Duivels dilemma voor mollige moeders

redactie 19 jun 2018 Gewicht

Hoe breng je je kind een onbekommerde gezonde leefstijl bij, als je zelf geregeld tegen de snoeptrommel vecht? Tips voor moeders met 'dikke genen'.

Ik kan me niet inhouden. Als ik mijn dochter voor de derde keer naar de voorraadkast zie lopen voor een graai uit de snoeptrommel snauw ik bits: 'Ja lekker, neem er nog eentje. Goed voor je!' Mijn dochter weet dat er weinig gunfactor in mijn woorden zit. Daarvoor heb ik thuis iets te vaak voor Weight Watcher gespeeld. Ik wil koste wat het kost voorkomen dat haar leven en dat van haar twee broers net zo'n dieethel wordt als het mijne.

Zó vroeg was ik er nog niet mee bezig.

Mijn kinderen hadden allemaal een zeer benijdenswaardig geboortegewicht en bleven ook daarna slank. Aanvankelijk kon ik hun eetgedrag zelf nog aardig sturen. Ik zette ze zonder pardon aan de rijstwafels met pindakaas terwijl ik me zelf stiekem in de keuken te goed deed aan de stroopwafels. Hadden ze toch niet door. De problemen ontstonden pas toen mijn nageslacht de jaren des onderscheids bereikten, zo rond hun twaalfde. Vooral mijn dochter kreeg het zwaar te verduren. Net als ik destijds ontwikkelde ook zij toen rondingen: borstjes, dijtjes, dikkere billetjes. Niks bijzonders: het overkomt praktisch elk tienermeisje. Maar bij mij ging onmiddellijk het vetalarm af: o jee, zie je wel! Zij heeft ook aanleg! Nu moet ik echt op gaan letten.

Voor veel vrouwen begint het geworstel met gewicht in de puberteit. Voor die tijd hoopt iedereen nog dat die overvloedige vleesrolletjes gewoon babyvet zijn, die vanzelf weer zullen verdwijnen. Lekker mollig, heet dat dan nog. Maar als het lichaam zich meer en meer in volwassen richting gaat ontwikkelen en de schattige kwabjes blíjven, is de lol er wel vanaf. Iemand – vaak mama – oppert dat het misschien geen kwaad kan een paar kilootjes kwijt te raken. Talloze dieetgoeroes staan klaar om de nieuwe prooi in de armen te sluiten. Dokter Frank, Sonja Bakker, Pierre Dukan, allemaal beloven ze de wanhopige dikkerd een gelukzalige slanke toekomst.

Ik kan me mijn eerste dieet nog goed herinneren.

Ik was 16 en volgde een door mijn moeder zelf in elkaar geflanst eetschema waarin biefstuk een prominente rol vervulde. Drie weken lang vormden kogelbiefstuk, ribeye en beef het hoofdbestanddeel van mijn avondmaaltijd, vergezeld van een gekookt aardappeltje en een flinke portie groente. Het hielp. Mijn blubberbuikje blubberde iets minder heftig over de rand van mijn spijkerbroek. Maar de daaropvolgende twintig jaar kreeg ik braakneigingen als ik alleen maar aan biefstuk dacht. Dát ga ik mijn dochter niet aandoen. Bovendien is zij nooit in het blubberstadium gekomen.

Maar een paar goed-bedoelde voedseladviezen kunnen toch geen kwaad? Van alle zoete en vette troep die zij en haar broers in hun mond stoppen, ken ik de exacte hoeveelheid calorieën. En zij ook, laat dat maar aan mij over. 'Mam, hou op met op me letten,' roept mijn dochter af en toe kwaad. 'Let op jezelf! Ik kan wel maat houden. Reageer je eigen frustratie niet op mij af.' Inmiddels is ze het huis uit, maar ze heeft er wel last van gehad, zegt ze nu. Bij vriendinnen thuis kon ze zonder schuldgevoel bankhangen met een schaal pinda's onder handbereik. Die moeders zeiden daar nooit wat van. Bij mij voelde ze zich altijd een zondaar als ze toch iets 'slechts' nam. 'Je hamerde er constant op. Als ik zei dat ik heel anders gebouwd was dan jij, zei je steevast dat het bij jou ook pas op je 22e echt misging. Dacht ik: shit, krijg ik nog jarenlang dat gezeur te horen!'

