolg: kleine ergernissen worden opgekropt – laten we de lieve vrede in godsnaam bewaren, want ‘We moeten haar koesteren’. Dat werd dan ook de titel van het boek dat Nievers schreef naar aanleiding van haar onderzoek.

Ergernissen van ouders

Uit het onderzoek van Nievers blijkt dat er een vast patroon te ontdekken is in ergernissen van zowel moeders als oppassen. Bij de moeders ging het onder andere om bemoeienissen van de oppas met het persoonlijk leven. Nievers: ‘Een van de moeders vond het vervelend dat de oppas op zondag even langs kwam met een zelfgebakken cake. Daarmee kwam de oppas te dichtbij.’ Andere moeders geven aan bewust de vakantiefoto’s achter te houden. Ook letten ze er op dat ze nooit bankafschriften lieten slingeren. Op die manier probeerden ze een deel van hun leven toch nog voor zichzelf te houden. Ook Durlacher komt er gaandeweg achter dat ze de warme ‘vrouwelijke band’ met haar oppas weliswaar opluchtend vond maar bij tijd en wijle ook wel benauwend.

Een andere veelgehoorde ergernis van moeders was als de oppas zich ging bemoeien met het huishouden. Vooral als ze tips begon te geven in de trant van ‘dat kun je beter zo doen’. Tegelijkertijd waren er ook heel wat moeders die zich juist weer ergerden aan het huishouden van de oppas. Nievers: ‘Ik hoorde vaak iets in de trant van: “Ze ruimt niks op.” Of: “Ze verplaatst alles, ik kan niks terugvinden.”’ Als het om de omgang met het kind ging, ergerden moeders zich vooral aan een te klef contact, zoals een zoen op de mond. Op meer praktisch terrein ergerden ze zich aan te lange middagslaapjes van peuters, waardoor het kind ’s avonds niet in slaap kon komen, te veel tv-kijken, het tijdstip waarop er gegeten werd of het te veel geven van snoepjes, koekjes en ijsjes.

Ergernissen van de oppas

De ergernissen van oppassen hebben vooral te maken met geld. Zo storen zij zich ondanks eerder gemaakte afspraken met de ouders, toch aan hun lage salaris. ‘Ik doe zo mijn best en ik krijg er zo weinig voor terug,’ is een veel gehoorde kreet. Wat hen ook stoort is dat veel ouders er niet uit zichzelf toe overgaan om hen meer te betalen als er een tweede kind komt. Meestal kaarten de oppassen dit zelf wel aan en wordt het wel geregeld, maar dat dit niet spontaan gebeurt is hen wel een doorn in het oog. Vergelijkbare ergernissen hebben te maken met doorbetaling tijdens de vakantie of tijdens een zwangerschapsverlof van de moeder.

Wat oppassen ook vervelend vinden, is dat ouders vaak helemaal niet door hebben hoe lang hun werkdag is. Veel oppassen komen binnen voordat de ouders naar hun werk gaan en blijven tot ze weer terug zijn. Daarmee maken zij vaak dagen van tien uur en dat is voor veel van hen – ook gezien hun leeftijd – tamelijk vermoeiend. Toch zijn ze niet geneigd hier iets van te zeggen omdat ze ook wel begrijpen dat de ouders niet veel anders kunnen. Daarmee wint hun loyaliteit het dus van het ‘opkomen voor zichzelf’ en dat wringt.

Opvoeding

Een andere ergernis van oppassen, aldus Nievers, heeft te maken met het huishouden. Veel oppassen geven duidelijk aan dat zij niets in het huishouden willen doen. Als zij daar toch op worden aangesproken stoort hen dat; zij zijn immers geen werkster. Sterker nog, de werkster werkt voor het geld, en zij niet. Zij doen het alleen omdat ze het leuk vinden. Met die laatste opmerking spreken veel oppassen zichzelf nog wel eens tegen. Want tegelijkertijd vinden zij dat ze te weinig betaald krijgen voor wat zij doen.

