‘Die muhgoluh van de overkant’

redactie 21 jun 2018 Blogs

Een enkele keer hoor je nog wel eens iemand de term ‘geestelijk gehandicapt’ gebruiken. Meestal iemand van mijn generatie of ouder. Iemand die ooit geleerd heeft dat geestelijk gehandicapt een nette manier is om mensen te betitelen die, nog langer geleden, aangeduid werden als debiel, imbeciel of idioot.

Ooit waren debiliteit, imbeciliteit en idiotie erkende psychiatrische etiketten. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw raakten ze in zwang. En vanaf ongeveer 1900 werden ze echt populair, waarschijnlijk omdat het onderwijs rond die tijd verbeterde en debiele kinderen – dus kinderen met een lichte verstandelijke handicap – sneller opvielen. Rond die tijd openden ook de eerste speciale scholen voor ‘achterlijke kinderen’.

Het duurde waarschijnlijk niet lang voor ‘debiel’, ‘imbeciel’ en ‘idioot’ scheldwoorden werden, want al in 1915 verving de overheid de term ‘idiotengesticht’ door ‘zwakzinnigengesticht’ – een term die in onze oren ook niet al te fijnzinnig klinkt, maar die nog tot in de jaren zeventig gebruikt werd. Ergens in de jaren zeventig kwam de uitdrukking ‘geestelijk gehandicapt’ op en raakte het stigmatiserende z-woord in onbruik.

Maar vooral dat woord ‘geestelijk’ stuitte ook weer op bezwaren, want iemand met een beperkt verstand hoeft nog niets aan zijn geest, wat dat ook moge betekenen, te mankeren. Dus heetten kinderen als de mijne vanaf de jaren negentig ‘verstandelijk gehandicapten’. Of, voor wie het nog politiek correcter wil: ‘kinderen met een verstandelijke handicap’.

Alhoewel ‘verstandelijk gehandicapte’ het waarschijnlijk niet tot scheldwoord zal schoppen – ‘stelletje verstandelijk gehandicapten!’ klinkt toch minder goed dan ‘stelletje randdebielen!’ – ontwikkelt de gehandicaptentaal zich nog steeds verder in een wollige, meer verhullende richting. Het Amerikaanse ‘special needs children’ is in opmars. Of, vrij vertaald, ‘speciale kinderen’. Wat mij betreft is dat een beetje té verhullend, want zijn niet alle kinderen speciaal? Zeker in deze tijd, waarin een kind met een goed verstand algauw hoogbegaafd heet en een kind dat wat sneller uit zijn evenwicht is, meteen het predikaat ‘hoogsensitief’ krijgt. En wat te denken van ‘kinderen met mogelijkheden’. Een merkwaardige omkering omdat het hier toch juist gaat om kinderen met minder mogelijkheden. Of ‘mentally challenged’. Ook al zo’n uitdrukking die doordrenkt is van dat typisch Amerikaanse maakbaarheidsdenken: ik kan mijn zwakzinnige imbecieltje uitdagen tot ik een ons weeg, maar wat er niet in zit, komt er ook niet uit.

Politieke correctheid is wat mij betreft een groot goed, omdat het meestal gewoon beschaving betekent. Als je verstand niet goed werkt, ben je verstandelijk beperkt, of gehandicapt. Het beestje krijgt een naam die, zonder kwetsend of denigrerend te zijn, toch precies zegt wat eraan schort. En alle emancipatie, dus ook die van gehandicapten, begint toch met het beschaafde besef dat iedereen gelijk is.

Mijn eerste les politieke correctheid kreeg ik toen ik een jaar of 8 was, dus in de vroege jaren tachtig. Dat was trouwens ook mijn eerste kennismaking met verstandelijk gehandicapten. Wij woonden schuin tegenover een instelling voor gehandicapte kinderen – het woord gesticht was toen al in onbruik geraakt. Die kinderen maakten met hun begeleiders wel eens een wandelingetje door de buurt. Een bont gezelschap was het, met kwijlende kinderen in rolstoelen en kinderen die raar liepen terwijl ze vreemde geluiden uitstootten. Ik kon mijn ogen niet van ze afhouden. Eens per jaar kwamen ze ook aan de deur, met Sint-Maarten.

De buurjongens met wie mijn zusje en ik vaak speelden, hadden het altijd over ‘die muhgoluh van de overkant’ en een van hen kon ze ook heel goed nadoen. Lachen was dat! Dus toen ik ze weer eens zag, riep ik enthousiast: ‘Kijk, daar heb je de muhgoluh!’ Dat kwam me op een preek te staan van mijn moeder en stiefvader. Dit waren geen mongolen. Het was kwetsend om deze kinderen zo te noemen. Mongool was een heel specifiek syndroom, en dan had je het nog altijd over ‘een mongooltje’, wat wij tegenwoordig trouwens ‘iemand met syndroom van Down’ zouden noemen. Nee, dit waren geestelijk gehandicapten. Dat waren ook mensen en die moest je met respect behandelen.

De buren van wie ik het voortaan verboden woord had geleerd, werden door mijn moeder overigens consequent aangeduid als ‘dat plebs van hiernaast’, of ‘die dégénerés’ – wat ook niet echt heel politiek correct is. Nou ja, geen opvoeding is consequent, zullen we maar zeggen.

Een van de begeleidsters van de overkant zou later in Amsterdam Yaëls kinderdagcentrum oprichten. Maar toen, als 8-jarige, kon ik nog niet bedenken dat ik iemand van dit interessante gezelschap later opnieuw zou ontmoeten. Laat staan dat ik kon bevroeden dat deze muhgoluh-wereld ooit mijn wereld zou worden.

Reageer op artikel:
‘Die muhgoluh van de overkant’
Sluiten