De prijs van een mensenleven

redactie 21 jun 2018 Blogs

Tientallen Nederlandse gynaecologen en verloskundigen overtreden de wet doordat zij zwangere vrouwen assisteren bij een bloedtest voor het syndroom van Down, lees ik in de Volkskrant. Deze bloedtest mag in Nederland alleen worden uitgevoerd bij vrouwen die een verhoogd risico lopen op een kind met downsyndroom. In België kunnen alle vrouwen de test ondergaan. Nederlandse gynaecologen en verloskundigen nemen daarom bloed af bij zeker zestig vrouwen per week en sturen dat naar Gendia, een laboratorium in Antwerpen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft al verschillende meldingen gekregen van overtredingen en onderzoekt die nu.

Wat ik ervan vind dat veel vrouwen uitwijken naar België voor de downtest? Niet zoveel, eigenlijk. Ik zou nu allerlei dingen kunnen zeggen over maakbaarheid. Dat het leven evengoed niet maakbaar is, wat je ook laat testen. Maar soms is het leven wel een klein beetje maakbaar, en die vrouwen maken gebruik van hun keuzevrijheid. Die keuzevrijheid gaat voor mij, als liberaal, twee kanten op: de keuze om te testen en een abortus te ondergaan weegt net zo zwaar als de keuze dat niet te doen. En dat moet zo blijven, ook als er in de toekomst veel meer te testen valt.

Daarom vielen de uitspraken van Paul Willems, de directeur van Gendia, zo verkeerd bij mij. Als alle vrouwen in Nederland de bewuste bloedtest gratis zouden krijgen, stelt hij, is de samenleving uiteindelijk goedkoper uit: 'Het klinkt natuurlijk bot om een prijs te plakken op een mensenleven, de levenslange zorg voor een kind met Down kost 1 tot 2 miljoen euro. Als je jaarlijks de geboorte kunt voorkomen van vijftig kinderen, dan heb je de test er al uit.'

Het is waar wat hij zegt, maar toch mag het nooit een argument zijn. Als het om prenataal testen en abortus gaat, kun je, al naar gelang je levensovertuiging, allerlei argumenten bedenken. Keuzevrijheid van de ouders, bescherming van het ongeboren kind, zelfbeschikkingsrecht van de moeder, een bijbels verbod het leven van een ander te nemen, ondraaglijk lijden van het kind bij bepaalde aandoeningen, kwaliteit van leven van het kind, kwaliteit van leven van de ouders – al die zaken hebben een plaats in het debat. Geld hoort daar niet bij. Ik wil niet zeggen dat geld nooit thuis hoort in medisch-ethische debatten, maar in grote kwesties als abortus en euthanasie is geld vergif.

Ik weet nog dat ik een keer een reactie las op de site van Trouw, over de kosten van de gehandicaptenzorg. Een keurig formulerende meneer vond dat 'dit soort kinderen al bij de geboorte ge-euthaniseerd moesten worden', omdat ze de samenleving veel te veel kosten. Ik vond de reactie op de een of andere manier schokkender omdat de man zijn spelling en interpunctie op orde had, maar hoe het ook zij, iedereen met een beetje historisch besef weet hoe gevaarlijk dit soort ideeën is.

Zeker, dat is een hellend-vlak-redenering, maar deze reactie zat al onderaan de helling. Bovendien vind ik dat hellende vlakken een plaats horen te hebben in de medische ethiek. Moet je je voorstellen dat de euthanasiewetgeving voor psychisch lijden verruimd wordt niet vanwege dat lijden, maar omdat psychiatrisch patiënten zo duur zijn. Ik zie dan toch een steile helling opdoemen.

Een beschaafde maatschappij zorgt gewoon goed voor haar gehandicapten. Dus of die test er nu komt in Nederland of niet, de keuzevrijheid is wat mij betreft absoluut. 

Reageer op artikel:
De prijs van een mensenleven
Sluiten