De slag om de scheiding

redactie 19 jun 2018 Alimentatie

Als scheiden de enige oplossing lijkt, komt het erop aan dat voor de kinderen zo zorgvuldig mogelijk te regelen. Twee advocaat-mediators over het nieuwe ouderschapsplan, kinderalimentatie en waarom de flitsscheiding voor ouders moet worden afgeschaft.

Besluiten om uit elkaar te gaan is voor de meeste ouders emotioneel een uitputtingsslag. Het valt niet mee om dan tegelijkertijd tot goede afspraken voor de kinderen te komen én de verstandhouding redelijk prettig te houden. Toch moeten ouders wel, want ze zijn tot elkaar veroordeeld: sinds 1998 behouden beiden de ouderlijke macht. Het houdt in dat ouders geacht worden gezamenlijk belangrijke beslissingen over de kinderen te nemen, ook wanneer de dagelijkse zorg in handen is van een van de partners.

Steeds vaker wordt daarom een ouderschapsplan opgesteld, waarin afspraken worden vastgelegd over de zorg voor en omgang met de kinderen, inclusief de financiële aspecten. Advocaat en mediator mr. Geert Warnaar, voorzitter van de Vereniging van Familierechtadvocaten en Scheidingsbemiddelaars (VFAS), ziet nog een andere functie van het ouderschapsplan, namelijk: een dam opwerpen voor hen die te snel tot een echtscheiding willen overgaan. ‘Veel mensen zijn lichtzinnig wat betreft relaties aangaan en kinderen op de wereld zetten. Tegelijk is in onze samenleving een wegwerpcultuur ontstaan: “Bevalt je partner niet? Dáár is het gat van de deur.” We moeten weerstand bieden tegen die tendens. Een ouderschapsplan dwingt je tot bezinning, en vooral tot nadenken over de vraag: wat te doen met de kinderen?’

Nu nog is het ouderschapsplan niet verplicht, maar als het aan minister Donner van Justitie ligt, gaat dat wel gebeuren. Het verplichte ouderschapsplan vormt onderdeel van de Wet bevordering voortzetting ouderschap en zorgvuldige scheiding. De minister hoopt dit wetsvoorstel nog voor Prinsjesdag door de Tweede Kamer te loodsen en in oktober aan de Eerste Kamer voor te leggen.

In de praktijk wordt al met ouderschapsplannen gewerkt. 46 Procent van de VFAS-leden werkt meestal met een ouderschapsplan, 35 procent soms. De VFAS is voorstander van een wettelijk vastgelegd ouderschapsplan, meldt advocaat en mediator Kyra Pijls, vice-voorzitter van de VFAS. ‘Het moet wel zorgvuldig gebeuren,’ zegt ze. Volgens Warnaar moet die zorgvuldigheid vooral tot uiting komen in het maatwerk dat het ouderschapsplan weerspiegelt. Ieder gezin kent immers andere omstandigheden, en dus moet er niet te veel gestandaardiseerd worden, vindt hij. ‘De waarde van zo’n plan gaat verloren zodra je het van internet kunt plukken. Ouders kunnen zich er dan met een Jantje van Leiden van afmaken; handtekening eronder en klaar. De rechtbank moet daarop alert zijn; behalve het bestaan van zo’n plan moet ook de inhoud ervan worden getoetst.’

Flitsscheiding afschaffen

Als Donners wetsvoorstel wordt aangenomen, betekent dit het einde van de flitsscheiding, die in 1998 werd ingevoerd. Jaarlijks maakten circa vierduizend stellen gebruik van deze manier om uit elkaar te gaan. De procedure, ook wel omschreven als administratieve scheiding, gaat als volgt: stellen zetten hun gehuwde status eerst om in een geregistreerd partnership om vervolgens, zonder tussenkomst van de rechtbank, hun relatie juridisch te laten ontbinden. Ze zijn overigens wel verplicht daarbij een advocaat of notaris in de arm te nemen.

De VFAS is voorstander van afschaffing van de flitsscheiding. Er kleven te veel nadelen aan, vinden de echtscheidingsadvocaten. Deze vorm van scheiden is bijvoorbeeld niet internationaal erkend. Ook mensen die niet van plan zijn ooit nog te trouwen, moeten daarmee rekening houden, vindt Pijls. ‘Stel dat je een huis in België wilt kopen, samen met je nieuwe geliefde. In dat geval vereist de bank dat je ex-echtgenoot garant staat voor de hypotheek. Volgens de Belgische wetgeving zijn jullie immers nog altijd getrouwd.’ Hetzelfde gebeurt wanneer iemand bedrijfsfinanciering aanvraagt in het buitenland.

Zijn er kinderen betrokken bij de scheiding, dan is een flitsscheiding hoe dan ook te onzorgvuldig. ‘Kinderen boven de 12 jaar mogen hun mening geven over afspraken die rond de echtscheiding worden gemaakt,’ zegt Pijls. ‘Dit wettelijke recht komt bij een flitsscheiding helemaal niet aan bod.’