Tot slot noemt Nievers nog het verschil van mening dat ouders en oppas kunnen hebben over de manier waarop kinderen worden opgevoed. Oppassen geven aan dat ze daar wel eens moeite mee hebben, maar weten tegelijkertijd dat ze zich er niet mee mogen bemoeien. En ook dat leidt wel eens tot een soort wreveligheid.

Zakelijk doen

Wat te doen? Volgens Nievers is het toch het verstandigst om een contract op te stellen. ‘Als je dat te onsympathiek vindt, denk dan in ieder geval na over wat je belangrijk vindt en schrijf dat op. Denk niet alleen na over hoe je wilt dat er met je kind wordt omgegaan – zolang tv-kijken, zoveel snoep, zo vaak slapen, zo laat eten et cetera – maar denk ook na over wat je doet als je zelf ziek bent, als je met verlof bent, als je met vakantie gaat of als er nog een kind komt. Geef vervolgens alles een gewicht en bepaal hoe gedetailleerd je instructies wilt geven. Heb je dat allemaal in je hoofd, ga dan pas een oppas zoeken. Heeft de oppas moeite met de manier waarop jij het wilt, dan weet je meteen dat je haar niet moet hebben. Dat scheelt een hoop ergernis later. Want in de praktijk blijkt dat het heel moeilijk is om achteraf zaken te veranderen. Dan wordt het steeds gevoeliger – je kinderen zijn dan net gewend en hoe vind je zo snel een andere oppas? Dus ben je geneigd niets te zeggen om de relatie maar goed te houden. Bovendien sluipen er al snel ongevraagde gewoontes in die er voor zorgen dat de ‘schuldbalans’ scheef komt te staan. Bijvoorbeeld dat ouders niet durven te vragen of de oppas meer met hun kind gaat wandelen omdat ze altijd zo aardig – en geheel ongevraagd – de was opvouwt.

Lastig? Waarschijnlijk wel. Zeker omdat het volgens Nievers vaak nog steeds de moeders zijn die over de oppas gaan. ‘En wij vrouwen willen de sfeer nou eenmaal graag goed houden en voelen ons vaak nog steeds ongemakkelijk als er iemand voor ons werkt. Zelf heb ik dat ook. Ik vind het idee dat iemand mijn huis komt schoonmaken al raar en heb om die reden geen werkster. Op zich is er niks mis met deze vrouwelijke manier van handelen. Het is alleen niet altijd handig. Ik zou daarom willen zeggen: probeer het eens wat zakelijker aan te pakken, het is misschien wel minder eng dan je denkt.’

De moeder over de oppas

Dania Tamboer (38), moeder van drie kinderen (5, 3 en 1): ‘Ik had onze, inmiddels ex-, oppas uit een lokale krant hier in Rotterdam. Ze kwam langs, had drie referenties. Die heb ik allemaal gebeld en zij waren stuk voor stuk enthousiast over haar. Ik maakte afspraken over de dagelijkse gang van zaken en besprak mijn beleid ten aanzien van eten en tv-kijken. Verder maakten we afspraken over geld, vakanties en ziekte. Ze was heel flexibel. De eerste weken gingen goed. Het was vaak wel een bende als ik thuis kwam, maar ze had wel gekookt. Die rotzooi nam ik dan maar voor lief. Totdat mijn oudste me vertelde dat de oppas hem had geslagen. Nou zegt hij wel vaker gekke dingen, dus ik dacht: even navragen. Hij bleek bijna een hele drukke straat te zijn overgerend en zij heeft hem toen hard in zijn nekvel gegrepen. Wel raar dat zij me dat niet had verteld. Toen begon ik te twijfelen. Wat me verder niet beviel, was dat zij meteen wegging zodra ik thuiskwam. Er was amper tijd om te praten. En de kinderen keken nauwelijks op als ze wegging; ook geen goed teken, vond ik. De druppel die de emmer deed overlopen, was dat ze de kinderen overal mee naartoe sleepte en soms bij haar thuis liet slapen op de bank. Daar had ik geen oppas aan huis voor genomen! Ik wilde juist rust en regelmaat. Kortom, mijn vertrouwen was weg. Het heeft op zo’n moment geen zin om dan nog te gaan praten en om te proberen de zaak op te lossen. Daarvoor is het veel te emotioneel beladen. Je gaat niet iemand een tweede kans geven in de hoop dat het daarna wél goed komt. Niet over de rug van je kinderen. Ik heb het hele gesprek met haar gevoerd, maar mijn man heeft haar uiteindelijk ontslagen. Dat vond ze wel laf van me, maar ik kon het niet meer opbrengen.

