De taaltoets

Peuterleidsters die niet goed kunnen lezen en schrijven zouden niet meer voor de groep mogen staan. Dat vinden sommige politici in Nederland. De overheid volgt peuterleidsters en hun werkprestaties nauwlettend, sinds twee jaar geleden aan het licht kwam dat het taalniveau op sommige locaties zwaar beneden peil is. De Universiteit van Amsterdam deed onderzoek bij 700 peuterspeelzaal- en kinderdagverblijflocaties. Bijna 47 procent van de leidsters bleek problemen te hebben met lezen, 21 procent bleek zelfs laaggeletterd.

Wanneer je als volwassene met kinderen werkt, ben je een voorbeeldfiguur: je moet ze goed Nederlands leren en ze daarmee prikkelen en uitdagen om iets te bereiken in het leven. Tenminste, dat vind ik. Nu kun je hiertegen inbrengen dat een leidster die niet zo goed kan lezen en schrijven, misschien wel prima Nederlands spreekt. Dit is ook gebleken na afname van ‘de taaltoets’ die alle peuterleidsters in Amsterdam nu verplicht moeten maken. Slechts een klein deel slaagt voor de leesvaardigheid, een groter deel slaagt voor schrijfvaardigheid, en bijna alle leidsters slagen voor het onderdeel spreekvaardigheid.

Of dit nu goed of slecht nieuws is, weet ik niet. De taaltoets is namelijk speciaal ontwikkeld voor peuterleidsters die werken op locaties met taalzwakke kinderen. Leidsters die goed Nederlands spreken, maar niet goed Nederlands kunnen lezen en schrijven, hebben nog steeds een probleem. Want als je zelf al moeite hebt met lezen, hoe lees je de kinderen dan goed voor? En als je zelf al moeite hebt met schrijven, hoe besteed je dan op de juiste manier aandacht aan klanken en letters?
Juist deze activiteiten zijn belangrijk, omdat de kinderen op 2,5-jarige leeftijd al met een taalachterstand binnenkomen, en ze deze achterstand meestal niet meer inlopen. Juist door veel in aanraking te komen met boeken en geschreven teksten, is er kans dat deze kinderen de jaren erna eerder interesse zullen tonen in lezen en schrijven, en dat de taalontwikkeling goed op gang kan gaan komen.

De zwakke leesvaardigheid van de leidsters leidt er ook toe dat ze moeite hebben om theoretische informatie te verwerken of hun methodes goed in te zetten. Ook op andere fronten moeten de leidsters zich vaardig tonen in het lezen en schrijven. De overheid verwacht van hen dat ze de niet-Nederlandstalige ouders betrekken bij het taalonderwijs aan hun kinderen: ze moeten woordenlijsten met uitleg aan de ouders meegeven, oudergesprekken voeren, de taalontwikkeling van de kinderen observeren, volgen, registreren en bespreken. Als ze een verhaal voorlezen, hoop je dat ze dit in goed en begrijpelijk Nederlands doen, maar ook dat er helderheid is over het onderwerp van het boek en over de verhaalstructuur. Nu kan een boek over Dribbel of Dikkie Dik nog niet voor heel veel problemen zorgen, toch zit ook in deze verhalen een opbouw, en eindigt het met een ontknoping. Om deze opbouw en ontknoping in een of twee zinnen over te brengen op een peuter die nog geen Nederlands spreekt, kan voor sommige leidsters lastig zijn.

Inmiddels, twee jaar later, train en coach ik deze leidsters. Sommige leidsters hebben de taaltoets in een keer gehaald, andere moeten iedere keer weer opnieuw herkansen. Mijn taak is om het taalonderwijs op de peuterspeelzalen naar een hoger niveau te tillen. Soms gaat dat heel aardig, maar soms ook niet. Leidsters die niet geslaagd zijn voor het onderdeel spreekvaardigheid, zeggen tegen de kinderen dingen als: ˜Ga maar zitten op die kleine stoeltje, ik ga aan jou een leuke boekje voorlezen. En vervolgens: ˜Goed geluisterd! Nu krijg je een dikke kusje van mij. Of, bij een activiteit over kleding: ˜Kun je even kiezen wie een trui aan vandaag heeft? Heel goed, Abdullah heeft een mooie truitje aan. En de pop? Kan ik trui van pop aanpassen? Ik ben te groot of te klein voor?

Ook leidsters die alleen problemen hebben met het lezen, doen verrassende uitspraken. ˜Ik ben zo blij, zei een leidster opgelucht tegen mij. ˜Eindelijk ben ik geslaagd voor leesvaardigheid. Het lukte pas de derde keer. Het was zo erg. Echt de grootste nachtmerrie in mijn leven! We kregen namelijk een tekst, en niemand begreep wat de bedoeling was. We zaten met honderden leidsters samen in een grote gymzaal, ontzettend veel lawaai, iedereen gestrest. Ik had nog nooit zoiets in mijn leven meegemaakt. Pas bij de derde herkansing begreep ik eindelijk hoe ik de toets moest maken. Je moest namelijk eerst een tekst lezen en daarna vragen beantwoorden. Pas die laatste keer begreep ik dat het niet zomaar vragen waren, maar dat die vragen over de tekst gingen.

Ik knikte begripvol. Een gek verhaal, maar ergens ook wel aannemelijk. Zo kan het dus gaan als je nooit eerder een toets begrijpend lezen hebt gedaan en niemand je ooit heeft uitgelegd wat precies de bedoeling ervan is. Aan de andere kant, alles kun je leren, maar van sommige dingen verwacht je ook gewoon dat mensen het snappen. Snappen of kunnen ze het niet, dan rest je als onderwijsbegeleider – of als overheid – maar een ding: je verwachtingen bijstellen.
Al druist dat ergens wel tegen mijn gevoel in.

Reageer op artikel:
De taaltoets
Sluiten