Mediation

Om wel de vereiste zorgvuldigheid in acht te nemen, adviseren de VFAS-echtscheidingsadvocaten scheidende ouders altijd om een advocaat-mediator in de arm te nemen. ‘Met die hulp kun je een gedragen echtscheiding en ouderschapsplan tot stand brengen,’ meent Pijls. ‘Bovendien is de financiële afhandeling van de scheiding beter te regelen. Met hulp van een mediator kun je maatwerk leveren. Een gang naar de rechtbank alleen biedt die mogelijkheden niet. Bovendien biedt het, behalve voor de juridisch-technische afhandeling, ook ruimte voor psychologische begeleiding. Dat is vaak nodig, want scheidingen gaan nogal eens gepaard met rancuneuze gevoelens. ‘Zíj had alleen aandacht voor de kinderen.’ ‘Híj heeft me bedonderd met zijn vriendin.’ Als je die rancune kunt wegnemen, hoeft er ook geen ruzie meer te zijn.’

Scheidende partners kunnen ook terecht bij een mediator die niet tevens advocaat is. Nadeel daarvan is dat ze in dat geval alsnog een advocaat of notaris in de arm moeten nemen om de echtscheiding juridisch te regelen.

Hoe hoog de kosten van meditation oplopen, wordt niet alleen bepaald door het uurloon, dat overigens behoorlijk uiteen kan lopen. De uiteindelijke prijs hangt vooral af van de wijze waarop de scheidende partners zich opstellen, de specifieke problemen en de wijze waarop ze de zaak ‘aanleveren’ – hebben ze, bijvoorbeeld, hun financiële administratie goed op orde of is die een puinhoop? Volgens Pijls zijn er gemiddeld vier á vijf sessies nodig van anderhalf tot twee uur.

Financiële gevolgen

Een scheiding brengt ook een financiële herschikking met zich mee. Allereerst is daar de kinderbijslag. Die wordt verleend aan de ouder die de kinderen het ‘hoofdverblijf’ biedt; bij co-ouderschap wordt het bedrag gelijk verdeeld. (In acht op de tien gevallen wonen kinderen na de scheiding bij hun moeder; slechts vier procent van alle gescheiden ouders kiest voor co-ouderschap.) Ongeacht de omgangsvorm waarvoor gekozen wordt, moet vastgelegd worden in welke mate beide ouders financieel bijdragen aan de zorg voor de kinderen. Voor deze kinderalimentatie bestaan alimentatienormen, voorheen tremanormen geheten. Pijls is blij dat het om richtlijnen gaat, en niet om een wet. ‘Nu kunnen de normen snel aangepast worden aan maatschappelijke ontwikkelingen of een wetswijziging. Er is bijvoorbeeld een aanpassing geweest na invoering van het nieuwe stelsel voor de ziektekosten.’

Een deel van de kinderalimentatie is forfaitair (voor de belasting) aftrekbaar. Iedereen die maandelijks minimaal 129 euro bijdraagt, krijgt een vast bedrag vergoed. De hoogte van dit ‘Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen’ is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Zo krijgt iemand voor kinderen tot 6 jaar maandelijks 47 euro terug van de belastingen; voor een kind tussen de 6 en 12 jaar is dat 57 euro. Deze bedragen hebben niets te maken met de werkelijke onkosten die voor het kind gemaakt worden.

Het resterende bedrag aan kinderalimentatie is netto, zowel voor de betalende als de ontvangende partij, en wordt vastgesteld aan de hand van de al eerder genoemde alimentatienormen. Voor elk kind moet tot het achttiende jaar verplicht alimentatie worden betaald. Maar vaak loopt het daarna nog enkele jaren door, afhankelijk van studie en andere omstandigheden. Overigens zijn beide ouders zorgplichtig tot hun kind meerderjarig is. Kan het kind vanaf 18 jaar nog niet in eigen onderhoud voorzien, bijvoorbeeld omdat het nog studeert, dan wordt bepaald wie ‘levensonderhoudplichtig’ is aan het kind.

