De zorg viel me rauw op mijn dak

redactie 22 jun 2018 Blogs

Yaël was vorige week voor het eerst twee nachten uit logeren. Twee jaar geleden begonnen we met één nacht per week naar het logeerhuis bij haar dagbesteding. Wij vonden het zorgtechnisch gezien tijd voor een nacht erbij. Of eigenlijk vond Hanno dat en sloot ik me daar na veel dubben bij aan.

Het logeren ging goed. De stap was natuurlijk ook veel kleiner dan de stap naar het ene nachtje: Yaël weet wat logeren is, ze kent het ritme en ze is vertrouwd met de mensen. Ze bleef alleen wat langer.

Mijn zorgen herkende ik van 'de eerste keer één nachtje': zou ze het wel naar haar zin hebben? Zou ze ons niet missen? Als ze zich maar niet eenzaam voelt.

Toen Yaël eenmaal weg was, drie dagen en twee nachten lang, raakten mijn zorgen op de achtergrond. Want wat was het een groot verschil, één of twee nachten. Met één nacht kun je even bijkomen, en als je net een beetje op adem bent, is de zorgpauze alweer voorbij. Twee nachten betekende: bijkomen, tot rust komen en even helemaal vrij zijn.

En dat vond ik meteen het ingewikkelde. Of, om dat vreselijke woord te gebruiken, het confronterende. Toen Yaël weer terug was, viel de zorg me eerlijk gezegd nogal rauw op mijn dak. Het contrast met de vrije dagen was enorm. Ik moest er weer even inkomen, mezelf als het ware herprogrammeren, hup, terug in de verzorgings- en eeuwig-geduldstand en het strakke autismeritme. Dat ging helaas niet vanzelf.

Ik zag een kant van mezelf die ik wel kende, maar die nog niet zo uitgebreid aan bod was geweest: de kant die het zorgen soms beu is. Dat is een kant die me ook een beetje beangstigt. Yaël is nog maar 8, ik mag het zorgen nog niet moe zijn, nog lang niet. Ze moet nog heel lang bij ons blijven wonen.

Het ruiken aan de vrijheid is heerlijk, maar het stemt me ook verdrietig. Het smaakt naar meer, maar ik wil niet verlangen naar meer, want ik wil ook dat Yaël zo lang mogelijk bij ons blijft.

Van het weekend vroeg ik een beetje benauwd aan Hanno: 'Zou Yaël doorhebben dat we haar langzaam aan het uitfaseren zijn?'

'Wat kun jij je angsten toch altijd lekker lomp verwoorden,' reageerde Hanno. Hij had gelijk. Ik doe dat, nu ik erover nadenk, om ze goed onder ogen te zien, zodat ze niet zo donker blijven broeien in mijn hoofd.

Hanno wist zeker dat Yaël het niet doorhad. Hij vertelde wat hij zag: een kind dat razend trots was dat ze zo lang zonder papa en mama kon. Een kind ook dat weer wat zelfbewuster was. Ze had daar gewoon met de pot meegegeten. De eerste dag schafte die pot meteen iets met een moeilijk mondgevoel: quinoa met spinazie, iets waar ik thuis niet mee aan hoef te komen (en waar ik ook niet mee aan wíl komen, maar dat terzijde).

Wat Hanno zag, had ik ook allemaal gezien. Mijn angst is mijn angst, niet die van Yaël, en mijn gedachten zijn mijn gedachten. En we moeten gewoon allemaal wennen aan het nieuwe ritme. Blijkbaar heb ik daar meer moeite mee dan mijn autistische kind.

Reageer op artikel:
De zorg viel me rauw op mijn dak
Sluiten