Doen we een wedstrijdje ergheid?

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Wat heeft die van jou dan?' Onder ouders van gehandicapte kinderen is dit een volkomen geaccepteerde vraag, die verder geen introductie nodig heeft. 'Yaël is verstandelijk gehandicapt. Maar ze zit niet in een rolstoel.'

Wij, het groepje ouders, staan ons mentaal voor te bereiden op de workshops die we gaan geven aan fysio- en ergotherapeuten op de themadag 'Als ik zijn moeder was' van een hulpmiddelenleverancier. 'Oooooooo [denk hierbij een eyeroll], die van jou kan dus gewoon lopen.' Eén moeder ken ik al, de rest nog niet. Maar we hebben meteen een gesprek met een vertrouwelijkheid of we elkaar al jaren kennen. 'Hahaha, doen we een wedstrijdje ergheid dan? Nou, haar verstandelijke niveau is anders wel heel laag, hoor. Ze kan niet praten. En ze heeft epilepsie. En ze is autistisch.' Gelach.
'Die van mij kan niet lopen. Maar die leert nu wel lezen. Epilepsie lijkt me heel eng. Ik ben blij dat ze dát niet heeft.'

Nu ben ik heel blij dat Yaël kan lopen, maar het kwam er niet meer van om dat te zeggen. Had trouwens makkelijk gekund. Bij ouders van zwaar gehandicapte kinderen is iedereen verliezer in het wedstrijdje 'da's pas erg'. Of winnaar, het is maar net hoe je het bekijkt.
En ik denk dat ons gesprek toch iets anders is dan een gesprek op een schoolplein van het kaliber 'ze heeft dyslexie, heel lastig'. Ik kan me voorstellen dat je dan niet zo snel zegt: 'Nou zeg, ik ben blij dat die van mij dát niet heeft.' Of: 'Oooo, maar als ze dyslexie heeft, kan ze dus gewoon praten.' Denk hierbij een eyeroll. Ik tel graag mijn zegeningen en prijs me gelukkig dat sondevoeding, rolstoelen, orthopedische schoenen, spalkjes en scoliose-operaties aan Yaëls neus voorbijgaan. En ik laat een ander zich graag gelukkig prijzen dat epilepsie, overprikkeling, dwanghandelingen en nachtelijk gillen bij hem thuis niet voorkomen. Of dat het toch wel erg makkelijk is soms, zo'n rolstoel: je kind loopt in ieder geval niet weg in het winkelcentrum.

Grappig, denk ik later, als ik terugdenk aan het melige ergheidsgesprekje. De manier waarop we het voerden, impliceerde dat we allemaal inzagen hoe onzinnig het is: leed vergelijken. We zijn inmiddels zo wijs dat we dat niet meer doen.
Zijn we dan betere mensen geworden? Nou, ik niet in ieder geval. Ik tel zoals gezegd mijn zegeningen, maar dat deed ik altijd al. En ik denk beter te snappen wat een worsteling het leven voor mensen kan zijn, omdat ik zelf zo geworsteld heb de afgelopen acht jaar. Maar ik betrap me er ook regelmatig, misschien wel vaker dan 'voor' Yaël, op dat ik sommige dingen gezeik vind. Want is uw haar niet goed geknipt bij de kapper? Bent u drie kilo te zwaar die u er maar niet af krijgt? Moet u een pilletje slikken voor een kwaal en vindt u het 'moeilijk te accepteren dat uw lichaam het niet op eigen kracht kan'? Is uw huwelijk niet meer zo spannend als in het begin? Dan ben ik helaas niet uw doelgroep, gespreksgewijs. Tenminste, niet als u dit soort dingen in de categorie 'heel erg' schaart.
Ik ben toleranter en intoleranter geworden, tegelijk. Dat kan blijkbaar.

Reageer op artikel:
Doen we een wedstrijdje ergheid?
Sluiten