Hoogte kinderalimentatie

Over de hoogte van de bedragen hebben zich het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en de Trema-werkgroep gebogen. Zij maakten een reële inschatting van wat kinderen kosten, iets waarop ouders weinig zicht blijken te hebben. Voor de berekening baseerden de instanties zich op drie criteria: de leeftijd van de kinderen, de gezinssamenstelling en het netto besteedbaar inkomen. Uitgangspunt is bovendien dat de kinderen financieel geen achteruitgang mogen ondervinden bij een scheiding. Dat het laatste lang niet altijd lukt, illustreert Pijls aan de hand van een fictief gezin met een gezinsinkomen van 3000 euro per maand; pa verdient 2200 euro, ma 800 euro. De twee kinderen, 5 en 8 jaar oud, gaan na de scheiding bij hun moeder wonen. ‘In de tabel kun je opzoeken dat voor twee kinderen van deze leeftijd maandelijks 685 euro wordt uitgegeven aan voeding, sport, kleding, kinderopvang en de bijdrage aan woonkosten. In dit voorbeeld moet dat volledige bedrag door de meest verdienende partner, de vader dus, beschikbaar worden gesteld. De vraag is: kan hij dat? Wellicht heeft hij hoge woonkosten, een auto op afbetaling en nog andere schulden uit het huwelijk, zoals inboedel op afbetaling. Dan blijkt dat hij geen 685 euro, maar slechts 300 euro aan ruimte beschikbaar heeft. In de praktijk gaan kinderen er dus wel degelijk vaak op achteruit.’ Dat is dan nog los van het feit dat het oorspronkelijke gezinsinkomen voor de moeder in dit voorbeeld sowieso al minder dan gehalveerd wordt, of de vader nu een volledige bijdrage volgens de tabel betaalt of niet. Terwijl ook zij te maken heeft met woon- en leefkosten. Een financiële achteruitgang is dus simpelweg bijna niet te voorkomen.

Er is een wetsvoorstel in de maak om de wettelijke regels rond kinderalimentatie te wijzigen. Of en wanneer het voorstel wordt aangenomen, valt nog niet te zeggen. Kern van het voorstel is dat de niet verzorgende ouder ongeacht de hoogte van het inkomen altijd een vast, minimaal bedrag aan alimentatie moet betalen. ‘Nu is er een aantal ouders dat daar onderuit komt,’ verklaart Pijls. De VFAS staat positief tegenover een dergelijke aanpassing van de regelgeving. In de woorden van Pijls: ‘Als je een kind op de wereld zet, moet je daar ook financieel voor zorgen.’ Toch kleeft er volgens de familierechtadvocaten en scheidingsbemiddelaars ook een nadeel aan het voorstel: bij het vaststellen van de hoogte van het bedrag wordt alleen gekeken naar het inkomen, en niet naar overige privé-omstandigheden. Volgens de VFAS zou ook naar uitgaven moeten worden gekeken.

Meer scheidingen

Vorig jaar werden 32.600 echtscheidingszaken afgehandeld, een stijging van vijf procent ten opzichte van 2004. Bij ruim zes op de tien scheidingen zijn minderjarige kinderen betrokken.

Consequenties voor kinderen

Een scheiding werkt voor de meeste kinderen negatief door. Op school bijvoorbeeld presteren ze slechter in de twee, drie jaar rond de scheiding en bij jongens is dit negatieve effect zelfs blijvend, zo blijkt uit onderzoek.

De relaties die kinderen uit een gebroken huwelijk op volwassen leeftijd aangaan, zijn minder bestendig dan die van kinderen uit een volledig gezin. Nog iets wat niet vrolijk stemt: in ongeveer 25 procent van alle gevallen verliest een van de ouders het contact met de kinderen. Dit percentage is gemeten kort na de voltrekking, en het stijgt nog in de loop der jaren.

Koopkrachtverlies én winst

Bij een echtscheiding verandert de koopkracht van beide partners. Het daalt, zou je denken, want het kost nu eenmaal meer geld om twee huishoudens draaiende te houden dan één. Maar het blijkt iets complexer in elkaar te zitten. Wanneer kinderen na de scheiding bij de vrouw blijven wonen, gaan mannen er 31 procent in koopkracht op vóóruit, terwijl de vrouw een koopkrachtdaling van 21 procent te incasseren krijgt. (bron: ‘Financiële gevolgen van echtscheiding voor man en vrouw’; Bevolkingstrends, 2e kwartaal 2004). Deze cijfers zijn enigszins misleidend, omdat de betaling en ontvangst van kinderalimentatie niet bij deze berekening zijn betrokken. En die kan soms flink oplopen, rekent Pijls voor aan de hand van de alimentatienormen. ‘Neem een gezin met drie kinderen onder de 6 jaar, van wie de vader 5000 euro per maand verdient. Hij moet dan maandelijks 1525 euro aan kinderalimentatie betalen.’

Hoewel de verschillen in werkelijkheid dus kleiner zijn, worden ze niet opgeheven door de kinderalimentatie, aldus de onderzoeker. Pijls: ‘Het feit dat iemand die een inkomen genereert door arbeid, wordt ‘beloond’ doordat hij netto iets meer geld overhoudt dan de niet-werkende partner. Zie het als een stimulans om te blijven werken.’

Meer informatie

Vereniging van Familierecht Advocaten en – Scheidingsbemiddelaars: www.vfas.nl; e-mail info@vfas.nl, tel. 070-3626215.
Het Nibud geeft twee gidsen uit: Geldwijzer Alimentatie en Geldwijzer Co-ouderschap. In de eerste gids is een overzicht opgenomen van de alimentatienormen in relatie tot het oorspronkelijke netto gezinsinkomen. De gidsen zijn te bestellen via www.nibud.nl

Reageer op artikel:
De slag om de scheiding
Sluiten