Toch begrijp ik mezelf – en alle andere gezette moeders die huisdiëtistje spelen – wel.

Wij weten maar al te goed hoe bepalend genen kunnen zijn in het doorgeven van overgewicht aan het nageslacht. Volgens de opstellers van de Nota Overgewicht (uit 2009) zal de genetische bijdrage aan het ontstaan van overgewicht uiteindelijk groter blijken dan nu bekend is. Dat betekent niet dat de buitenwereld ouders met schuldige genen begrijpt. Of hen vergeeft voor het afleveren van alweer een dikke jeugdige. 'Verwaarlozing!' 'Domheid!' 'Desinteresse!' oordeelt de doorsnee Nederlander hard: op de Hyvespagina van Vrouw (De Telegraaf) vindt slechts 5 procent dat het ouders níet te verwijten is. Maken ze het echt te gek, dan kunnen ze zelfs uit de ouderlijke macht worden ontzet. Dat overkwam in oktober 2011 een Turkse vader en moeder uit Utrecht. Hun 6-jarige dochter woog op haar vijfde al 35 kilo, 17 kilo meer dan de gemiddelde kleuter. De zoons van 11 en 13 jaar waren respectievelijk 18 en 51 kilo te zwaar. Aangezien het over-gewicht een 'ernstige bedreiging vormde voor de lichamelijke gezondheid' van het drietal en pa en ma volgens de rechter te weinig inzicht en daadkracht toonden om daar wat aan te doen, werden de kinderen onder toezicht gesteld. Alle middelen – nou ja, bijna alle – zijn geoorloofd om een eind te maken aan onze groeiende jeugd. In 2012 kampte meer dan een half miljoen kinderen met overgewicht en waren 80.000 van hen obees. Dat is meer dan alle inwoners van Den Haag en Lelystad samen.

Hebben ouders inderdaad gefaald als hun kind te dik is?

Dikke nakomelingen zien hun ouders doorgaans niet als hoofdschuldigen van hun onverantwoorde eetpatroon. Ik ook niet. Zolang de spekkies, chips en schuimpjes nog op peuterooghoogte in de winkelschappen liggen, hebben commercie en voedingsindustrie ook geen schone handen. Vaak kun je er ook van die leuke hebbedingetjes bij krijgen. 'Verzamel ze alle 100!' Of K3 prijst het aan. En als zij het eten, moet het goed zijn…

Kinderarts, pedagoog en psycholoog nagelen ouders ook niet direct aan de schandpaal. Natuurlijk zijn er die hun kroost uit gemakzucht of onwetendheid volproppen, maar ouders zijn geen feeders. Je kunt er lang niet altijd iets aan doen als je kind uitdijt. Verkeerde voedingsgewoonten kunnen het ene gezin moddervet maken en in het andere, genetisch beter bedeelde, huishouden niet tonen. 'Toch,' zegt kinder- en jeugdpsycholoog Tischa Neve, 'zijn ouders in de basis wel verantwoordelijk.' Daar is ze 'heel streng' in. 'Een gezonde leefstijl is van levensbelang voor kinderen: verantwoord eten, voldoende bewegen. Zeker als ze erfelijk belast zijn, zou je je daarin moeten verdiepen. En op tijd advies inwinnen, voor het uit de hand loopt. Jij zult de stap moeten zetten om er iets aan te doen. Van een kind kun je dat niet verwachten.'

