Dollen

redactie 21 jun 2018 Gedrag

antwoord

Fijn dat jouw kinderen zo lekker kunnen dollen samen. Hun leeftijden én het leeftijdsverschil zorgen ervoor dat ze niet altijd kunnen inschatten hoever ze erin kunnen gaan, wanneer de ander het niet leuk meer vindt of wanneer iets pijn doet. Dat zorgt er dus voor dat het regelmatig met huilen eindigt. Bovendien gaat het vaak gepaard met een hoop geluid, wat niet altijd kan en niet altijd fijn is voor de omgeving. 

Nu ze nog jong zijn, is het heel handig om heel duidelijke afspraken te maken en er goed over na te denken hoe je ze aan- en bijstuurt als ze dollen. Als je het nu in goede banen leidt, helpt dat als ze ouder worden.
Het is logisch dat je nu steeds anders reageert en dat hoort er ook een beetje bij, maar het is toch handig om er enigszins helder in te zijn en er vaste afspraken over te maken.

Een paar tips: 

  • Realiseer je dat je eigen gemoedstoestand vaak meespeelt en bepaalt of je het geluid en de onrust erbij kunt hebben. Dat moet natuurlijk niet de leidraad zijn. Kun je het zelf even niet aanhoren? Ga dan de ruimte uit en doe even iets anders. Of laat ze verder dollen op hun kamers, zodat jij er geen last van hebt.
  • Bespreek herhaaldelijk met de kinderen wat wel hoort bij dollen en wat niet meer leuk is. Ook kun je ze aanleren dat ze een bepaald woord zeggen of een gebaar maken als ze willen dat de ander echt even stopt. Blijf er de eerste keren bij en zorg dat ze dat nakomen. 
  • Spreek af wanneer er wel in de huiskamer gedold mag worden en wanneer niet. Kijk of daar standaard afspraken over te maken zijn. Bijvoorbeeld: niet als er bezoek is, de tv aan staat, jullie gaan eten, enzovoort. En wel altijd tien minuten voor het eten (kun je met kookwekker doen), boven op hun kamer, enzovoort.
  • Plan ook stoei- en dolmomenten waaraan jij meedoet. Bijvoorbeeld als je merkt dat het er minder leuk aan toe gaat of dat jij geïrriteerd raakt. Roep dan: ‘Stop, we maken een stoeimoment!’ Zo praat je ze erdoorheen en leer je ze hoe dollen leuk, zacht en zonder huilen kan. Dat kost tijd, maar dat kun je ze echt leren. 
  • Zorg dat je de komende periode in de buurt bent als ze dollen. Dan kun je ze helpen het goed te laten verlopen. Geef ondertitels (‘Anne zegt “stop”. Dan stoppen we.’) en help verbaal mee om het leuk te houden.
  • Vervang dollen en stoeien eens door andere dingen waarmee ze veel bewegen: discodansen op muziek, buiten in de tuin even voetballen of trampoline springen, enzovoort. Vaak is dollen een teken dat ze hun energie kwijt moeten. 
  • Als het misgaat en eindigt in huilen, bespreek het dan met beide kinderen na. Wát ging er mis en hoe kan dat een volgende keer anders? Bijvoorbeeld: goed naar elkaar luisteren, sorry zeggen en de ander even helpen. 
  • Vind je het dollen op een bepaald moment niet goed? Wees dan heel duidelijk en consequent! Zeg: ‘Ik wil dat jullie stoppen met dollen’ en leg uit waarom het nu niet kan of mag. Haal ze fysiek uit elkaar. Geef aan wanneer het wél mag. Help ze op weg met iets anders om te spelen. Grijp op deze momenten steeds eenduidig in, zodat ze weten dat het dan ook echt zo is. Doe je het halfslachtig of niet overtuigd, dan werkt het niet. Bedank ze voor het stoppen als ze dat ook doen nadat jij het hebt gevraagd.
  • Gebruik er de nodige humor bij en laat ze merken dat je begrijpt dat het heel leuk is even te dollen samen, het punt is alleen dat jij en je bezoek nu even willen praten samen. Dollen kan dus boven of als het bezoek weg is. 
Reageer op artikel:
Dollen
Sluiten