De wekelijkse rustpauze in de zorg

redactie 21 jun 2018 Blogs

'Jullie moeten er eens lekker uit met z'n tweeën.' Hoe vaak ik die uitspraak wel niet gehoord heb de afgelopen jaren. Het was aardig bedoeld en de mensen die deze warme aanbeveling deden, hadden op zich gelijk. Ze zagen alleen een klein, praktisch probleem over het hoofd: Yaël.

Het is niet zo dat je even een instelling belt en zegt: 'Mevrouw, wij moeten er eens nodig uit. Hebt u dit weekend plek voor één kind?' Instellingen zijn geen hondenpensions. Die hebben wachtlijsten.

Daar kwam bij dat ik er lange tijd niet aan toe was, dat logeren, de nachtelijke zorg toevertrouwen aan professionals in een instelling. Ik heb daar echt naartoe moeten groeien. De verhalen van andere ouders boezemden mij ook niet altijd vertrouwen in. In Nederland is goede zorg te vinden, als je goed zoekt. Maar er is ook veel zorg van een bedenkelijker niveau.

Neem het toezicht 's nachts in instellingen. Ik schreef daar al eerder over. Soms is er één nachtmedewerker die heen en weer loopt tussen verschillende gebouwen. Of er is een zogeheten waak-uitluistersysteem op afstand. Yaël heeft het niveau van een grote baby. Zou u uit eten gaan, uw baby zonder oppas thuislaten en de babyfoon achterlaten bij één uitluisterfiguur in de buurt, die nog tien babyfoons onder zijn hoede had? Veel instellingen vielen dus bij voorbaat af.

Na lang wikken en wegen hakten we zo anderhalf jaar geleden de knoop door. En na een halfjaar op de wachtlijst kon Yaël één nacht per week terecht in het logeerhuis dat bij haar dagbesteding hoort. Daar is 's nachts één 'wakkere wacht' voor twaalf kinderen. Ik vond dat moeilijk, want wie houdt er toezicht op die ene medewerker? Maar dit was wat toezicht en zorg betreft de beste optie.

Voor de eerste keer logeren maakten we kennis met de vaste nachtwacht. Dat gaf vertrouwen: ze had een praktische geest en een zorgzame instelling, die gouden combinatie die je vaak ziet bij mensen in de zorg.

De eerste keer logeren vond ik spannend: zou Yaël ons missen? Yaël ook. Die vond het zo spannend dat we haar om halftien 's avonds moesten ophalen. Maar na die eerste keer ging het goed. Yaël bleek het logeren geweldig te vinden: ze vond zichzelf stoer en groot en zelfstandig. Nog steeds zijn de wekelijkse logeerpartijtjes hoogtepunten in haar bestaan. Zodra ik zeg: 'Vanavond ga je logéééren,' begint ze te lachen. En als ik de dag daarop vraag of het logeren leuk was, lacht ze weer.

De wekelijkse rustpauze in de zorg is fijn en eerlijk gezegd ook hard nodig. Ik slaap meestal als een roos bij de gedachte dat ik ongestoord kan doorslapen. Juist als Yaël weg is, realiseer ik me vaak hoe moe ik ben. Hanno en ik gaan soms een nachtje weg als Yaël logeert; naar Keulen, Gent of Maastricht. Dat zijn heerlijke minivakanties. En ze smaken naar meer, omdat een 'normale' vakantie er voor ons nu eenmaal niet in zit. Daarom staat Yaël nu op de wachtlijst voor twee nachtjes per week logeren. Ik vind het opnieuw spannend, maar zie er ook naar uit. Waar ik het meest naar uitzie? Ik wil met Hanno naar Rome, Wenen, Praag, Turijn, Londen… Ik wil op vakantie-inhaalslag.

Reageer op artikel:
De wekelijkse rustpauze in de zorg
Sluiten