Zie hier het duivelse dilemma voor mollige moeders. Dagelijks worden ze verscheurd tussen hun eigen ontembare verlangen naar onverantwoorde etenswaren en hun geweten als moeder. Hoe leer je je kind normaal met eten omgaan als je zelf droomt van pindarotsjes en patat? Geef je te veel toe, dan zie je ze voor je ogen verdikken. Wapper je te vaak met de calorietabel, dan rennen ze óf direct naar de winkel voor een crashdieet óf gaan ze uit protest in 't geniep juist meer eten. Dat wil je allemaal niet. Jij wilt maar één ding: dat zij wel de balans vinden waar jij zelf nog naar op zoek bent. Gelukkig geven Tischa's tips houvast.

8 tips

Hoe een dikke moeder toch een goede (di)eetopvoeder wordt

  1. Zorg van jongs af aan dat eten en diëten geen beladen onderwerp wordt. Focus niet te veel op de omvang van hun lijf. Je kunt niet voorkomen dat je kinderen jouw geworstel, jouw onvrede en jouw lijn-pogingen zien. Dat is op zich niet erg. Maar voorkom dat je ze voortdurend waarschuwt: pas op!, kijk uit!, zorg dat je niet zo dik wordt als ik! Zo'n doemscenario is behoorlijk belastend voor een kind.
  2. Ook al grijp je zelf misschien af en toe naar de crashdiëten, leer je gezin een normaal eetpatroon aan. Jij zit aan de shakes, maar zij eten gewoon drie goede maaltijden en drie of vier tussendoortjes.
  3. Laat je kinderen zien hoe fijn bewegen is. Neem de fiets in plaats van de auto, de trap in plaats van de lift. Dat hoef je helemaal niet te koppelen aan gewichtsissues: het zijn alledaagse dingen die ook voor superdunne gezinnen belangrijk zijn. Het is fijn als je zelf sport: dan merken ze hoe leuk dat kan zijn. Dat het en passant ook nog goed is voor hun lichaam is mooi meegenomen. Waarschijnlijk ben je dan ook minder bang dat zij jou achternagaan.
  4. Realiseer je dat kinderen het feilloos doorhebben als jij steeds uit frustratie, woede, verdriet of stress openlijk naar de droppot grijpt. Die slechte eetgewoonten kunnen ze overnemen. De realiteit is echter dat het bijna onmogelijk is je kinderen niets van je strijd mee te geven: het beheerst immers je leven. Op zich niet erg, als je er maar eerlijk en open met ze over praat.
  5. Ga ook niet te ver door alle heerlijkheden uit je huis te bannen. Dikke kans dat ze zich dan buitenshuis volledig te buiten gaan aan zondige zaken. Zeker pubers hebben toch al de neiging zich tegen hun ouders af te zetten. Zakgeld verdwijnt dan al snel in de frisdrank- of snoepautomaat. Realiseer je dat het normaal is dat-ie af en toe iets lekkers wil.
  6. Dat je kind gezetter wordt dan gemiddeld is niet ondenkbaar: die genen hou je toch niet tegen. Dan zullen ook zij extra moeten opletten. Dat kun je hen best duidelijk maken. Maar vertel er dan meteen bij dat andere kinderen een bril, een beugel, dyslexie of adhd hebben. Soms hoort zoiets gewoon bij je.
  7. Ben je té hysterisch gefocust op het eten of het gewicht van je kind en bang dat je hen ermee belast, zoek dan hulp bij een psycholoog.
  8. En het belangrijkste van alles: dik of dun, homo of hetero, wit of zwart: het beste wat je je kind mee kunt geven is een goed zelfbeeld. Is je kind zwaarlijvig, benadruk dan vooral ook waar hij sterk en goed in is. Straal je uit dat je jouw eigen overgewicht hebt geaccepteerd en blij met jezelf bent, dan is dat een geweldig voorbeeld. Mama is iets te dik, ja, maar dan hoef je nog niet sikkeneurig achter de geraniums te gaan zitten!
     

Anne Elzinga schreef ook een boek over dit onderwerp: Dik in Orde, Lifestylegids voor plus size vrouwen, Atlas Contact, € 24,95.
Zie ook: www.facebook.com/Elzinga.dikinorde

Reageer op artikel:
Duivels dilemma voor mollige moeders
Sluiten