Ik ben me door deze hele affaire wel gaan realiseren dat de crèche nog zo gek niet is. En wat ook goed werkt is een jonge oppas – natuurlijk wel met wat verantwoordelijkheidsgevoel. Voor mij is het makkelijker om haar iets te vragen, gewoon omdat ze jonger is. Ze neemt daardoor makkelijker iets van mij aan. En ik heb mijn kinderen nog nooit zo vrolijk gezien als met haar.’

De oppas over de moeder(s)

Jetty van Zanen (67) past al op sinds 1987: ‘Als ik ergens ga oppassen, doe ik dat in principe voor langere tijd. Het is dan wel belangrijk dat het op alle fronten klikt. Ik kijk vooral of mensen min of meer dezelfde achtergrond en levensvisie hebben. Dan ga je makkelijker met elkaar om. Bij mijn eerste gezin was dat meteen raak en daarna kwam ik in een bepaald circuit terecht waar de een de ander tipte. Ik hoefde niets te doen.

Wat ik als oppas altijd een lastig punt vond was de betaling. Het is heel moeilijk om te bepalen wat je tarief is. Meestal valt het lager uit dan wat je eigenlijk vindt dat je zou moeten krijgen. Dat komt volgens mij omdat ouders vaak onderschatten wat een verantwoordelijke taak het is om de zorg voor andermans kinderen op je te nemen – vaak betalen ze de huishoudster meer. Het is lastig om dat soort zaken aan de orde te stellen. Je hebt toch een band met zo’n familie en je wilt niet dat die band stukloopt op een ordinaire geldkwestie. Als oppas hoop je dat ouders uit zichzelf zeggen dat ze je op den duur meer gaan betalen, gewoon omdat alles duurder wordt. Als ze dat niet doen, trek ik zelf wel aan de bel. Soms stuit je dan op onbegrip. Vervelend, want je zegt toch niet zo snel dat je opstapt. Lastig is het ook als er andere gunsten tegenover staan. Leuk natuurlijk, maar dat soort dingen maken de boel eigenlijk alleen maar ingewikkelder. Dan ga je weer twijfelen of je echt wel om opslag kunt vragen.

Huishoudelijk werk doe ik uit principe niet. Het is net alsof je ouders daarmee een brevet van onvermogen uitdeelt. Wel heb ik tegen extra betaling gestreken. En een naaiwerkje wil ik ook nog wel eens doen.

Als de ouders thuiskomen trek ik me in principe terug. Ik vind namelijk dat je het ouders dan weer moet gunnen om ouder te zijn. Ik ga ook niet uitgebreid met de ouders praten, want ik weet dat ze op dat moment eigenlijk alleen oog hebben voor hun kind. Logisch. Om ze toch een indruk te geven van hoe de dag is verlopen, schrijf ik in een schriftje op wat er allemaal gebeurd is. En als ik iets anders wil bespreken, kies ik een moment waarop het iedereen beter uitkomt.

Als oppas heb ik eigenlijk het meest contact met de moeders. Bij mijn laatste adres klikt het wel heel goed. Zij zou zo mijn dochter kunnen zijn. Ik merk ook dat ze steun aan me heeft en dat is prettig.’

Reageer op artikel:
De oppas – Houd het zakelijk!
Sluiten